Glamorous Zwemmen

Er bestaat no such thing als glamorous zwemmen. Sterker nog, het is een ware contradictio in terminis. En geloof me, ik heb het geprobeerd.

Geïnspireerd door al die tijdschriften vol BN-ers die op het strand verpozen terwijl ze er uit zien alsof ze urenlang door Mari van de Ven zijn bewerkt denk ik: dat kan ik ook. Dus trek ik naar het strand met een nieuwe bikini en übercoole glitterkaftan, gecombineerd met kekke zonnehoed en bijpassende peeptoe-sleehakken die mijn fuchsiaroze teennagels showen. Tot zover alles onder controle.

Qua make-up heb ik veiligheidshalve gekozen voor de waterproof variant, beducht als ik ben voor het pandabeer-effect of smokey eyes in de Frankenstein versie. Maar dan begint de ellende.

Scène 1: aangezien ik wel ietsie-pietsie bruiner wil worden maar niet wil verbranden, is het smeren geblazen. En zo’n factor 30 of 50 op je gezicht is niet echt een toonbeeld van matte elegantie. Visualiseer eerder een wit uitgeslagen sardien-in-blik-look.

Scène 2: als het te heet wordt in de zon lonkt het water. Omdat ik met typische vrouwenlogica mijn haren van te voren eerst gewassen én lekker steil gemaakt heb, wil ik niet dat ze nat worden. Natuurlijk gebeurt dat toch. Het (mannelijke) advies om een badmuts op te zetten, hoon ik weg. Gevolg is wel dat ik eerder lijk op een verzopen kat dan op een glamour stoeipoes annex zeemeermin zoals Ursula Andress in betere (James Bond) tijden.

Scène 3: aangekomen op mijn handdoekje leert een snelle blik in mijn handspiegel (met vergroting, zodat ik acuut aan de botox wil) dat er overal zwarte vegen boven en onder mijn ogen zitten. Waterproof? Yeah right!  Omdat de anti-walllen camouflagestift ook al niet tegen water kan, zie ik bovendien uit alsof ik weken niet heb geslapen. En als klap op de vuurpijl is mijn 24 hour stay on lipstick na een half uurtje al nergens meer te bekennen (vraag jij je trouwens ook zo vaak af waar die eigenlijk blíjft?)

Als je dit al erg vindt, is zwemmen in een zwembad nog een graadje erger. Ik ben dan compleet incognito aangezien de altijd charmante zwembril, neusclip en oordoppen mij volledig onherkenbaar maken. Mijn tactiek om niet betrapt te worden op deze  schoonheids-missers? Ik ga gewoon met bril, clip, dop en al onder de douche en de auto in. En dan maar hopen dat ik niet door de politie word gecontroleerd.

© Pascale Bruinen

Oh wat glamourous….Helaas zie ik er dus niet zo uit als ik ga zwemmen. Trouwens, die badmuts komt mij wel enigszins bekend voor. Kijk voor het bijpassende verhaal maar eens   bij Vakantieherinneringen (2)…

Kledingstress

Terugblikken hoort bij deze tijd van het jaar. Mijn gedachten dwalen nu af naar december 2015, naar de uitreiking van de Woman of the Year 2015 Award van Harper’s Bazaar in Amsterdam. Het iconische modetijdschrift had mij eerder dat jaar vanwege mijn bijzondere carrièrepad voor deze eervolle prijs genomineerd. Want een officier van justitie die zich in een openhartig boek zo kwetsbaar durfde op te stellen was binnen de magistratuur nog niet eerder vertoond.

Met tien uitverkoren Women of the week ging Harper’s Bazaar een interview filmen dat vervolgens online zou worden gezet en ik was één van de gelukkigen. Ik liep rond met een glimlach van oor tot oor. Totdat ik hoorde dat niemand minder dan Cécile Narinx, de hoofdredacteur,  het interview zou gaan doen. Het vooruitzicht om pal naast zo’n levende modelegende op film te worden vereeuwigd leverde me een acute aanval van kledingstress op. Want wat moest ik hiervoor in godsnaam aantrekken? In paniek tikte ik op google ‘afbeeldingen Cécile Narinx kleding’ in. En daar was ze, uiteraard in elke foto fantastisch gekleed en gestyled. Ik probeerde zó niet aan de The Devil wears Prada te denken, maar desondanks brak het zweet me bijna uit. Niet omdat Cécile zo’n heks is, allesbehalve, maar ze ziet er altijd zo on-be-ris-pe-lijk uit (dit was overigens nog voordat ze mee zou doen aan Wie is de mol?, het avontuurlijke tv-programma waarbij ze voor heel de natie te zien was terwijl ze in de jungle van de Dominicaanse Republiek rondstruinde met bezweet hoofd in een gekreukte zijden jurk vol transpiratievocht).

Na een aantal vrij dramatisch verlopen passessies (‘Niet goed genoeg voor Cécile!’, ‘Maakt te dik op tv!’, ‘Gevalletje hopeloos!’) besloot ik uiteindelijk voor veilig te gaan en werd het een mooie Michael Kors jurk met zwarte pumps. Op een zonnige dag was het zover en mocht ik – nadat er nog wat aan mijn haar en gezicht was gefrunnikt – plaatsnemen op de achterbank van een fijne Mercedes. De bedoeling was om te filmen op locaties die voor mij belangrijk waren. Dus koos ik de rechtbank als symbool voor mijn juridische loopbaan en het centrum voor amateurkunstbeoefening als zinnebeeld voor mijn schrijfcarrière.

We begonnen bij het gerechtsgebouw. Pal daarvoor ligt een drukke rotonde. De regisseur van de filmcrew gaf mij aanwijzingen die behelsden dat ik ter hoogte van de rechtbank op de stoep moest gaan staan. De Mercedes zou over de rotonde komen aanrijden en zodra deze voor mijn gepoederde neusje zou stoppen, hoefde ik alleen maar in te stappen. Dan zou de bolide wegrijden en voilà, it’s a wrap!

Is het dat?, dacht ik lichtelijk teleurgesteld. Omdat ik toch helemaal opgedoft op dat trottoir stond, had ik wel meer acties willen laten zien, maar nee, dat hoefde helaas niet. Nou, dat leek me appeltje eitje. Vijf takes, nieuwsgierig en soms ook ongelovig gestaar van af en aan lopende advocaten (die mij helaas allemaal herkenden) en een aantal mini-verkeersinfarcten later ontdekte ik dat die opdracht een stuk moeilijker was dan gedacht. De ene keer hield ik mijn hoofd te schuin, de andere keer bleef mijn voet haken achter de rand van de auto en de volgende trok ik de deur niet goed dicht. Met iedere mislukte poging voelde ik mijn pas verworven status als Woman of the Week wat verder ineen schrompelen. Instappen in een auto kan iedereen, maar in een strak jurkje elegant en vloeiend instappen is andere koek. In gedachten nam ik mijn petje af voor die arme Máxima, die in- en uitstappen in de lastigste creaties inmiddels tot kunst heeft verheven. Maar uiteindelijk was de regisseur tevreden en was het shot Harper’s Bazaar proof. Het interview verliep vervolgens, mede dankzij Cécile Narinx’ prettige manier van vragen stellen, in een zeer ontspannen sfeer. Jammer genoeg was het voorbij voordat ik er erg in had.

De Award ging later helaas aan mijn neus voorbij omdat Sophie Hilbrand met die eer ging strijken.

Toch had ik dit geweldige Harper’s Bazaar avontuur nooit willen missen. Zelfs zónder gewonnen prijs was het alle kledingstress dubbel en dwars waard.

© Pascale Bruinen

schermafbeelding-2016-12-17-om-09-44-17schermafbeelding-2016-12-17-om-09-44-20schermafbeelding-2016-12-17-om-09-44-47

img_0972

 

Modepolitie

Als officier van justitie hoefde ik me zelden te bekreunen over wat ik nu weer eens aan moest trekken. Want als de zittingzaal riep, was ik het overgrote deel van de dag onder de pannen in mijn vrijwel alles verhullende toga.

Voordeel: ik had niet veel werkkleding nodig. Hoewel dit bij nader inzien meer een nadeel was, want zo had ik ook geen excuus om vaker te gaan shoppen. Nog een pré: eventuele post-vakantiekilootjes vielen niemand op in mijn oversized toga maatje XXXL. Voorwaar géén little black dress. Als ik ook nog verplicht getooid met een pruik naar zitting had gemoeten, zou ik zelfs geen last meer hebben gehad van een bad hair day. Ideaal toch?

Maar nee, hier in Nederland moeten officieren met hun eigen haar naar zitting. En die zwarte toga was en is, nou ja, heel erg zwart. Vooruit, de witte bef doorbreekt het nog een klein beetje, maar voor de rest… Het is al met al een wonder dat officieren – zelf nota bene hoeders van de wet – nog niet massaal zijn opgepakt door de modepolitie.

Daarom is het de hoogste tijd dat dit kledingstuk ein-de-lijk eens wordt gepimpt. Ik roep alle fashiondesigners daarom hierbij op hun tanden eens te zetten in Project Courtroom. Eens zien wat dat gaat opleveren. Al zal er eerst een heuse wetswijziging nodig zijn omdat zelfs de eisen waaraan een toga moet voldoen wettelijk zijn vastgelegd.

Misschien wordt het wel een toga in ingetogen beige voor een zedenzaak, een veelkleurige toga met speciaal draaideur-effect voor veelplegers en een witte toga met in het midden een uit de kluiten gewassen lieveheersbeestje voor geweldzaken. Ik zie het meteen voor me.

En natuurlijk kunnen aanklagers niet zonder een his and hers-versie voor formele gelegenheden, bijvoorbeeld bij de officiële installatie van een nieuw lid van de rechterlijke macht. Voor de dames zachtroze, uiteraard afgewerkt met de nodige glitters. Voor de heren nachtblauw, voorzien van een satijnen bies. Vanzelfsprekend afgemaakt met een customized bef voor iedereen.

Zeker weten dat het Openbaar Ministerie voortaan de blits zal maken in elke zittingzaal.

Aldus zou ik requireren tot spoedige aanbesteding van dit project.

© Pascale Bruinen

Deze column is eerder verschenen in het Algemeen Dagblad.

IMG_1068

Achtbaan (3)

Het is The Day After The Night Before. Eenmaal ochtend, lijkt het ineens heel onwerkelijk dat ik gisteren in RTL Late Night heb gezeten. Na een rustig ontbijt, vertrekken we richting zuiden want straks staan er twee tv-interviews op stapel bij de regionale omroepen. Eerst in Roermond bij TV Limburg, dat opgenomen wordt, en dan live in het programma “Avondgasten” van L1.

In Roermond blijkt de tv-studio boven in een winkelcentrum te zijn gelegen. Binnen worden we opgevangen door erg aardige mensen. De verbazing is groot als blijkt dat ik dialect spreek. Even later wordt gevraagd of ik het interview niet in het dialect zou willen doen. Omdat dit me heel leuk lijkt, stem ik toe. Ook hier word ik, dit keer  in een kleine donkere ruimte, nog even opgelapt door een visagiste en dan moet ik de studio in.

De interviewers hebben zich goed voorbereid en stellen heel uiteenlopende vragen. Ik merk dat het heel anders voelt als ik in het dialect praat. Op de een of andere manier lijkt het intiemer, minder afstandelijk. Misschien verloopt het interview wel (mede) daardoor erg gemoedelijk.

Hierna rijden we door naar Maastricht, naar L1, de concurrent. Omdat het dan rond etenstijd is, worden we opgevangen met broodjes en drankjes. Ook hier valt me weer op dat de sfeer heel informeel is. We verblijven in een ietwat rommelige maar heel gezellige ruimte waar de gastvrije visagiste de scepter zwaait. Ze dirigeert me naar een stoel voor een enorme spiegel. Voor de spiegel strekt zich een groot werkblad uit met daarop een arsenaal aan poeders, crèmes, blushes, lippenstiften, papieren tissues en aanverwante artikelen.

Ik moet eerst mijn ogen dicht doen en vervolgens mijn mond openhouden zodat zij haar mooi-maak-werk zo goed mogelijk kan uitvoeren. Ze is net druk doende met het opbrengen van een laagje lipgloss als ze stopt en mij aandachtig bekijkt. Net als ik me afvraag wat er aan de hand is, roept ze uit: “Ik zie opeens heel erg Agnetha van Abba in jou!”.

Ik besterf het bijna. Tussen het schaterlachen door weet ik uit te brengen dat zij mijn jeugdheldin is, mijn Grote Voorbeeld op wie ik altijd zo graag wilde lijken. Dat ging zelfs zo ver, dat ik als tiener met een goede vriendin en twee klasgenoten in een bandje zat dat Abba imiteerde. En inderdaad “was” ik Agnetha Fältskog.  Zo zijn we zowaar nog eens in de schouwburg beland om als Hele Belangrijke Act op te treden op een groots georganiseerd schoolfeest. Ik herinner me nog levendig hoe ik met mijn moeder de stad af had gestruind om kleding te vinden die zoveel mogelijk leek op wat ik op TV had gezien. Deze fifteen minutes of fame zijn me altijd bijgebleven.

Dat ik nu, nota bene op vijftigjarige leeftijd, nog mag meemaken dat iemand vindt dat ik op haar lijk vind ik daarom zeker eervol, maar vooral hilarisch. Te meer omdat ik eigenlijk helemaal niets van haar weg heb als je de gezichtstrekken vergelijkt, maar dat terzijde. De visagiste kan bij mij in ieder geval niet meer kapot.

Tussendoor druppelen de andere gasten binnen. Even later worden we gebriefd over de gang van zaken tijdens de live uitzending en dan is het zover. De beide presentatoren gaan van start en één voor één schuiven we aan de grote ovale tafel aan. Ook hier is de sfeer ontspannen zodat het een leuk interview wordt.

En dan is het tijd om naar huis te gaan.

Ronan Keating schreef het al in zijn tekst van het gelijknamige liedje:

Life is a rollercoaster/Just gotta ride it.

En zo is het maar net.

© Pascale Bruinen

Achtbaan

Achtbaan (2)

Hotel Schiller aan het Rembrandtplein in Amsterdam ziet er bij daglicht toch een tikje anders uit dan zoals je het op TV ziet bij RTL Late Night. ’s Avonds heeft het een magische uitstraling, met al die twinkelende lampjes in de bomen op het plein en veel opgewonden mensen in het publiek. Nu, op een grauwe dinsdagmiddag, lijkt het een doodgewoon hotel.

Nadat we hebben ingecheckt, duiken we meteen de brasserie in waar straks de opnames zullen plaatsvinden. En ja hoor, bij binnenkomst staat links die hoge, wat gek gevormde tafel waaraan alle gasten altijd zitten. Ik straks dus ook.

De hoge stoelen zijn nu nog van donkere stof die betere tijden heeft gekend, maar zullen vlak voor de opname worden vervangen door blitsere, witleren, exemplaren. In de brasserie is er, ondanks dat het uitzendtijdstip nog de nodige uren op zich laat wachten, al de nodige activiteit. Diverse in het zwart geklede mannen lopen rond met kabels, lampen en stellages om het podium op te bouwen waar straks de Ierse band Hozier zal optreden. Maar de ruimte oogt bovenal knus.

Omdat we vroeg zijn, is er tijd genoeg om op het gemak te douchen, haren te wassen en om te kleden voordat we met Jeannette, mijn uitgever, en Ester, de marketingdame, een hapje gaan eten in een nabijgelegen restaurant. Aan tafel heerst een mix van blije opgewondenheid en gezelligheid terwijl we ons de klassieke Franse keuken goed laten smaken.

Iets voor 21.00 uur nemen we afscheid want dan moeten Han en ik ons melden in de Greenroom van Hotel Schiller, een grote ruimte met prachtige glas in lood ramen die uitkijken op het plein, comfortabele fauteuils en een enorme flatscreen tv waar alle gasten, hangers-on en medewerkers voor en na de show verblijven om te praten, foto’s te maken of iets te drinken. Daar worden we opgevangen door een hele aardige dame die ons uitleg geeft en op ons gemak stelt. Maar al ras moet ik door naar de make-up. Dus word ik begeleid naar een andere ruimte, waar Humberto Tan al in een stoel zit voor een grote spiegel met van die witte lampenbollen erop. Ik stel me even voor en moet er dan ook aan geloven. Er wordt gepoederd, geblushed en gestift tot het een lieve lust is.

Ondertussen wordt er naar hartenlust door iedereen gekletst en gelachen, zeker als even later ook Nicolette van Dam binnenwipt. Het is duidelijk dat iedereen elkaar goed kent. De medewerkers vormen een hecht team, bijna een familie.

Als ik klaar ben, mag ik terug naar de Greenroom. Ik zie dat een andere gast, het meisje dat komt vertellen over loverboypraktijken, ook is aangeschoven. Even later zie ik Jessica Vilerius en Jan-Jaap van der Wal binnenkomen.

Rond 22.15 uur krijg ik mijn kleine microfoontje omgehangen en even later vertrekken we in optocht naar beneden. Kort voordat we “op” moeten, krijgen we nog een laatste uitleg van de stagemanager die aangeeft in welke volgorde we zo meteen moeten vertrekken en op welke plek we moeten gaan zitten. Ik sta vlak naast Humberto Tan te wachten achter de coulissen. In de brasserie is het al feest. Er is iemand die uitermate zijn best doet het publiek op te zwepen. Jeannette en Ester staan samen te swingen op de geïmproviseerde dansvloer. Het is vrolijkheid ten top.

Iemand roept dat we zo moeten gaan. Op dat moment voel ik heel even toch wat zenuwen opkomen. Ik probeer er niet aan te denken dat dit programma zometeen zal worden bekeken door gemiddeld zo’n 1.000.000 mensen.

Eenmaal aan tafel krijgen we drankjes voorgezet. Ik hou het bij water. De zoutjes op tafel blijven onaangeraakt. Omdat ik het zo bewust mogelijk wil meemaken, kijk ik eens goed rond. Recht tegenover me zie ik Han naast Jeannette en Ester zitten in het publiek. Zelf zit ik naast Nicolette, met wie ik tussen de bedrijven door wat grappige opmerkingen uitwissel. Een stukje verder naar rechts staat Luuk Ikink die straks zijn ding gaat doen. Links zit Humberto met achter hem meer publiek en de ramen met uitzicht op het Rembrandtplein.

Even later zijn we live op tv. Ik geniet met volle teugen van het optreden van de band. Het is een vreemde gewaarwording om Humberto op zijn vertrouwde plek te zien zitten of Luuk het woord te zien nemen terwijl ik nu zelf aan tafel zit. Het Loverboythema komt aan bod en het meisje, ondersteund door Jessica Vilerius, doet op indrukwekkende wijze haar verhaal. En dan vraagt Humberto mij om hierop te reageren. Ik ben aan de beurt! Ik antwoord recht vanuit mijn hart en voordat ik het weet, is mijn item alweer voorbij.

Na de uitzending praten we in de greenroom allemaal nog even na.  We maken wat foto’s, bedanken iedereen en dan is het tijd om ons bed op te zoeken.

Als ik de opnames zelf terugzie, ben ik inhoudelijk tevreden. Alleen dat licht…Ik was van te voren al even bang geweest voor het beruchte Yolanthe-effect, maar hoopte dat het wel mee zou vallen. Niet dus.

Zo leer ik telkens weer bij.

Want de volgende keer kom ik alleen nog maar opdraven als ik precies dezelfde lichtbak krijg als Linda de Mol.

© Pascale Bruinen

Achtbaan (2)

 

 

 

 

 

Achtbaan (1)

Toen ik – inmiddels een hele tijd geleden – op mijn laptop ijverig mijn boek aan het typen was, had ik in mijn stoutste dromen niet kunnen bevroeden dat ik na publicatie in een heuse achtbaan terecht zou komen.

Rondom de verschijningsdatum blijkt er namelijk behoorlijk wat mediabelangstelling te zijn voor mijn pennenvruchten. En zo kan het gebeuren dat ik al snel onderweg ben naar Hilversum, naar de studio’s van Radio 1 om in het programma “De Nieuws BV” live geïnterviewd te worden. Omdat het toch maar voor de radio is, ben ik voor deze gelegenheid gehuld in spijkerbroek met coltrui.

Als ik nog snel voor uitzending een sanitaire stop maak, tref ik een jonge vrouw op het toilet die hardop verzucht dat ze uitgerekend vandaag een bad hair day heeft terwijl ze zo dadelijk gefilmd gaat worden. Ik wens haar sterkte, onderwijl me gelukkig prijzend dat ik daar lekker geen last van zal hebben. Even later loop ik achter iemand van de NOS aan die mij escorteert naar de juiste locatie.

Daar aangekomen blijken er heerlijke broodjes, koffie, thee en sapjes neergezet voor de radiogasten. Hoe gastvrij! Omdat ik toch nog even tijd heb voordat het mijn beurt is, neem ik een sandwich. Terwijl ik bedachtzaam kauw, zie ik ineens diezelfde jonge vrouw (die van de haarproblemen) de kamer binnenkomen.

“Hee, hallo! Moet jij hier ook zijn?”, vraagt ze joviaal.

Ik slik wat komkommer en een stuk tomaat door voordat ik kan antwoorden.

“Ja. Maar jij moest toch op tv, met je haar en zo?”, vraag ik haar wat dommig.

“Nee joh, ik kom ook voor die radio-uitzending maar ze hebben hier een webcam, vandaar!”

Een webcam?! O, nee hè, daar heb ik dus helemaal niet aan gedacht! Ik laat de rest van het broodje voor wat het is, graai mijn handtas mee en snel naar het dichtstbijzijnde toilet voor wat last minute reparatiewerk onder het motto van “redden wat er te redden valt”.

Ik ben nog niet terug of Felix Meurders, een van de interviewers, betreedt de ruimte en stelt zich voor. Al snel gaan we over op dialect, dat hij nog feilloos blijkt te beheersen. En dan is het zover. We lopen de kleine studio in. Ik neem plaats op de mij aangewezen stoel, onderwijl spiedend naar waar die vermaledijde webcam zich bevindt (eentje zo te zien recht tegenover me). Dan begint het programma. Verschillende nieuwsitems passeren de revue. Vanuit de aangrenzende regieruimte worden aanwijzingen aan de presentatoren gegeven.

Voordat ik aan de beurt kom, is het eerst nog tijd voor het nieuws van 13.00 uur. Terwijl ik een plechtige radiostem een maar al te bekende naam van een nieuwslezer hoor noemen, loopt er vanuit de regieruimte een lange man in vrijetijdskloffie op zijn dooie akkertje de studio in en neemt plaats in de stoel naast me. Vanaf een A-4tje leest hij vervolgens uiterst serieus een aantal zinnen op, die in heel grote letters zijn uitgetypt.

Wat gek, denk ik, om die bekende stem het nieuws te horen lezen terwijl ik nu zelf naast die man zit. Ik kijk eens wat beter naar links, waar de nieuwslezer is aangeschoven. Als mijn blik naar beneden gaat, zie ik tot mijn verbijstering dat hij op blote voeten is. Zijn tenen wiebelen vrolijk op en neer. Aan één teen draagt hij een ring. Op slag weet ik dat dit beeld voor altijd met zijn stem verbonden zal zijn.

Het daaropvolgende interview gaat me, ondanks dit “tenenkrommende” voorval, gelukkig goed af. Ik neem afscheid van alle aardige mensen in de studio en verlaat het NOS-gebouw, niet wetende dat zich daar luttele dagen later een heus gijzelingsdrama zal afspelen.

En nu meteen door naar Amsterdam, voor een optreden in RTL Late Night, ’s lands best bekeken talkshow.

Humberto Tan, here I come!

© Pascale Bruinen

Achtbaan (1)

Gezellig en ongedwongen sfeertje in de studio tijdens de opnames

 

 

 

 

 

Magisch Miami (2)

Here I am in the place where I come let go

Miami the base and the sunset low

Everyday like a mardi gras everybody party all day

No work all play okay

Uit: Welcome to Miami, Will Smith.

Miami.

The place to be. Voor fotomodellen, acteurs maar ook voor doodgewone toeristen zoals H. en ik.

Het toeristische middelpunt van de greater Miami area is natuurlijk South Beach dat pal aan de oceaan ligt en waar je de wereldberoemde Ocean Drive en het Art Deco District vindt. In SoBe, zoals South Beach ook wel wordt genoemd, is alles mogelijk en niks te gek.

Aan de ene kant van Ocean Drive vind je onder andere Lummus Park waar joggers hun rondjes maken tussen de geurende bloemen en wuivende palmen. Hier tref je her en der ook de daklozen die om  negen uur ’s morgens nog hun roes liggen uit te slapen op het gras. En er mogen dan wel zwervers zijn, zwerfvuil zul je nergens op straat zien liggen. Iedereen – zwervers incluis – gooit zijn afval keurig in de daarvoor bestemde bakken.

Aan de overkant van Ocean Drive kun je uitstekend mensen kijken op de vele terrasjes van hotels, café’s en eetgelegenheden met tot de verbeelding sprekende namen als The Cardozo, The Carlyle, The Leslie en The Betsy. 

Op Ocean Drive is het zien en gezien worden, ook voor de meest uiteenlopende exclusieve en peperdure voertuigen, convertibles en stretch limousines die expres in een slakkengang op en neer rijden, vaak met bloedmooie feestende meiden die uitgelaten schreeuwend rechtop in het geopende deel van het dak staan.

Overal klinkt muziek. Lounge, salsa, reggae, Cubaanse klanken. Als het maar zwoel is, zodat het perfect past bij de suptropische klamme temperaturen.

En waar anders dan in Miami kun je een zakenman in beige kostuum zien die op skates naar zijn werk gaat, gevolgd door een donkere vrouw op een rood-geel-groen rijwiel in ultrakort broekje en minuscule bikini bovenstuk met een oversized koptelefoon op haar hoofd en een jonge god, alleen gekleed in zwemshorts, die sierlijk voorbij zwiert op een driewielige step? Op de een of andere manier smaakt je ontbijt zoveel beter als je deze taferelen mag aanschouwen tegen een fel blauwe hemel terwijl een zilte zeebries zachtjes door je haren gaat.

Op de Oceanfront Boardwalk, een prachtig aangelegde smalle boulevard die parallel aan de oceaan loopt, kun je bijna zes kilometer lang wandelen en kom je langs mooie en beroemde hotels, zoals het Fontainebleau of Eden Rock. Hier zie je de gezondheids- en fitnessverslaafden rennen, fietsen en skaten. Wat meteen opvalt, is dat ze allemaal zo beleefd zijn. Niks voetgangers bruut uit de weg duwen. Hier slalommen ze voorzichtig om je heen en zeggen zelfs excuse me als ze je passeren of thank you so much als je voor ze opzij gaat. Leven en laten leven.

Behalve fun in the sun is Miami ook het summum van cool als het gaat over architectuur. De wereldberoemde Art Deco gebouwen uit de jaren twintig en dertig met hun zoete pasteltinten, aparte details en typische neonverlichting echoën tot en met de dag van vandaag de allure van filmsterren en de rich and famous. Gebouwen als The Tides of The Clevelander spreken echt tot de verbeelding.

Ook de iconische hotels ademen vaak deze sfeer. Sommige zul je ongetwijfeld herkennen van menige film of tv-serie. Bijvoorbeeld The Loews, The Sagamore, The Raleigh, The James Royal Palm of The Delano. Ze zijn geen van alle goedkoop, maar dan kun je ook wel genieten van een fantastische architectuur, een geweldige ligging pal aan het strand en een uitstekende service. Aan hot times ’n cool drinks dus geen gebrek.

Maar bovenal betaal je om van die typische Miami sfeer van strak design, ultra hippe kunst, relaxte mentaliteit en mooie mensen te genieten. En over die laatste gesproken: Miami is ook de enige stad ter wereld die een volleybal-toernooi organiseert dat uitsluitend professionele fotomodellen toelaat als deelneemsters.

Als dat voor jullie heren geen goede reden is om af te reizen naar the magic city weet ik het ook niet meer.

© Pascale Bruinen

miami art deco7