Review ‘Mijn eerste lijk is gelukkig vers’

Biebmiepje heeft een mooie recensie geschreven van ‘Mijn eerste lijk is gelukkig vers’:

‘Pascale Bruinen heeft twee hele verschillende boeken geschreven, dit boek over haar tijd als officier van justitie, en een tweede boek, Het jaar van de uil, wat een meer spiritueel boek is ‘over verwondering, verlies en veerkracht’. Erg leuk dus om allebei haar boeken te mogen lezen en mijn ervaringen te kunnen delen met jullie! Ik las Mijn eerste lijk is gelukkig vers, haar eerste boek als eerste.

In dit boek beschrijft Pascale haar ervaringen als vrouwelijke officier van justitie. Je leest hoe ze aan die baan is gekomen, wat ze er allemaal voor heeft moeten doen (en laten), hoe ze erin is gegroeid, hoe de tijden veranderen en wat ze in al die jaren allemaal aan bijzondere, bizarre en nare dingen heeft meegemaakt. Het boek staat vol met anekdotes over gebeurtenissen en rechtszaken. Je krijgt echt een kijkje achter de schermen bij een beroep wat voornamelijk bekend is van tv en uit fictieverhalen. Het beroep van officier van justitie houdt zoveel meer in dan je beseft…

In het boek staan columns verwerkt die eerder verschenen in de media. Ze zijn mooi in het totaalverhaal versmolten. En eigenlijk leest ieder hoofdstuk als een column, fijne behapbare en toegankelijke stukjes, waar je makkelijk even een leespauze zou kunnen nemen. Ik heb het gewoon aan één stuk door gelezen, wat óók erg fijn was. Pascale heeft namelijk een hele fijne schrijfstijl. Ze vertelt openhartig en niet zonder zelfspot, met respect voor alle mensen die ze noemt (anoniem of niet) in haar verhalen.

Grappig dat ik net een boek van Linda Jansma las, Schaduwkinderen, waarin een vrouwelijke officier van justitie de hoofdrol heeft. Ik weet nu dat Linda een geloofwaardige versie neerzet van dit beroep. Erg leuk om na de fictieve verhalen die ik gelezen heb of op tv gezien heb nu een zeer boeiende kijk te krijgen in de échte wereld van een officier van justitie! Bedankt Pascale!’

schermafbeelding-2017-01-15-om-14-04-28

Advertenties

Digitale leesfragmenten ‘Mijn eerste lijk is gelukkig vers’ en ‘Het jaar van de uil’

Nieuwsgierig naar mijn boeken ‘Mijn eerste lijk is gelukkig vers’ en ‘Het jaar van de uil’?

Bekijk dan hier de inkijkexemplaren:

‘Mijn eerste lijk is gelukkig vers’: http://issuu.com/defonteintirion/docs/leesfragment__mijn_eerste_lijk_is_g

‘Het jaar van de uil’: https://issuu.com/vbku/docs/9789021563510_inkijkexemplaar_2

Beide boeken krijgen op bol.com bijna de maximale score op basis van de reviews.

schermafbeelding-2016-12-21-om-16-43-36

 

Veel leesplezier!

‘Mijn eerste lijk is gelukkig vers’

Bij de promotie van mijn eerste boek getiteld ‘Mijn eerste lijk is gelukkig vers’ ben ik her en der nog wat BN’ers tegengekomen. Altijd leuk voor in het digitale plakboek!

15622414_699445880229583_6588680346256422621_n

Twee dromen komen uit

Een paar maanden voordat mijn vader sterft, doe ik hem een plechtige belofte: als ik ooit een boek schrijf, draag ik dit aan hem op. Aan de schittering in zijn ogen zie ik dat hij hierdoor geraakt is. Als echt papa’s kindje doet dit me deugd. Anderhalf jaar later teken ik, nota bene op mijn vaders verjaardag, mijn eerste boekcontract. Toeval of toch niet? Zo komt mijn eerste droom uit, al maakt mijn vader dit helaas niet meer mee. Zoals beloofd draag ik mijn debuut Mijn eerste lijk is gelukkig vers – een heel persoonlijk inkijkje in mijn werk als officier van justitie – aan hem op.

Sindsdien ben ik officieel auteur. Auteur. Het woord alleen al maakt me belachelijk gelukkig. Maar tegelijkertijd begint er iets te knagen. Met een wekelijkse column in het Algemeen Dagblad en een heus boek zit ik in deze drukke baan echt aan mijn taks. Maar inmiddels ben ik besmet geraakt met het schrijfvirus waardoor ik alleen maar meer wil. Een moeilijke tijd breekt aan. Want hoe nu verder? Het liefst zou ik mijn toga aan de wilgen hangen, maar bij de gedachte om mijn vaste baan op te zeggen in ruil voor een onzeker bestaan als schrijver breekt het zweet me uit. Wat als ik niet goed genoeg ben, geen geld ermee kan verdienen? Wat zullen anderen hiervan vinden? Het angstspook waart rond en zorgt voor veel innerlijke onrust.

Totdat ik me op een dag die éne vraag stel. Hoe voelt het als ik niet wegga maar zou blijven? Als ik wacht op het fysieke antwoord merk ik dat mijn hele lijf zich aanspant. Dit valt samen met de realisatie dat als ik nu niet vertrek, ik tot aan mijn pensioen officier van justitie zal blijven. En hoewel dit een prachtige en betekenisvolle baan is, voel ik een enorme weerstand opkomen tegen dit idee. Want dat zou immers ook betekenen dat ik het schrijven op zou moeten geven.

En ineens weet ik het zeker: liever nu de sprong in het diepe wagen, dan eeuwig spijt hebben het niet eens geprobeerd te hebben.

Mijn hart wijst me zo dus de weg. Een weg, die ik nooit had kunnen vinden zonder het heftige rouwproces dat ik heb doorgemaakt na de dood van mijn vader en dat is uitgemond in een magische gebeurtenis die mij voorgoed heeft veranderd. Dankzij dit betoverende voorval met een uil in de hoofdrol – mijn tweede droom die uitkwam – weet ik dat ik kan vertrouwen op mijn gevoel en dat wonderen bestaan.

Was mijn motto vroeger ‘Eerst zien, dan geloven’, sindsdien luidt het ‘Eerst geloven, dan zien”.

Want als je diep van binnen écht gelooft dat een verlangen werkelijkheid kan worden, zul je vroeg of laat de manifestatie ervan ook in jouw leven zien.

© Pascale Bruinen

unknown-3

Deze column is op 24 oktober 2016 als blog verschenen op http://www.inspirerendleven.nl

 

Interview in tijdschrift ‘The Optimist’

In het november/decembernummer van het prachtige tijdschrift ‘The Optimist’ staat dit interview met mij over mijn boek Het jaar van de uil. Ik vind het een eer!

img_3213

img_3241-2

Foto: Maartje van Berkel

Vers lijk

Ik zit nietsvermoedend achter mijn bureau als mijn opleider ineens aankondigt dat ik naar een gerechtelijke sectie moet. Pardon? Even denk ik nog dat een grapje is, maar het blijkt een serieus voorstel. Hoort bij de opleiding.

Het idee om lijfelijk aanwezig te moeten zijn als een dode van boven tot onder wordt opengesneden vind ik niet bepaald aanlokkelijk. Ik verdring deze informatie in de veronderstelling dat het toch al heel raar moet lopen, wil er zich binnenkort een dergelijke onverkwikkelijke situatie voordoen. Vanaf nu mogen er gewoon geen niet-natuurlijke doden meer vallen.

Twee dagen later ben ik met kramp in mijn maag onderweg naar het mortuarium van het ziekenhuis. Eentje is toch verscheiden, hoogstwaarschijnlijk door een overdosis harddrugs. De politie troost me met de mededeling dat ik ontzettend veel geluk heb. Mijn eerste lijk is namelijk een vers lijk. Om vervolgens in geuren en kleuren te verhalen over de staat waarin een oud waterlijk pleegt te verkeren.

Naar goed plaatselijk gebruik wordt er voorafgaand aan het snijfestijn eerst gezellig samen vlaai gegeten met de politie, de patholoog-anatoom en zijn slagershulpje. Een beer van een vent met handen als kolenschoppen. Ik krijg nauwelijks een hap door mijn keel.

Maar dan moet ik er aan geloven. Het lijk van de onfortuinlijke man ligt op een stalen tafel. Kort na de incisie in Y-vorm begin ik een penetrante rotte eieren lucht te ruiken. De patholoog zegt dat we allemaal zo ruiken van binnen. Lekker!

De ervaring valt uiteindelijk mee. Ik val niet flauw, hoef niet over te geven en vind het zelfs interessant om menselijke organen van zo nabij in het echt te zien.

Bij thuiskomst sla ik de spaghetti bolognese voor één keertje over.

Kwestie van verkeerde associaties.

© Pascale Bruinen

Deze column is eerder verschenen in het Algemeen Dagblad en heeft geleid tot de titel van mijn eerste boek, Mijn eerste lijk is gelukkig vers.

1280px-Rembrandt_Harmensz._van_Rijn_007

Dit is een wat minder vers lijk…