Ontmoeting in ziekenhuis

Flashback naar midden jaren negentig. Ik báál. Van mijn dikke zwangere buik die me in de weg zit, van het stil moeten liggen, van de grenzeloze verveling die hoort bij een ziekenhuisopname die al ruim anderhalve week duurt.

In die tien dagen heb ik al verschillende kamergenotes de revue zien passeren. Die gelukkigen zijn inmiddels al weer terug thuis, met hun pasgeboren baby. Ik ben voorlopig nog niet zo ver.

De routine van het ziekenhuis-leven is slaapverwekkend, het gevoel geleefd te worden gigantisch en het gebrek aan privacy stuitend. Om de zoveel tijd komt een dokter je even aan een lichamelijk onderzoek onderwerpen, met in zijn kielzog een hele reeks studenten. Tja, dat zijn nu eenmaal de geneugten van een academisch ziekenhuis. Of hij of zij effe “mag voelen”? Nou nee, liever niet. Zeker niet met al die kwijlende studjes in witte jassen ernaast, die gretig meekijken als ze mijn voeten (die ik inmiddels overigens nog maar zelden kan zien) in ijskoude beugels hijsen. En spreiden maar! Lekker. Zou wel eens muisje willen spelen als ze straks in hun inspiratieloze koffiekamer zitten te ouwebeppen over wat ze nu weer allemaal aan fraais van baarmoedermonden hebben gezien, die van mij incluis.

Denk je ’s nachts van het eindeloze gecontroleer, gefrunnik en gevraag af te zijn, think again. Zelfs mijn nachtrust is niet heilig in het ziekenhuis, getuige het feit dat de verpleegsters op kousenvoeten mijn kamer op komen geslopen om met een mini zaklampje te checken of ik soms niet uit het raam geklommen ben. Toegegeven, ik heb er wel vaker aan gedacht, maar de ramen kunnen helaas niet open. Frisse lucht is inmiddels alleen nog een verre herinnering. Life is boring.

Maar dan. De dag begint eerst nog als alle andere. Ik word gewekt om zeven uur (waarom in godsnaam? Ik ga toch nergens heen de hele dag), getemperatuurd (ook zoiets, je voelt toch zo dat ik niet verhit ben?) en aan de bloeddrukmeter – dezer dagen mijn allerbeste vriend – gelegd. Ook goedemorgen.

Na deze plichtplegingen mag ik mijn gisteren bestelde ontbijtje nuttigen. Ja, ik heb hier élke dag ontbijt op bed. De keuze is of ik een bruin gekleurde kleffe snee brood wil of een witte. Of ik een fletsgeel plastic plakje wat door moet gaan voor kaas wens of een fabrieksmatig gefabriceerd stukje worst. En tot slot, vermag ik lauwe, slappe koffie of heet water met een kleurtje? Hmmm, mag ik daar nog even over nadenken? Nee, het formulier moet met militaire precisie worden ingevuld en tijdig worden ingeleverd, anders krijg ik niks. Hoewel de verleiding soms groot is om dan maar acuut in hongerstaking te gaan, bestel ik iedere keer toch maar braaf. Eten kost immers tijd en zo krijg ik weer twintig héle minuten om.

Na het ontbijt komt de vrijwilligster met de lokale krant, het enige prettige moment van de ochtend. Ik gris hem gretig uit haar handen. Zo, dit neemt me niemand meer af. Hiermee kan ik, als ik maar langzaam genoeg lees, maar liefst 45 minuten doorkomen. Ik ben midden in een artikel over vrouwen boven de 50 die in de kliniek van dr. Severino Antinori via kunstmatige inseminatie toch nog zwanger kunnen worden (ieeeuww, effe niet aan denken!) als ik op de gang het bekende gestommel hoor van een bed op wielen dat wordt voortgeduwd. Het rammelende geluid komt dichterbij. Ik kijk snel op van mijn krant en zie dat het bed míjn kamer komt ingereden.

Oh God, daar zul je De Nieuwe weer hebben, denk ik geërgerd. De Nieuwe is vaak vervelend nieuwsgierig. Ik zal voor de zoveelste keer gevraagd krijgen waarom ik hier lig, wanneer ik ben uitgerekend en of ik soms ook zoveel vocht vasthoud? De Nieuwe betekent ook dat die paar beschikbare stoeltjes voor bezoek weer gedeeld moeten worden, ellenlange stompzinnige telefoongesprekken moeten worden aangehoord en onsmakelijke geluiden vanachter het inderhaast dichtgetrokken gordijn moeten worden ondergaan.

Ik besluit De Nieuwe vanachter mijn krant eerst eens onopvallend gade te slaan. Eerste indruk: ze heeft ongeveer mijn leeftijd, heeft zwart lang haar en ligt niet in het bed maar zit fier rechtop en heeft het hoogste woord. Oh oh. Red Alert. Een druktemaker.

“Hoi, ik ben M. en ben in verwachting van een tweeling. Bij mij zijn de weeën te vroeg begonnen dus ik moet me nu rustig houden”, roept ze lachend bij wijze van begroeting terwijl de verpleegsters haar bed naast dat van mij posteren. “Ha, dat komt mooi uit”, zeg ik, “want ik mag me ook niet inspannen of opwinden anders gaat mijn bloeddruk door het plafond!”. Dit vinden we beiden zo grappig dat we meteen in een deuk liggen.

Binnen een mum van tijd zijn we in een geanimeerd gesprek verzeild geraakt en kletsen we honderduit. En waar denk je dat het over gaat? Juist ja, over onze zwangerschapskwaaltjes, wanneer we uitgerekend zijn en de ellende van een ziekenhuisopname.

Als kamergenoten klikt het zo goed tussen ons dat onze drukke gesprekken, geregeld onderbroken door gierende lachbuien, bij de dokters en verpleegsters al snel tot gefronste wenkbrauwen leiden. “Ze vinden het geloof ik toch niet zo’n goed idee dat ze ons samen hebben gelegd”, fluister ik haar giechelig toe. “Nee, zeker niet. Moet je háár zien kijken!”, antwoordt M. terwijl ze met haar hoofd quasi onopvallend knikt richting de hoofdzuster. En inderdaad, die kijkt allesbehalve happy. Hetgeen weer genoeg is om de slappe lach te krijgen.

“Dames, dames, denken jullie nog aan jullie rust? Misschien moeten jullie eens even een lekker dutje doen”, zegt de hoofdzuster alsof ze het tegen een stelletje onmondige kleuters heeft. Ik proest het bijna uit. Een dutje is zo ongeveer het allerláátste waar M. en ik op zitten te wachten. We liggen goddorie al de hele dag verplicht op bed! Ik voel een bijna puberale rebelsheid opkomen. “Ach, lachen is gezond, nietwaar?”, kan ik niet nalaten nogal provocerend uit te roepen. Zo, daar heeft ze mooi niet van terug. Ze glimlacht minzaam en loopt de kamer uit. “Die heb je mooi weggejaagd!”, schatert M. het uit.

Het mooiste moment van de dag is als onze bloeddruk moet worden gemeten. Niet vanwege deze stomvervelende medische handeling, maar vanwege de jonge, aantrekkelijke verpleger – door ons meteen tot Lekker Ding gedoopt – die dat komt doen. Hee, we mogen dan wel zwanger zijn maar daarom zijn we nog niet blind! Probleem is alleen dat die verdomde bloeddruk flink de hoogte in gaat als we zo liggen te ginnegappen. Dat Lekker Ding vervolgens grapjes met ons maakt, helpt ook al niet want mijn bloeddruk gaat skyhigh. Zelfs zodanig dat het apparaat op tilt slaat en er een of ander alarm af gaat. Tuu-doe-die, tuu-doe-die, tuu-doe-die, loeit het ding door de kamer.

In plaats van dat ik daarvan in de stress schiet, barst ik op dat moment in een onbedaarlijke lachbui uit. Ja, ik weet het, hoogst ongepast en niet echt getuigend van verantwoordelijkheidsbesef. Maar ik kan er niks aan doen, het is ook zó’n komisch gezicht. Lekker Ding komt aangerénd, kijkt ernstig en probeert me vriendelijk doch beslist tot de orde te roepen. En onderwijl gaat dat ding maar tekeer. M. ligt, voor zover ze het nog kan met twee baby’s in haar buik, dubbelgevouwen van het lachen. De tranen lopen haar over de wangen, wat weer tot verdere hilariteit leidt.

Als blijkt dat ik ondanks het krijsende alarm nog leef en hoogstwaarschijnlijk blijf leven, wordt Lekker Ding wat rustiger. Het apparaat wordt gereset en even later is mijn bloeddruk weer tot aanvaardbare proporties gedaald. Qua gezondheid is het dus waarschijnlijk inderdaad geen goed idee dat M. en ik een kamer delen. Heeft die stomme hoofdzuster nog gelijk.

Een paar dagen later komen de weeën bij M. weer opzetten en dit keer laten ze zich niet meer tegenhouden. De tweeling, twee jongetjes, wordt veel te vroeg geboren. Ze liggen in een couveuse en wegen ieder nog geen kilo, maar maken het gelukkig goed. Ze heten J. en D. Verdorie, denk ik, J. had ik ook als naam voor mijn baby op staan, mocht het een jongetje worden.

Zes dagen later beval ik van een gezonde zoon. We besluiten hem toch zoals gepland ook J. te noemen. M. zie ik hierna toch nooit meer, denk ik, dus wat maakt het uit? Al heb ik puur uit fatsoen wel nog even aan haar gevraagd of ze daar bezwaar tegen had, maar nee. Zij zal wel hetzelfde denken.

Wist ik veel dat we niet al te lang hierna beste vriendinnen zouden worden, vlakbij elkaar zouden komen te wonen en dat onze kinderen samen zouden opgroeien?

Waar een ziekenhuisopname toch nog goed voor kan zijn.

© Pascale Bruinen

Ja, zo was het ongeveer. En wat zijn jouw zwangerschaps- en bevallingservaringen? Lekker thuis bevallen bij romantisch kaarslicht? Een kekke onderwaterbevalling gehad? 27 Uur moeten persen? Deel hier jouw bijzondere verhaal.

Advertenties

2 thoughts on “Ontmoeting in ziekenhuis

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s