Boekpresentatie 30 oktober 2016 in Boekhandel Dominicanen te Maastricht

Het was een onvergetelijke middag met al mijn dierbare familieleden, vrienden en kennissen om me heen, sommigen zelfs helemaal uit Catalonië! Er was heel veel belangstelling, echt hartverwarmend om te zien.

Iets na vieren, na een warm woord van welkom door Ton Harmes – eigenaar van Boekhandel Dominicanen – neemt de acquirerend redacteur van Kosmos Uitgevers, Annelies Nijboer, het woord. Haar speech is weliswaar kort, maar raakt me zeer door de mooie woorden die ze spreekt over onze fijne samenwerking en het prachtige eindresultaat daarvan, namelijk mijn boek.

Daarna krijg ik zelf het woord. Ik vertel een heel persoonlijk verhaal over hoe ik de tijd na het overlijden van mijn vader destijds heb beleefd, en welke prachtige dingen op mijn pad zijn gekomen na deze verdrietige gebeurtenis. Tijdens mijn speech word ik onverwacht zelf ineens erg emotioneel als ik ben aanbeland bij het moment waarop de wet van de aantrekkingskracht zich op volle sterkte aan mij heeft getoond. Her en der zie ik hoe mijn toehoorders hun ogen met een zakdoekje moeten betten…

Na mijn speech is het moment daar om het allereerste exemplaar van mijn boek uit te reiken aan Egbert Brons, trainer/coach/procesbegeleider maar ook onderzoeker van de kunst der creatie. Met name vanwege dat laatste is hij de geknipte persoon om het eerste boek, dat immers ook gaat over de magie van manifestatie, in ontvangst te nemen. Egbert verbaast alle aanwezigen, inclusief ondergetekende, door te vertellen over de dertien maanden kalender; in deze telling blijkt het nu de maand te zijn van de …uil! Hij benoemt nog meer ‘toevallige’ gebeurtenissen die natuurlijk geen van alle toevallig zijn en bevestigt daarmee opnieuw het bestaan van de wet van de aantrekkingskracht. Nadat Egbert klaar is, zou Annelies volgens het draaiboek weer het woord krijgen ter afsluiting, waarna het dan de bedoeling is dat ik ga signeren. Voor die gelegenheid heb ik zelfs een speciaal uilen-tafelkleed meegenomen dat ik over de sta-tafel heb gedrapeerd waaraan ik de boeken van mijn handtekening en een opdracht zal voorzien. Maar het loopt even anders…

Want tot mijn verbijstering pakt mijn man Han ineens de microfoon en neemt het woord. Hij begint te praten over wat we samen hebben meegemaakt in die enerverende tijd na de dood van mijn vader. Hij spreekt heel mooi en rustig, maar ondertussen vraag ik me nieuwsgierig af waar dit heen gaat. Op een gegeven moment heeft hij het over mijn fascinatie voor uilen en vraagt hij me om naar voren te komen. Opeens tovert hij een grote wildhandschoen tevoorschijn en verzoekt me die aan te trekken. Op dat moment sla ik een hand voor mijn mond als het tot me doordringt dat hij een echte uil heeft geregeld! Alleen niet eentje, zoals ik eerst nog denk, maar drie! Een grote oehoe, een steenuiltje en een spierwitte sneeuwuil. Bij het zien van de dieren word ik erg emotioneel. Door de zaal gaan de ‘Oeh’s’ en ‘Ah’s’. Het volgende moment zet Ad, de aardige meneer van de Stichting Dierenambulance Limburg Zuid, de oehoe op mijn linkerarm. Ik kijk naar het prachtige dier en kan het niet geloven. Hij draait zijn kop en kijkt me aan met zijn grote oranje-gele kijkers. Helemaal gelukkig ben ik als blijkt dat ik hem gerust mag aaien. En zo geschiedt. Ik aai en aai en kijk en kijk. Overal om me heen zijn mensen aan het fotograferen en filmen. Even later krijg ik ook het steenuiltje op mijn arm. Het is zó ontzettend schattig…

De oehoe, Bébé genaamd, gaat ook nog vliegen. Ad maakt de lijn los en Bébé vliegt in een sierlijke boog naar het uiteinde van de kerk, over de hoofden van alle aanwezigen heen. Het is prachtig en zeer indrukwekkend om te zien. De bedoeling is dat Bébé vervolgens, bij een klop op zijn kist door Ad, terugvliegt naar de kist. Maar Bébé heeft duidelijk andere plannen, want ze (het is een vrouwtje) vliegt een hele andere kant op en landt in eerste instantie in een hoekje van de kerk, bovenop een dik boek over het taoïsme. Als ze iemand ontwaart die haar wil komen ophalen, vliegt ze naar boven en gaat parmantig op een richel zitten voor een kerkraam. En, toeval of niet (?), nu zit ze in de hoek van de kinderboeken, boven die van Harry Potter…Uiteindelijk moet er een ladder aan te pas komen om haar weer naar beneden te krijgen, tot hilariteit van de aanwezigen.

Bébé, dit keer veilig aan de lijn, en Sjengske het steenuiltje zitten vervolgens naast elkaar op de signeertafel en dan moet ik toch echt aan de slag om te doen wat schrijvers bij boekpresentaties nu eenmaal moeten doen: handtekeningen zetten…Ik ben nog steeds helemaal van slag maar ga – professioneel als ik ben 🙂 – druk aan de slag.

Er worden veel boeken verkocht, iedereen vond het fantastisch en het zou nog lang onrustig blijven in Maastricht…

Voor mij was het een onvergetelijke belevenis, een emotionele rollercoaster…Een heel groot woord van dank voor alle vrijwilligers van de Stichting Dierenambulance Limburg Zuid die mij de middag van mijn leven hebben bezorgd! Jullie zijn kanjers!!!

20161030_152229 img_3153 img_3175 img_3171 img_3234 img_9131 img_9086 img_9267 img_9071 img_9032 img_3061 img_3230 img_3108 img_9113 img_9096 20161030_161658

En wat wachtte op mij in de badkamer bij thuiskomst? Kijk eens naar de schaduw die de handdoek maakt op de grond en draai dan het beeld ondersteboven. Juist ja… de contouren van een uilenkop.

img_3074

De dag die ik wist dat zou komen (2)

Vandaag is het zover. Mijn dierbare Catalpa wordt gerooid. Een geluk bij een ongeluk is dat de persoon die deze flinke klus moet gaan klaren, een echte “bomenman” is. Toen hij hoorde wat deze boom voor mij betekent, zag ik in zijn ogen dat we elkaar woordeloos begrepen.

“Ik wil graag delen van zijn stam behouden om een beeld van een uil op te zetten. En ik hou ook liefst stukken van zijn wortels en wat takken hier”, zeg ik.

“Zeker, dat komt in orde. Ik zal hem mooi recht afzagen”.

Mijn maag trekt zich samen.

“Dank u. Dat is fijn”.

Als hij zijn veiligheidsbril opzet, behendig via een ladder in de boom klimt en aanstalten maakt om de zaag aan te zetten, vlieg ik naar binnen. Een paar seconden later hoor ik het ronkende geluid waar ik zo tegenop zag. Ik vlucht naar boven, maar ook daar hoor ik het nog overal. Ik loop naar de badkamer en doe de deur dicht. Ondanks mijn vaste voornemen om niet emotioneel te worden, voel ik dat mijn ogen nat worden. Even later hoor ik Han naar boven komen. Als hij me gevonden heeft, pakt hij me even stevig vast.

“Ik vind het ook erg”, hoor ik hem in mijn haren mompelen.

“Nu komt de uil nooit meer terug”, zeg ik.

“Dat weet je niet”.

Ik maak me los uit zijn omhelzing en pak een tissue. Ik besluit toch maar naar de sportles te gaan, al betekent dat wel dat ik mijn huilogen wat moet bijwerken.

Anderhalf uur later zet ik me schrap voor de eerste aanblik. Als ik de tuin inloop, zie ik dat er alleen nog een laatste stukje van zijn stam over is. Overal liggen grillige stukken wortel, takken en zaagsel. De tuin is op slag een stuk kaler. Ondertussen is iemand met een graafmachine bezig de rest van de enorme stronk uit te graven. Als ik die zielloze massa gekliefde wortels zie, voel ik de tranen weer komen.

De bomenman, die naast me staat, ziet het. Hij kijkt me aan en zegt: “Meid, het is goed zo.  Ik heb met hem gepraat”. Zou ik dit vroeger een ronduit belachelijke opmerking hebben gevonden, nu klinkt het eigenlijk alleen maar troostrijk.

“Ik ben zo blij dat u hem heeft gekapt. Als het iemand moest doen, dan u. Dank u wel.” In een impuls omhels ik hem. Hij klopt me vaderlijk op mijn schouder.

De man heeft woord gehouden en de stam prachtig doorgesneden. Eén langer stuk, waar het beeld van de uil op kan, en een kleiner stuk waar ik misschien te zijner tijd nog een houtsnijwerk van wil laten maken. Maar hij heeft ook een robuuste driesprong van takken bewaard en mooie schijven gezaagd die we kunnen schuren en polijsten. Han heeft nog wat van zijn peulen veiliggesteld, daar zitten prachtig gevormde zaadjes in. Ik duw vijf stuks in een potje grond. Wie weet komen er ooit nog nakomelingen uit voort.

Op mijn verzoek veegt Han het zaagsel bij elkaar en doet dit in een bak. Ik duw prompt mijn neus erin en snuif een zoete houtgeur op.

Als ze later allemaal vertrokken zijn, ben ik doodop terwijl ik alleen maar koffie heb gezet en heb toegekeken.

Mijn boom is niet meer.

Maar hij blijft altijd in mijn hart.

© Pascale Bruinen

IMG_8313IMG_8314IMG_8357

Oud…en nieuw!

 

 

 

 

 

 

De dag die ik wist dat zou komen (1)

Het is zover. De “dag die ik wist dat zou komen” is gearriveerd. Mijn allermooiste en dierbaarste Catalpa wordt vandaag gerooid.* Niet omdat hij ziek is, maar juist omdat hij heel gezond en dus erg sterk is. Zijn majestueuze gestalte heeft, ondanks (of dankzij?) jaarlijkse snoeibeurten, geleid tot een zodanige wortelgroei dat hij meer dan de helft van onze achtertuin ontwricht.

Natuurlijk zag ik het al langer aankomen. Al een paar jaar geleden viel me op dat de bestrating her en der omhoog kwam. Sommige stukken werden schots en scheef. Maar niemand mocht aan mijn boom komen. Want dit is de boom waar twee jaar geleden een echte uil in heeft gezeten, een moment dat mijn hele leven op de kop heeft gezet. ** Hem weg laten halen omdat hij wat stenen omhoog duwde was ondenkbaar.

Tot een maand of twee geleden, toen ik nietsvermoedend de deur van ons schuurtje wilde openen en niet verder kwam dan een centimeter of dertig. Toen ik geschrokken naar de grond keek, zag ik dat de bestrating ook hier omhoog kwam. Slechts met de grootste moeite kon ik nog de schuur binnen.

Met angst in mijn hart bel ik een boomchirurg. Als die komt kijken, heeft hij geen goed nieuws. Het wortelgestel is zo wijd vertakt, dat hij al dichtbij de fundering van het huis zit. Snoeien helpt niet meer, hij moet eruit. Als hij mijn blik van ontzetting ziet, worden zijn ogen zachter. “U zou er voor kunnen kiezen om het nog een paar maanden uit te stellen. Maar daar lossen we het probleem niet mee op”.

Ik voel dat ik dreig vol te schieten, dus haast ik me naar binnen. Door de gesloten achterdeur hoor ik Han in het kort uitleggen waarom deze boom zo belangrijk voor me is. Door een waas zie ik hem begrijpend knikken.

In de weken erna maak ik foto’s van mijn boom, bewaar ik de bladeren die hij gewillig laat vallen en kan ik minutenlang dromerig staren naar zijn prachtige vorm. Mentaal ben ik al een hele tijd afscheid van hem aan het nemen. Ik zie er als een berg tegenop, daarom wil ik het liever achter me hebben. Maar we moeten eerst een nieuwe boom uitkiezen. Het duurt een hele tijd voordat ik daar zin in heb, het voelt als verraad. Ik wíl immers geen andere, ik wil alleen maar deze.

Maar uiteindelijk hebben Han en ik een klik met een hele mooie Acer Rubrum (Red Sunset), die de ondankbare taak heeft een waardige vervanger van mijn Catalpa te worden.

Dus is de boomchirurg vandaag terug, maar dit keer met een kettingzaag. Eigenlijk wilde ik helemaal niet thuis zijn als het gaat gebeuren, maar kennelijk moet het zo zijn. Han wenkt me naar buiten en ik raak aan de praat met de man. Hij heeft een hele zachtaardige uitstraling. In zijn ogen zie ik dat hij echt om bomen geeft en dat ik eigenlijk niets hoef uit te leggen. Dit is een man naar mijn hart.

Hoe anders dan die Ziggomonteur die laatst hier was en bij het zien van mijn prachtige orchideeën plompverloren vertelde dat hij “helemaal niets” had met bloemen. Volgens Deepak Chopra, arts, spiritueel leider en bestsellerauteur, is ieders spirituele pad perfect. Bij dat van de Ziggomonteur plaats ik desalniettemin de nodige vraagtekens.

“Bomen zijn levende wezens. Mensen die één zijn met de natuur voelen dat tot diep in hun binnenste. Dat is alleen maar mooi. Laatst nog was ik bij een mevrouw waar een notenboom stond die ziek was. Die boom had haar overleden man nog geplant. Zij was ook erg emotioneel toen die weg moest. Ik doe dat met respect”, zegt mijn nieuwe held.

Ik geloof hem en voel me op slag rustiger worden.

Maar toch vrees ik het moment dat hij de zaag ter hand zal nemen.

© Pascale Bruinen

*Zie column “Botox Boom”

** Zie columns “Jaar van de Uil (1) en (2)”

 

IMG_8294

Volgende week lees je hoe het mij verder is vergaan…

 

Knaagdier of Casanova?

“Geile muis versiert vrouwtjes met zang”, kopte het Algemeen Dagblad onlangs. Mannelijke muizen, aldus de krant, “zingen uit volle borst een liedje om de vrouwtjes te verleiden”. Wie had dat gedacht? Kennelijk schuwen niet alleen onze gevederde vrienden geen enkel vocaal middel om zich voort te kunnen planten. Een soort van “The Voice” maar dan voor knaagdieren waarbij de prijs geen platencontract maar een stevige vrijpartij is.

Helaas kunnen wij niet van deze romantische serenades genieten want de heren muizen produceren ultrasone geluiden die buiten het bereik van het menselijk gehoor liggen. Toch zijn onderzoekers erin geslaagd de liedjes van laboratoriummuizen voor ons te “vertalen” door de frequentie van hun gezang zestien maal te verlagen. Op de website van wetenschapstijdschrift Plos Biology lijkt het dan bijna alsof je naar zangvogels luistert. Ze gebruiken verschillende klanken die herhaald worden in wisselende maatsoorten, gelijk aan wat vogels doen.

Uit Amerikaans onderzoek komt naar voren dat ze ook nog een breed repertoire ten gehore brengen, al lijkt het gezang van muizenbroers onderling wel op elkaar. Zolang Mevrouw Muis nog uit zicht is, is het liedje complex. Maar zodra het mannetje het vrouwtje ontwaart, wordt het lied opeens stukken eenvoudiger. Alsof een aria van Puccini plotsklaps wordt vervangen door de karaoke-versie van Trijntjes Walk Along, zeg maar.

Uit deze bevindingen concluderen wetenschappers dat de ingewikkelde zang alleen als lokroep wordt ingezet: “Zodra de muis het vrouwtje ziet, schakelt hij over naar een simpel nummer om energie te sparen zodat hij haar achterna kan rennen om met het vrouwtje te paren”. Vrouwtjesmuizen vinden het hoegenaamd fantastisch. “De meeste blijven langer rondhangen bij een mannetje dat een complex liedje zingt”.

Dat geeft toch te denken. Want als ik de vertaalslag maak naar mensen, zou dat betekenen dat de Jan Smitten of Frans Bauers van deze wereld bij de dames geen schijn van kans zouden maken, terwijl beide heren toch al een hele tijd zielsgelukkig zijn met hun respectievelijke partners én er duidelijk in zijn geslaagd om zich voort te planten.

Tja. Wat ik in ieder geval zeker weet, is dat H. blij mag zijn dat hij geen mannetjesmuis is want anders zou hij nooit aan de vrouw zijn gekomen.

Want hoewel gezegend met vele andere talenten zingt hij zo vals als een kraai (sorry schat!).

© Pascale Bruinen

Geile muis2

 

 

 

 

 

 

Kraaientaal

De catalpa in onze achtertuin heeft dezer dagen een magnetische aantrekkingskracht op allerhande vogels. Links beneden zit een merel die naarstig om zich heen kijkt. Rechts van het midden zie ik een koppeltje Turkse tortels zitten. Ik vermoed dat dit hetzelfde ouderpaar is van vorig jaar. Toen is het ook erin geslaagd om heel hoog in onze prachtige boom een nest te maken.

Maar de meest opvallende gevederde vriend die zich nu in de boom ophoudt is toch wel een zwarte kraai. Nu zijn kraaien doorgaans niet de meest geliefde vogels, zeker niet bij boeren omdat zij graag hun zaaigoed opeten. Ook hun harde gekras werkt menigeen op de zenuwen. Deze kraai is vanochtend echter erg rustig. Zij (ik denk gevoelsmatig dat het een vrouwtje is) zit pontificaal op een tak met een houding van “Wie doet me wat?”.

Omdat onze boom nog niet helemaal in het blad zit, kan ik alles wat erin gebeurt op de voet volgen. En zo komt het dat ik op een doordeweekse morgen, zomaar tijdens het ontbijt, getuige ben van iets heel bijzonders.

Onze kraaiendame heeft een hele lange, dunne en gekronkelde tak in haar bek. De twijg is zelfs zo groot en grillig gevormd, dat zij zich maar ternauwernood in balans kan houden als ze over de tak richting een andere tak schuifelt. Geamuseerd sla ik haar gade als ze voortdurend rondkijkt, op zoek naar een geschikte nestplek. De enorme twijg zou daarvoor wel eens het fundament kunnen zijn. Maar die grootte heeft ook zo zijn nadelen, want telkens als ze haar kop draait of zich voortbeweegt stoot die duivelse twijg tegen een of andere dikke tak aan, waardoor ze bijna haar evenwicht verliest en nog net niet uit de boom kukelt.

Inmiddels is ook meneer Kraai ten tonele verschenen. Hij is een stuk groter dan onze onverdroten nestbouwer en zit op de rand van de schutting het hele tafereel van zijn eega ogenschijnlijk geduldig te aanschouwen.

Geboeid blijf ik naar buiten kijken. En, je kon erop wachten, dan gebeurt het onvermijdelijke: terwijl mevrouw Kraai naar een andere tak springt, valt de twijg uit haar bek en landt op het terras, naast de border.

Inmiddels is mijn koffie bijna koud, zo ga ik op in dit schouwspel van de natuur dat ik gratis en voor niks mag meebeleven vanachter mijn woonkamerraam. Mevrouw Kraai draait haar kopje naar beneden en kijkt op bijna beteuterde wijze naar haar gevallen tak. Maar ze heeft kennelijk geen zin om hem te gaan oprapen want ze maakt geen aanstalten om van haar plek op de tak af te komen. In plaats daarvan begint ze geluiden te maken. Een scherp “Kraah, kraah, kraah…” klinkt door onze achtertuin. Omdat ik ergens vermoed wat er nu gaat gebeuren, hou ik als vanzelf al mijn adem in.

En inderdaad, meneer Kraai heeft de boodschap van mevrouw heel goed begrepen. Hij vliegt als bij toverslag van de schutting af en landt met een sierlijke boog bij de gevallen twijg. Ik kijk ongelovig toe hoe hij de twijg in zijn bek neemt en er zonder dralen de boom mee in vliegt. Aldaar voegt hij zich – zoals een goed en gehoorzaam echtgenoot betaamt – keurig bij zijn opdrachtgeefster en biedt haar de gevallen tak aan (niks menselijks is de kraai kennelijk vreemd).

Ik ben verbijsterd. Want dit simpele schouwspel is niets minder dan het bewijs dat er door beide kraaien nagedacht is. Immers, nadat de tak op de grond is gevallen, heeft zij het mannetje met haar specifieke geroep geïnstrueerd dat hij juist die tak op die plaats moest oprapen en terug moest brengen, welke boodschap hij precies heeft begrepen.

Als ik internet raadpleeg, blijkt mijn veronderstelling een juiste. Vogelbescherming Nederland zegt op haar site: “Kraaien vertonen opvallend intelligente gedragspatronen. Ze onderhouden een intensieve communicatie, en zijn zelfs betrapt op het gebruiken van primitieve vormen van gereedschap om problemen op te lossen, iets dat men tot voor kort aan mensen en mensapen voorbehouden achtte.”

Wow. Nu ik dit weet zal ik nooit meer hetzelfde naar kraaien kijken en vind ik dat ze meer krediet verdienen voor hun slimheid.

Of kan ik, indachtig de handelwijze van de vrouwtjeskraai, beter spreken van sluwheid? Na dit staaltje van vrouwelijk machtsvertoon voel ik me in ieder geval best verwant aan mevrouw Kraai.

Want dit voorbeeld laat zien dat mannen er toch altijd weer in trappen.

Of ze nu van de gevederde of van de menselijke variant zijn.

© Pascale Bruinen

Deze column is verschenen in de INFO van Wonen Meerssen, nr. 50 van april 2015.

Kraaientaal

 

Magnolia

Als het ook maar even lukt, probeer ik een bezoekje te brengen aan de magnifieke magnoliaboom die een van de mooie straten uit de buurt siert. Gelet op zijn grootte, vermoed ik dat hij vele tientallen jaren oud moet zijn.

Het hele jaar door ligt hij op mijn wandelroute. Bijna altijd stop ik even in zijn nabijheid om zijn majestueuze grilligheid tot in elke vezel van mijn lijf op te nemen. Iedere winter kijk ik verlangend naar zijn ontelbare ovaalvormige knoppen die hun kleurrijke schat nog lang niet prijs willen geven.

Zodra de temperaturen gaan stijgen, hou ik de magnolia angstvallig in de gaten, bang als ik ben dat ik de eerste tekenen van het ontvouwen van zijn bloemknoppen zou kunnen missen.

Een tijdje terug is het zover. Het kwik is een paar daagjes een stuk gestegen dus vertrek ik  vol goede moed richting boom. De ineens opgekomen krokussen die als een paars-wit kleed het grasveld sieren waar ik langs loop, verraden dat mijn hoop weleens gegrond kan zijn.

Halverwege de straat zie ik het al. De bekende contouren van de takken zien er anders uit dan eerst. Als ik de magnolia dichter ben genaderd, zie ik dat de knoppen al een klein beetje van het zachte roze en romige wit hebben onthuld als waren het lieflijke blosjes op zijn wangen. Zijn takken steken prachtig af tegen de felblauwe lucht. Ik sta stil op de weg in het flauwe zonnetje en laat dit vroege voorjaarsschouwspel op me inwerken. Omdat ik niets tussen mij en de boom in wil hebben, zet ik zelfs mijn zonnebril speciaal even af.

Hoe lang staat deze boom hier al? Hoeveel generaties zijn hier al langs gekomen en hebben hem bewonderd, in hem geklommen of genoten van zijn schaduw? Hoeveel geluksmomenten heeft hij voorbijgangers al niet geschonken met zijn bloemenpracht?

Zoals ieder jaar probeer ik ook deze lente tijdens zijn o zo korte bloeitijd zo vaak mogelijk langs te gaan. Één stevige voorjaarsstorm of hagelbui en de kwetsbare bloemen worden immers ruw afgerukt en dan is het weer een jaar gedaan met de pret.

Nog even en hij is helemaal open. Dan is hij op zijn allermooist, mijn magnolia.

Míjn magnolia, dat klinkt wel mooi.

Want al is hij officieel natuurlijk niet van mij, stiekem voelt het na onze jarenlange gedeelde intimiteit wel zo.

© Pascale Bruinen

Magnolia

 

 

 

Vluchtige Momenten

Het is nog vroeg in de ochtend. Het zonlicht is nu op zijn mooist, nog fris en fruitig.  Ik loop alleen langs de branding van de Caribische Zee. Het zand voelt zo zacht als zijde. Ik ben op zoek naar schelpjes. Morgen vertrekken we weer naar huis en ik wil heel graag iets tastbaars hebben om mee te nemen.

Soms spoelt de zee liefelijk over mijn voeten. Gebiologeerd kijk ik naar mijn voetstappen die ik achter heb gelaten in het witte zand. Het volgende moment zijn ze weg, overspoeld door een golf. Vlakbij duikt een koddige pelikaan loodrecht het kristalheldere water in op zoek naar zijn ontbijt. Ik adem diep in en kijk naar het spectrum van blauw dat zich voor mijn ogen ontvouwt. Het is en blijft een levend kunstwerk.

Op het nog goeddeels verlaten strand komt me een mevrouw tegemoet gelopen. Zo te zien is ze van mijn leeftijd. Ze heeft zo’n ziplockbag bij zich en doet precies hetzelfde als ik. Zo te zien heeft ze er al een paar schelpen in zitten.

Als we elkaar tot heel dicht genaderd zijn, hebben we even oogcontact. In dat moment snappen we elkaar volkomen zonder ook maar iets te hoeven zeggen. Ik voel gewoon dat zij in net zo’n melancholieke bui is als ik.

Er ontstaat een praatje. Zij vertelt dat ze van Boston is.

“Morning is the best time of the day, don’t you think?”, vraagt ze me. Ik knik instemmend.

“I like it so much because you still have the whole day ahead of you”, antwoord ik haar. Nu  is het haar beurt om bevestigend te knikken.

“Yes, you are so right! Have a great day!”, zegt ze. En dan gaan we ieder ons weegs.

Na een tijdje draai ik terug. En ja hoor, even later treffen we elkaar weer. We moeten er beiden om lachen. Als we binnen gehoorsafstand zijn, beken ik aan haar dat ik ook altijd wat zand mee neem. “Oh, I always do that too!”, lacht ze.

“I desperately want to have something that will remind me of all this”, antwoord ik haar terwijl ik een weids gebaar maak. “So once at home, I make a mini Caribbean display with sand and shells. That way, I try to hold on to these beautiful but fleeting moments”.

“I know exactly what you mean”, zegt de vrouw.

We wensen elkaar nog een fijn verblijf en een veilige terugvlucht en dan scheiden onze wegen weer, dit keer voorgoed. Grappig hoe we niet eens van elkaar weten hoe we heten, maar wel zo’n diepgaand gevoel kunnen delen.

Vluchtige momenten.

Wanhopig proberen we ze op de een of andere manier te bewaren. We fotograferen en filmen ons allemaal 24/7 helemaal suf, zodat we prachtige ogenblikken eindeloos kunnen terughalen. Maar wat we eigenlijk willen, is  dat ze nooit voorbij zouden gaan.

Terwijl we druk doende zijn om alles vast te leggen, weten we diep in ons hart al dat we ze los zullen moeten laten.

Daarom kun je maar één ding doen: proberen om zoveel mogelijk memorabele gebeurtenissen aan elkaar te rijgen en ze dan zo bewust mogelijk te beleven.

Want de mooiste dingen in het leven zijn nu eenmaal niet vast te houden.

© Pascale Bruinen

Vluchtige momenten