Vluchtige Momenten

Het is nog vroeg in de ochtend. Het zonlicht is nu op zijn mooist, nog fris en fruitig.  Ik loop alleen langs de branding van de Caribische Zee. Het zand voelt zo zacht als zijde. Ik ben op zoek naar schelpjes. Morgen vertrekken we weer naar huis en ik wil heel graag iets tastbaars hebben om mee te nemen.

Soms spoelt de zee liefelijk over mijn voeten. Gebiologeerd kijk ik naar mijn voetstappen die ik achter heb gelaten in het witte zand. Het volgende moment zijn ze weg, overspoeld door een golf. Vlakbij duikt een koddige pelikaan loodrecht het kristalheldere water in op zoek naar zijn ontbijt. Ik adem diep in en kijk naar het spectrum van blauw dat zich voor mijn ogen ontvouwt. Het is en blijft een levend kunstwerk.

Op het nog goeddeels verlaten strand komt me een mevrouw tegemoet gelopen. Zo te zien is ze van mijn leeftijd. Ze heeft zo’n ziplockbag bij zich en doet precies hetzelfde als ik. Zo te zien heeft ze er al een paar schelpen in zitten.

Als we elkaar tot heel dicht genaderd zijn, hebben we even oogcontact. In dat moment snappen we elkaar volkomen zonder ook maar iets te hoeven zeggen. Ik voel gewoon dat zij in net zo’n melancholieke bui is als ik.

Er ontstaat een praatje. Zij vertelt dat ze van Boston is.

“Morning is the best time of the day, don’t you think?”, vraagt ze me. Ik knik instemmend.

“I like it so much because you still have the whole day ahead of you”, antwoord ik haar. Nu  is het haar beurt om bevestigend te knikken.

“Yes, you are so right! Have a great day!”, zegt ze. En dan gaan we ieder ons weegs.

Na een tijdje draai ik terug. En ja hoor, even later treffen we elkaar weer. We moeten er beiden om lachen. Als we binnen gehoorsafstand zijn, beken ik aan haar dat ik ook altijd wat zand mee neem. “Oh, I always do that too!”, lacht ze.

“I desperately want to have something that will remind me of all this”, antwoord ik haar terwijl ik een weids gebaar maak. “So once at home, I make a mini Caribbean display with sand and shells. That way, I try to hold on to these beautiful but fleeting moments”.

“I know exactly what you mean”, zegt de vrouw.

We wensen elkaar nog een fijn verblijf en een veilige terugvlucht en dan scheiden onze wegen weer, dit keer voorgoed. Grappig hoe we niet eens van elkaar weten hoe we heten, maar wel zo’n diepgaand gevoel kunnen delen.

Vluchtige momenten.

Wanhopig proberen we ze op de een of andere manier te bewaren. We fotograferen en filmen ons allemaal 24/7 helemaal suf, zodat we prachtige ogenblikken eindeloos kunnen terughalen. Maar wat we eigenlijk willen, is  dat ze nooit voorbij zouden gaan.

Terwijl we druk doende zijn om alles vast te leggen, weten we diep in ons hart al dat we ze los zullen moeten laten.

Daarom kun je maar één ding doen: proberen om zoveel mogelijk memorabele gebeurtenissen aan elkaar te rijgen en ze dan zo bewust mogelijk te beleven.

Want de mooiste dingen in het leven zijn nu eenmaal niet vast te houden.

© Pascale Bruinen

Vluchtige momenten

 

 

Advertenties

Zoete Wraak

De cafetaria op het vliegveld van Fiumicino in Rome is niet echt aanlokkelijk maar we zullen het ermee moeten doen. We hebben immers nog wat tijd te doden voordat onze vlucht vertrekt, dus houden vriendin M. en ik een tafel bezet terwijl onze mannen in de rij gaan staan voor een hapje en een drankje.

Een smalle, slungelachtige jongen van de poetsploeg komt naar ons toe. Aan zijn gezicht te zien heeft hij er niet echt zin in vandaag, want het staat op onweer. Hij heeft een grote plastic bak in zijn handen waarin al het nodige vuile serviesgoed zit. Zonder een woord te zeggen begint hij de vieze koppen en borden, die de vorige klanten op ons tafeltje hebben achtergelaten, in zijn bak te smijten. Hij doet dit zo hard, dat de inhoud van de bak vervaarlijk rinkelt. M. en ik kijken elkaar even aan.

“Altijd een feest, zo’n werknemer die overduidelijk plezier heeft in zijn werk”, zeg ik tegen haar. Op datzelfde moment graait hij een – nog bijna vol – melkkannetje van onze tafel en gooit dat opzettelijk met een ferme zwaai bij de rest van het mishandelde serviesgoed in zijn bak.

Wat ik vrees, gebeurt prompt. De melk vliegt over de rand en druipt niet alleen op maar ook langs onze tafel, bovenop onze tassen die we daar net hebben neergezet. Ik kijk hem boos aan en zeg in het Italiaans (dat ik vloeiend spreek) dat hij moet opletten wat hij doet, waarbij ik hem wijs op de melk die zich inmiddels een weg baant onder onze tafel. Als antwoord krijg ik te horen dat hij dit “niet expres” deed, maar de ronduit valse grijns die mij ten deel valt als hij me daarbij recht aankijkt vertelt een ander verhaal. Vervolgens draait hij zich om en loopt doodgemoedereerd weg. Geen woord van excuus, laat staan dat hij de melk opveegt.

Ik voel mijn bloeddruk stijgen van kwaadheid over zoveel lompheid. Ik schuif mijn stoel naar achter en loop met versnelde pas achter hem aan. Ik vraag hem terug te komen om zijn rotzooi op te ruimen, maar hij kijkt niet op of om en loopt gewoon door.

Ik besluit het er niet bij te laten zitten en ga naar een van de dames die zo te zien hoger in de pikorde staan dan dit asociaal mannetje. Eén ervan blijkt inderdaad zijn leidinggevende te zijn. Ik doe op verontwaardigde toon mijn verhaal en eis dat zij hem opdracht geeft de boel te komen opruimen. “Ahhh…, signora!”, verzucht ze, waarna ze haar schouders verontschuldigend ophaalt en over gaat tot de orde van de dag. Even ben ik totaal verbijsterd over zoveel lethargie, maar ik had kunnen weten dat het zo werkt. We zijn per slot van rekening in zuidelijk Italië, waar ze zich kennelijk niet zo snel druk maken over werknemers die hun klanten schofferen.

Als ik terugkeer bij onze tafel komt de stoom me uit de oren. Onze mannen – die niets hiervan hebben meegekregen – hebben intussen croissants, koffie, thee en water meegenomen. M. heeft met wat servetten de ergste melkschade opgedept, maar gezamenlijk zinnen we nu op wraak.

Als we klaar zijn met eten, krijgen M. en ik tegelijkertijd het idee om dit keer eens níet alles keurig achter te laten. In plaats daarvan besluiten we eensgezind om er een zo groot mogelijke rotzooi van te maken. M. trekt alle suikerzakjes open en wrijft de inhoud uit over de hele tafel. Ik hou de borden ondersteboven en strooi zo alle kruimels over het tafelblad. Uit een ooghoek zie ik her en der mensen verwonderd kijken, maar dat boeit me nu eens niet. M. schudt de restjes koffie uit, terwijl ik mijn mok omkeer zodat de laatste slok thee niet in mijn keel, maar op de tafel terechtkomt. Als toetje gooien we nog het overgebleven water over de plakzooi en dan vertrekken we.

Als we op veilige afstand zijn, zeg ik tegen de anderen dat ik wil toekijken als onze poetser onze tafel moet gaan afruimen. Maar op hetzelfde moment bedenk ik nog iets veel beters: ik wil er stiekem foto’s van maken!

En zo kan het gebeuren dat ik me op een Italiaanse luchthaven verlaag tot paparazzi-achtig gedrag door, (hoe klassiek wil je het hebben?) verscholen achter een pilaar, foto’s te maken als dat vervelende kereltje onze speciaal voor hem achtergelaten presentjes opruimt.

Kinderachtig? Zeker.

Maar o, wat kan wraak zoet zijn.

© Pascale Bruinen

Zoete wraak

Als “paparazza” ben ik geen knip voor de neus waard, want ik heb hem alleen maar van achteren kunnen fotograferen. Maar daar is hij dan, onze Werknemer van de Maand (staand met wit hemd en zwart petje), terwijl hij onze tafel opruimt. Jammer dat ik zijn gezicht niet heb gezien toen hij ons afscheidscadeau ontdekte…

 

 

 

 

Nautische Mijmeringen

De zee is nagenoeg glad. Her en der rimpelt ze lieflijk, alsof een vrouwenhand zachtjes over blauw fluweel strijkt. Het water is als een schilderspalet waarop de kunstenaar los is gegaan in alle mogelijke kleuren blauw. Dichtbij zie ik azuur, turkoois en aquamarijn. Als mijn blik verder weg dwaalt over de reling ontwaar ik saffier, staal- en hemelsblauwe tinten, om aan de einder tenslotte te eindigen in een mengeling van de kleur van korenbloemen, kobalt en de inhuldigingsjurk van Máxima.

Ons schip lijkt niet zozeer te varen, maar eerder volslagen moeiteloos te glijden over een onmetelijke zilte vlakte. Hier wordt stilte hoorbaar.

Het eindeloze ritme van het water heeft een hypnotisch effect op me. Ik staar en staar en staar. Mijn ogen, gewend als ze zijn aan het ingeklemd zitten tussen de vier muren van huis, kantoor en zittingszalen, kunnen er maar geen genoeg van krijgen. De weidsheid van de zee geeft me een enorm gevoel van vrijheid. Mijn gelukshormonen zijn nog de enige die werken. Die maken nu zelfs overuren.

De zon zakt langzaam richting horizon. Voordat ze straks helemaal verdwijnt, laat ze mij  eerst nog genieten van een onvoorstelbare lichtshow. Als haar stralen de golven raken,  lijken ze eerst in miljoenen glazen stukjes te breken om vervolgens in een glinsterende sterretjesregen neer te dwarrelen.

Cruisen is ideaal voor moderne nomaden zoals ik. Voor mij niks ergers dan verplicht twee weken op één en dezelfde locatie te moeten zitten. De eerste avond met zijn allen even naar dat gezellige stadje. Leuk! De tweede avond ook, al heb ik het stadje dan al in een kwartiertje gezien want alles is nu een stuk bekender. En de derde avond verveel ik me er doorgaans al dood, zeker als er alleen maar van die toeristenwinkeltjes zijn.

Nee, dan cruisen! Het is heel dubbel: ik zie altijd reikhalzend uit naar de volgende bestemming maar ben evenzeer in mijn nopjes als we ’s avonds weer uitvaren, het onbekende tegemoet. Volgens de ongeschreven wetten van het cruiseleven wordt er dan altijd gezwaaid naar mensen op passerende bootjes (en geloof me, in vergelijking met ons schip lijken álle andere vaartuigen eerder van speelgoedformaat). En het leuke is: die zwaaien ook zonder uitzondering terug. Dat heeft gewoon wat. Volslagen onbekenden op weg naar totaal verschillende bestemmingen wiens zeewegen zich dat ene moment even kruisen en die elkaar enthousiast begroeten…Ik krijg er, ook na al die jaren, nog steeds kippenvel van.

Het blijft een heerlijk gevoel om na een opwindende ontdekkingsdag aan wal weer terug te keren op het schip, dat in feite een bestemming op zich is. De bemanning heeft gelijk als ze ons vriendelijk begroeten met “Welcome home!” want zo voelt het ook echt. En ’s ochtends is het steeds een feest om aan dek te gaan en te zien naar welke prachtige nieuwe plek het schip me nu weer heeft gebracht.

Ah, het leven op zee is mooi.

cruisemijmeringen

 

Van grazende nijlpaarden en parende pinguïns

Ter gelegenheid van mijn vijftigste verjaardag heb ik geen surprise party, groots opgezet familiefeest of een soortgelijk sociaal gebeuren. Nee, bij deze speciale gelegenheid zorg ik ervoor dat ik héél ver weg ben, zodat enige heimelijke Sarah-activiteiten aan mijn voordeur al op voorhand wreed in de kiem worden gesmoord. Want ik reis met H. naar Zuid-Afrika, iets dat we al veel langer wilden doen maar er nog niet van was gekomen. Dit keer gaat het gebeuren want een beter moment is er niet (zie voor eerdere columns over deze trip “Wat ruist er door het struikgewas?” (1), (2) en (3) op deze blog).

In de aanloop naar onze droomreis krijgen we nogal wat commentaar als we aangeven dat we daar met zijn tweetjes gaan rondreizen in een huurauto. In no time stapelen zich de horrorverhalen op. Vrienden, collega’s en familieleden waarschuwen dat we een levensgroot risico lopen op verkrachting, overval en moord of dikke kans maken om opgevreten te worden door op mensenvlees beluste katachtigen (aan land) danwel the great white (op zee). En mochten we dat allemaal niet meemaken c.q. wel overleven, hetgeen zo goed als ondenkbaar is, dan worden we vast geveld door malaria of geplet door een opgefokte mannetjes olifant met een overdosis aan testosteron.

Dat laatste blijkt overigens misschien nog wel het minst onwaarschijnlijke scenario, getuige het nieuwsbericht dat we tegenkomen luttele dagen voor ons vertrek. In het Krugerpark (yep, daar gaan wij ook naar toe) blijkt een dolgedraaide dikhuid een koppel dat er in hun huurautootje reed te hebben aangevallen. De onfortuinlijke safarigangers zijn beiden gewond geraakt, van wie de vrouw zelfs ernstig. En, jawel, uiteraard heeft iemand het hele dramatische gebeuren op youtube gezet. En nee, ik heb niet gekeken want dat is niet bepaald mijn idee van voorpret.

Een van onze bestemmingen is St. Lucia, een plaatsje aan de Indische Oceaan dat ligt temidden van het natuurreservaat iSimangaliso Wetland Park en bekend staat om zijn krokodillen en nijlpaarden. Laatstgenoemden zouden zelfs na het invallen van de duisternis door de straatjes van het stadje lopen… Als ik ’s ochtends bij het ontbijt in onze gezellige Bed & Breakfast van een Engelse gast hoor dat zij gisteravond met succes in het donker is gaan zoeken naar nijlpaarden, kunnen wij natuurlijk moeilijk achterblijven. Dus besluiten we gezamenlijk (nou ja, H. wil ook na enig aandringen mijnerzijds) dat dit ons avondvermaak zal worden.

En zo geschiedt het dat we in onze huurauto de pikdonkere straten van St. Lucia opzoeken. We denken dat we de meeste kans maken langs het water (toegegeven, hiervoor hoef je bepaald geen raketgeleerde te zijn) dus rijdt H. daar extra langzaam en met groot licht aan rond. Als we na ruim een kwartier nog steeds geen nijlpaard hebben gevonden, begint het lollige gevoel plaats te maken voor teleurstelling. Hier rijden we dan de duistere straten op en af zonder ook maar één hippo tegen te komen. Maar dan roept H. luid: “Daar zijn ze!” en even later baden twee nijlpaarden in de zee van onze koplampen. Ze staan langs de oever (dus toch!) op een grasveld en grazen net als een Nederlandse koe dat zou doen. Het is een potsierlijk gezicht, die logge beesten met hun belachelijk korte dikke pootjes die zich te goed doen aan het gras. En, o ironie, ze staan met zijn tweeën pal onder het bord dat passanten waarschuwt voor…juist ja, nijlpaarden.

Onze reis voert ons later nog naar de regio rondom Kaapstad, alwaar een ander bijzonder dier resideert: de Afrikaanse pinguïn. Deze leeft, in tegenstelling tot de meeste van zijn soortgenoten, niet tussen sneeuw en ijs maar op een fantastisch wit zandstrand (als ik pinguïn was, zou ik ook wel weten waar ik liever rond zou willen waggelen). Op het oogverblindend mooie Boulders beach vinden we ze terwijl ze druk bezig zijn met paren en vooral nesten maken voor hun donzige jongen. Ze zijn zo koddig en aandoenlijk dat ik, ook na behoorlijk lange tijd staren, fotograferen en filmen, nog steeds geen zin heb om te gaan.

Terwijl ik daar in de stralende zonneschijn aan dat hek sta en deze prachtige dieren mag aanschouwen in hun natuurlijke habitat van strand en zee, voel ik me intens gelukkig. Dit is waarom ik zo graag reis. Zo voel ik me vrij. Zo voel ik me rijk. Zo voel ik dat ik lééf.

Augustinus verwoordde het zo: “De wereld is een boek. Wie niet reist, leest enkel één bladzijde”.

Geef mij maar dat hele boek.

© Pascale Bruinen

Van grazende nijlpaarden en parende pinguïnsKroko in de wetlands

van grazende nijlpaarden 3

Let op het bord (daarop staan nijlpaard en krokodil getekend als waarschuwing)!

Van grazende nijlpaarden 4

oooooohhhhh…..

van grazende nijlpaarden 6

St. Augustinus had helemaal gelijk…

Vakantieherinneringen (3)

De tijd: ergens begin jaren tachtig van de vorige eeuw. De plaats: een Novotel, ergens in het midden van Frankrijk.

Mijn vader, bon vivant en lekkerbek pur sang, heeft de gewoonte om nogal wat Franse kazen te verschalken als dessert. Dit tot grote ergernis van mama, die zich steevast schaamt omdat ze vindt dat hij te veel van deze hartige hapjes opeet. Na de zoveelste discussie is hij het zat. Om zeker te weten wat de etiquette in deze nu precies voorschrijft, besluit hij aan een Franse ober advies te vragen over hoeveel hij nu echt mag kiezen van zo’n kaasplateau. Het antwoord? “Tant que vous voulez, monsieur!” (Zoveel als u maar wilt, meneer!).

Dat is natuurlijk niet aan dovemansoren gezegd. En dus bestelt hij de eerstvolgende keer op vakantie in Frankrijk met enig gevoel van triomf weer het kaasplateau en… ja hoor, de ober is zo onverstandig het ook nu weer onbeheerd op tafel achter te laten. Papa doet zich dan ook zonder enige schuldgevoel tegoed aan het ene na het andere heerlijk stukje fromage. Als hij eindelijk klaar is liggen nog zegge en schrijve anderhalf schijfje Brie, drie walnoten en zes (= alle!) druiven op de chique etagère.

Papa roept de ober voor de rekening. Als de garçon onze tafel nadert zie ik hem van kleur verschieten. Hij kijkt nadrukkelijk naar het bijna leeggeplunderde plateau, neemt het sierlijk bij het zilveren stangetje in zijn hand en draait het – demonstratief en extra langzaam – pal voor paps neus in de rondte. Ik zie dat dit schouwspel ook de aandacht trekt van de andere gasten in de eetzaal.

Mama’s gezicht staat op onweer. Ze heeft grote rode blossen op haar wangen en weet niet waar ze moet kijken. Het zou mij niet verbazen als papa’s scheenbeen nu ieder moment kan worden geraakt door een welgemikte trap van onder het tafelkleed. Ondertussen zit papa er, indachtig het gegeven advies, zo te zien helemaal niet mee. Hij lijkt de onschuld zelve.

Een variant op dit kaasdrama is de keer dat we in een ander Novotel overnachten op weg naar onze eindbestemming in Spanje. We gaan ’s avonds dineren in het restaurant. Bij het gekozen menu hoort een dessertbuffet. Mama ziet de bui al weer hangen, kijkt pap waarschuwend aan en zegt dat hij zich dit keer in moet houden. Advies van Franse obers of niet,  maar een publiekelijke vernedering zoals die vorige keer trekt ze niet meer.

Tot ons beider verbazing gedraagt papa zich echter meer dan keurig. Zo neemt hij deze keer slechts twee bescheiden plakjes kaas en zelfs helemaal geen fruit.

Mama’s opluchting is dan ook groot maar duurt slechts tot in de gang naar de hotelkamer. Op dat moment zien we papa namelijk ineens schuddebuiken van het lachen. Omdat we het niet vertrouwen, vragen we hem enigszins achterdochtig wat er in hemelsnaam zo grappig is.

“Nou, dit hier!”, weet hij nog net hikkend uit te brengen.

En dan opent hij de palm van zijn hand zodat deze de verborgen inhoud ervan prijs geeft: een klokkenhuis van iets wat ooit een peer en een appel is geweest was en een heel stel druivenpitten…

© Pascale Bruinen

Vakantieherinneringen (3)

Magisch Miami (2)

Here I am in the place where I come let go

Miami the base and the sunset low

Everyday like a mardi gras everybody party all day

No work all play okay

Uit: Welcome to Miami, Will Smith.

Miami.

The place to be. Voor fotomodellen, acteurs maar ook voor doodgewone toeristen zoals H. en ik.

Het toeristische middelpunt van de greater Miami area is natuurlijk South Beach dat pal aan de oceaan ligt en waar je de wereldberoemde Ocean Drive en het Art Deco District vindt. In SoBe, zoals South Beach ook wel wordt genoemd, is alles mogelijk en niks te gek.

Aan de ene kant van Ocean Drive vind je onder andere Lummus Park waar joggers hun rondjes maken tussen de geurende bloemen en wuivende palmen. Hier tref je her en der ook de daklozen die om  negen uur ’s morgens nog hun roes liggen uit te slapen op het gras. En er mogen dan wel zwervers zijn, zwerfvuil zul je nergens op straat zien liggen. Iedereen – zwervers incluis – gooit zijn afval keurig in de daarvoor bestemde bakken.

Aan de overkant van Ocean Drive kun je uitstekend mensen kijken op de vele terrasjes van hotels, café’s en eetgelegenheden met tot de verbeelding sprekende namen als The Cardozo, The Carlyle, The Leslie en The Betsy. 

Op Ocean Drive is het zien en gezien worden, ook voor de meest uiteenlopende exclusieve en peperdure voertuigen, convertibles en stretch limousines die expres in een slakkengang op en neer rijden, vaak met bloedmooie feestende meiden die uitgelaten schreeuwend rechtop in het geopende deel van het dak staan.

Overal klinkt muziek. Lounge, salsa, reggae, Cubaanse klanken. Als het maar zwoel is, zodat het perfect past bij de suptropische klamme temperaturen.

En waar anders dan in Miami kun je een zakenman in beige kostuum zien die op skates naar zijn werk gaat, gevolgd door een donkere vrouw op een rood-geel-groen rijwiel in ultrakort broekje en minuscule bikini bovenstuk met een oversized koptelefoon op haar hoofd en een jonge god, alleen gekleed in zwemshorts, die sierlijk voorbij zwiert op een driewielige step? Op de een of andere manier smaakt je ontbijt zoveel beter als je deze taferelen mag aanschouwen tegen een fel blauwe hemel terwijl een zilte zeebries zachtjes door je haren gaat.

Op de Oceanfront Boardwalk, een prachtig aangelegde smalle boulevard die parallel aan de oceaan loopt, kun je bijna zes kilometer lang wandelen en kom je langs mooie en beroemde hotels, zoals het Fontainebleau of Eden Rock. Hier zie je de gezondheids- en fitnessverslaafden rennen, fietsen en skaten. Wat meteen opvalt, is dat ze allemaal zo beleefd zijn. Niks voetgangers bruut uit de weg duwen. Hier slalommen ze voorzichtig om je heen en zeggen zelfs excuse me als ze je passeren of thank you so much als je voor ze opzij gaat. Leven en laten leven.

Behalve fun in the sun is Miami ook het summum van cool als het gaat over architectuur. De wereldberoemde Art Deco gebouwen uit de jaren twintig en dertig met hun zoete pasteltinten, aparte details en typische neonverlichting echoën tot en met de dag van vandaag de allure van filmsterren en de rich and famous. Gebouwen als The Tides of The Clevelander spreken echt tot de verbeelding.

Ook de iconische hotels ademen vaak deze sfeer. Sommige zul je ongetwijfeld herkennen van menige film of tv-serie. Bijvoorbeeld The Loews, The Sagamore, The Raleigh, The James Royal Palm of The Delano. Ze zijn geen van alle goedkoop, maar dan kun je ook wel genieten van een fantastische architectuur, een geweldige ligging pal aan het strand en een uitstekende service. Aan hot times ’n cool drinks dus geen gebrek.

Maar bovenal betaal je om van die typische Miami sfeer van strak design, ultra hippe kunst, relaxte mentaliteit en mooie mensen te genieten. En over die laatste gesproken: Miami is ook de enige stad ter wereld die een volleybal-toernooi organiseert dat uitsluitend professionele fotomodellen toelaat als deelneemsters.

Als dat voor jullie heren geen goede reden is om af te reizen naar the magic city weet ik het ook niet meer.

© Pascale Bruinen

miami art deco7

Magisch Miami (1)

“This the type of town, I could spend a few days in 

Miami, the city that keeps the roof blazing

Party in the city where the heat is on 

All night on the beach till the break of dawn 

Welcome to Miami (Bienvenido a Miami)”

Uit: Welcome to Miami, van Will Smith 

Deze lofzang op de bekendste stad van de Sunshine State Florida, is helemaal terecht.

Miami is hot, hip and happening. De onweerstaanbare mix van het relaxte Latijns-Amerikaans-Caribische sfeertje, de Amerikaanse welvaart, de alom aanwezige zon, de mooie Art Deco gebouwen, de beautiful people en de hippe tenten met dito muziek en wereldberoemde DJ’s trekt het hele jaar door bezoekers van over de hele wereld.

Zo ook schrijfster dezes. H. en ik komen er graag. We zijn vooral gecharmeerd van de Caribische don’t worry-mentaliteit, muziek en kookkunst die de Cubanen – die in de jaren zestig massaal het communistische land verlieten –  mee hebben genomen naar het beloofde land Amerika.

Miami wordt ook wel liefkozend “the magic city” genoemd. Deze naam heeft de stad te danken aan het feit dat ze in minder dan honderd jaar tijd van een vrijwel onbewoond moerassig gebied is uitgegroeid tot een metropool van betekenis. Miami weet zichzelf telkens opnieuw uit te vinden. Van de Amerikaanse Rivièra uit de jaren vijftig tot The Gateway to the Americas en cruise capital of the world anno nu.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw werd Miami als toeristische bestemming wereldwijd gepromoot door de succesvolle misdaadserie Miami Vice, waar stoere hetero mannen voor het eerst pastelkleurige t-shirts droegen, ultra luxe villa’s dienden als plaats delict en sexy dames paradeerden in een weinig verhullende bikini tegen de achtergrond van zon, zee en zinderende achtervolgingsscènes met snelle jongens en nog snellere boten.

Recenter is de stad weer in beeld gekomen met CSI Miami, waar min of meer dezelfde ingrediënten met succes worden gebruikt. De korte aerial shots van de skyline en de kuststrook van South Beach roepen onmiddellijk een gevoel van glamour op.

Miami wordt tegenwoordig dan ook niet voor niets geassocieerd met jet set, supermodels, popsterren en de wereld van tv en film.

Het mooie aan Miami vind ik de combinatie van een bruisende wereldstad met brede en oogverblindend mooie witte zandstranden aan een saffierblauwe oceaan. Hier kun je een interessante stedentrip en exotische strandvakantie in één beleven. Miami heeft het allemaal.

Op het kilometerslange strand heb je altijd genoeg ruimte. Hier hoef je nooit, zoals in menige Zuid-Europese bestemming,  handdoek aan handdoek te liggen. Het water van de Atlantische Oceaan is Caribisch blauw, warm en zeer helder. Af en toe vliegen aandoenlijke pelikanen in formatie voorbij. Op het strand kun je ook de wereldberoemde kleurige strandwacht-huisjes bewonderen die Miami Beach zo typeren.

Behalve als strandaanbidder kom je in deze stad met in totaal zo’n 23 (!) winkelcentra ook als shopaholic volop aan je trekken. De shopping malls zijn typisch Amerikaans: groter dan groot, super schoon en met ongeëvenaarde service en klantvriendelijkheid. Na al dat Yes, ma’am, How are you doin’ today? en My pleasure! wordt het in Nederland gegarandeerd weer afkicken geblazen.

Maar verslavend is vooral het typische sfeertje.

Dus wees op je hoede: Miami kan je betoveren!

© Pascale Bruinen

miami beach boek

miami strandwacht huisje2