Twee dromen komen uit

Een paar maanden voordat mijn vader sterft, doe ik hem een plechtige belofte: als ik ooit een boek schrijf, draag ik dit aan hem op. Aan de schittering in zijn ogen zie ik dat hij hierdoor geraakt is. Als echt papa’s kindje doet dit me deugd. Anderhalf jaar later teken ik, nota bene op mijn vaders verjaardag, mijn eerste boekcontract. Toeval of toch niet? Zo komt mijn eerste droom uit, al maakt mijn vader dit helaas niet meer mee. Zoals beloofd draag ik mijn debuut Mijn eerste lijk is gelukkig vers – een heel persoonlijk inkijkje in mijn werk als officier van justitie – aan hem op.

Sindsdien ben ik officieel auteur. Auteur. Het woord alleen al maakt me belachelijk gelukkig. Maar tegelijkertijd begint er iets te knagen. Met een wekelijkse column in het Algemeen Dagblad en een heus boek zit ik in deze drukke baan echt aan mijn taks. Maar inmiddels ben ik besmet geraakt met het schrijfvirus waardoor ik alleen maar meer wil. Een moeilijke tijd breekt aan. Want hoe nu verder? Het liefst zou ik mijn toga aan de wilgen hangen, maar bij de gedachte om mijn vaste baan op te zeggen in ruil voor een onzeker bestaan als schrijver breekt het zweet me uit. Wat als ik niet goed genoeg ben, geen geld ermee kan verdienen? Wat zullen anderen hiervan vinden? Het angstspook waart rond en zorgt voor veel innerlijke onrust.

Totdat ik me op een dag die éne vraag stel. Hoe voelt het als ik niet wegga maar zou blijven? Als ik wacht op het fysieke antwoord merk ik dat mijn hele lijf zich aanspant. Dit valt samen met de realisatie dat als ik nu niet vertrek, ik tot aan mijn pensioen officier van justitie zal blijven. En hoewel dit een prachtige en betekenisvolle baan is, voel ik een enorme weerstand opkomen tegen dit idee. Want dat zou immers ook betekenen dat ik het schrijven op zou moeten geven.

En ineens weet ik het zeker: liever nu de sprong in het diepe wagen, dan eeuwig spijt hebben het niet eens geprobeerd te hebben.

Mijn hart wijst me zo dus de weg. Een weg, die ik nooit had kunnen vinden zonder het heftige rouwproces dat ik heb doorgemaakt na de dood van mijn vader en dat is uitgemond in een magische gebeurtenis die mij voorgoed heeft veranderd. Dankzij dit betoverende voorval met een uil in de hoofdrol – mijn tweede droom die uitkwam – weet ik dat ik kan vertrouwen op mijn gevoel en dat wonderen bestaan.

Was mijn motto vroeger ‘Eerst zien, dan geloven’, sindsdien luidt het ‘Eerst geloven, dan zien”.

Want als je diep van binnen écht gelooft dat een verlangen werkelijkheid kan worden, zul je vroeg of laat de manifestatie ervan ook in jouw leven zien.

© Pascale Bruinen

unknown-3

Deze column is op 24 oktober 2016 als blog verschenen op http://www.inspirerendleven.nl

 

De oester opent zich

Vanaf het moment dat ik het schrijven heb ontdekt, besteed ik het grootste deel van mijn spaarzame vrije tijd aan een wekelijkse column voor mijn blog. Langzaam maar zeker durf ik dankzij het schrijven steeds iets meer van mezelf te laten zien. Beetje bij beetje wordt de oester opengewrikt.

Hoe persoonlijker mijn columns, hoe meer herkenning ontstaat bij mijn lezers. Het verhaal van de één, blijkt vaak ook het verhaal van de ander. Dat vind ik een mooie gedachte.

Schrijven maakt me gelukkig en voorziet in een sterke persoonlijke behoefte, zoveel is duidelijk. Na een tijdje wil ik ook over mijn werk gaan schrijven. Ik vind het namelijk hoog tijd om eens het menselijke gezicht achter die strenge zwarte toga te laten zien. In de juridische wereld is het tonen van emoties not done. Ik vind het echter juist belangrijk om te laten zien dat een openbaar aanklager ook worstelt met twijfels, gevoelens en dilemma’s.

Mijn idee leidt er uiteindelijk toe dat ik een wekelijkse column krijg in het Algemeen Dagblad. Daarin laat ik zien wat het werk voor impact heeft op mij maar ook op mijn gezinsleden. Ik stel me zo heel kwetsbaar op, iets dat geen teken is van zwakte maar juist van moed, durf en kracht. Zo word ik dus een schrijvende officier/aanklagende columnist.

Kort hierna, eind 2012, sterft mijn vader, waarna ik – een echt papa’s kindje – in een intensief rouwproces terecht kom dat me laag voor laag afpelt, totdat van mij alleen nog mijn pure kern resteert. In deze periode kom ik terecht op de bodem van een hele diepe put. Door het verdriet in volle omvang toe te laten, kom ik er uiteindelijk sterker uit dan dat ik erin ging. Tijdens deze trieste periode vinden verschillende opmerkelijke gebeurtenissen plaats, die uitmonden in een intense spirituele gebeurtenis waarin een uil een magische rol speelt.

Deze ervaring heeft mij voorgoed veranderd. Vanaf dat moment kan ik niet meer tegen geweld. Het lijkt wel alsof ik extra gevoelig ben geworden voor alles wat ver af staat van vrede, liefde en harmonie. Zodoende heb ik nu wel een probleem want mijn professionele wereld van de misdaadbestrijding is daarvan immers lichtjaren verwijderd. Andere gevolgen van dat betoverende moment zijn dat ik sindsdien meer ontzag heb gekregen voor de natuur, een grote verbondenheid ervaar met anderen en volledig vertrouw op mijn gevoel en intuïtie. Ik heb mezelf gevonden.

Mijn nieuwe ik volgt voortaan het liefst alleen nog haar hart. En dat heeft me onlangs weer op een nieuw spoor gezet.

Als ik vijftig ben, wil ik een boek hebben geschreven.

© Pascale Bruinen

 

Deze column is op 10 oktober 2016 als blog verschenen op http://www.inspirerendleven.nl.

open-oester-op-ijs-6144007-2

 

Een drang naar connectie

Op 1 januari 2016 heb ik mijn toga definitief aan de wilgen gehangen zodat ik mijn droom, een bestaan als schrijver, kon najagen. Deze beslissing heb ik natuurlijk niet van de ene op de andere dag genomen. Ik had immers een goede, vaste (!) baan met veel verantwoordelijkheid en een heel aardig inkomen. Daarnaast was ik lid van de rechterlijke macht en genoot ik als magistraat een zekere status. Ik had er gemakkelijk tot aan mijn pensioen kunnen blijven. Maar jaren eerder was er al – haast ongemerkt – een proces in gang gezet dat later onomkeerbaar bleek.

Het begon allemaal met het onbestemde gevoel dat ik, ondanks mijn drukke bestaan als hardwerkende officier/liefdevolle moeder, partner en dochter die de meest uiteenlopende bordjes tegelijkertijd hoog kon houden, desondanks iets miste in mijn leven. Ik wist alleen niet wat. Dat gevoel werd steeds vervelender en uiteindelijk zelfs ronduit frustrerend. Het was om gek van te worden.

Totdat ik op een dag in de krant een hele mooie column las die me erg raakte en door me heen flitste: dát wil ik ook! Met mijn pennenvruchten wil ik mensen recht in hun hart treffen door ze te ontroeren, aan het lachen te maken of tot andere inzichten te brengen. Eindelijk had ik het ontbrekende stukje van de puzzel gevonden. Ik had behoefte aan een creatieve uitlaatklep als tegenwicht tegen alle ellende die ik beroepshalve meemaakte. Want mijn vak als openbaar aanklager – leiding geven aan het opsporingsonderzoek van de politie en verdachten van strafbare feiten voor de rechter brengen – was niet alleen betekenisvol maar ook zwaar omdat het mij de duistere kant van de maatschappij liet zien. Heftige zaken zoals gewapende overvallen, dodelijke verkeersongevallen, inbraken, stalking, huiselijk geweld, afpersing, zedenzaken, doodslag en moord behoorden tot mijn core business. Na zoveel jaar was ik toe aan luchtigere onderwerpen.

Maar bovenal ontdekte ik dat ik schrijven dringend nodig had als instrument om connectie te maken met anderen. Want mijn baan creëerde een enorme afstand. Vanwege de veiligheidsrisico’s was ik extreem voorzichtig in het aangaan van contacten en hield ik me verre van alle social media, totdat ik uiteindelijk zo gesloten was geworden als een oester. Omdat ik van nature juist heel open ben, ging dat steeds meer schuren.

Toen ben ik dus columns gaan schrijven. Eerst alleen voor mezelf, maar na een tijdje won mijn drang om gelezen te worden het van mijn angst om mijn diepste zielenroerselen te delen met een onbekend publiek en ben ik, zelfbenoemde miss low profile, mijn coolcolumns blog begonnen.

Een passie was geboren.

© Pascale Bruinen

stock-photo-59533554-neural-computer-network-with-connections

Deze column is op 26 september 2016 als blog verschenen op http://www.inspirerendleven.nl

 

Een 180 graden draai

In mijn boek Het jaar van de uil omschrijf ik hoe ik na de dood van mijn vader in een diepe put beland. Kort hierna vinden er allerlei bijzondere gebeurtenissen plaats die uiteindelijk uitmonden in een intense spirituele ervaring. Deze heeft mijn hele leven op de kop gezet en er zelfs toe geleid dat ik per 1 januari 2016 mijn vaste baan als openbaar aanklager heb opgegeven om mijn schrijvershart te kunnen volgen.

Iedereen die mij eerder zou hebben voorspeld dat ik – ultranuchtere officier van justitie – ooit iets met spiritualiteit zou krijgen, had ik voor gek verklaard. Ik had er niks mee en geloofde eenvoudigweg niet in ‘wonderen’ of anderszins onverklaarbare verhalen, vooral niet als die te maken hadden met ‘tekens van gene zijde’. Daar was ik zelfs wars van, overtuigd als ik was dat mensen die een groot verdriet moesten trotseren zichzelf wellicht (uit zelfbescherming en dus met de beste bedoelingen) van alles wijsmaakten om zich getroost te kunnen voelen.

Ik was er juist trots op dat ik daar ‘niet in trapte’ vanwege mijn realistische en zakelijke houding. Mijn motto? Eerst zien, dan geloven. En dus geloofde ik niets totdat ik er onomstotelijk bewijs voor had.

Tot dat gedenkwaardige moment had ik mijn hele werkzame leven in een juridische omgeving verkeerd, eerst als advocaat en daarna als officier van justitie. Een heel interessant en betekenisvol milieu waarin ik, met mijn logisch en analytisch denkvermogen, prima tot mijn recht kwam.

Als advocaat van de eisende partij was ik er altijd op uit om het gestelde te staven. Niet voor niets zegt de gevleugelde uitdrukking: ‘Wie eist, bewijst!’ Na mijn overstap naar het Openbaar Ministerie werd deze professionele neiging om alles te moeten bewijzen zo mogelijk nog verder aangewakkerd. Want als officier van justitie was het immers mijn core business om het wettige én het overtuigende bewijs te leveren voor de strafbare feiten die ik aan een verdachte verweet. Er mocht geen greintje twijfel zijn, anders resulteerde de strafzaak immers in een vrijspraak.

Zodoende was ik beroepshalve dag in, dag uit, al meer dan een kwart eeuw lang, op zoek naar keiharde en onweerlegbare aanwijzingen dat iets absoluut klopte. Vind je het dan gek als ik verklap dat ik niets voor waar aannam totdat ik er sluitende objectieve argumenten voor had?

Maar dan gebeurt er in mijn privéleven iets dat zó bijzonder is, dat het mijn vertrouwde en overzichtelijke wereld op zijn grondvesten doet schudden en mij voorgoed verandert.

Sindsdien geloof ik op voorhand alles totdat het tegendeel is gebleken.

© Pascale Bruinen

Deze column is op 12 september 2016 verschenen als blog op http://www.inspirerendleven.nl.

unknown-1

Goed en kwaad

Dat het nog bestaat! In de krant lees ik over een ontsnapping van criminelen uit een Duitse cel. Dit keer geen over de luchtplaats klapwiekende helikopter die een touwladder heeft uitgegooid voor de gedetineerden of ander machtsvertoon. Nee, dit is een ouderwetse ontsnapping compleet met doorgezaagde tralies en aan elkaar geknoopte handdoeken en lakens.

In Nederland is geweldloos ontsnappen uit de gevangenis niet apart strafbaar gesteld. Kennelijk heeft de wetgever op de menselijke oerdrang naar vrijheid geen sanctie willen zetten, al kun je als je wordt gepakt wel disciplinaire maatregelen en uitstel of achterwege laten van voorwaardelijke invrijheidstelling tegemoet zien.

In films ontsnappen vaak gevangenen die onschuldig onder de erbarmelijkste omstandigheden vastzitten. Denk aan sadistische bewaarders, moordzuchtige medegedetineerden en samenzweerderige directeuren. Met ieder theelepeltje aarde waarmee ze hun tunnel naar de vrijheid een vierkante centimeter dieper uitgraven, hoop ik vuriger dat hun ontvluchting lukt. Begrijpelijk, toch?

Minder logisch is dat ik bij sommige rolprenten zelfs op de hand van een crimineel ben die, guilty as hell, op de vlucht is voor de politie. Lang leve de underdog! Als ik enigszins schuldbewust hiervoor een verklaring zoek (ik was per slot van rekening officier van justitie), lijkt het te komen omdat veel boeven in (Amerikaanse) films en tv-series bewust erg sympathiek worden voorgesteld. Ze zijn onbegrepen, hebben een hard leven achter de rug en/of hebben ook goede, zelfs zachtaardige kanten. Om maar te zwijgen van hoe goed die schurken er uit zien. De misdadiger wordt zo, ook voor mij, gebombardeerd tot held van de film. Daarentegen worden de politiemensen die hem opjagen juist vaak gedegradeerd tot corrupte en niet al te snuggere pennenlikkers die ook nog eens voortdurend ruziën over wie bevoegd is (denk aan de eeuwige strijd als de FBI zijn opwachting maakt en de zaak met veel arrogantie overneemt van de plaatselijke politie).

Dankzij deze zwaar aangezette clichés beland ik in de omgedraaide wereld: criminelen worden de good guys die ik als kijker wil steunen, terwijl de gezagsdragers gevoelsmatig de bad guys zijn.

In mijn werk had ik hier gelukkig geen enkele last van. Zo heb ik in al die jaren nog geen enkele verdachte meegemaakt die een held was dan wel op Brad Pitt leek of een politieman ontmoet die door en door slecht was. Wel andersom (nou ja, behalve misschien dat Brad Pitt gedeelte dan, hoewel Han wel heel dichtbij komt en ik hem nooit voor die soon to be ex-husband van Angelina Jolie zou willen inruilen).

Maar het zal altijd moeilijk blijven om precies de grens te trekken tussen waar het goede ophoudt en het kwade begint.

© Pascale Bruinen

Deze column is eerder in iets gewijzigde vorm verschenen in het Algemeen Dagblad.

d41d8cd98f_1363254181_ik-mag-maar-een-laken-om-mijn-matras__list-noup

 

 

 

 

 

Meditatie voor politieagenten

In de Huffington Post stond een mooi artikel over Canadese politieagenten die les kregen in mindfulness en meditatie. Maar ook in de Verenigde Staten zijn er al verschillende initiatieven op dit vlak, zoals het bericht van vorig jaar over de politie in Madison die in reactie op het toenemende politiegeweld een programma met mediteren en mindfulness gaat volgen. Helaas laten de actuele gebeurtenissen zien dat het anno 2016 meer dan ooit noodzakelijk is om zo snel mogelijk betekenisvolle stappen te zetten om het geweld in te dammen.

Mijns inziens is dit een veel betere weg naar een intrinsiek veiligere samenleving dan de zoveelste aanpassing van protocollen, het aanschaffen of inzetten van nog zwaarder wapentuig of het ophangen van nog meer camera’s. Meditatie zorgt immers voor innerlijke rust en een vreedzaam gevoel, brengt je weer in contact met jezelf (welk contact in de hectiek van alledag nogal eens verloren kan gaan) en leidt tot grotere geestelijke evenwichtigheid. Iets wat geen enkele andere maatregel die doorgaans na een gewelddadig incident wordt genomen kan bewerkstelligen.

Zoals de Integrale Beroepsvaardigheids Training (IBT) voor de politie een noodzakelijke  exercitie is om lichamelijk optimaal voorbereid te zijn op de uitdagingen van het dagelijkse werk, zou meditatietraining het mentale equivalent daarvan moeten zijn. Lichaam en geest zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Daarom lijkt me dit ook een uitstekend idee voor onze Nederlandse dienders. Zij staan dagelijks met de poten in de modder voor onze veiligheid. Ga maar na waar zij in dit mooie en boeiende maar ook zware vak dagelijks mee te maken krijgen: enorme werkdruk, spanningen door het voortdurend moeten functioneren onder het vergrootglas van de samenleving en stress van het omgaan met gevaarlijke en verwarde mensen.

Dus Nationale Politie: waar wacht je nog op?

© Pascale Bruinen

o-PEEL-POLICE-MEDITATION-570

Wordt dit ook bij ons binnenkort een vertrouwd beeld?

Literaire zwangerschap

Ik ben in verwachting. Niet van een baby, maar van mijn boek. Met nog zes weken te gaan tot de deadline ben ik momenteel hoogzwanger. Mijn spruit is bijna volledig gevormd, klaar om straks het levenslicht te zien.

Mijn zintuigen staan allemaal open. Geconcentreerd kijk ik naar het scherm van mijn laptop. In rap tempo tik ik letters, woorden, zinnen. Het lijkt vanzelf te gaan. Zoals altijd als ik in een flow zit, vergeet ik de tijd en alles om me heen. Wel voel ik hoe mijn wangen gaan branden en mijn hartslag versnelt. Dat zijn goede tekens want dan ben ik op mijn best.

Mijn probleem is niet writer’s block maar juist dat ik te veel ideeën heb en maar beperkt tijd om ze allemaal uit te werken. In november 2015  ben ik voorzichtig begonnen aan het schrijven van mijn tweede boek, ‘Het Jaar van de Uil’. Op dat moment wist ik nog niet of ik een boekcontract zou krijgen. Dat werd pas eind januari 2016 duidelijk toen uitgeverij Kosmos mij berichtte dat ze graag met mij in zee wilden gaan. Onlangs was het officiële moment aangebroken: het tekenen van het boekcontract! Een gezellig, feestelijk en gedenkwaardig moment. En nu, op deze eerste dag van juni, ben ik druk aan het schrijven want de deadline – het moment waarop mijn manuscript kant en klaar moet worden ingeleverd – is 15 juli a.s.

Altijd al eens willen weten hoe mijn schrijfdag er uit ziet? Nou, zo dus. Ik sta vroeg op en ga dan eerst een lichamelijke inspanning doen. Twee keer per week is dat een activiteit in de sportschool (lekker een uurtje flink zweten bij de bodypump), op andere dagen trek ik naar buiten voor een stevige wandeling of een uurtje schoffelen en snoeien in de tuin (gelukkig is het heel groeizaam weer zodat er steeds genoeg te doen is). Daarna is het tijd om de blik naar binnen te keren en ga ik een half uur mediteren. Dat zorgt voor rust, ontspanning en focus.

Vervolgens ga ik me installeren. Tegenwoordig schrijf ik veel beneden, aan de eettafel met zicht op mijn tuin en een inspirerend schilderij dat geheel in stijl is met het onderwerp van mijn boek. Benodigdheden: mijn laptop, liefst vers opgeladen. Mijn notitieblok, pen en highlighter zodat ik bij aanpassingen van de tekst zonodig aantekeningen kan maken.   Een kop vers gezette thee of een groot glas water (wel op veilige afstand van mijn computer). En tenslotte een mooie orchidee voor mijn neus om me tussendoor te verwonderen over de schoonheid ervan.

Dan begin ik te schrijven, meestal tot (ver) in de avond, uiteraard wel onderbroken door eet- en drinkpauzes alsmede de nodige sanitaire stops. Soms schrijf ik op zo’n dag een behoorlijk deel van een hoofdstuk, maar vaker loopt het echte schrijven vertraging op door het zoeken naar dat ene, perfecte, woord, alleen maar om het even later – als ik het eindelijk heb gevonden – alsnog eruit te gooien, samen met de rest van een hele alinea. Of ik bedenk me dat in een van de al voltooide hoofdstukken nog een passage erbij moet worden gezet, waarna het een heel zoekplaatje wordt waar deze het beste tot zijn recht komt. Alles moet immers vloeiend in elkaar overlopen. Dat kost veel tijd. En ja, er zijn ook de nodige dagen dat er maar bitter weinig aan geschreven woorden uit mijn handen komt omdat ik gedeeltes heb herlezen en overdacht.

Zo verloopt de ene schrijfdag bepaald niet als de andere. Maar ik ben altijd volledig in mijn element. Ik geniet met volle teugen van de vrijheid, van het creatieve proces, van die momenten waarop alles lijkt te kloppen. Het hele traject voelt als een literaire zwangerschap, met mijn manuscript als stralende liefdesbaby. Zelfs de draagtijd is hetzelfde. Al zit het ‘kindje’ dit keer niet in mijn buik, maar in mijn hart.

Ik ben, kortom, helemaal happy. In ieder geval nog tot 15 juli, mijn uitgerekende datum, als mijn kind voldragen is en de weeën zullen zorgen voor een digitale ontsluiting. Lang zal ik niet van mijn dierbare pasgeborene kunnen genieten, want ik zal haar gelijk aan Kosmos moeten afstaan voor adoptie.

De gedachte doet me nu al pijn.

© Pascale Bruinen

Afbeelding