Vakantieherinneringen (3)

De tijd: ergens begin jaren tachtig van de vorige eeuw. De plaats: een Novotel, ergens in het midden van Frankrijk.

Mijn vader, bon vivant en lekkerbek pur sang, heeft de gewoonte om nogal wat Franse kazen te verschalken als dessert. Dit tot grote ergernis van mama, die zich steevast schaamt omdat ze vindt dat hij te veel van deze hartige hapjes opeet. Na de zoveelste discussie is hij het zat. Om zeker te weten wat de etiquette in deze nu precies voorschrijft, besluit hij aan een Franse ober advies te vragen over hoeveel hij nu echt mag kiezen van zo’n kaasplateau. Het antwoord? “Tant que vous voulez, monsieur!” (Zoveel als u maar wilt, meneer!).

Dat is natuurlijk niet aan dovemansoren gezegd. En dus bestelt hij de eerstvolgende keer op vakantie in Frankrijk met enig gevoel van triomf weer het kaasplateau en… ja hoor, de ober is zo onverstandig het ook nu weer onbeheerd op tafel achter te laten. Papa doet zich dan ook zonder enige schuldgevoel tegoed aan het ene na het andere heerlijk stukje fromage. Als hij eindelijk klaar is liggen nog zegge en schrijve anderhalf schijfje Brie, drie walnoten en zes (= alle!) druiven op de chique etagère.

Papa roept de ober voor de rekening. Als de garçon onze tafel nadert zie ik hem van kleur verschieten. Hij kijkt nadrukkelijk naar het bijna leeggeplunderde plateau, neemt het sierlijk bij het zilveren stangetje in zijn hand en draait het – demonstratief en extra langzaam – pal voor paps neus in de rondte. Ik zie dat dit schouwspel ook de aandacht trekt van de andere gasten in de eetzaal.

Mama’s gezicht staat op onweer. Ze heeft grote rode blossen op haar wangen en weet niet waar ze moet kijken. Het zou mij niet verbazen als papa’s scheenbeen nu ieder moment kan worden geraakt door een welgemikte trap van onder het tafelkleed. Ondertussen zit papa er, indachtig het gegeven advies, zo te zien helemaal niet mee. Hij lijkt de onschuld zelve.

Een variant op dit kaasdrama is de keer dat we in een ander Novotel overnachten op weg naar onze eindbestemming in Spanje. We gaan ’s avonds dineren in het restaurant. Bij het gekozen menu hoort een dessertbuffet. Mama ziet de bui al weer hangen, kijkt pap waarschuwend aan en zegt dat hij zich dit keer in moet houden. Advies van Franse obers of niet,  maar een publiekelijke vernedering zoals die vorige keer trekt ze niet meer.

Tot ons beider verbazing gedraagt papa zich echter meer dan keurig. Zo neemt hij deze keer slechts twee bescheiden plakjes kaas en zelfs helemaal geen fruit.

Mama’s opluchting is dan ook groot maar duurt slechts tot in de gang naar de hotelkamer. Op dat moment zien we papa namelijk ineens schuddebuiken van het lachen. Omdat we het niet vertrouwen, vragen we hem enigszins achterdochtig wat er in hemelsnaam zo grappig is.

“Nou, dit hier!”, weet hij nog net hikkend uit te brengen.

En dan opent hij de palm van zijn hand zodat deze de verborgen inhoud ervan prijs geeft: een klokkenhuis van iets wat ooit een peer en een appel is geweest was en een heel stel druivenpitten…

© Pascale Bruinen

Vakantieherinneringen (3)

Advertenties

Leeskeel

Ah! Het is vakantie, de zon schijnt aan een felblauwe, wolkenloze hemel en er heersen tropische temperaturen. Genoeg reden dus om het er van te nemen en – deugdelijk ingesmeerd – verantwoord bij te bruinen (al zal dit ongeacht de beschermingsfactor volgens dermatologen een contradictio in terminis zijn).

Ik heb echter weinig geduld om aan iedere kant gelijkmatig bruin te bakken. Mijn voorkeur gaat ernaar uit om lekker iets achterover geleund in een ligstoel te liggen. Maar dan wel met het nodige leesvoer.

Dus lees ik me een ongeluk. Een tijdschrift, roman of biografie. En niet te vergeten de kranten. De zomer is ook een perfecte tijd om sommige favoriete boeken te herlezen. Ik lees, kortom. alles wat los en vast zit (zie daarvoor ook mijn column “Lettervreter”).

Daar zit echter één ieniemienie nadeeltje aan, zo blijkt als ik na een paar dagen eens goed in de spiegel kijk. EEK! Mijn gezicht en hals zijn aardig gekleurd, maar mijn keel is nog spierwit. WIT! Ik kijk nog eens goed met de lamp aan, maar de witte vlek op mijn hals is onmiskenbaar. Het is de schaduw die mijn kin werpt als ik – min of meer rechtop – in de zon lees. Oh mijn God. Ik heb een leeskeel.

De dag erna ligt deze meid daarom 100% horizontaal gestrekt op haar rug op een ligbed. Mijn boeken, kranten en tijdschriften heb ik veilig opgeborgen. Mijn hoofd kantel ik zover mogelijk achterover en ik steek mijn kin fier de lucht in. Zo! Zullen we nog eens zien of die keel wit blijft. Ik kijk op mijn horloge om te checken hoe laat ik precies begin aan mijn projectje “Leeskeel bijbruinen 3.0”.

“Komt de zon nu ook op mijn keel?”, vraag ik H. die naast me ligt. Zonder boek en mét een jaloersmakende even bruine keel als de rest van hem. “Op je keel? Hoezo, op je keel? Je ligt helemáál in de zon”, amtwoordt H. verbaasd, kennelijk zonder de flauwste notie te hebben van mijn urgente leeskeel-probleem. “OK”, zeg ik daarom dan maar zonder nadere uitleg te geven. Mannen!

Hoelang zou het duren voordat de gemiddelde keel een kleurtje krijgt?, vraag ik me ondertussen af. Ik kijk stiekem op mijn horloge. Er zijn precies acht minuten verstreken. Toch krijg ik langzamerhand al een stijve nek. Om maar te zwijgen van mijn kaakspieren, die ook al beginnen te protesteren vanwege mijn nogal onnatuurlijke houding.

Hmmm, de tijd gaat zo wel erg langzaam. Ik bedoel, zo zonder boek of iets anders leesbaars. Eerlijk gezegd heb ik er eigenlijk al een beetje genoeg van en er zijn nu pas welgeteld negentwintig minuten om. Op de kop af. In negenentwintig minuten zou zo’n witte keel toch wel iets bijgekleurd moeten zijn. Zeker weten. Ik voel zelfs al iets van zonnebrand op die plek, dus…

Ik kom overeind en haast me naar de spiegel. Niks bijgebruind, de plek is en blijft hartstikke wit. Als dat zo moet, kan ik evengoed weer lekker verder lezen. In een normale houding. En dus grijp ik mijn boek, zet ik de rugleuning van het ligbed omhoog en installeer ik me in mijn favoriete leesstand.

En die leeskeel? Die tackel ik wel met zelfbruiner.

© Pascale Bruinen

leeskeel

Eindelijk Zomer

Spontane barbecues met je vrienden. De smaak van zout op je huid als je net in zee hebt gezwommen. Zand tussen je tenen. Trillende lucht boven smeltend asfalt. Midden in de nacht vertrekken en met de kinderen in één ruk doorrijden naar Spanje. Gelach van je buren die nog tot laat buiten zitten. Een twinkelende sterrenhemel die de belofte in zich draagt van weer een stralende morgen. Die typische reuk van citronella. Het hypnotiserende geluid van zoemende bijen.

Met plezier doornat worden als je de auto wast. Midden op de dag in slaap sukkelen door de hitte. Genieten van de veelkleurige bloemenpracht. Helemaal in het wit gekleed gaan en toch niet voor gek lopen. Het snerpende geluid van krekels. Een blos op je wangen hebben zonder make-up. De bel van de ijscoman. Het hoge, heldere geluid van kinderstemmen in de verte. Een dagje naar de kust.

De opwinding vlak voor vertrek naar je vakantiebestemming. Lange avonden waarbij het maar niet nacht wil worden. Lavendelbloemetjes tussen je vingers vermalen en dan verrukt het zoete, bedwelmende bouquet opsnuiven. Als je naar je werk gaat niet in de file hoeven staan maar een parkeerplek pal voor de deur aantreffen. Het zonnescherm helemaal uitklappen en het ’s nachts niet eens hoeven binnenhalen. Motten die op je buitenlamp zitten. Kinderlijk plezier beleven als je jezelf nat spuit met de tuinslang. Vakantie vieren in je eigen achtertuin.

De bomen die hun frisse voorjaarskleur verloren hebben en nu een volwassen groene tooi dragen. Het badje opzetten voor de kinderen en er zelf het meeste in zitten. De tv naar buiten slepen om met vrienden naar het voetballen te kijken. Die heerlijke aardse, vochtige geur als een malse regenbui eindelijk neerdaalt op de hete, droge en stoffige bodem. Met je bruine velletje de blits maken in de stad.

Het “squish, squish” geluid dat je slippers maken als je met ze door het water hebt gewaad. Op je ligbed het luie ritme van een reggaedeuntje meetikken met je voeten. Je lijf dat de hele dag door geurt naar kokos uit exotische oorden. De warme bries door je losse haren. Je knellende schoenen uitschoppen en blootsvoets lopen over de koele, stenen vloer. De loutering die je voelt als je na een stranddag onder een lauwe douche de plak van je lijf spoelt.

Eindelijk die gouden pareo met dito slippertjes kunnen aantrekken. Een flamboyante zonnehoed dragen. Iedere dag buiten eten. Meer energie hebben. Na je werk nog een lekkere fietstocht maken. In je lunchpauze even een terrasje pikken. Jezelf koelte toewuiven met een tijdschrift. ’s Ochtends in alle vroegte al gewekt worden door het aanhoudende gekwetter van vogeltjes. Het tsschhhh geluid van een ijskoud blikje cola dat open wordt getrokken. Gezellig met zijn allen naar de camping. Verkoeling zoeken in bos of zwembad.

Maar ook een ijsje dat al smelt voordat je er goed en wel aan begonnen bent. Je horren dicht houden en toch vliegen binnen krijgen. Je ogen niet open kunnen houden in de scherpe, felle glittering van de zon die weerkaatst op het water. Een autostuur dat te heet is om vast te pakken. Opgezwollen voeten aan het einde van een lange, hete dag. De rolluiken de hele dag dichthouden omdat de koperen ploert genadeloos hamert op de ramen.

Die ellendige mug kapot meppen op de muur van je slaapkamer. Zand dat zo heet is dat je er niet over kunt lopen. Gestoken worden door een wesp. Het welig tierende onkruid niet kunnen bijbenen. Iedere avond de tuin moeten sproeien. Mannen met korte broeken en witte sokken in sandalen.

Zweet dat in je ogen loopt en zich mengt met zonnecrème, waardoor je ogen branden. Je haren die in onelegante slierten op je hoofd plakken na een verfrissende duik. Op het einde van die eerste stranddag terug op je hotelkamer komen en ontdekken dat je bent veranderd in een rood-wit gevlekte zebra. Je zonnebril die al snel vol zit met vette vingerafdrukken. De ellende van het telkens opnieuw moeten insmeren van iedere vierkante centimeter huid, daarbij gehinderd door bandjes, touwtjes en ringetjes van je bikini. Gezandstraald worden op het strand in Zuid-Frankrijk door die fijne Mistral-wind. Koude rillingen door de zonnebrand. Na een zwembeurt er achter komen dat je ondanks je waterproof mascara toch veranderd bent in een ringstaartmaki.

Eindelijk zomer.

© Pascale Bruinen

zomer

Ik had vurig gehoopt dat ik bij het plaatsen van deze column een lange, warme dag tegemoet kon zien, maar dat valt nog (effe?) tegen. Het is op dit moment nog verdacht grijs buiten, maar het lijkt alsof de zon zich wel wil laten zien. Misschien dat mijn column ervoor zorgt dat de laatste wolken zich terugtrekken en we inderdaad kunnen gaan genieten van zo’n stralende zomerdag als hier omschreven. Fijne zomer allemaal!

Vakantieherinneringen (2)

“Weet je nog die keer dat M. haar eendenzwemband al omdeed in de auto toen we amper een kwartier aan het rijden waren”? vraagt mijn moeder aan pap zonder een antwoord te verwachten.

Het grijze winterse weer buiten nodigt binnen uit tot mijmeren over zonniger momenten. Mijn ouders putten moeiteloos uit hun rijke reishistorie en halen het ene na het andere grappige verhaal naar boven. Hun ogen lichten op als ze in gedachten terug gaan naar die allang vervlogen tijden. Toen ze nog jong en fit waren.

“Of toen jij de caravan aan het inladen was en M. had weggestuurd toen ze met al haar poppen aan kwam zetten? Omdat we al te veel bij ons hadden? Het arme kind was kapot van verdriet! Ik heb haar toen ingefluisterd gewoon alles in een kussensloop te stoppen en tegen jou te zeggen dat ik dat kussen mee wilde nemen. Daar ben jij toen mooi ingetrapt”! Mijn vader lacht, maar na al die jaren nog steeds een beetje als een boer met kiespijn.

“Jij had sowieso een nogal aparte manier om ervoor te zorgen dat de caravan aan iedere kant even zwaar was”, vervolgt mam terwijl ze voor ons allemaal een kopje thee inschenkt. “Met de jeu de boules ballen als contragewicht, totdat de caravan overal hetzelfde enorme overgewicht had”, beschuldigt ze pap goedmoedig. Hij bekent grif schuld maar voegt daar zelfgenoegzaam aan toe dat dit vooral op het conto kwam van háár tassen, sieraden en veel te veel kleding die persé mee moesten.

Ze beheersen het spel perfect. Na 63 jaar huwelijk wil je wel op elkaar ingespeeld zijn. Mam geeft de voorzet en pap kopt in. En dus moeten we allemaal lachen, ook al horen we het voor de zoveelste keer.

Ineens proest mam het uit als haar het verhaal van de zwempartij met haar beste vriendin W. te binnen schiet. Ze zijn in Spanje op vakantie en hebben allebei precies dezelfde badmuts gekocht. Felgekleurd met van die opgeplakte bloemen erop. Heel erg seventies. Een vreemde eigenschap is dat de badmuts zó langgerekt was dat zelfs Wiske’s eiervormig hoofd er met gemak twee keer in zou passen. Wel handig met dat hoog getoupeerde haar. “Ja”, zegt pap, “toen zij met hun tweeën met die torenhoge badmutsen te water gingen, weken schepen af van hun koers omdat ze dachten dat het boeien waren”! Hilariteit alom. We drinken nog een kopje thee.

In rap tempo volgt nog het verhaal van de afgeknipte pyamabroekspijp die pap in een noodgeval gebruikt had als sjaal; de sage over de opvouwbare brandladder van 9 meter lengte die van pap altijd mee moest op vakantie als we in een hotel gingen en die keer dat ze naarstig gezocht hadden naar een Italiaans restaurant. In Italië.

Zonovergoten herinneringen aan zorgeloze zomers aan zee. De typische geur van Ambre Solaire zonneolie; het hypnotiserende geluid van de branding; het feestelijke “kling-klang” als met nieuw gevonden vrienden bij de zoveelste barbecue getoost werd met een fris glas rosé. Definitief afgesloten, verzegeld in het verleden.

Mijn ogen dwalen naar het raam. Buiten regent het.

© Pascale Bruinen

Welke vakantieherinneringen komen bij jou naar boven nadat je dit gelezen hebt? Ik ben benieuwd naar andermans ervaringen, positief of negatief.

Vliegangst (1)

Ik heb vliegangst. En met mij een op de drie passagiers. Ik heb in het vliegtuig gelukkig geen last van hoogtevrees of claustrofobie maar ik voel me niet prettig door het verlies aan controle. Ook ben ik bang voor een terroristische aanslag, kapingen en turbulentie. En natuurlijk heb ik last van de vrees der vrezen:  de angst om neer te storten. Maar deze indrukwekkende opsomming weerhoudt me er niet van om toch een paar keer per jaar opnieuw in te stappen.

In mijn geval begint de vliegangst al weken van te voren en dus ben ik tegen de tijd dat ik moet vertrekken totaal uitgeput door spanning en slaapgebrek en vraag ik me af waarom ik dit ook alweer zo nodig wil.  Oh ja, ik weet het weer, ik wil ontspannen op vakantie.

God mag weten wie ooit verzonnen heeft om de vertrekhal terminal te noemen. Nodeloos te zeggen dat dit woord bij mij hele andere associaties oproept dan het vrolijke en zorgeloze begin van een reis.

Bij de check-in bekijk ik een ieder die met “mijn” vliegtuig mee gaat met meer dan gemiddelde belangstelling. Verdachte types zijn er op een of andere manier altijd genoeg. Zo is er bijvoorbeeld het type “onverzorgde zwerver” bij wie ik me afvraag wat die in hemelsnaam in, pak hem beet, glamourous New York te zoeken heeft. Verder zijn er natuurlijk altijd genoeg mensen die de pech hebben te beschikken over dezelfde boeventronies als de nine eleven kapers. Nors kijkende, bebaarde types worden door mij in al hun doen en laten gevolgd. In mijn verwrongen gedachtenwereld stel ik me al voor dat ze straks hun gesmokkelde bomgordel op hun martelaarsbuik tot ontploffing brengen terwijl ze “Allah is groot” uitroepen.

Uit veiligheidsredenen worden je intelligente vragen gesteld over hoe je je koffers hebt ingepakt. Dat is prachtig, alleen is het grappige natuurlijk dat de gemiddelde terrorist niet echt genegen zal zijn om deze vragen naar waarheid te beantwoorden (“Ja ik heb de semtex inderdaad zelf ingepakt”).

Dan op naar de gate! Het lange, doelloze wachten daar is evenmin bevorderlijk voor mijn innerlijke rust. De eerste blik op het vliegtuig dat me naar de andere kant van de oceaan moet brengen, is altijd weer een uiterst spannende. Ziet het er luchtwaardig uit? Hoewel, ik moet toegeven dat ik daar zelf geen enkel verstand van heb en dus niet weet hoe dit aan de buitenkant te zien zou kunnen zijn. Hoeveel motoren heeft het? Meestal zijn het er “maar” twee, hetgeen mij een onbestemd gevoel geeft want ik had er liever vier gehad, je weet immers maar nooit. Less is in dit geval zeker niet more.

Als dan eindelijk het moment daar is dat de flight crew aan boord gaat, kijk ik met argusogen naar de gehele bemanning en naar de piloot in het bijzonder. Ik speur naar uiterlijke tekenen die erop kunnen wijzen dat hij slaapgebrek of misschien wel een alcohol- of drugsprobleem heeft.

Ronduit onheilspellend wordt het als er geboard moet worden. Met lood in mijn schoenen en een droge mond loop ik de slurf in, me afvragend of ik ooit weer vaste grond onder mijn voeten zal voelen. Zelfs de manisch vriendelijk glimlachende stewardessen en de soothing elevator music in het vliegtuig stellen me geenszins gerust. Het is allemaal nét iets overdone, hetgeen bij mij op zijn minst de suggestie wekt dat het kennelijk dringend noodzakelijk is om iedereen maar zo rustig mogelijk te houden.

Eenmaal binnen moet ik plaatsnemen in mijn halve vierkante meter ruimte. Daar zal ik urenlang doorbrengen op 11 kilometer hoogte om met een gemiddelde snelheid van zo’n slordige 1.000 km per uur over een eindeloze massa water naar het andere eind van de wereld getransporteerd te worden. Dan mag ik me alvast verheugen op het verplichte filmpje en het lezen van de veiligheidskaart (ben ik trouwens de enige die dat echt doet?) met daarin allerhande opwekkende worst case scenarios zoals daar zijn: de noodlanding met bijbehorende “crash-houding”; onverwacht drukverlies met daarbij het welgemeende advies om vervolgens gewoon “rustig door te ademen” (ja hoor) en een landing op het water (!), waarbij men het op de bijbehorende tekening doet voorkomen alsof je relaxt in een zwemparadijs de glijbaan afzoeft.

Ondertussen is dit allemaal natuurlijk slechts bedoeld om een vals gevoel van veiligheid te creëren, want het moge duidelijk zijn: in werkelijkheid is de overlevingskans nagenoeg nihil.  De aardige zwemvesten mét een lichtje om in de duisternis opgemerkt te kunnen worden ten spijt.

© Pascale Bruinen

Oh ik wil het toch zo graag weten. Wie van jullie leest – net als ik – wel de veiligheidskaart? Iedere keer opnieuw? Anyone? Meld je gerust via een reactie, you’re not alone!

Vakantieherinneringen (1)

Ik kom uit een gezin waar men, ook als ik nog heel klein ben, ieder jaar op vakantie gaat naar het buitenland. Als ik een half jaar ben, nemen mijn trotse ouders mij en mijn twee oudere zussen mee naar Zuid-Frankrijk, aan de Côte d’Azur. We slapen met zijn vijven in zo’n “eitje”, een piepkleine caravan die eigenlijk geen naam mag hebben. Door gebrek aan ruimte slaap ik in een reiswiegje op het gascomfort.

De toon is dan al gezet want sindsdien reis ik veel en graag. Ik herinner me de opgewonden nieuwsgierigheid voor ieder vertrek, de aparte sfeer als de auto wordt ingepakt voor weer een verre bestemming. Vliegen doen wij in die tijd niet, we zijn een echt auto/camping gezin.

Op een gegeven moment zijn mijn ouders in de gelukkige omstandigheid dat ze niet één- maar tweemaal per jaar op vakantie kunnen gaan. Als enige nog thuiswonende telg profiteer ik daar maximaal van, een feit dat mijn twee inmiddels al lang en breed getrouwde zussen bij tijd en wijle groen en geel doet zien van jaloezie.

Meestal gaan mijn ouders in de Paasvakantie naar Zuid-Spanje, Portugal of zelfs Griekenland. Met de auto. Het is in de tijd dat er nog geen portable dvd-spelers, gsm’s, i-pods of i-pads bestaan. Mijn vertier op de achterbank op trajecten van soms een dikke 2.500 kilometer bestaat uit een klein tellertje, een grijs eivormig voorwerp waarop zich aan de bovenkant een knopje bevindt dat je kunt indrukken. Bij elke druk op de knop verschuift het tellertje een nummer. Onderweg geef ik mezelf opdrachten, bijvoorbeeld vanaf nu tel ik alle rode auto’s die ons aan de overkant tegemoet rijden of het aantal vrachtwagens dat wij inhalen.

In die tijd is de airco nog niet uitgevonden. Aan het autoraampje waarop de zon onbarmhartig schijnt, hangt een oranje handdoek (het zijn per slot van rekening the seventies) die betere tijden gekend heeft en onsuccesvol dienst doet om de zon buiten te houden.

Maar op de een of andere manier vind ik nu – al terugkijkend – dat de ontberingen van een hete auto en de oersimpele spelletjes (ik zie ik zie wat jij niet ziet) het reizen in die tijd net dat beetje je ne sais quoi geven. Zelfs het moment dat de volbepakte auto met dito caravan het op een steile bergpas begeeft door een oververhitte motor en wij genoodzaakt zijn om bij 30 graden Celsius de verwarming in de auto aan te zetten (!), lijkt in retrospect nog een zoete herinnering.

Grote vraag blijft of vakanties toen echt leuker waren dan nu of dat met het verstrijken van de tijd alleen nog maar de beste herinneringen overblijven. Waarschijnlijk heeft het ook met ouder worden te maken. Terugkijken als volwassene transporteert je immers weer voor even naar een fijne jeugd die nooit meer terugkomt. Dat zorgt er vanzelf voor dat alles uit die tijd door een roze bril wordt bekeken.

Ik hoop dat de nu bestaande welvaart ondanks de crisis uiteindelijk ook voor de generatie van mijn kinderen (en die erna) behouden mag blijven. Zodat ze ook de gelegenheid krijgen om hun eigen mooie vakantieherinneringen te kweken, waarop ze later hopelijk met een even goed gevoel als ik kunnen terugkijken. Het is ze gegund.

© Pascale Bruinen

Wil je ook je leukste of ontroerendste vakantieherinneringen delen? Laat dan een reactie achter op deze column.

Samen op vakantie, ja gezellig?!

Ik hoor geregeld van vrienden en kennissen dat het samen-met-een-bevriend-koppel-gezellig-op-vakantie-gaan-gevoel in de praktijk nogal kan tegenvallen. Denk je elkaar van tevoren goed te kennen, think again want bepaalde karaktertrekjes lijken zienderogen te groeien in de Spaanse of Italiaanse zon.

Zo zijn er mensen die onder een gezellige vakantie verstaan: koste wat het koste alles, maar dan bedoel ik ook álles, samen doen met het andere koppel. Het liefst in een staat van manische opgewektheid. Ze zijn toch immers niet voor niks samen op vakantie gegaan?

Zorg dat je op je hoede bent voor deze types, die als ze in de “wij” vorm spreken (en dat doen ze voortdurend), automatisch iedereen bedoelen (ja, jij zelf dus ook). Enige tegenspraak is geen optie. De hele dagindeling is al voor je gemaak. Hoezo “vrijheid blijheid” op vakantie?

Dan zijn er de koppels waarvan de relatie kennelijk niet zo goed loopt als men van te voren had gedacht. Helaas worden de haarscheurtjes in de relatie onder invloed van de vakantiestress al gauw zo’n grote scheuren dat je er alleen nog maar als professioneel polsstokspringer overheen kunt komen.

En het fijne is dat je dit als reisgenoot allemaal van zéér nabij mag meemaken, of je nu wilt of niet. Privacy is namelijk doorgaans ver te zoeken op de gemiddelde camping of in het doorsnee vakantie-appartementje. in het eerste geval zit er pakweg slechts één meter tussen jouw flinterdun tentdoek en het hunne, in het tweede lijken de letterlijk met de Franse slag in elkaar geflanste muurtjes wel van peperkoek.

Je kunt dus alles letterlijk horen. En geloof me, daar zit je niet op te wachten. Of je hebt last van een plaatsvervangend gevoel van schaamte, óf je krijgt een “thank you for sharing that with us” maar-niet-heus-gevoel. En je moet nog tien dagen.

Een hilarisch voorbeeld doet zich jaren geleden voor als wij met een bevriend koppel samen een vakantievilla hebben gehuurd in Spanj. Als we na een gezellige lange zomeravond ons bed opzoeken, worden wij midden in de nacht plotseling ruw uit onze slaap gehaald. “Krik-krak-krik-krak-krik”. Mijn man en ik kijken elkaar aan. “Oh,  moet je horen hoe ze hiernaast tekeer gaan. Wat genant, zo dadelijk gaan ze nog door het bed!” Het geluid lijkt inderdaad nog het meest op een flink op en neer verende matras met een niet al te stabiele ondergrond.

Omdat het geluid wel erg lang aanhoudt, besluit ik van de gelegenheid gebruik te maken naar het toilet te gaan. Ik ben immers toch wakker. Op de gang krijg ik een onbedaarlijke lachbui. Want wat blijkt? Niks wilde vrijpartij!

De beweerdelijke seksgoden slapen de slaap der onschuldigen terwijl de houten deur van hun kamer op en neer klappert in de wind.

© Pascale Bruinen

En welke positieve of negatieve reiservaringen heb jij die je kwijt wilt? Laat het ons hier weten, we zijn benieuwd!