Busje komt nooit

Je kent ze vast wel, die rokende collega’s die het af en toe niet meer uithouden en nodig naar buiten moeten voor een ferme teug aan een sigaret.

Sinds de strengere anti-rook regels van kracht zijn geworden is het voor de nicotine-verslaafden alleen nog mogelijk om hun rookpauzes buiten te beleven. Maar het staat zo raar als je dit in de regen moet doen, dus is er een volwaardig buitenverblijf gemaakt. En druk dat het er is, ongelooflijk! Je kunt op de gekste momenten of onder de extreemste weersomstandigheden naar buiten komen, maar er zal altijd minimaal één iemand staan, meestal in nevelen gehuld.

Omdat het onderkomen een sprekende gelijkenis vertoont met een echt bushokje, bieden de aldaar op elkaar gepakte en hevig rokende collega’s een nogal vervreemdende aanblik. De bushalte in kwestie bevindt zich namelijk midden op een drukke parkeerplaats en de treurige waarheid is dat er never ever enige bus zal stoppen. Het is dus wachten op iets dat nooit zal komen.

Dit fenomeen doet me telkens denken aan dat krantenartikel waarin ik las dat sommige instellingen voor dementerenden dé oplossing hebben gevonden voor hun telkens weglopende cliënten. Ze hebben op het terrein gewoon een complete bushalte nagebouwd, niet van echt te onderscheiden. En ja hoor, telkens als men iemand kwijt is blijkt deze bij het bushokje te staan, in blijde verwachting van een ritje naar nergensland.

Zou de werkgever dit stiekem ook in gedachten hebben gehad bij het neerzetten van het rookhol annex bushok? Zodat het eigenlijk de bedoeling is dat in ieder geval de rokende werknemers nergens anders heen gaan en/of kunnen en zo altijd lekker dicht in de buurt van de werkplek blijven? Dat die hele pr in de trant van “Kijk wat wij doen voor ons rokende personeel!” in feite niks anders is dan een, euh, rookgordijn, bedoeld om de veel snodere intenties te verbergen? Ik persoonlijk denk van wel.

Want immers: waar rook is, is vuur.

© Pascale Bruinen

Speciaal een vraag voor de rokende lezers van mijn blog. Wat vinden jullie eigenlijk van de voorziening die buiten voor jullie rookplezier is getroffen? Voldoet die aan jullie wensen en verwachtingen? Moet het anders of beter? Laat het hier weten.

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard

Alle slachtoffers van misdrijven krijgen straks in de Europese Unie dezelfde minimumrechten. Doel is om de positie van slachtoffers in Europa te verbeteren. Deze rechten bestaan uit recht op informatie, ondersteuning en bescherming.

Als officier van justitie heb ik zelf ervaren hoe belangrijk het voor slachtoffers is om serieus te worden genomen door politie en justitie. Zo heb ik vele slachtoffergesprekken gevoerd. Daar zaten ook mensen tussen bij wie in de strafzaak van alles fout was gegaan. Hierdoor werden ze voor de tweede keer slachtoffer. Dat kan leiden tot een aantasting van hun vertrouwen in de rechtsstaat, wat pijnlijk is voor alle betrokkenen. Maar het kan ook ernstige gevolgen hebben voor de maatschappij. Uit onderzoek blijkt namelijk dat slachtoffers die zich door de overheid in de steek gelaten voelen eerder geneigd zijn om zelf het recht in eigen hand te nemen. En dat willen we natuurlijk niet.

In Nederland zal bij invoering van deze wet niet veel veranderen. Wij lopen namelijk Europees gezien voorop als het om slachtofferrechten gaat. Wel is nieuw dat slachtoffers voortaan recht krijgen op een uitgebreidere uitleg als een misdrijf niet wordt vervolgd. Verder krijgen slachtoffers een zogenaamde individuele beoordeling om te bepalen of ze extra bescherming nodig hebben. Tenslotte moet het risico op herhaald slachtofferschap worden beperkt. Daarvoor is onder meer nodig dat het slachtoffer met respect wordt behandeld zodat hij of zij vertrouwen krijgt in de autoriteiten.

In de ideale wereld gaat altijd alles goed. Natuurlijk is het streven daar ook op gericht. Maar het afhandelen van strafzaken is en blijft mensenwerk. Er zullen dus altijd fouten worden gemaakt, ook als de nieuwe wet er is. Om te zorgen dat slachtoffers daar niet onnodig extra onder lijden is het zaak dat de overheid zich dan kwetsbaar op durft te stellen. Bijvoorbeeld door fouten ruiterlijk toe te geven en oprecht excuses aan te bieden.

Want vertrouwen, óók dat van slachtoffers, komt te voet en gaat te paard.

© Pascale Bruinen

trust-hard-gain

Deze column is eerder als blog verschenen op Slachtofferhulp.nl.

2016: van Trump tot Tijn

2016. Wat voor jaar was dit eigenlijk? Puur afgaande op de breed uitgemeten nieuwsberichten over Syrië, Turkije, Rusland, de Brexit, schier eindeloze vluchtelingenstromen, extremistische aanslagen, de weinig verheffende manier van communiceren van sommige Nederlandse politici en de uitkomst van de (kennelijk gemanipuleerde) presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten lijkt het alsof het één doffe ellende was. Maar is dit ook echt zo?

De inkleuring van een jaar is volledig subjectief. Als je geneigd bent om snel ongerust te worden, hoef je maar naar de journaals te kijken om daarvan prompt de bevestiging te vinden. En was je onverhoopt nog níet bezorgd vanwege terrorisme of het in gevaar zijn van de wereldvrede, dan wordt je dat wel na het aanhoren van allerlei deskundigen die hun podium in Nieuwsuur en soortgelijke programma’s gretig gebruiken om hun waarschuwingen voor mogelijk onheil met het kijkerspubliek te delen. Vanaf een bepaald punt gaat al dat gepraat over dreigingsniveaus – oorspronkelijk bedoeld als informatieverstrekking – echter onbewust over in een iets dat bijna kan worden opgevat als een uitnodiging om toe te slaan, al was het maar om de eigen voorspelling te zien uitkomen c.q. andermans voorspelling waar te maken.

Zo wordt het steeds moeilijker om oorzaak en gevolg uit elkaar te houden en dus ook om duiding te geven aan gebeurtenissen.

Ik kies ervoor om mijn aandacht vooral te richten op positief nieuws. En dat was er ook genoeg in 2016, je moet er alleen harder naar op zoek tussen alle narigheid die je op een presenteerblaadje krijgt aangereikt. Zomaar een greep uit het opwekkende binnenlandse nieuws: de werkloosheid is gedaald, de economie trekt verder aan, het consumentenvertrouwen is op het hoogste punt in negen jaar, ‘ we’ behaalden negentien olympische en 62 (!) paralympische medailles en Max Verstappen stal de harten van alle F1 liefhebbers. Buitenlands goed nieuws: in tegenstelling tot wat ons gevoel ons ingeeft neemt het aantal oorlogen, moorden en terroristische daden al jaren af. Ter vergelijking: momenteel woeden er elf grote gewapende conflicten in de wereld, in 1990 waren er dat nog 26. En er is meer mooi nieuws: wereldwijd neemt het aantal in het wild levende tijgers weer toe, drones zorgen in Zuid-Afrika voor een sterke terugloop in het aantal gestroopte neushoorns, een Britse kapper geeft daklozen gratis knip- en scheerbeurten, Nigeria neemt verstrekkende maatregelen tegen corruptie en in Bahrein dansen Joodse mensen samen met moslims ter gelegenheid van de viering van Hannukah, een Joodse feestdag.

Maar het meest tot de verbeelding sprekende positieve nieuws vond ik dat van ‘onze’ zesjarige Tijn, het ongeneeslijk zieke jongetje dat het met zijn spontane nagellakactie voor elkaar kreeg om 2,6 miljoen euro op te halen voor Serious Request zodat longontsteking bij kinderen kan worden bestreden. Als je vanuit zo’n uitzichtloze situatie in staat bent om je op deze hartverwarmende manier voor andere kinderen in te zetten, ben je een hele grote meneer.

Time Magazine koos Trump tot ‘Person of the year’ 2016.

Voor mij kan dat er maar één zijn en die heet Tijn.

© Pascale Bruinen

images

 

 

 

De Toiletprofessor

Meteen maar een waarschuwing vooraf: dit wordt een onsmakelijk stukje en mannen komen er bekaaid vanaf.

Terwijl ik tijdens een nazomers ontbijt nietsvermoedend mijn tanden zet in een lekker zachtgekookt eitje, lees ik in het regionale dagblad over een heuse Toiletprofessor. Ik wist niet eens dat zoiets bestond, maar de geneugten van ’s mans beroep zijn in zoveel geuren en kleuren omschreven dat ik meteen genoeg gegeten heb.

Maar liefst dertig jaar lang (!) doet hij onderzoek naar onze kleinste kamertjes. Vanwege deze niet geringe prestatie werd hij door de NS uitverkoren om een ontwerp te maken voor een nieuw trein-toilet. ‘Al vanaf de tijd dat mannen jagers waren, plassen ze staand tegen een boom’, tekent de interviewer op uit de mond van het wc-orakel. Nou, dat had ik je – zonder een minuut onderzoekservaring – ook wel kunnen vertellen.

De Toiletprofessor is met name gespecialiseerd in redenen waarom mannen ‘naast de pot piesen’ (letterlijk dan): ‘Sommige mannen zijn dik en kúnnen helemaal niks zien beneden. Soms zijn het heel lange mannen en dan spettert het tóch omdat het van zo hoog komt.’ Ach gossie. En ik altijd maar denken dat goed richten zo moeilijk niet kon zijn omdat die slurf toch echt al sinds hun geboorte tussen hun benen zit. Maar ik ben natuurlijk ook geen professor (en geen man).

Ondertussen is het sanitaire leed door dit urineballet tijdens treinreizen, vooral voor vrouwen, niet te overzien. Zo zou maar liefst 41% van de dames voorafgaand aan een treinreis niets drinken uit angst naar dat smerige plakkerige stinkhok te moeten. Ik hoor daar helaas ook bij.

Als ik deze wetenswaardigheden met mijn man deel, zegt hij iets dat voor mij een regelrechte eyeopener is.

‘Waarom denk jij dat er in urinoirs zo’n vlieg in het midden van de pot zit? Dat is om optimaal te kunnen richten!’

Nou moet ik bekennen dat ik om ellenlange wachtrijen te vermijden wel eens stiekem op het herentoilet ben geweest. En ja, toen ik bij zo’n gelegenheid met een schichtige blik langs die uitgebeten urinoirs liep, heb ik inderdaad vaker zo’n irritante vlieg zien zitten. Ik weet nog dat ik telkens dacht dat dit dus geen stront- maar plasvliegen moesten zijn. Om er nu achter te komen dat ze al die tijd hartstikke nep waren. Fake, imitatie, namaak. Even wil ik uit pure schaamte nog roepen: ‘Ja, maar wat nu als mannen proberen te mikken en het vliegje echt blijkt te zijn?’, maar ik weet wanneer ik me gewonnen moet geven.

In plaats van een plee-hoogleraar ben ik nu dus zelf officieel het pispaaltje.

© Pascale Bruinen

Deze column is eerder verschenen in de INFO, bewonersblad van Wonen Meerssen

media_xll_8419359

 Kijk, zo kan het toch ook???

Hondenleven

Bij bestudering van een strafdossier maakte ik me onbewust altijd al een voorstelling van hoe de verdachte er in het echt uit zou zien. Soms zat er al een foto van hem of haar in het dossier, dan kon ik meteen zien of die leek op het beeld dat ik in gedachten had.

In de zaak waar ik nu over schrijf had ik niet zo’n afbeelding ter beschikking, dus keek ik nieuwsgierig op toen de verdachte de zaal binnenkwam. De man was de middelbare leeftijd gepasseerd. Hij was eenvoudig gekleed. Vanaf zijn stoel achter het hekje keek hij telkens achterdochtig in mijn richting. Hij oogde vermoeid, maar weinig schuldbewust.

Hij werd ervan verdacht dat hij opzettelijk pijn en letsel had veroorzaakt bij zijn hond. Het dier, dat ik Maya zal noemen, werd steeds magerder en leek veel pijn te lijden. De boosdoener bleek een gezwel. Maar in plaats van zijn huisdier bij het ontstaan van de eerste klachten onmiddellijk onder doktersbehandeling te stellen, besloot deze verdachte niets te doen. Zodoende kon de tumor gestaag doorgroeien.

Toen verdachte na enige tijd telefonisch bij een dierenarts informeerde naar de kosten om zijn hond te laten inslapen, vond hij 135 euro om aan het lijden van zijn trouwe viervoeter een einde te maken veel te hoog. Dus liet hij alles maar op zijn beloop.

Op een kwade dag werd de hond buiten aangetroffen en door de vinder bij een asiel afgeleverd. Daar bleek het arme dier er zo ernstig aan toe, dat de dierenarts besloot om hem meteen uit zijn lijden te verlossen. En geen wonder, want toen ik door het digitale dossier scrolde, schrok ik bij het zien van de kleurenfoto’s van de hond met die vreselijk grote uitstulping.

Ik vond het triest. Als hondenbezitter heb je een grote verantwoordelijkheid want het dier is voor zijn welzijn immers aan jou overgeleverd. Maya had vele jaren trouw zijn baasje beschermd en over hem gewaakt. Maar andersom vond deze laatste het kennelijk nog te veel moeite om naar de dierenarts te gaan toen Maya pijn had en niet meer kon eten.

De laatste maanden van zijn leven moeten voor deze hond een ware martelgang zijn geweest.

Een hondenleven in de ware zin des woords.

© Pascale Bruinen

Deze column is eerder verschenen in het Algemeen Dagblad.

images

Verbale oorvijgen

Nergens kwam ik als officier meer de “gewone burger” tegen dan bij het kantongerecht. Want voor overtredingen hoef je – in tegenstelling tot bij de meeste misdrijven – nooit “boos opzet” te hebben. Het enkele constateren van de verboden gedraging, zoals bijvoorbeeld wildplassen en te hard, zonder rijbewijs of onverzekerd rijden is voldoende.

De kantonrechter die ik regelmatig meemaakte had, net als veel van zijn collega’s, zo zijn stokpaardjes. Één daarvan was te hard rijden door de bebouwde kom, waaraan hij een bloedhekel had.

De eerste jongen die binnen kwam, zou daar snel achter komen.

“Jij vond het nodig je scooter op te voeren?”, vroeg hij de jongeman achter het hekje.

“Ja, want hij ging niet snel genoeg. Soms werd ik bergaf zelfs ingehaald door van die suffe fietsers!” De jongen grijnsde.

“Dus dáárom ging jij veel te hard en ook nog zónder helm door de bebouwde kom, waar voetgangers en fietsers veilig aan het verkeer moeten kunnen deelnemen?”. Het was meer een constatering dan een vraag van de kantonrechter. Zijn stemvolume was nog normaal maar zijn toon klonk al gevaarlijk scherp. Ik zag dat hij blosjes op zijn wangen kreeg. De verdachte had ondertussen niks in de gaten.

“Ja. Het was wel vet om soms zelfs harder te gaan dan een auto!”

Oei. De jongen had net zijn eigen graf gegraven, getuige de pimpelpaarse kleur die toen op de wangen van onze Edelachtbare verscheen.

“Heb jij enig idee hoeveel doden er jaarlijks vallen door mannetjes die net als jij de snelheidsregels aan hun laars lappen?” vroeg de kantonrechter. Naarmate zijn wangen meer purper kleurden, sprak hij zijn woorden vinniger uit.

Nog voordat de ietwat verbaasde verdachte kon antwoorden, vervolgde de rechter met luide stem: “En weet jij hoeveel mensen ieder jaar moeten revalideren in een kliniek omdat ze door een hardrijder zijn aangereden?” De jongen was nu zelf vuurrood en probeerde een antwoord te stamelen.

“Als ik jou nu vraag om van vier hoog voor mij uit het raam te springen, zou je dat dan doen?”, vervolgde de rechter meedogenloos. De jongen keek hem nu met open mond aan voordat hij uiteindelijk mompelde: “Euh,…, nee”.

“Waarom rij jij dan met zo’n idiote snelheid op een scooter zonder helm? Want als je dan valt, is het effect ongeveer hetzelfde!”

“Sorry”, zei hij nauwelijks hoorbaar.

Toen het uiteindelijk mijn beurt was, had ik aan deze verbale oorvijgen niets meer toe te voegen.

© Pascale Bruinen

Deze column is eerder verschenen in het Algemeen Dagblad.

stokpaardjes

Leuk hè, deze vrolijke stokpaardjes? Wat zijn de jouwe?

Een wereld van verschil

Hij sjokt meer dan dat hij loopt. Zijn kleren zijn vaal en gehavend. De onderkant van zijn zwarte broek zit vol met aangekoekte modderplekken. Aan zijn voeten zie ik afgetrapte sportschoenen. Van zijn rechterschoen is de zool los gekomen.

Ik loop op korte afstand achter de man. Hij was me al even eerder opgevallen toen ik de straat overstak na terugkomst van mijn lunchpauze. Zijn leeftijd kan ik niet schatten. Vooral ook omdat hij een veel te grote muts over zijn warrige haardos en een deel van zijn gezicht heeft getrokken.

Hij trekt een grote boodschappentas op wieltjes achter zich aan. Een wiel staat scheef, waardoor het soms blokkeert. Dan geeft hij, zonder zelfs maar achterom te kijken, er een korte ruk aan en sjouwt hij verder. De tas zit zo te zien mudjevol want hij puilt aan alle kanten uit. Bovenop heeft hij een enorm groot pakket bevestigd, omwikkeld met oude plastic zakken en van die brede, grijze tape. Het wankele geheel wordt op zijn plek gehouden door zo’n spin die je normaal gesproken op je bagagedrager van je fiets legt. Aan de zijkant van de tas heeft hij een oude, verweerde paraplu geklemd.

Terwijl ik hem op gepaste afstand volg, vraag ik me af of de spulletjes in de boodschappentas en in de plastic zakken alles zijn wat hij heeft. Maar ik weet het antwoord eigenlijk al.

Waar is hij naar op weg? Wat gaat er in hem om? Heeft hij hulp nodig of zou hij die niet willen? Uit mijn jarenlange ervaringen als officier van justitie weet ik dat er behoorlijk wat dak- en thuislozen zijn met multi problematiek die alle aangeboden hulp al dan niet bewust weigeren. Deze zogenoemde zorgmijders zijn vaak heel schrijnende gevallen. Zo was er in Maastricht een oude man die in alle seizoenen, dag en nacht, buiten bleef. Hij zat steevast op zijn hurken bij een vervallen gebouw en weigerde stelselmatig alle hulp die hem geboden werd.

Alle dak- en thuislozen hebben een verhaal hoe het zover heeft kunnen komen. Ik vraag me af wat het verhaal is van deze man, die slechts een paar meter voor me uitloopt naar god weet waar.

Een paar meter, maar toch een wereld van verschil.

© Pascale Bruinen

Deze column is eerder verschenen in het Algemeen Dagblad.

NEW YORK, NY - DECEMBER 04: A person in economic difficulty holds a homemade sign asking for money along a Manhattan street on December 4, 2013 in New York City. According to a recent study by the by the United States Department of Housing and Urban Development, New York City's homeless population increased by 13 percent at the beginning of this year. Despite an improving local economy, as of last January an estimated 64,060 homeless people were in shelters and on the street in New York. Only Los Angeles had a larger percentage increase than New York for large cities. (Photo by Spencer Platt/Getty Images)