Dit kan ons allemaal overkomen

De jonge vrouwelijke verdachte die de zittingzaal binnenkomt is een charmante verschijning, modern gekleed en met een vlot kapsel.

Ze wordt ervan verdacht als inzittende van een geparkeerde personenauto ernstig letsel te hebben toegebracht aan een passerende fietser door juist op het moment dat deze langs reed in een ultrakort moment van onoplettendheid de deur open te doen. Dit is weliswaar een overtreding – er is dus sprake van een bepaalde mate van schuld en niet van opzet – maar wel een met verstrekkende gevolgen.

De jongeman die langs fietste smakte keihard met zijn hoofd tegen het asfalt waardoor hij bewusteloos raakte. Later bleek hij een schedelbasisfractuur, diverse botbreuken, geheugenverlies en blijvende gehoorschade te hebben opgelopen. Hij heeft maandenlang veel pijn gehad en zijn revalidatie verliep moeizaam. Het was de vraag of hij, een veelbelovende student, nog ooit de oude zou worden.

Als de rechter begint met het onderzoek ter terechtzitting, kan onze verdachte het na amper twee zinnen al niet meer droog houden en begint ze zachtjes te huilen. Als ze een zakdoekje naar haar ogen brengt, zie ik dat haar handen trillen.

Het gebeuren heeft haar flink aangegrepen. Zij heeft zelf een tijdje niet kunnen werken omdat ze er helemaal doorheen zat. Uit bestudering van het dossier weet ik dat ze nooit iets heeft misdaan, dat ze een hardwerkende dame is en dat ze op verschillende manieren heeft geprobeerd om contact op te nemen met het slachtoffer om haar excuses aan te bieden. De man en diens familie zaten daar echter niet op te wachten.

Dit zijn zaken waarin ik ontzettend worstel met de strafmaat. Aan de ene kant is er immers die nietsvermoedende jongeman die gewoon netjes op het fietspad fietste en door een noodlottig toeval op het verkeerde moment op de verkeerde plaats was waardoor hij buiten zijn schuld zwaar gewond raakte.

Aan de andere kant is deze verdachte geen crimineel die dit expres heeft gedaan maar juist een normale, nette burger zoals u en ik. Alleen had zij de pech dat ze in die fractie van een seconde waarin ze vergat te kijken het leven van het slachtoffer voorgoed heeft veranderd.

Deze wetenschap alleen al zal voor haar zwaarder zijn dan eender welke geldboete of ontzegging van de rijbevoegdheid.

© Pascale Bruinen

Deze column is op 8 januari 2015 verschenen in het Algemeen Dagblad.

Dit kan ons allemaal overkomen

Prinzipienreiter

Ik zit rustig te wachten op de volgende zaak als de verdachte, een oudere heer met grijze haren, wit baardje en een brilletje, al hardop sputterend de zittingzaal binnenkomt.

“In al die jaren heb ik nog nooit iets gehad aan mijn eerlijkheid. Ik werk overal aan mee en het levert me niets op!” Boos kijkt hij mijn kant op. Ik heb nog niet eens de kans gehad om te zeggen waarvan hij wordt verdacht. “Dit begint al goed”, denk ik bij mezelf.

Zodra ik de verdenking heb voorgehouden – een winkeldiefstal waarbij is gezien dat hij een blikje tonijn in zijn broek stopt – roept hij verongelijkt: “Volgens de officier heb ik het gedaan. Het maakt toch niks meer uit wat ik zeg”.

Als de rechter hem vraagt of hij nu wel of niet heeft gestolen, roept hij luid van niet. De rechter kijkt op zijn computer en scrolt over het scherm. Dan zegt hij: “Behalve degene die aangifte heeft gedaan zijn er nog twee andere getuigen die gezien hebben dat u het blikje in uw broek stopte. Hoe verklaart u dit dan?”

De man kijkt indringend naar de rechter en antwoordt dan: “Die hebben er alle drie belang bij om mij aan te wijzen als verdachte!” Nu uit het dossier blijkt dat de betrokkenen verdachte helemaal niet kenden, lijkt mij dit scenario hoogst onwaarschijnlijk. Ik ga er dus van uit dat verdachte ontkent tegen beter weten in. Hij lijkt in een geheel eigen wereld te leven.

Als ik naar zijn strafblad kijk, zie ik dat het inmiddels de tiende keer is dat hij voor een diefstal is veroordeeld, waarvan twee in de laatste vijf jaar. Voor de strafmaat tellen alleen die laatste twee mee, maar het totaalplaatje zegt mij wel dat verdachte kennelijk al langer moeite heeft met mijn en dijn.

De rechter legt hem even later conform mijn eis een werkstraf op, waarna verdachte luidkeels aankondigt meteen in hoger beroep te gaan omdat dit “een principekwestie” is.

Ik kijk hem hoofdschuddend na als hij al foeterend de zittingzaal verlaat. Ik vraag me af of hij, diep van binnen, echt gelooft in zijn onschuld.

Zo ja, ben ik bang dat we onze Prinzipienreiter nog vaker terug mogen verwelkomen achter het hekje.

© Pascale Bruinen

Deze column is op 4 juni 2015 verschenen in het Algemeen Dagblad.

Prinzipienreiter

Tot tien tellen

De man achter het hekje, gekleed in een trainingspak van een populaire Engelse voetbalclub, ratelt alsof hij atlete Dafne Schippers verbaal naar de kroon wil steken. In zijn haast om uit te leggen waarom hij een medewerker van een opvanghuis woordelijk heeft bedreigd, struikelt hij zodanig over zijn woorden dat de rechter en ik hem nauwelijks kunnen volgen.

Hij heeft al een behoorlijk strafblad, waaronder veel drugsfeiten waarvoor hij enkele jaren heeft moeten zitten. Intrigerend is dat dit een tijd geleden – althans op papier – is gestopt. Wel is hij recentelijk vaker veroordeeld voor beledigingen en bedreigingen. Ook nu hangt hem daarvoor een maand gevangenisstraf boven het hoofd uit een eerdere zaak.

Nog voordat ik de beschuldiging goed en wel heb kunnen voordragen, roept hij al dat hij stom is geweest. Tijdens de behandeling onderbreekt onze spraakwaterval ongeveer iedere zin van de rechter en mij met een spervuur van toelichtende opmerkingen. Het is echter lastig om echt boos op hem te worden omdat hij zo eerlijk is. Hij neemt volledige verantwoordelijkheid voor wat hij heeft gedaan en legt – van de hak op de tak springend – uit dat hij bij tegenslag heel domme dingen zegt. Op de een of andere manier werkt dit, ondanks de nare beschuldiging, ontwapenend.

De drugs heeft hij bewust achter zich gelaten toen zijn kind iets ouder was, zo antwoordt hij desgevraagd. “Vroeger kon ik zeggen dat ik in een hotel zat, maar nu is ze acht jaar en heel slim, dus dat gelooft ze nu niet meer”.

Ik merk op dat hij kennelijk een ijzersterke wil heeft. Het is immers niet gemakkelijk om uit de drugswereld te stappen. Als hij diezelfde wil nu eens zou inzetten om voortaan eerst tot tien te tellen alvorens iets te zeggen?, zo hou ik hem voor.

Voor het eerst is verdachte even stil als hij hierover nadenkt. Dan zegt hij serieus: “Voor mijn kind wil ik dat proberen”.

Vraag me niet waarom, maar ik geloof hem. Dus eis ik alleen twee weken gevangenisstraf voor de bedreiging maar geen tenuitvoerlegging van die openstaande maand gevangenisstraf.

De rechter vindt het een heel afgewogen eis en vonnist conform.

Nu maar hopen dat hij niets strafbaars roept voordat hij bij drie is aanbeland.

© Pascale Bruinen

Deze column is op 28 mei 2015 verschenen in het Algemeen Dagblad.

tottientellen

 

Van je familie moet je het hebben

De eerste reacties op mijn boek beginnen binnen te druppelen. Hoewel ik gevleid ben als mensen me een welgemeend compliment geven, ben ik vooral benieuwd naar wat mijn naaste omgeving ervan vindt.

Mijn man heeft mijn manuscript voor publicatie in één ruk uitgelezen. Hij vond het geweldig, behalve het deel waarin hij zelf voorkwam. Hij was op dat vlak zodoende strenger dan mijn redacteur.

Mijn moeder, een vitale 85-jarige die nog hartstikke scherp is van geest, heeft mijn boek nog niet helemaal uit kunnen lezen. Daarvoor is ze – gelukkig – te druk geweest met het bijwonen van gezellige activiteiten. Maar wat ze heeft gelezen, heeft indruk op haar gemaakt.

“Ik dacht te weten wat je zoal moest doen voor je werk, maar dat je zoveel afschuwelijke dingen hebt meegemaakt, had ik nooit kunnen denken. Dat jij dat kunt! Dat werk zou echt helemaal niks voor mij zijn geweest!”

Ik moet dit even laten bezinken. Welbeschouwd heeft ze natuurlijk gelijk. Als officier kom je nu eenmaal vooral in aanraking met het slechte in mensen.

De reactie van mijn kinderen is weer een heel ander verhaal.

Dochterlief, typisch kind van de digitale wereld, appte tot mijn verbazing kort na ontvangst: “Ben al bij hoofdstuk 4 van het boek!” (met smiley).

Ik appte meteen terug: “Hi hi hi, ik krijg je wel aan het lezen…Hoe vind je het?”

“Heel leuk om te lezen en heb ook vaker moeten lachen!” (dit keer inclusief twee smileys met knipoog).

Mijn zoon, een verwoed en vooral zeer kritisch lezer van wereldliteratuur, is nog niet eens aan mijn boek kunnen beginnen.

“Zodra ik twee andere boeken uit heb, begin ik aan dat van jou”, belooft hij me. Hij weet me wel alvast te vertellen dat hij de eerste regel, “Er wordt me weleens gevraagd waarom ik officier van justitie ben geworden”, geen goed begin vindt. “Niet origineel genoeg”, is zijn oordeel.

Au! Dat doet toch wel een beetje pijn als nota bene mijn eigen vlees en bloed dit zegt.

Terwijl ik zijn commentaar dapper probeer te verwerken, vervolgt hij quasi serieus: “Ik zeg dit om te voorkomen dat je diva-gedrag gaat vertonen”.

Ik proest het uit.

Vlak voor mijn optreden in RTL Late Night krijg ik nog een appje van hem.

“Diva, succes vanavond!”

© Pascale Bruinen

Deze column is eerder op 12 februari 2015 verschenen in het Algemeen Dagblad

diva3

 

Pizza

Schreef ik de vorige week nog over taart, nu gaat het over pizza.

Eens in de zoveel tijd komen we met alle officieren die daartoe in de gelegenheid zijn na werktijd bij elkaar. Omdat de inwendige mens rond die tijd ook wat wil, wordt er voor iedereen pizza besteld. Zodoende kunnen we dan, onder het genot van pizza margarita, pizza al tonno of pizza quatttro formaggi al die kwesties bespreken waar we overdag door diverse verplichtingen en drukte niet aan toe komen.

De sfeer bij deze pizza-bijeenkomsten is gemoedelijk en gezellig. Het is een goede gelegenheid om ook weer eens collega’s te spreken met wie je niet dagelijks van doen hebt of die je op de een of andere manier telkens misloopt bij de koffiehoek, in het trappenhuis of in de kantine. In die zin dienen deze bijeenkomsten ook een sociaal doel en zorgen ze voor een gevoel van verbondenheid.

De onderwerpen zijn zeer gevarieerd. Het kan gaan over een tendens die we in de strafmaten van de rechtbank menen te bespeuren, de laatste beslissingen van de rechters-commissarissen over het wel of niet in bewaring stellen van onze verdachten of de interessante projecten waarmee sommige collega’s druk bezig zijn in onze mooie provincie.

Er is bewust geen echte agenda, zodat iedereen naar believen onderwerpen kan aansnijden. Evenmin worden er actiepunten geformuleerd. Die zijn bestemd voor onze teamvergaderingen. De pizza-bijeenkomst moet daarentegen vooral een moment zijn om met een voeten-op-tafel-houding frank en vrij te kunnen discussiëren over alles wat ons als juridische professionals zoal bezig houdt.

Terwijl ik voorzichtig een hap neem van een dampend hete pizzapunt, zie ik dat de meeste collega’s zelfs tijdens het eten nog druk op hun gsm’s aan het scrollen zijn. Zo zullen ze het hun kinderen zeker niet geleerd hebben, maar gelukkig zijn die hier niet bij.

Ik hoor menig lezer nu denken dat wij officieren behoorlijk ongezond bezig zijn. De ene keer eten we slagroomtaart, de andere keer duwen we ons vol met een combinatie van deeg, vet en zout.

Gelukkig was er laatst een verstandige collega die een doos met tomaatjes naar de pizza-bijeenkomst had meegenomen en die ruimhartig uitdeelde. Ze waren zo op.

Zo konden we ons collectief schuldgevoel over al die genuttigde calorieën nog een beetje het zwijgen opleggen.

© Pascale Bruinen

Pizza

Deze column is op 11 september 2014 verschenen in het Algemeen Dagblad.