Respect

Onlangs kom ik al zappend uit bij het tv-programma “Nineteen kids and counting”. Gefascineerd blijf ik even kijken om te zien hoe het er in dit bijzondere Amerikaanse gezin aan toe gaat.

De kinderen variëren in leeftijd van in de twintig tot één jaar oud. Zou ik al geen raad weten met een stuk of vijf, dit koppel blijft liefdevol en onverstoorbaar richting al het grote en kleine grut dat door het huis rent, met speelgoed gooit en rondkruipt op de meest onhandige plekken.

De grotere kinderen, veelal pubers, helpen als vanzelfsprekend met het verzorgen en aankleden van de kleinere. Er wordt zonder gezeur samen gekookt, gewassen en gepoetst. Het ademt een en al saamhorigheid.

Als het bijna Kerstmis is, vertelt een van de oudste dochters dat ze in deze tijd van het jaar altijd taarten en koekjes bakken om aan het politie- en brandweerpersoneel te brengen. Als een kleintje vraagt waarom ze dat doen, antwoordt de oudere zus ernstig: “Omdat ze het hele jaar door over onze veiligheid waken”.

Mijn mond valt open van verbazing. Het contrast met Nederland, waar het soms wel een nationale sport lijkt om onze hulpverleners uit te schelden, te bedreigen en te mishandelen, kan niet groter zijn.

Het volgende moment zien we het kroost in de weer in een megakeuken. De allerkleinsten staan op krukjes en helpen mee met het maken van het deeg. De iets oudere jongens en meisjes schillen een enorme berg appels, terwijl de pubers in de weer zijn met het in partjes snijden van het fruit en het in en uit de ovens schuiven van chocoladekoekjes en appelkruimelgebak.

Als alles klaar is, wordt de hele handel feestelijk ingepakt en in een paar grote bestelbussen geladen. Zo rijden ze achtereenvolgens naar het lokale politiebureau, de sheriff en de brandweerkazerne. Op alle plaatsen delen ze lekkers en bedankjes uit, die beide dankbaar worden aanvaard.

Nu we kennelijk leven in een tijd waarin onze veiligheid permanent onder druk staat, zouden wij ook kunnen laten zien dat we onze hulpverleners en andere overheidsdienaren waarderen.

Dus doe eens gek en geef eens – zomaar! – een welgemeend complimentje of bloemetje aan een politieagent, brandweervrouw of ambulancebroeder.

Want zij verdienen allemaal ons respect in plaats van onze middelvinger.

© Pascale Bruinen

Deze column is eerder verschenen in het Algemeen Dagblad.

images-2

 

Betaling in Natura

Het is hennephaaldag. De hele zitting staat volgepland met verdachten die een weedplantage hadden. Omdat de groei van de verboden planten stroom vreet, hebben sommigen ook nog elektriciteit gestolen door de meter te (laten) manipuleren. Dat kan tot levensgevaarlijke situaties leiden, bijvoorbeeld kortsluiting gevolgd door brand.

De volgende verdachte is een vrouw die er een stuk ouder uitziet dan haar kalenderleeftijd van 29 aangeeft. Ze heeft een bleek, vlekkerig gezicht. De uitgroei van haar blondering is tot aan haar oren gezakt. De slobbertrui kan niet verhullen dat ze graatmager is. Ze ziet er ongezond uit.

Ze bekent de hennepplanten op zolder te hebben gehad, zo’n 150 stuks. Het was de eerste keer. En ja, voor de stroom buiten de meter om te laten leggen heeft ze een mannetje laten komen. “Ik had afgesproken dat ik die man € 500,- zou betalen”, zegt ze terwijl ze luidruchtig haar neus ophaalt.

“Hoe heeft u die man dan betaald?”, vraag ik haar omdat ik in het dossier heb gelezen dat ze ruim € 15.000,- schuld heeft. “U had toch helemaal geen geld maar alleen schulden?”

“Toen hij een paar dagen later kwam, had ik mij uitdagend gekleed. Ik wilde het er op aan laten komen dat ik in natura zou betalen. Ik heb die man vier uur lang bezig gehouden. Ik vond hem wel aantrekkelijk”.

Soms kun je als officier ook te veel informatie krijgen. Ik vraag me onwillekeurig af hoe die elektricien er dan wel niet uitzag, want onze verdachte is bepaald niet moeders mooiste. Als ik een snelle blik werp in de richting van de politierechter – die toch wel wat gewend is – zie ik dat zij de verdachte aanstaart.

“Zo, zo, vier uur lang. Dat is een hele tijd”, hoor ik de rechter droogjes zeggen. “Dat hij dan ook nog tijd heeft gehad om de stroom om te leiden. Knap hoor”.

“Ja hè? Hij had het zó gefikst!”, roept verdachte.

“Dat geloof ik graag”, antwoordt de rechter.

Ik vorder dat verdachte een werkstraf krijgt. Een geldboete zie ik bij deze verdachte niet zitten. Niet alleen omdat ze financiële problemen heeft, maar vooral vanwege haar instelling.

Want voordat je het weet, staat ze ook uitdagend gekleed op de stoep bij het Centraal Justitieel Incassobureau.

© Pascale Bruinen

Deze column is eerder verschenen in het Algemeen Dagblad.

3adf1f0a-3e1f-11e5-982d-c6ae4a83349e

Jammer genoeg voor de elektricien zag de dame in kwestie er niet zo uit…

Vers lijk

Ik zit nietsvermoedend achter mijn bureau als mijn opleider ineens aankondigt dat ik naar een gerechtelijke sectie moet. Pardon? Even denk ik nog dat een grapje is, maar het blijkt een serieus voorstel. Hoort bij de opleiding.

Het idee om lijfelijk aanwezig te moeten zijn als een dode van boven tot onder wordt opengesneden vind ik niet bepaald aanlokkelijk. Ik verdring deze informatie in de veronderstelling dat het toch al heel raar moet lopen, wil er zich binnenkort een dergelijke onverkwikkelijke situatie voordoen. Vanaf nu mogen er gewoon geen niet-natuurlijke doden meer vallen.

Twee dagen later ben ik met kramp in mijn maag onderweg naar het mortuarium van het ziekenhuis. Eentje is toch verscheiden, hoogstwaarschijnlijk door een overdosis harddrugs. De politie troost me met de mededeling dat ik ontzettend veel geluk heb. Mijn eerste lijk is namelijk een vers lijk. Om vervolgens in geuren en kleuren te verhalen over de staat waarin een oud waterlijk pleegt te verkeren.

Naar goed plaatselijk gebruik wordt er voorafgaand aan het snijfestijn eerst gezellig samen vlaai gegeten met de politie, de patholoog-anatoom en zijn slagershulpje. Een beer van een vent met handen als kolenschoppen. Ik krijg nauwelijks een hap door mijn keel.

Maar dan moet ik er aan geloven. Het lijk van de onfortuinlijke man ligt op een stalen tafel. Kort na de incisie in Y-vorm begin ik een penetrante rotte eieren lucht te ruiken. De patholoog zegt dat we allemaal zo ruiken van binnen. Lekker!

De ervaring valt uiteindelijk mee. Ik val niet flauw, hoef niet over te geven en vind het zelfs interessant om menselijke organen van zo nabij in het echt te zien.

Bij thuiskomst sla ik de spaghetti bolognese voor één keertje over.

Kwestie van verkeerde associaties.

© Pascale Bruinen

Deze column is eerder verschenen in het Algemeen Dagblad en heeft geleid tot de titel van mijn eerste boek, Mijn eerste lijk is gelukkig vers.

1280px-Rembrandt_Harmensz._van_Rijn_007

Dit is een wat minder vers lijk…

Boek “Het Jaar van de Uil” nu al te reserveren op internet!

Lieve lezers,

Velen van jullie hebben me laten weten nieuwsgierig te zijn naar mijn tweede boek, Het Jaar van de Uil. Hoewel het boek officieel pas op 25 oktober a.s. zal verschijnen bij Kosmos Uitgevers is het vanaf nu al te reserveren via internet. Dus grijp nu je kans:-)

Hier alvast een klein voorproefje…

420066

Schermafbeelding 2016-07-30 om 11.18.03

Te gast bij de Vrouwenopvang

Het is zomaar een toegangsdeur in een onopvallend gebouw. Een naambordje ontbreekt. Wel is er een intercom. Ik meld me aan. Even later gaat de deur open en bevind ik me in een sluis. De deur tot de hal blijft nog even dicht. Aan de door dik glas afgeschermde balie zeg ik dat ik een afspraak heb. Dan schuift ook de andere deur open en sta ik in het Vrouwenopvanghuis.

Een jonge meid in nep uggs en een jas met bontkraag loopt langs me heen de hal uit. Hoewel zelf nog een kind duwt ze met één hand een kinderwagen en bedient ze met de andere haar smartphone. Ze glimlacht flauwtjes naar me.

Na een warme ontvangst word ik voorgesteld aan een prachtige jonge vrouw die veel gelijkenis vertoont met de Amerikaanse actrice Halle Berry. Zij is een ex-cliënte die persoonlijk haar verhaal durft te doen over wat zij heeft meegemaakt. Ik schud haar de hand. Haar donkere ogen kijken taxerend in de mijne. Ze verraden een mix van emoties. Angst. Verdriet. Schaamte. Maar ze stralen ook hoop, liefde en hervonden zelfvertrouwen uit.

Zo’n anderhalf jaar geleden heeft zij – samen met haar twee jonge kindjes – huis en haard halsoverkop moeten verlaten omdat ze na jarenlange mishandeling haar leven niet meer zeker was. Haar toenmalige echtgenoot was onberekenbaar en agressief. Hij hield haar ook scherp in de gaten. Dus moest ze gebruik maken van dat éne moment dat hij even niet thuis was. Ver weg van haar vertrouwde omgeving vond ze hier een veilige plek waar ze niet langer bang hoefde te zijn. Hier kwam ze tot rust.

Na een lang proces heeft ze nu dankzij haar veerkracht, harde werken en hulp van de Vrouwenopvang een eigen huisje gekregen. Ze is klaar voor een nieuwe start.

Bij het afscheid complimenteer ik haar met de waardige manier waarop ze dit pijnlijke verhaal met mij heeft willen delen.

Zij is het levende bewijs van wat ik altijd al wist.

Vrouwen zijn sterk.

© Pascale Bruinen

Deze column is eerder verschenen in het Algemeen Dagblad.

images-1

 

 

 

 

 

 

 

Penitentiaire Vrijhavens

In een van mijn lezingen hou ik mijn publiek voor dat ze zelf de sleutel hebben van hun “gevangenis”. Daarmee doel ik op alle beperkingen en belemmeringen die mensen zichzelf – al dan niet bewust – opleggen waardoor ze per saldo nooit die concrete stap zetten op weg naar hun droom. Ter illustratie toon ik een dia van mezelf achter de tralies van een cel in het roemruchte Alcatraz terwijl vlak naast me de deur wagenwijd openstaat.

Toen ik dit onlangs deelde met mijn toehoorders kon ik niet bevroeden dat echte gedetineerden óók zelf over de sleutel van hun celdeur kunnen beschikken. Als ik het kopje van het bericht in de krant scan, denk ik daarom eerst nog aan een verlate 1 april-grap. Maar het blijkt echt zo te zijn.

Want gevangenen kunnen dankzij binnen gesmokkelde smartphones niet alleen ongestoord telefoneren en internetten, maar krijgen tegenwoordig ook steeds vaker de sleutel van hun eigen cel “om ze meer verantwoordelijkheid te geven”. Dat gebeurt onder andere in Dordrecht. In Zaandam gaat ze dit nog niet ver genoeg want daar krijgen de veroordeelden ook eigenhandig toegang tot andere afdelingen, bijvoorbeeld waar ze werken. Ik probeer me voor te stellen hoe een gevangene zichzelf vrijwillig insluit: eerst even de celdeur goed op slot draaien, vervolgens weer een dag digitaal afstrepen op zijn iPhone en tenslotte  – met sleutel en al – op zijn bed gaan liggen.

Volgens het ministerie van Veiligheid en Justitie “scheelt het de cipiers ook het nodige werk.” Ja, dank je de koekoek. Weer een ordinaire bezuinigingsmaatregel die via een PR-campagne wordt verkocht onder het mom van “zelfredzaamheid”. Hoewel ik ieder mens zijn maximale vrijheid gun, is dit volgens mij een ietwat doorgeschoten voorbeeld van de participatiemaatschappij. En ik altijd maar denken dat gevangenbewaarders het insluiten van gedetineerden als kerntaak hadden. Als we toch bezig zijn met taakverlichting kunnen we gevangenen beter meteen ook de sleutel van de buitendeur verstrekken.

Maar wacht, wat lees ik nu?! “Gedetineerden kunnen niet dag en nacht gebruik maken van de sleutel, maar alleen overdag tussen acht en vijf uur”. Ach gossie.

In de penitentiaire vrijhavens van ons gezellige kikkerlandje is het wachten nu alleen nog op de eerste klacht wegens ongelijke behandeling namens de gedetineerden van de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught.

© Pascale Bruinen

images-1