Van Invasie tot Capitulatie: de Bevrijding van Maastricht (3)

Nee, dit is geen column van mijn hand. Maar een “Kroniek van historische gebeurtenissen, zoals die zijn beleefd door een Maastrichtenaar”. En die Maastrichtenaar was mijn vader, Theo Bruinen. Hij schreef zijn zeer persoonlijke ooggetuigenverslag van die gedenkwaardige dagen in de Tweede Wereldoorlog, dat leest als een spannend jongensboek, op 11 november 2009. Hij was toen 86 jaar. Door zijn kroniek hier een plekje te geven op mijn eigen blog wil ik hem eren voor dit mooie document, dat een getrouwe weergave is van het roerige en emotionele tijdsbeeld van de stad Maastricht, zowel in haar donkerste als in haar vrolijkste dagen. Daarnaast is het nu zeventig jaar geleden dat Maastricht werd bevrijd, zodat het ook om die reden toepasselijk is dit stuk nu te publiceren.

Na het overlijden van mijn vader is zijn kroniek opgenomen in de collectie van het stadsarchief van de gemeente Maastricht, thans het Regionaal Historisch Centrum Limburg genoemd.

Deze week deel 3, het laatste deel. Hier volgt zijn tekst:

Vanaf de bevrijding tot het Ardennenoffensief

De bevrijding verandert ons bestaan wezenlijk. Voorbij is de druk en de dreiging van een meedogenloos regiem. Blijvend is de herinnering aan de massamoord op duizenden landgenoten, de razzia’s, de arbeidsinzet, de kampen en de martelingen.

Na de roes van de bevrijding herneemt het leven zijn gang. .Bedrijven functioneren weer en het werk wordt hervat. Wij koesteren de gevoelens van dankbaarheid en vrijheid. Wij leven immers aan de goede kant van de frontlijn. Op de persen van de “Limburger Koerier” wordt een nieuwe vrije krant gedrukt, die de naam “Veritas” krijgt. De hoofdredacteur blijkt mijn leraar Nederlands te zijn.

Het straatbeeld ziet er nu geheel anders uit.

De gehate uniformen zijn alleen nog te zien bij krijgsgevangenen op doortocht.

Wij bewonderen de jeeps en andere legervoertuigen, wij onderscheiden de verschillende types tanks. Bijzonder indrukwekkend zijn de tanks die landmijnen onschadelijk maken. Wij leren de rangen en bijbehorende emblemen van de militairen kennen.

Voor het eerst zien wij zwarte Amerikaanse soldaten. De integratie van blank en zwart blijkt bij de strijdkrachten nog maar nauwelijks tot stand gekomen te zijn, want de zwarte soldaten dienen in speciale eenheden die zich voornamelijk bezig houden met transport en bevoorrading.

Bijna voortdurend cirkelt boven de stad een klein verkenningsvliegtuig, dat door zijn geringe snelheid en eigenaardig motorgeronk door de inwoners ‘d’n dreuvige’ wordt genoemd.

Ik breng veel tijd door bij de radarwagen van de Anti Aircraft Artillery die gestationeerd is op de speelplaats van een school aan de Herbenusstraat.  Over de radar is nog maar weinig bekend.

De Amerikanen zijn erg open  in het geven van informatie, misschien zelfs tè open. Zo wordt mij uitgelegd dat Maastricht verdedigd wordt door zestien 80 mm kanonnen, waarbij ieder kanon omringd wordt door 4 draaibare 4-loops mitrailleurs. De gehele afweer wordt gestuurd vanuit de radarwagen.

De rantsoenering van levensmiddelen, kleding en schoeisel blijft van kracht. De voeding krijgt een welkome aanvulling met wittebrood uit Zweden. Vriendschap met soldaten laat ons kennis maken met voedsel uit legervoorraden. Zo krijgen veel gezinnen een aanvulling van de rantsoenen, meestal in de vorm van cornedbeef en bonen of zogenaamde k-rations (dat zijn een soort chocoladerepen met hoge voedingswaarde  en bestemd voor soldaten in de voorste linies).

Aan extra kleding komen is moeilijker maar van parachutestof  bijvoorbeeld kan van alles worden gemaakt en Amerikaanse dekens worden getransformeerd tot mantels.

Wie beroepshalve naar België mag reizen brengt stoffen en kousen mee terug. De Belgen blijken  in deze periode er veel beter voor te staan dan wij en daardoor is de waarde van de Belgische frank op de zwarte markt veel hoger dan de officiële koers. Bezit van of handel in vreemde valuta is streng verboden.

Het hoogste gezag over de stad is in handen van de Amerikaanse Town-Major die de dienst “Civil Affairs” leidt.

Het front is nog steeds akelig dicht bij de stad. Dat verklaart waarom voor reizen verder dan Beek, Valkenburg en Gulpen een pasje van Civil Affairs vereist is.

Om onze levensomstandigheden en gevoelens te begrijpen is een korte beschrijving van de militaire situatie onontbeerlijk. Met de verovering van Aken en de mislukte doorstoot naar de Rijnbrug in Arnhem komt de geallieerde opmars tot staan. Ruw gezegd loopt het front van Zeeland via de Biesbosch naar Nijmegen en vandaar naar de Maas tot Maasbracht. Van hier gaat het met een boog langs Zuid-Limburg naar Aken en vandaar ongeveer de Duitse landsgrenzen volgend tot Zwitserland.

De geallieerden benutten de pauze voor het aanleggen van reusachtige voorraden munitie, brandstof en ravitaillering voor het slotoffensief in de komende lente. Tussen het 1e Amerikaanse leger in de sector Luik-Aken en de Britten in de sector Sittard wordt bij Maastricht een geheel nieuw leger ingeschoven, namelijk het 9e onder bevel van generaal Simpson. Met voldoening volgen wij de formidabele opmars van onze Russische bondgenoten. Zij rukken op aan het gehele front van de Baltische tot de Zwarte Zee.

De Duitse propaganda maakt veel ophef over nieuwe geheime wapens. De V1 ofwel “vliegende bom” is een onbemand vliegtuig, dat 1000 kg. springstof bevat. Het wordt gelanceerd en is verder onbestuurbaar. Als de brandstof van de motor op is stort de V1 neer.

Bij het overvliegen volgen wij het projectiel aandachtig en als de motor stopt is het parool: snel dekking zoeken. Na twee explosies van prototypes van de V2 op 14 en 15 september zijn wij verder hiervan gespaard gebleven.

Verraders en collaborateurs worden opgepakt, streng behandeld en vernederd. Voor vrouwen zijn ook beschuldigingen van intieme betrekkingen met Duitsers aanleiding tot kaal knippen. Een aantal bekende stadgenoten wordt staande op een hooiwagen in de stad rondgereden.

Het zal enige tijd duren voordat de wonden van de bezetting zijn geheeld en meer humane opvattingen en de principes van de rechtstaat zullen terugkeren.

Een voorval blijft mij bij. Ik behoor tot een groepje dat vanaf het viaduct in Limmel Duitse krijgsgevangenen in open wagons ziet passeren. Spontaan hebben wij toen gescholden en “ausradieren” geroepen, met opzet het woord gebruikend waarmee de Führer de Engelse steden met totale vernietiging dreigde. Het gooien met stenen, dat één onzer van plan is, vinden wij te ver gaan en kunnen wij voorkomen.

De Amerikaanse genie heeft gezorgd voor twee pontonbruggen over de Maas, één op de plaats van de huidige Noorderbrug en één ter hoogte van de Blekerij. Als ik deze laatste per fiets oprijd, barst een reusachtig kanongebulder los. Ik zie vanuit de richting Slavante drie vliegtuigen naderen, omringd door grote aantallen zwarte pluimen, afkomstig van de luchtafweergranaten. Eén toestel stort neer. Terug van de brug kan niet meer en het enige dat ik kan doen is zo snel mogelijk de andere oever bereiken. Vanuit mijn ooghoek zie ik weer een toestel branden. Dan houdt het vuren ineens op. Ook het derde toestel heeft Maastricht niet bereikt. Mijn vrienden van de Anti Aircraft Artillery ben ik veel dank verschuldigd.

De legerleiding promoveert Maastricht tot “restcenter”, een plaats waar de frontsoldaten korte verloven kunnen doorbrengen. Organisaties als Katholiek Thuisfront schakelen zich hierbij in. Er worden dansavonden georganiseerd, waarbij Maastrichtse meisjes  als partners van de Amerikaanse verlofgangers fungeren. Veel soldaten vinden een tweede thuis bij gezinnen.

De betrekkingen met de bevrijders zijn innig. Vaak zelfs heel innig, getuige het aantal zwangerschappen dat hieruit voortvloeit.

De sfeer van blijdschap als gevolg van de bevrijding wordt levendig gehouden. Opmerkelijk is het groot aantal buurtfeesten in de verschillende stadsdelen.

Het  wachten is nu op het voorjaarsoffensief dat de vrede moet brengen. Dit zal zeker op de agenda staan van de topconferentie op 7 december 1944 waarbij de hoogste legerleiders Eisenhower, Bradley en Montgomery aanwezig zijn. Bijzonder interessant is het feit dat die conferentie gehouden wordt in het Maastrichtse Veldeke-College, dat 5 jaren mijn school was.

Van het Ardennenoffensief tot de capitulatie

Kort voor Kerstmis komt er plotseling een einde aan de betrekkelijke stilte aan de fronten. In de ochtend van 16 december 1944 komen ineens verontrustende berichten op de radio. Een Duits offensief in de Ardennen! De Amerikanen worden overrompeld. Door de dichte mist missen wij de geallieerde vliegtuigen. De Duitsers maken verontrustende vorderingen in de richting van de Maas en er wordt zeer wreed opgetreden tegen de Belgische inwoners.

De reacties van de geallieerden doen chaotisch en paniekerig aan. In de voormalige HBS in het villapark in Maastricht wordt opnieuw een topconferentie gehouden met vrijwel dezelfde legerleiders als op 7 december maar nu om de strategie te bepalen tegen de Duitse aanval. De Engelsen gaan een deel van de frontsector overnemen. Amerikanen vertrekken in zuidelijke richting. Er heerst onrust. Er is een bedreigend gevoel: het zal toch niet zo zijn dat de moffen terugkomen?

Een aantal ongeruste inwoners gaat veiligheidshalve op weg in westelijke richting. Reeds in bezit van een reispas van Civil Affairs voor Zuid-Limburg slaag ik erin deze ook geldig te maken voor Brussel en dan vertrek ik per fiets op weg naar familie in Braine-le-Compte, ca. 50 km ten zuiden van Brussel.

In de buurt van Brussel wordt de stroom vluchters alsmaar groter. Bij gebrek aan voldoende accommodatie wordt er overnacht op vloeren van café’s. In Brussel kan ik een electrische trein nemen naar mijn einddoel.

Mijn verblijf in Braine-le-Compte is geruststellend. De Belgische regering slaagt erin alle pessimisme bij de bevolking weg te nemen. “Het is niet meer 1940”, is de boodschap. Hoewel ook hier nog een distributiestelsel van kracht is, blijkt geen sprake van een tekort aan levensmiddelen. De levendige zwarte handel werkt hier met veel lagere prijzen dan in Nederland.

En dan op 23 december 1944 krijgen wij een schouwspel dat een onuitwisbare indruk achterlaat. In de ochtenduren breekt de hemel open en een heldere winterzon komt te voorschijn. Dat blijkt het signaal voor de grootste inzet van de geallieerde luchtmacht in de oorlog.

Een oorverdovend geluid van vliegtuigmotoren doet iedereen naar buiten komen. Kijkend in zuidelijke richting zien wij eindeloze rijen vliegtuigen in oostelijke richting gaan. Aan de andere kant zijn er eveneens eindeloze rijen vliegtuigen op de terugweg. Wij voelen aan dat dit het definitieve einde betekent van de Duitse ambitie nog iets terug te kunnen doen.

Op 31 december ga ik terug naar Maastricht. Per trein naar Brussel, op de fiets naar Tongeren en vandaar in een Amerikaanse jeep naar huis.

Uit de later bekend geworden geschiedschrijving blijkt zich het volgende te hebben afgespeeld. De frontsector tussen Aken en het groothertogdom Luxemburg was door de Amerikanen zwak bemand. Juist daar dachten de Duitsers nog eens te kunnen toeslaan. Generaal von Rundstedt verzamelde een leger van 250.000 man, waaronder een aantal pantserdivisies. Het offensief was een totale verrassing voor de Amerikanen. De eerste dagen van de aanval werden grote vorderingen gemaakt. Vooruitgeschoven patrouilles bereikten de Maas. Bastogne werd omsingeld. De geallieerde luchtmacht kon niet in actie komen door de dichte mist die enkele weken aanhield.

Pas na wekenlange gevechten begon de geallieerde reactie vruchten af te werpen. Het 9e leger viel de noordflank aan en het 3e leger van generaal Patton bedreigde de Duitse zuidflank. Bastogne, dapper verdedigd door een luchtlandingsdivisie, had stand gehouden en werd ontzet. Van 23 tot 26 december heeft de geallieerde luchtmacht 17.000 vluchten uitgevoerd!

Het Ardennenoffensief was de laatste bedreiging door de vijand. De eerste maanden van 1945 werden gekenmerkt door de voorbereidingen voor de komende geallieerde eindaanval.

Nog voor het grote offensief slagen de Amerikanen erin de brug over de Rijn bij Remagen vrijwel onbeschadigd in handen te krijgen. Kort daarna steken zowel de Amerikanen als de Engelsen de Rijn over.

Een nieuw hoogtepunt in het verloop van de oorlog is de ontmoeting met het Russische leger. Na vier jaren en duizenden kilometers dringen de Russen door tot in Berlijn.

Op 5 mei 1945 zit ik in een bioscoop. Plotseling wordt de film afgebroken. Generaal Blaskowitz heeft in Wageningen de overgave getekend van de Duitse legergroep Noordwest.

De straten lopen vol met blije mensen. De klokken beginnen te luiden en na vijf jaar duisternis springt de straatverlichting aan.

Het spontane volksfeest zal de hele nacht duren.”

J.Th. Bruinen

invasie 5 bevrijding

 

 

Van Invasie tot Capitulatie: de Bevrijding van Maastricht (1)

Nee, dit is geen column van mijn hand. Maar een “Kroniek van historische gebeurtenissen, zoals die zijn beleefd door een Maastrichtenaar”. En die Maastrichtenaar was mijn vader, Theo Bruinen. Hij schreef zijn zeer persoonlijke ooggetuigenverslag van die gedenkwaardige dagen in de Tweede Wereldoorlog, dat leest als een spannend jongensboek, op 11 november 2009. Hij was toen 86 jaar. Door zijn kroniek hier een plekje te geven op mijn eigen blog wil ik hem eren voor dit mooie document, dat een getrouwe weergave is van het roerige en emotionele tijdsbeeld van de stad Maastricht, zowel in haar donkerste als in haar vrolijkste dagen. Daarnaast is het nu zeventig jaar geleden dat Maastricht werd bevrijd, zodat het ook om die reden toepasselijk is dit stuk nu te publiceren.

Na het overlijden van mijn vader is zijn kroniek opgenomen in de collectie van het stadsarchief van de gemeente Maastricht, thans het Regionaal Historisch Centrum Limburg genoemd.

Deze week deel 1. Hier volgt zijn tekst:

Van Invasie tot Capitulatie: De Bevrijding van Maastricht.

Kroniek van historische gebeurtenissen, zoals die zijn beleefd door een Maastrichtenaar.

Inleiding: Euforie na de hel

Als mij gevraagd wordt welke momenten de meeste indruk hebben gemaakt toen de jarenlang gekoesterde droom van bevrijding werkelijkheid werd, dan moet ik er twee noemen.

Voor het eerste gaan de gedachten terug naar de namiddag van 13 september 1944. In de verte klinken geluiden die van gejuich afkomstig lijken. Staande bovenop het bastion de “Erfprins” aan de Statensingel is de toren van het station in Wijck te zien en daaraan wappert de rood-wit-blauwe vlag. Het hijsen van de nationale driekleur is gedurende vier en een half jaar strikt verboden geweest en daarom kan dit maar één ding betekenen: bevrijding!!!

”Zij zijn er nu echt!”

Nu, vele jaren later, ervaar ik bij de herinnering aan dat moment nog steeds de opwinding en het gevoel van onbeschrijfelijke euforie van toen.

Voor het tweede onvergetelijke moment ga ik terug naar de vroege morgen van 14 september toen de eerste Amerikaanse soldaat klimmend en kruipend over de puinhopen van de Servaasbrug de Maastrichtse oever bereikte en daar door de samengestroomde stadgenoten op de schouders werd genomen voor een spontane rondedans. Midden in een gruwelijke wereldoorlog een uiting van blijdschap en warme menselijke gevoelens.

Spannende maanden gingen aan dit moment vooraf.

Van de invasie tot de bevrijding op 14 september 1944

6 juni 1944

Nauwelijks op mijn werkplek  aangekomen gaat om 9 uur de telefoon. Het is mijn schoolvriend die mij dringend verzoekt bij hem thuis “een pakje op te halen”, ons codewoord voor groot nieuws. Ik begrijp hieruit dat er iets belangrijks te melden valt.

Al sinds het begin van de bezetting is het luisteren naar de Engelse radio streng verboden en overtreders riskeren opgepakt te worden door de Gestapo. Ofschoon het nog gevaarlijker wordt na de inleveringsplicht van alle radio’s in juni 1943 heeft mijn vriend een radio achtergehouden en ingebouwd in een oude kast bij hem op zolder. Hier komen wij geregeld bij elkaar en meer op de vloer liggend dan zittend luisteren wij naar de Engelse radio met onze oren tegen het apparaat gedrukt, want de geluidssterkte mag niet te hoog zijn. Omdat de Nederlandstalige uitzendingen van radio Oranje door de Duitsers worden gestoord luisteren wij naar de (ongestoorde) BBC. Gelukkig is onze kennis van het Engels voldoende om het nieuws te volgen.

Als ik bij mijn vriend aankom staat deze mij al op te wachten. “Het is begonnen” is het enige dat hij zegt. Dan direct naar de zolder en wij horen het vertrouwde: “this is the BBC home- and forces program; here is the news and it is Frank Philips reading it”. Vandaag heeft deze aankondiging iets feestelijks. De proclamaties van generaal Eisenhower en Winston Churchill maken duidelijk dat de invasie nu echt een feit is !!

Jarenlang hebben wij hiernaar uitgekeken in de overtuiging dat bevrijding en overwinning alleen op deze wijze bereikt kunnen worden. Normandië blijkt het eerste invasiedoel te zijn en dat is verrassend omdat het niet op de kortste afstand vanuit Engeland ligt. Wij blijven in grote spanning alle berichten beluisteren op wat later “de langste dag” zou worden genoemd.

7 juni – 24 juli 1944

Deze periode wordt gekenmerkt door hevige strijd en moeizame uitbouw van de gevormde bruggenhoofden. Dagelijks pas ik op een gedetailleerde kaart van Normandie de frontlijn aan.

Ik raak vertrouwd met de namen van steden en dorpen: Caen, Bayeux, Saint Lo, Falaise, Arromanches, St Pierre-Eglise. De bevrijding van Cherbourg betekent het verwerven van een grote haven, dringend nodig na de storm die de kunstmatige Mulberry-haven verwoestte.

Al met al een spannende periode.

De bezetting wordt grimmiger. Enkele maanden tevoren krijgen de jaargangen 1922, 1923 en 1924 – waartoe ik behoor – integraal bevel zich te melden voor de arbeidsinzet in Duitsland. Werkgevers van “kriegswichtige” bedrijven kunnen mondjesmaat vrijstelling krijgen via speciale “Ausweise”. Gelukkig worden bijna alle bedrijven als zodanig beschouwd.

Geregeld worden op straat razzia’s gehouden om de weigeraars van de “Arbeitseinsatz” op te pakken. De rantsoenering wordt steeds krapper.

24 juli – 3 september 1944.

Dan komen de berichten waarop wij bijna 7 weken hebben gewacht.

Op 24, 25 en 26 juli forceren de geallieerden een doorbraak bij Avranches en vanaf dat moment waaieren zij uit over Frankrijk. Eén maand later volgt de bevrijding van Parijs dat ontkomt aan vernielingen, omdat de Duitse commandant het bevel “verschroeide aarde” toe te passen, negeerde.

Behoudens enkele bommen in mei 1940 is Maastricht tot dusverre gespaard gebleven van ernstig oorlogsgeweld. Jarenlang zijn wij gewend geraakt aan het geluid van s’nachts overvliegende eskaders van de Royal Air Force wanneer wij op de aanvliegroute lagen van de als doelwit gekozen Duitse steden. Luchtgevechten, afweergeschut en neergestorte vliegtuigen waren de oorzaak van veelvuldig luchtalarm, doch van een gerichte aanval is nooit sprake geweest.

Dat wordt nu anders.

De geallieerde luchtmacht valt tot ver achter het front de Duitse verbindingslijnen aan. Dit gebeurt met lichte bommen en boordgeschut door de zogenaamde jachtbommenwerpers maar ook door formaties “vliegende forten” die vanaf grote hoogte het gekozen doel aanvallen met een “bommentapijt”, zo genoemd omdat de vliegtuigen hun bommen vrijwel gelijktijdig droppen, waardoor een grote oppervlakte rond het doel getroffen wordt.

Op 18 augustus krijgen wij een voorproef van het leed dat de strijd kan meebrengen. Amerikaanse eskaders werpen midden op de dag twee bommentapijten op de spoorbrug over de Maas met als resultaat bijna honderd doden en twee verwoeste woonwijken op de beide oevers. Extra triest is het feit dat de brug nauwelijks beschadigd wordt.

Na de val van Parijs beginnen wij serieus aan onze eigen bevrijding te denken. Het gaat er nu om wanneer en hoe want dat de bevrijding eens zal komen hebben wij steeds rotsvast geloofd, zelfs op kritieke momenten zoals tijdens de “slag om Engeland” en de opmars naar Moskou. Vooral het hoe houdt ons bezig. Het slechtste scenario zou zijn middels straat- en huis-aan-huis gevechten zoals b.v. in Caen, Falaise en Cherbourg. Daarentegen zijn Rome en Parijs voorbeelden van een gelukkig scenario. Onze grote vrees is dat het front vóór Maastricht zal vastlopen na de snelle opmars tot nu toe.

Ondanks de oplopende spanning kunnen wij een gevoel van opwinding niet onderdrukken. Wij zijn immers getuige van historische gebeurtenissen van een enorme importantie. Het nieuws van de bevrijding van Brussel op 2 en 3 september heeft een euforische stemming tot gevolg. Nog maar 100 km!

Al onze aandacht is nu gericht op Tongeren want vanuit die richting verwachten wij de bevrijders. De lange verbindingslijnen vertragen de opmars, voornamelijk wegens stagnatie van de brandstofaanvoer.

Later vernemen wij dat als gevolg hiervan de infanterie taken van de gemotoriseerde eenheden moest overnemen hetgeen uiteraard van invloed was op het tempo van de opmars.”

J.Th. Bruinen

invasie 1