Girl Power by Sheryl

Sheryl Sandberg, Chief Operating Officer (COO) en daarmee de belangrijkste vrouw van Facebook, is mijn nieuwe heldin. In een interview met Oprah Winfrey in O Magazine van april 2013 heeft deze intelligente, frisse en bescheiden dame mijn hart gestolen.

Zelden heb ik iemand in zo’n prominente functie – en dan ook nog in een door voornamelijk mannen gedomineerde wereld – gezien die zich zó kwetsbaar en eerlijk durft op te stellen. Dat getuigt van grote moed, wijsheid en authenticiteit.

Bij Oprah – waar anders? – biechtte ze op dat ze, ondanks dat ze haar sporen toen al ruimschoots had verdiend bij Google, nerveus was geweest tijdens haar sollicitatiegesprek met Mark Zuckerberg, de hoogste baas van Facebook. Menige vrouw in een vergelijkbare positie zou een dergelijke opmerking achterwege laten uit angst te worden versleten voor een slappe sissy, laat staan dat een man van hetzelfde kaliber dit ooit in een interview zou durven toegeven. Maar Sheryl doet het gewoon.

Deze dame heeft het binnen de keiharde zakenwereld ook aangedurfd om haar vrouw-zijn en moederschap publiekelijk te benoemen, iets wat zelfs in 2013 baanbrekend is. Want als er iets is dat je als vrouw in het arbeidsproces geleerd krijgt, is het wel om hierover nooit maar dan ook nooit te beginnen. Sheryl kiest echter haar eigen weg en waarschuwde Zuckerberg doodleuk om haar niet meer na half tien ’s avonds te bellen omdat ze nu eenmaal moeder is en dan naar bed gaat! Zouden meer moeders (en vaders!) moeten doen.

De eerste tijd na haar overstap van Google naar Facebook was ze onzeker of ze haar nieuwe functie wel aankon en of ze als veertigjarige niet te oud was voor Facebook (haar baas is vijftien jaar jonger). Ondanks haar status leed ze – net als veel andere vrouwen – aan het impostor syndrome: ondanks je succes voel je je alsof je een bedrieger bent. Als vrouwen succesvol zijn, schrijven ze dit namelijk in de regel toe aan geluk, hulp van anderen of hard werken. Mannen zijn daarentegen ervan overtuigd dat succes voortkomt uit hun daden of capaciteiten. Met deze scherpe analyse raakt ze een gevoelige snaar van talloze vrouwen over de hele wereld omdat ze zichzelf in haar herkennen. Doordat zij in haar hoge positie (in 2012 is ze als enige vrouw toegetreden tot de Board of Directors van Facebook) hier zo open over praat, is zij een rolmodel voor alle meisjes en vrouwen die bij tijd en wijle worstelen met dezelfde gevoelens.

Ook legt ze de vinger doeltreffend op een andere zere plek. Sheryl heeft als gepokte en gemazelde zakenvrouw ervaren dat iedereen – mannen zowel als vrouwen –  doorgaans meeleeft met een succesvolle man en deze ruimhartig aanmoedigt op diens weg naar nog meer hoogtepunten. Maar als een vrouw succesvol is, vinden zowel mannen als vrouwen haar op slag minder aardig. Om die reden houden veel vrouwen hun successen liever voor zich of zelfs geheim. Sheryl was daar zelf ook geen uitzondering op, zo bekent ze in het interview. Toen ze in 2011 op de Forbes lijst van “World’s Most Powerful Women” stond, voelde ze zich zelfs zo erg in verlegenheid gebracht dat ze er niet over wilde praten. Hier ligt een schone taak voor ons allemaal, maar bovenal voor ons vrouwen, om hier verandering in te brengen. Wees aardiger onderling, gun elkaar het succes en steun elkaar. Samen komen we verder.

Jet Bussemaker, die onlangs nog zwaar onder vuur kwam te liggen over haar stellingname dat vrouwen niet moeten teren op de zak van hun man, zou nog een en ander van Sheryl kunnen leren. Laatstgenoemde pakt hetzelfde onderwerp heel wat subtieler én effectiever aan door vrouwen niet te betuttelen maar een verstandige en uiterst praktische raad te geven: loop in je werk niet veel te vroeg vooruit op eventuele gezinsuitbreiding waardoor je al voor je zwangerschap geen projecten meer aanneemt, ophoudt promotie na te jagen en als het ware achterover gaat leunen. In plaats daarvan moet je als vrouw, aldus Sheryl, je voet niet van het gaspedaal af halen totdat je met zwangerschapsverlof gaat. Nu ziet ze nog te veel vrouwen die al naar de uitgang zoeken zodra ze ook maar aan een baan beginnen. En dan ligt financiële afhankelijkheid op termijn op de loer.

Ronduit verfrissend vind ik dat ze geen antwoord heeft op de vraag hoe je als werkende vrouw en moeder van je eeuwige schuldgevoel af komt. Sterker nog, ze geeft toe het zelf ook te hebben, bijvoorbeeld als ze haar kindjes afzet op school en dan ziet hoe andere moeders daar blijven om mee te helpen.

Ze compenseert dit gevoel door iedere werkdag stipt om 17.30 uur naar huis te gaan om bij de kinderen te zijn (net als haar man trouwens). Toen zij dit de eerste keer op een vergadering aankondigde, was ze bang voor de reacties omdat je als vrouw ingeprent krijgt dat je nooit mag toegeven dat je naast je werk nog andere belangrijke dingen te doen hebt. Toen ze deze mededeling daarna nog eens publiekelijk herhaalde, ontstak er wereldwijd een ware storm van dankbetuigingen van hardwerkende seksegenoten die zich door haar lichtend voorbeeld gesterkt voelen ook voor hun gezin op te komen.

Sheryl laat zonder schroom zien dat zij een vat vol tegenstrijdigheden is. Zij is een uiterst succesvolle en machtige zakenvrouw maar tegelijkertijd soms ook onzeker en nerveus. Ze is een liefhebbende echtgenote en moeder die openlijk haar gezin koestert en afschermt maar tegelijkertijd geplaagd wordt door een knagend schuldgevoel als ze haar kinderen afzet op school en doorrijdt naar haar werk. Zij is zo heerlijk normáál. Zij is een van ons.

Het wordt hoog tijd dat Sheryl de politiek in gaat.

Move over, Jet Bussemaker! Here comes Sheryl!

© Pascale Bruinen

girl power1

Herkennen jullie haar verhaal? Laat dan hier je reactie achter.

Advertenties

Vakantie? Stress zul je bedoelen!

Ben jij zo iemand die zijn vakantie nu nóg niet heeft geboekt? Jeetje. Ik zal aan je denken. Voor je duimen. En een kaarsje opsteken.

Dan heb je in ieder geval die mega-vroegboekkorting van maar liefst 100 euro per persoon gemist. Of kun je onder geen beding meer die driepersoons kamer boeken voor de prijs van een onderkomen voor een koppel. En mag je zeker geen veertien nachten in dat fijne resort verblijven terwijl er maar elf worden afgerekend.

En dan gaan deze problemen alleen maar over geld. Maar hoe denk jij nu nog überhaupt een vakantiebestemming te kunnen scoren waarmee je op de eerste de beste verjaardag met goed fatsoen voor de dag kunt komen? Alles wat ook maar enigszins een wowfactor heeft, is immers al vanaf oktober vorig jaar bezet. Ik heb zelfs horen fluisteren dat er mensen zijn die – dit geloof je niet – weer voor precies dezelfde bestemming boeken op het moment dat ze er in de zomer nog zíjn! Over ultra-mega-super vroeg boeken gesproken.

Als je kinderen hebt, ben je helemaal een stakker. En als je er méér hebt dan twee…veel sterkte! Dat zul je nodig hebben.

Familiekamers zijn bij touroperators dun gezaaid en dus zo weg. Wat rest is de duurdere optie: het nemen van twéé hotelkamers. Maar als je niet wilt dat je kroost ’s nachts het hotel op stelten zet met zijn gekrijs moeten die liefst wel aan elkaar grenzen. Of de ouders moeten zich opsplitsen zodat ieder bij een kind op de kamer slaapt. Wat deze vakantiescheiding betekent voor de node gemiste romantiek laat ik hier verder wijselijk buiten beschouwing.

Bovendien moet de kindvriendelijke bestemming tegenwoordig aan zó veel eisen voldoen, dat je nog gemakkelijker die spreekwoordelijke naald in de hooiberg vindt. Lees je even mee?

  • Ligging direct aan zee. Een weg oversteken of trappen aflopen is veel te veel gedoe;
  • Minstens drie zwembaden waarvan een olympic size, een kinderbad én een golfslagbad. Dat je die golven een paar meter verder geheel puur natuur hebt, doet er niet toe;
  • In de zwembaden is een waterparadijs met een stuk of vijf glijbanen, whirlpools en “rivieren” waarin je met een band kunt dobberen;
  • Uiteraard mag een miniclub met rond de klok entertainment en animatie voor je engeltjes niet ontbreken;
  • Voor de allerkleinsten dient er baby-opvang te zijn. De ultieme variant is daar waar je je baby mag droppen om 9.00 u ’s ochtends en pas weer hoeft op te halen om 19.30 u ’s avonds (echt, het bestaat!);
  • Een discotheek (ja, dûh) en
  • Ultra-platinum all inclusive eten en drinken.

Knappe kop die dit nu nog kan vinden voor komende zomer.

Al dit moois wordt aangeboden met het idee dat als de kinderen het leuk hebben, de ouders ook een fantastische tijd meemaken.

Nou, dat dacht ik niet.

Ik weet dat ik nu een enorm taboe doorbreek, misschien wel een van de allerlaatste in ons vrije landje. Maar als ervaringsdeskundige die jarenlang met de kids naar bovenstaande bestemmingen is afgereisd, kan ik hier een mondje over meepraten. Ik geef meteen toe dat het prettig was om even ongestoord een boek te kunnen lezen terwijl ons kroost werd geschminkt of meedeed aan een tafelvoetbaltoernooi. Maar zodra de dag voorbij was, begon de ellende.

Iedere avond moesten we wéér verplicht naar zo’n stomvervelende amateuristische show, dansvoorstelling of cabaret act kijken. Allemaal netjes op een klapstoeltje op het pleintje voor het openlucht theater, ingeklemd tussen al die andere ouders die in precies dezelfde val waren getrapt. Want de kids wilden naar de miniclub, dus kregen ze de miniclub.

Na acht achtereenvolgende avonden “Abba, the musical”, “The Lion King” en “Rocky Horror Show” te hebben doorstaan met rekwisieten uit het jaar nul, uit de maat dansende tieners en flauwe grappen was ik zo afgestompt dat ik net zo lief iedere avond naar het plafond van mijn hotelkamer had willen staren.

Voor ons kroost kon de vakantie echter niet kapot, zeker niet als ze in de Proty-disco hun goddelijke gangetje konden gaan. Mét de onvermijdelijke Proty-mascotte die vooral opviel doordat hij een uur in de wind stonk naar zweet. Want ja, tropische temperaturen gaan slecht samen met het van kop tot teen dragen van een berenkostuum met harige vacht. Maar dit weerhield de kids er niet van om hem tot vervelends toe op te zoeken. Ik kreeg daarentegen al op dag drie moordneigingen van die klierende kolos met de grijns van een waanzinnige en van die rondmaaiende poten.

Een van de hoogtepunten van de avond – in ieder geval voor alle personen onder de 8 – was het feestelijke begin van de mini-disco die steevast werd afgetrapt met een “Musica Maestro!”gil, op oor-teisterend volume gekrijst door een Duitse kleuter met vet dito accent. Waarna het grut op de schelle tonen van het Proty-lied allemaal schattige danspasjes maakte op de bühne, verrukt gadegeslagen, gefotografeerd en gefilmd door de trotse ouders. Maar zelfs aan het aanschouwen van zoveel peuter- en kleutergeluk zitten grenzen. Die van mij waren niet alleen in recordtempo bereikt, maar ver overschreden.

Het was een zegen toen de vakantie eindelijk voorbij was. Ook al omdat ik anders ongetwijfeld had kunnen figureren in een aflevering van “Locked Up Abroad“.

Want nog één keer die schrille kreet aanhoren en ik had me in het volle zicht van de bloedjes van kinderen vergrepen aan die uit de kluiten gewassen stinkbeer.

© Pascale Bruinen

protyproty2

Need I say more...? Als je het aandurft om toe te geven dat je dit ook afschuwelijk vindt, je bent per slot van rekening wel een normale volwassene, dan vind je hier het forum om dit te doen! Maar dissenting opinions zijn natuurlijk ook welkom! Deze column is overigens een bewerking van de gelijknamige column die is verschenen in het april nummer van de INFO van Wonen Meerssen.

Tuindrang

Ik lijd aan acute tuindrang. Dat is een vorm van nestdrang, maar dan anders. Gaat het bij nestdrang nog om de onweerstaanbare neiging om alles tip-top in orde te gaan maken voor de op komst zijnde baby, mijn tuindrang dwingt me al het groen, de terrasstenen en borders eens grondig onder handen te nemen met het oog op de naderende zomer. En daarbij duld ik geen enkele mate van uitstel.

Nadat ik me gestoken heb in mijn oudste spijkerbroek ga ik, gewapend met hoge rubber laarzen, regenjas, pet en dikke handschoenen beginnen aan Het Grote Karwei. Nog een gasmasker erbij en ik zou zo kunnen worden ingezet in het gifgebied rondom het Belgische Wetteren.

Als een bezetene – want ja, het heet niet voor niets tuindrang – raas ik door onze achtertuin. Mijn begerig oog valt als eerste op de klimop die ons omringt met een mooie, altijd groen blijvende muur. Maar de prijs die ik voor zoveel schoonheid moet betalen is dat hij vanaf het voorjaar regelmatig moet worden bijgeknipt. Zo ook nu, want ondanks de wel erg frisse temperaturen in deze zogenaamde lente zie ik lichtgroene stelen en bladeren alle kanten opschieten.

Ik neem eerst de kniptang ter hand en begin driftig alle takken af te knippen die boven de schutting uitkomen. Daarna ga ik met de snoeischaar de sprieten te lijf die te ver naar binnen groeien. Ah, wat heerlijk therapeutisch is dit toch! Knip, knip, knip. Als ik Klein Duimpje was, zou het groene spoor dat ik achterlaat eenvoudig gevolgd kunnen worden.  Gelukkig is H. zo welwillend om alles bij elkaar te vegen en in de daarvoor bestemde bak te kieperen. Zo werken we een tijdje eensgezind zwijgend in perfectie harmonie door.

Maar het gaat mij niet gauw genoeg. Ik besluit daarom dat er zwaarder geschut aan te pas moet komen en ga de elektrische heggenschaar halen. H. is hier duidelijk niet blij mee. Zijn bezorgde gezicht spreekt boekdelen. Als rechtgeaarde man wil hij dit uiterst viriele werkje natuurlijk liever zelf doen, maar ik ben hem dit keer lekker voor.

Zodra het enorme apparaat met veel kabaal tot leven komt, word ik een ander mens. Of eigenlijk een beetje man. Ik noem het mijn near gender transforming experience. Eindelijk weet ik hoe die echte mannen van Hornbach zich moeten voelen als ze dit soort zware klussen doen. Heldhaftig, stoer en sexy. Met grote destructieve bewegingen ga ik van links naar rechts en van beneden naar boven langs de nietsvermoedende klimop. De groene bladeren en stelen vallen bij de bosjes. Wow, what a feeling! Niet voor niets is het bijbehorende liedje uit de reclame dat van Jippiejajajippiejippiejééééééé. Ik krijg bijna zelfs de neiging om een flesje ijskoud pils met mijn tanden te openen en in één lange slok weg te klokken, ware het niet dat ik geen alcohol drink.

Als ik uiteindelijk tevreden naar de netjes bijgewerkte klimop kijk, valt me op dat de sneeuwbalstruik – die inmiddels meer op een boom lijkt – een wel erg lelijke vorm heeft gekregen. Dus haal ik de mega kniptang met lange armen uit de schuur en snij met kinderlijk gemak de ene na de andere dikke tak door. Als ik na een tijdje het resultaat bekijk, heb ik zoveel weggehaald dat er bijna niks meer over is. In een opwelling besluit ik dat de sneeuwbalstruik er dan maar helemaal uit moet. En wel nu meteen.

H., die inmiddels binnen met het avondeten bezig is, heeft mijn geknip en gesnoei aan de struik met lede ogen aangekeken door het keukenraam. Maar als hij me uit de schuur ziet komen met een spade, is hij in een oogwenk buiten.

“Wat ga je daarmee doen?”, vraagt hij gealarmeerd. “Je wilt toch niet dat hele ding weghalen, hè?”. Zucht. Hij kent me helaas als geen ander.

“Zeker wel”, antwoord ik onverstoorbaar terwijl ik de schep in de grond zet en er bovenop ga staan. Vervolgens zwiep ik wat heen en weer zodat ‘ie dieper de grond in zakt.

“Hou daar mee op want dat gaat jou toch nooit lukken zo. Dit is een boom en die heeft flink diepe wortels. Bovendien heb je nu alle takken eraf geknipt zodat je er niet meer goed aan kunt trekken. Ik doe dat wel een andere keer dus laat het alsjeblieft!”, waarschuwt hij me nog voordat hij weer terug naar binnen gaat.

Als er nu één ding is wat je niet tegen mij moet zeggen, dan is het wel dat ik iets niet kan of dat ik iets moet laten. Vastbesloten H. ongelijk te geven, verdubbel ik mijn schepbewegingen. Dan verzin ik toch gewoon een andere manier om dat rot ding eruit te krijgen, neem ik me in stilte voor terwijl ik steeds meer aarde wegschep rondom de kluit van het boompje.

Als ik een tijdje later ondanks niet aflatend graafwerk nog steeds geen millimeter beweging in het ding krijg, heb ik een tikkeltje spijt van mijn stoere voornemen. Inmiddels is het ook nog flink beginnen te regenen. Maar ik kan nu niet meer terug. Ik moet en ik zal de stronk op eigen kracht eruit krijgen dus ga ik onverdroten door. Graven, spitten, trekken. Er gebeurt weinig tot niks. Ondertussen kijk ik af en toe slinks naar binnen om te controleren of H. ziet dat ik nog steeds niet veel ben opgeschoten. En ja hoor, hij slaat me vanuit de keuken geamuseerd gade.

“Ik dacht dat jij moest koken!”, roep ik zo hard mogelijk vanaf mijn druilerige, modderige plek in de border. H. heeft mijn sarcastische uitroep inderdaad gehoord want hij trekt een gezicht. In reactie steek ik balorig mijn tong uit om me daarna met nog meer overgave op het uitgraven van de onwillige wortelkluit te storten.

Letterlijk, want nu steek ik de schep langs de kluit in de grond en spring er vervolgens woest met twee voeten tegelijk bovenop. Ik hou me vast aan de steel en huppel wild op en neer om dieper te komen. Het volgende moment voel ik dat de steel achterover slaat en lig ik languit op mijn rug tussen de opkomende hosta’s. Zo snel als dat kan met een schep die bovenop me ligt, krabbel ik overeind. Ik ben drijfnat. Ik hoop vurig dat H. deze circusact niet meegekregen heeft, maar no such luck. Hij staat nu dubbel geklapt van het lachen achter het raam. Als hij eindelijk weer recht komt, grijnst hij van oor tot oor. Hij doet de deur open en hikt “Bedankt, dat was onbetaalbaar!” Ja, jij ook bedankt.

In een allerlaatste poging zet ik alles op alles op mijn eer te redden. Keer op keer steek ik de spade langs de stronk, zet mijn volle gewicht er op en beweeg hem van links naar rechts. Uit alle macht trek ik aan de overgebleven stompjes van takken en…jaaaaaaaa, ik voel dat de kluit nu echt in beweging komt! Dankzij een verse adrenalinestoot trek ik in één krachtige beweging de helft van de stronk uit de grond.

In de flow van dit moment hak ik met de scherpe kant van de spade met een welhaast satanisch genoegen net zolang in op de rest van de wortels totdat hij helemaal los zit. Dat ik op dat moment waarschijnlijk uit zie als een door waanzin gedreven lustmoordenaar kan me niet echt meer boeien.

Met moeite neem ik de hele stronk in mijn armen en ga vervolgens pal voor het keukenraam staan, doorweekt en besmeurd met modderige vegen. Triomfantelijk til ik hem tot boven mijn hoofd als ware het een trofee. H. kijkt me eerst hoofdschuddend aan. Maar dan zie ik een bewonderende glimlach doorbreken en knipoogt hij naar mij. Ondanks de kou krijg ik het ineens warm. Ik knipoog schalks terug. Ik voel de laatste restjes stoere mannelijkheid in rap tempo van me afglijden.

Niets zo leuk als flirten met je eigen man nadat je hoogstpersoonlijk een boom hebt geveld.

© Pascale Bruinen

tuindrang2

Zo was het ongeveer, maar dan alleen met een véél dikkere kluit!

Body Mess Index

Gek hoe je je zelf nog pakweg begin twintig kunt voelen, terwijl de klok sindsdien toch echt bijna dertig jaar heeft doorgetikt. Ik weet niet hoe jij dat ervaart, maar ik betrap me er geregeld op dat ik gewoonweg vergeet dat ik al negenenveertig ben. Dat gebeurt vooral op die momenten dat ik in mijn skinny jeans met kekke gympen en een lekker leren jasje van hot naar her aan het rennen ben. Of als ik keihard meeblèr met Rihanna of Katy Perry achter het stuur van mijn middenklassertje. En op die zeer spaarzame momenten dat ik neerplof op de bank en me verlies in dat gezellige boek.

Meestal lijk ik geen enkele connectie te voelen tussen mijn kalenderleeftijd enerzijds en mijn zo jong als ik me voel-gesteldheid anderzijds. En gelukkig speelt mijn lijf het spelletje nog mee. Voor mijn leeftijd mag ik dus zeker niet klagen. Maar ik ben dan ook een nogal bezig bijtje dat altijd in hoog tempo door huis, tuin en stad spurt. Even snel dit doen, nog gauw daar naar toe en dan vlug die en die klus afmaken. Zo zou ik al niet kunnen tellen hoe vaak ik per dag de twee trappen in huis op en af ren. Laten we het er op houden dat het zo zijn voordelen heeft om niet alleen de wasmachine, maar ook een nogal slordige puberzoon op zolder te hebben.

Zo blijf ik tot nu toe keurig op gewicht en pas ik nog steeds in maatje 34. Ik kan – dankzij matig sporten, het zelf doen van het huishouden en een gezonde portie “werkende moeder stress” – eigenlijk eten wat ik wil. Niet dat ik dat ook doe, maar toch. En ja, ik realiseer me dat ik daar irritant veel geluk mee heb omdat dit niet voor iedereen is weggelegd.

Maar – oh schöne Schadenfreude! – tegelijkertijd kom ik langzamerhand in een levensfase waarin het hele zwikje telkens ietsje meer dreigt te gaan verslappen, verkrampen en verzakken. Als ik mezelf vergelijk met een auto, vrees ik dat ik nu niet meer genoeg heb aan regelmatig onderhoud maar toe ben aan De Grote Beurt. Anders kom ik straks niet eens meer door de APK-keuring.

Dr. Oz, onze onvolprezen cardioloog-entertainer-presentator, verkondigt al jaren zijn profetische boodschap dat je niet alleen moet letten op je gewicht, maar ook op het behouden van voldoende spiermassa. Hoewel ik Oz-fan ben en zijn adviezen doorgaans trouw opvolg, ben ik er tot dusverre aardig in geslaagd deze onwelgevallige waarschuwing compleet te verdringen. Ik heb namelijk een bloedhekel aan die martelwerktuigen in zo’n bedompte, zweterige sportschool. Ik ga liever lekker naar buiten. Hardlopen, wandelen of fietsen.

Mijn levenslange afkeer van fitnessapparaten zou zich nu – in de aanloop naar de Big Five O – echter wel eens kunnen gaan wreken. Want als ik eerlijk ben, mag het allemaal best wel wat strakker. Om maar te zwijgen van gladder, voller en steviger.

Dus zal er gewerkt moeten worden en hard ook. Als je de deskundigen moet geloven, mag ik mij tot in lengte van jaren gaan verheugen op al het fraais dat de benchpress, ab crunch machine en cable crossover mij te bieden hebben. Een surfrondje over het internet geeft aan dat ik daarnaast dringend aan de bak moet met glute kickbacks voor de betere bilspieren, biceps curls voor beresterke bovenarmen en hack squats ten behoeve van buitengewone bovenbenen.  Kannie wachten.

Enfin, het goede nieuws is dus dat je – los van je genetische bagage – zelf in grote mate kunt beïnvloeden hoe je er uit ziet. Dat heeft natuurlijk alles te maken met je leefstijl. En daar komt mijn Body Mess Index om de hoek kijken. Oftewel: mijn methode om met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te berekenen hoe beroerd het eigenlijk gesteld is met je lijf.

Of niet, natuurlijk.

Omdat “mijn lichaam is mijn tempel” nog steeds helemaal 2013 is, voorspel ik dat hele volksstammen aan het rekenen zullen slaan met mijn versie van de BMI.  Voorop alle thirtysomethings met in hun kielzog de mindfull veertigplussers, vijftig-is-het-nieuwe-dertig-volk en Zen-zestigers.

Mijn Body Mess Index bereken je simpelweg door een vragenlijst door te lopen (eerlijk antwoorden!) en je puntentotaal op te tellen. Klaar? Daar gaan we!

Je hebt de hele dag hard gewerkt. Als je thuiskomt, ga je eerst:

1. stiekem stevig snaaien uit de snoeppot van je kinderen; 2. met een goed glas rode wijn lekker chillen op de bank; 3. linea recta naar de sportschool waar je je anderhalf uur uitleeft op de roeimachine en de loopband.

Het is vier uur en je valt van de graat bij de koffiemachine op het werk. Jij:

1. rent met je laatste krachten naar de kamer van die collega waar nog taart staat van vanochtend; 2. denkt “nog even volhouden” en drukt maar weer op “koffie zwart”; 3. vult je trouwe waterflesje voor de vijfde keer die dag bij en drinkt je vol.

Je bent voor de zevende keer aan een nieuw dieet begonnen. Als tussendoortje neem je:

1. de helft van een Twix, wat immers een besparing van 50% is op je gebruikelijke calorie-inname; 2. he-le-maal niks and proud of it!; 3een handjevol walnoten.

Je gaat na jaren van niks doen eindelijk weer sporten. Wat is een gezonde doelstelling?

1.Je bent van het type “niet lullen maar poetsen” dus geef je je meteen op voor de marathon van New York; 2. In plaats van vier keer per dag op en neer naar je ijskast lopen om te grazen, doe je dit nu acht keer per dag. Dit scheelt dagelijks toch al gauw weer een metertje of 96; 3. Aan de hand van een schema bouw je twee maal per week rustig je conditie op.

Je bent bepaald geen ochtendmens. Als je je ogen eindelijk open hebt,

1.graai je op je nachtkastje gelijk naar je eerste sigaret van de 26 die je vandaag zult oproken; 2. spring je onder de douche en ren je – weer te laat – zonder te eten de deur uit; 3. maak je jezelf een lekker en verantwoord ontbijt met zuivel, granen en wat fruit.

Het is tijd voor de avondmaaltijd. Je hebt eigenlijk totaal geen zin om te koken. Wat doe je?

1.Je kiest voor makkelijk en goedkoop dus gooi je zelf wat frieten in het al jaren niet meer vervangen vet; 2. Thank God for take-out! Zonder schuldgevoel bestel je een lekkere vette en zoute portie shoarma van die tent om de hoek. Gezond eten kan morgen wel weer; 3. Je maakt een frisse salade, grilt een lekker stukje vis en serveert er knapperige groenten uit de wok bij.

Als jij iemand uitzwaait, dan

1. kletsen de blubberende kipfilets die door moeten gaan voor bovenarmen tot tegen je  oorlellen; 2. hou je het, in verband met je beginnende kuikenfiletjes, zekerheidshalve maar   op een koninklijk handwenkje; 3. doe je dit natuurlijk juist zo uitbundig mogelijk met jouw Michelle Obama look-alike ledematen.

Wat doe jij om je spiermassa te behouden?

1. De hele dag door eten. Kauwspieren heten per slot van rekening niet voor niets zo. 2. Af en toe eens lusteloos trekken aan van die elastieken, die je dan prompt in je oog zwiepen. 3. Twintig keer opdrukken, vijftig sit-ups en dertig leg squats. Per dag.

Jouw trilplaat staat bij jou thuis…

1. Trilplaat? Welke trilplaat? 2. te verstoffen nadat hij van de woonkamer via de logeerkamer uiteindelijk naar de schuur is verbannen. 3. uiteraard onder handbereik voor dagelijkse kwelling.

Wat betekent fit zijn voor jou?

1. Dat ik in vijf minuten tijd tien Pringles buisjes kan leegeten; 2. Dat ik minstens ieder uur achter mijn bureau vandaan kom om mezelf en anderen van het werk te houden; 3. Dat ik twee trappen op en weer af kan rennen zonder ook maar iets buiten adem te zijn.

Klaar? 1 = 2 punten; 2 = 1 punt en 3 = 0 punten.

Als je steeds voor het eerste antwoord hebt gekozen, heb je een Body Mess Index van 20, het maximum. Ik zou deze score persoonlijk geheim houden want dan is het een wonder dat je een lijf hébt, laat staan dat je er goed mee omspringt. Heb je steeds nummer 2 gekozen, dan heb je 10 punten en kun je er best mee door maar valt er zeker nog wat te verbeteren. En bij alleen maar de derde optie als keuze mag ik je feliciteren! Je Body Mess Index is een perfecte 0, wat betekent dat je lijf in optimale conditie verkeert.

En nee, mijn eigen score ga ik hier uiteraard niet verklappen.

Dat is nu eenmaal het voorrecht van dichterlijke vrijheid.

© Pascale Bruinen

BMI2

Kijk toch eens hoe vrolijk deze dames worden van al die oefeningen en apparaten…ze zien er uit alsof ze in de zevende hemel zijn beland. Nou, ben benieuwd of dit voor mij ook is weggelegd. En wat zijn jullie ervaringen in de sportschool of thuis op die fijne werktuigen? Laat het me hier weten!

Call me Heidi

Het is een mooie avond aan boord van ons cruiseschip. We zijn in geanimeerd gesprek met onze tafelgenoten John en Nancy uit New York. Een gezellig koppel met wie we meteen een klik hebben. We eten nu de tweede avond samen en het lijkt alsof we elkaar al jaren kennen.

“We vroegen ons gisteravond af op wie wij jou toch vinden lijken”, zegt John tegen me als ik de menukaart bestudeer. Verrast kijk ik even op.

“En zijn jullie er uit?”, vraag ik nieuwsgierig. Maar John houdt het nog even spannend.

“Wij zaten te denken aan een actrice of zo, je hebt iets bekends over je”.

”Een actrice?  Hmm, dan ben ik benieuwd!” Al kan ik geen A-lister oproepen op wie ik zou lijken, gevleid ben ik wel.

“Maar we kwamen tot de slotsom dat je meer lijkt op een zangeres”, vult Nancy aan. Oh. Dat klinkt op de een of andere manier al beduidend minder spannend. Terwijl ik in gedachten vaststel dat ik niet lijk op Madonna, niks weg heb van Shakira en zeker nooit kan doorgaan voor Rihanna, roept John triomfantelijk het verlossende antwoord.

“Wij vinden je sprekend lijken op Olivia Newton-John!”. Ok. Ik kan zeker slechtere vergelijkingen bedenken.

“Nou, dank je wel!”, zeg ik gemeend en zet meteen hun vergelijking kracht bij door aan tafel uit te barsten in de eerste strofen van Hopelessly Devoted To You. Olijfje is zo gek nog niet. In de vorige eeuw was ze een paar hele weken mijn idool. En dat wilde wat zeggen. Ik heb zelfs nog foto’s waar ik op sta met zo’n achterlijk kortgeknipte Sandy-pony, die toen helemaal hot was.

‘”Maar je laat ons ook denken aan Heidi Klum”, gaat John vrolijk verder. Ik verslik me bijna in mijn drankje. Oh oh oh, wat zou ik deze goede man graag willen geloven. Maar zelfs bij zeer flatterend licht zou een slechtziende zonder bril mij helaas nooit kunnen verwarren met dit topmodel. Maar ik moet toegeven, in één adem genoemd worden met Heidi Klum is ondanks het zeer geringe waarheidsgehalte toch een enorme egobooster. En dus koester ik de absurde vergelijking  tegen beter weten in. Mijn avond kan in ieder geval niet meer stuk.

De volgende dag gooi ik alles in de strijd om de mooie illusie nog een tijdje in stand te houden. Ik besluit dat ik zo glamorous mogelijk aan dek wil verschijnen. Dus maak ik mijn haren mooi recht met de stijltang en laat ik ze daarna los hangen in plaats van in zo’n onelegant alleen-maar-bestemd-om-te-zonnen-knotje en doe ik lipgloss en twee lagen mascara op.  Ik hijs me in een veelkleurige tuniek, zet de grootste zonnehoed op en trek mijn open sleehakschoenen van zes centimeter hoog aan. Dan kom ik pakweg nóg zo’n vijf centimeter te kort om überhaupt qua lengte voor Heidi door te kunnen gaan, maar ach. Een kniesoor die daar op let. Bovendien plan ik om in een zo gunstig mogelijke pose op mijn ligbed te blijven liggen.

Noodzakelijk is ook een grote, donkere zonnebril want mijn ogen zijn – in tegenstelling tot die van Heidi – licht van kleur. Ik zou natuurlijk hazelnootbruin gekleurde lenzen kunnen overwegen, ware het niet dat we midden op zee zitten en die dus niet verkrijgbaar zijn.

H. bekijkt me ondertussen met opgetrokken wenkbrauwen. “Wat ben je allemaal aan het doen? We gaan toch alleen aan dek liggen?”, vraagt mijn wederhelft.

“Ja, dat weet ik wel maar het oog wil ook wat”, zeg ik omdat me in de gauwigheid niks anders dan dit cliché te binnen schiet. “En trouwens”, vervolg ik op zogenaamd serieuze toon, “ik wil graag dat je me vanaf nu als Heidi aanspreekt”. We kijken elkaar aan en barsten dan allebei in lachen uit.

“Oh dát is het”, roept H. “Ik ben benieuwd hoe lang je dit” – hij gebaart nu naar mijn flamboyante verschijning – “volhoudt met die harde wind buiten!”. Hè bah, dat had hij nu niet moeten zeggen. Ik zit net zo lekker op mijn roze Klum-wolk.

“Dat zullen we nog wel eens zien!”, roep ik provocerend. “Die sterren zitten allemaal over the top uitgedost op het strand, ik zou niet weten waarom ik niet zo aan dek zou kunnen”.

“Ik kan wel een paar redenen bedenken”, zegt H. op zijn irritant logische toon. “Zoals daar zijn: jij hebt geen eigen kapper, styliste en visagist onder handbereik 24/7. Net zo min als een persoonlijke assistente die het zweet telkens van je gezicht dept. En het is wel lekker warm maar er zijn af en toe flinke rukwinden boven”.

Vastbesloten hem ongelijk te geven, ga ik naar dek veertien, het pooldeck. Zodra de automatische deuren open gaan, waaien mijn zorgvuldig gestijlde haren alle kanten op. En blijven vervolgens prompt plakken aan mijn glossy lippen. Ik weet gewoon zéker dat dit Heidi nooit gebeurt, denk ik geërgerd. H. ziet het wel maar geeft wijselijk geen commentaar. Al zie ik wel verdachte trekjes aan een van zijn mondhoeken.

Als ik tegen de hevige wind in naar een vrij ligbed loop, krijgt de wind plots vat op mijn zonnehoed en rukt die moeiteloos van mijn hoofd. Ik geef een gil. H. rent er, galant als hij is, met succes achteraan. Fijn! Het zorgvuldig gestylede totaalplaatje is nu al naar de filistijnen.

Ik worstel met mijn wapperende haren, in het rond vliegende handdoek en opwaaiende tuniek. Als de handdoek eindelijk heel even stilligt, laat ik me weinig charmant bovenop het bed vallen. Ik weet dat ik het niet zou moeten doen, maar ik kan het niet laten. Snel pak ik een spiegeltje uit de strandtas en controleer met angst en beven mijn reflectie.

Vanuit het zilveren rondje staart een totaal verwaaide vogelverschrikker me met grote ogen aan. Mijn haren staan bijna recht omhoog en zijn niet langer stijl, maar vertonen hun gebruikelijke irritante slagen. Overal op mijn gezicht zie ik de glitters van de lipgloss, behalve op mijn mond. En er loopt een zwarte veeg van mijn mascara over mijn linkerwang.

Het is overduidelijk.

Ik ben weer gewoon Pascale.

© Pascale Bruinen

heidi2

Om misverstanden te voorkomen: dit is de echte Heidi. Op het strand, met zonnehoed, zonnebril en – ja! – zo te zien óók worstelend met een handdoek! En wil je meer weten over cruisen, kijk dan ook eens op mijn andere blog, http://www.cruisecraver.com!