The Ghost Of Christmas Past

In deze donkere dagen dwalen mijn gedachten geregeld af naar hoe wij vroeger thuis Kerstmis vierden. In de weken ervoor was mama al druk bezig met het maken van kerststukjes. Normaal gesproken is ze nogal ongedurig van aard, maar als ze bezig was met dennentakken, hulst, kerstballen, nepsneeuw en dat groene vierkante steekschuim kon ze urenlang geconcentreerd aan tafel zitten. Af en toe keek ik haar op de vingers, gebiologeerd toeziend hoe ze al die verschillende spulletjes telkens weer wist om te toveren tot een smaakvol geheel.

De tijd voor Kerst bestookten alle familieleden, papa en ik voorop, mama steevast hoopvol met diverse culinaire verzoeken die vermomd waren als goedbedoelde suggesties. Zo wilden wij liefst de “enige echte stroganoff” op de kerstdis, terwijl anderen bedelden om reerug of tournedos rossini. Gelukkig wist mama, een ware keukenkoningin, daar altijd raad op. Want als echte people pleaser was mama’s oplossing dat we het kerstmenu dan maar afwisselden zodat iedereen aan zijn of haar trekken kwam.

Mama’s dikke rode kerstkookboek, “Het ruikt naar Kerst”, was een bron van inspiratie. Zelfs ik ging ijverig aan de slag met het maken van kerstkoekjes van zanddeeg in de vorm van kerstboonpjes, sterren en kerstklokjes die ik voorzag van drie soorten mierzoet glazuur en afmaakte met van die keiharde zilveren decoratiebolletjes die je altijd tussen je tanden voelde knarsen.

Een paar dagen na Sinterklaas ging papa de kerstboom halen en uiteraard ging ik, als echt papa’s kind,  trouw met hem mee. Ik vond dit altijd een opwindende klus waarvoor ik goed beslagen ten ijs wilde komen. Zo deed ik steevast mijn oudste kleren aan, voorzag ik papa en mij van dikke werkhandschoenen en zocht ik stevig touw uit om de boom mee vast te sjorren voor de terugreis. 

Meestal kozen we in goed gezamenlijk overleg een uit de kluit(en) gewassen exemplaar dat we ternauwernood zelf naar huis konden vervoeren. De rit terug loeide de verwarming op volle toeren om de kou, die via de open achterklep van de auto binnenkwam, enigszins te compenseren.

Eenmaal goed en wel thuis aangekomen was het papa’s taak als man des huizes om in de achtertuin de stam zo recht mogelijk af te zagen. Getuige zijn soms niet erg met de kerstgedachte strokende uitroepen lukte dat niet altijd een-twee-drie. Maar uiteindelijk werd de boom met vereende krachten terug naar binnen gesleept, in dat onding van een voet geperst en stond hij – na het nodige duw- en trekwerk tegen de stam – min of meer rechtop te pronken in onze huiskamer die meteen naar den geurde. Mijn handschoenen plakten van de hars, in mijn trui staken allemaal naalden met van die scherpe uiteinden (Nordmanns met van die zachtere naalden die niet uitvallen bestonden toen nog niet) en op mijn broek zaten moddervegen, maar wat voelde ik me trots dat het wéér gelukt was.

In een staat van blije opgewondenheid haalde ik met papa de dozen met kerstspullen van de vliering in de garage, me verheugend op de hernieuwde kennismaking met glazen ballen in de mooiste kleuren, glinsterende trompetten en zilveren kerstslingers. Maar eerst moest nog “even” de snoeren rotzooi worden ontward van alle slingers met kerstlichtjes. En zoals ieder jaar sneed ik me bij het decoreren van de boom aan dat vermaledijde engelenhaar. Maar dat alles mocht de versierpret niet drukken. 

Samen met mama drapeerde ik rotspapier om de lelijke voet van de boom en bespoot ik het geheel rijkelijk met nep sneeuw. Vervolgens werd de antieke kerststal opgezet. De drie ietwat gehavende koningen (eentje miste een stuk van zijn hand, een ander had een gat in zijn robe en de derde had in de loop der jaren het puntje van zijn neus verloren) kwamen op gepaste afstand van Jozef en Maria om het kerstkribje te staan bij de open haard, de dieren in een kring eromheen.

Op kerstochtend werd ik traditiegetrouw al vroeg wakker van het gezellige geklingel-klangel van potten en pannen alsmede van de onmiskenbare geur van vers gezette koffie vermengd met het aroma van “gebakken bammen”, een eigen culinaire uitvinding van mama die nog het meeste weg heeft van een hele smakelijke kruising tussen pizza en tosti (voor de liefhebbers: het recept staat onderaan deze column).

Aangezien Kerst vroeger zeker niet altijd wit was, hielden we ’s morgens de gordijnen dicht zodat we de druilerige grijze lucht niet konden zien en we ons een wit winterwonderland voor konden stellen. Het enige toegestane kunstlicht was afkomstig van de gekleurde lampjes van onze kerstboom. Mama stak overal in de huiskamer en op de feestelijk gedekte tafel theelichten en kaarsjes aan. Met hun flakkerende vlammetjes die een gouden gloed wierpen op het “goede servies” zorgden ze voor een feeërieke en intieme sfeer in de donkere ruimte. Vooral de mobiel gemaakt van houten kerstengeltjes die ronddraaiden dankzij de opstijgende warmte van de kaarsjes staat voor altijd in mijn geheugen gegrift. Als de engeltjes draaiden, wist ik dat het echt Kerstmis was.

Ik verzorgde de muziek. Steevast legde ik de stokoude lp van Bing Crosby op de platenspeler. Terwijl wij ons te goed deden aan vers sinaasappelsap en een lekkere “bam”, croonde Good ol’ Bing over white Christmas en een Hawaiiaanse kerstgroet (Mele Kalikimaka) waarbij – o, zalige geruststelling! – de lp ieder jaar opnieuw weer oversloeg op precies dezelfde plek.

Gisteren heb ik de traditie voortgezet en “gebakken bammen” gemaakt voor ons kerstontbijt. Ze waren goed gelukt en vonden gretig aftrek, al smaakten ze toch anders dan toen mama ze maakte. Maar als ik eerlijk ben gaat het mij veeleer om de zoete herinneringen aan warme, liefdevolle en zorgeloze Kerstdagen die ze bij mij losmaken.

Die dierbare momenten van geborgenheid mogen dan lang vervlogen zijn, het gevoel dat erbij hoort zal ik nooit vergeten.

© Pascale Bruinen

The Ghost of Christmas Past

Dit is weliswaar geen foto van onze kerstboom vroeger, maar hij kan zomaar doorgaan voor zijn dubbelganger. Wat ik nog mis zijn de gekleurde lampjes, de ornamenten van vogeltjes, trompetten, klokjes, huisjes en engeltjes…

Recept voor echte Bruiniaanse “gebakken bammen”: men neme tomatenpuree die op laag vuur wordt gemengd met koffiemelk en op smaak wordt gebracht met peper, zout en gedroogde peterselie (een gefruit wit uitje mag naar believen ook worden toegevoegd maar hoort er eigenlijk niet in). Men strooie vervolgens stukjes lekkere ham en geraspte oude kaas door dit mengsel en men smere dit uit over witte boterhammen. Garneer de “bammen” bovenop met nog wat meer geraspte kaas en bak de “bammen” in een voorverwarmde oven op 180 graden in een minuut of 7 à 8 tot ze lekker knapperig zijn. Voor de finishing touch kun je de gebakken “bammen” net voor het opdienen nog bestrooien met vers gehakte peterselie of – een eigentijdsere variant – basilicum. Smakelijk eten!

 

 

Advertenties

Schuldgevoel

Het is Tweede Kerstdag. In plaats van verder uit te buiken onder de boom, zit ik vandaag met een kop groene thee monter bij ZSM. Oftewel: ik heb dienst op het politiebureau waar alle strafzaken van de provincie Limburg binnen komen.

De afkorting staat voor Zo Spoedig Mogelijk en wel in relatie tot het op locatie afdoen van de meest voorkomende strafbare feiten. Omdat verdachten zich niet plegen te houden aan kantoortijden, wordt er ook in de weekends en ‘s avonds gewerkt.

De vrede-op-aarde-gedachte is bij onze doelgroep ver te zoeken. Want ook vandaag krijgen we winkeldieven, vernielers en huiselijk geweldplegers. Deze laatste categorie piekt zelfs juist tijdens dit soort dagen, omdat de toch al hooggespannen verwachtingen in familieverband nog verder worden opgevoerd. Met dank aan al die romantische kerstfilms, boeken en clipjes waarin je alleen maar wordt geconfronteerd met Blije Mensen Die Totaal Ontspannen En Gelukkig Aan De Feestelijke Kerstdis Vredelievend Zitten Te Zijn.

Tegen het middaguur wordt voor deze speciale gelegenheid onze feestelijke lunch bezorgd. Er zijn stokbroden formaat lineaal, veel overheerlijke warme panini, de nodige ciabatta’s en kleine hartige pizzaatjes.

Maar hoe we ook ons best doen, na deze heerlijke maar copieuze lunch hebben we nog twee papieren zakken met luxe belegde broodjes over. Nu zouden we die natuurlijk mee naar huis kunnen nemen, ware het niet dat we vanavond allemaal eetafspraken hebben en we toch al meer dan genoeg op hebben. En bewaren voor de collega’s die morgenvroeg komen, heeft ook al weinig zin. Die hebben zelf brood bij zich en bovendien worden de broodjes er na een nachtelijk verblijf in de koelkast niet lekkerder op.

Bevangen door een kersterige liefdadigheidsneiging (waarschijnlijk ingegeven doordat ik vanaf mijn bureau uitzicht heb op kerstboom-compleet-met-scheve-piek), vat ik het idee op om de broodjes een betere eindbestemming te geven dan op of rond mijn eigen heupen (in goed Nederlands: a second on your lips, forever on your hips). Toegegeven: het is dus niet alleen maar altruïsme van mijn kant.

Ik bel mijn idee door aan H. met de vraag of hij geen goed doel weet te bedenken. Even later belt hij terug dat de mensen van de verslaafdenopvang er ontzettend blij mee zouden zijn.

En zo spoed ik mij na het einde van mijn dienst naar het Opvang- en Adviescentrum (OAC). Gewapend met twee zakken vol ciabatta’s kip-kerrie, broodjes gezond en sandwich tonijn stap ik uit mijn auto. Wat onwennig loop ik naar het pand. Als ik de met een ijzeren plaat versterkte deur nader, zie ik dat ik word bespied door camera’s. Ik bel aan. Er gebeurt niets. Schichtig kijk ik rond in de vurige hoop dat niemand mij hier naar binnen ziet gaan. Want voordat je het weet ben je voorwerp van het roddelcircuit. “Weet je wie ik laatst stiekem naar binnen zag gaan bij de verslaafdenopvang met alleen maar twee zakken persoonlijke spulletjes? Dat raad je nooit! Die van Bruinen, je weet wel. En die is nota bene zelf officier van justitie! Zo zie je dat iedereen ten prooi kan vallen aan drugs!”

Na de tweede keer aanbellen springt de deur gelukkig automatisch open en ga ik snel naar binnen.

In het halletje wordt mijn neus meteen geconfronteerd met een onbestemde, nogal muffe geur. Achter glas zit een medewerkster die mij enthousiast begroet met de uitroep: “Oh, u bent die mevrouw van de broodjes! Ze hadden al gebeld dat u kwam. Kom verder!”

Ik moet weer door een andere deur en dan sta ik in een grotere ruimte, die er behoorlijk desolaat uitziet. Er staan een paar stoelen en een eenvoudig tafeltje. De muren kunnen niet kiezen welke kleur ze op zich dragen: is het nu bruin, groen of beige? Nergens valt een spatje kleur te bekennen. Ik zie geen planten, geen kussentjes, geen warm licht. De ruimte oogt zielig, alsof hij uitschreeuwt dat hij ook wel eens onder handen wil worden genomen. Voor iemand die, zoals ik, altijd bezig is het thuis zo gezellig en warm mogelijk te maken, is dit nogal confronterend.

Recht voor me hangt een jonge, magere man met gesloten ogen in een stoel. Hij draagt een veel te grote trui. Zo te zien is hij helemaal van de wereld, want hij beweegt niet en kijkt ook niet op als ik langs hem loop. Tot zover de kerstsfeer hier. Ik moet even slikken en loop snel door.

Dan sta ik in een ruimte waar de mevrouw die mij zojuist zo vriendelijk begroette en haar collega mij verwelkomen alsof ik een verloren gewaande dochter ben.

“Oh, wat gewéldig dat u de moeite heeft genomen om hierheen te komen! We hebben wel fruit maar dat eten onze mensen niet zo graag. Maar dit vinden ze héérlijk, zeker weten! Oh, wij vinden het toch zó mooi dat u aan ons heeft gedacht. Dat maken wij niet vaak mee. Dát is pas de echte kerstgedachte! U zult zelf veel goeds gaan ontmoeten door deze actie, dat weet ik zeker! Hartelijk dank!”

Als ik de passage hierboven nu teruglees, lijkt het alsof het overdreven pleaserig gedrag is van deze lieve mevrouw, die samen met nog een vrouw op Tweede Kerstdag in dat kleine, vreemd ruikende onooglijke pand zit om verslaafden te helpen. Maar ik heb zelden iemand ontmoet die ieder woord zo oprecht meende. Dit komt recht uit haar hart.

Maar in plaats van dat haar lofzang me goed doet, voel ik me steeds ongemakkelijk als ik zie hoe blij en dankbaar ze is met onze “afdankertjes”. Ik voel niet dat ik recht heb op al deze prachtige woorden aan mijn adres. Per slot van rekening breng ik alleen wat broodjes die over zijn alvorens ik me naar mijn knusse, warme en gezellige huis begeef waar het heerlijk ruikt en ik kan uitzien naar (weer) een lekker diner in familiesfeer.

Dit besef maakt dat ik nog meer last krijg van schaamte. Want staand in deze kleine, spaarzaam verlichte ruimte met twee zakken vol broodjes heeft mijn goedbedoelde actie ineens meer weg van het afkopen van mijn schuldgevoel dan iets anders. Al weet ik aan de andere kant ook dat de broodjes anders in de vuilnisbak terecht zouden zijn gekomen, waar niemand er iets aan had gehad.

Maar toch.

We weten niet half hoe goed wij het hebben.

© Pascale Bruinen

 

 

schuldgevoel4

…Enne…nog een bedankje aan mijn collega Vera die met het idee kwam om over deze ervaring een column te schrijven!

Trouwens, ik las vanavond oo een facebooksite die mijn Zuid Afrka Reis heet, een  interessant weetje;  in Zuid-Afrika staat de dag na Eerste Kerstdag niet bekend als Tweede Kerstdag, maar als Day of Goodwill. Toen Nelson Mandela in 1994 aan de macht kwam, veranderde hij de naam van de feestdag. Een dag om aandacht te besteden aan de mensen die het met minder moeten stellen! Heb ik me toch een vooruitziende blik gehad…

Last Christmas

Oh, the good old days. Ik betrap me erop dat ik rond deze tijd van het jaar heimwee heb naar de tachtiger jaren. En dan vooral naar Last Christmas, de ultieme kerstvideoclip van Wham! Alle ingrediënten voor de Kerst uit mijn dromen waren erin aanwezig: eindelijk een witte Kerst van onbezorgd lol trappen met leeftijdsgenoten. Een Kerst van sneeuwballen gooien en sneeuwpoppen maken. Maar bovenal een Kerst van een romantisch knapperend haardvuur en met George Michael als mooiste aller cadeaus onder de boom.

Omdat een blog net een biechtstoel is, zal ik hier maar meteen bekennen dat ik destijds een mega crush op de leadzanger van Wham! had. Zolang jullie het maar niet verder vertellen.

Als twintiger zwijmelde ik dus bij die beelden van een grote vriendengroep die in zo’n gemütlich ondergesneeuwd chalet lekker samen Kerstmis ging vieren. Dat wilde ik óó-óók! In plaats daarvan zat ik temidden van allemaal ouderen en gillende neefjes passief-agressief met mijn vork in een reerug te prikken terwijl buiten de regen met bakken naar beneden kwam. Ik zou toen, prettig gestoord als ik ongetwijfeld was, met alle liefde één van mijn vitale organen hebben gegeven als ik in die clip de plaats van die meid met de geinige zwarte krullenbos had mogen innemen.

Want wat was ik jaloers! Ik liep nog net niet groen aan als ik zag hoe ze liefdevol met elkaar door het witte poederige landschap dartelden, stiekem toch-nog-steeds-verliefde blikken uitwisselden aan de kerstdis en dat intieme moment met die gevallen kerstslinger beleefden (George druk in de weer met zilveren kerstslinger boven in de boom; krullenbos op een lagere plek aan het hannesen met een kerstbal; George die zijn kerstslinger laat vallen (expres???); in zijn stuntelige poging om die op te vangen komt hij – oh toeval! – nét iets te kort naast krullenbos neer, waarna ze elkaar nét iets te lang betekenisvol in de ogen kijken). En omdat ik die 4 minuten en 30 seconden lange clip in een masochistische bui ook nog had opgenomen, zag ik ze om de haverklap.

Noem me naïef maar in die tijd had ik echt niet door dat Mr. Michael van de herenliefde was. Hij wist het toen natuurlijk zelf wel, al probeerde hij nog zo de schijn op te houden. Maar in die tijd zagen mijn onbevangen ogen alleen een lekker ding met een geweldige bos haar, parelwitte tanden, mooie ogen en een goed lijf. Een Griekse God was er niks bij. En dan die stem! Anno 2013 kan ik in mijn verdediging alleen maar aanvoeren dat ongeveer de helft van de wereldpopulatie er toen net zo over dacht, inclusief niemand minder dan Prinses Diana die hem gorgeous vond.

Als ik de clip nu bekijk, breekt het zweet me uit. Niet omdat Georgie mij zo opwindt, maar omdat ik werkelijk stekeblind moet zijn geweest om niet te zien dat de goeie jongen nog uit de kast moest komen. Die halflange, geblondeerde, übergestylede en geföhnde haren! Die oorbelletjes links én rechts! En, nu ik er nog eens heel goed naar kijk, de make-up die hij ongetwijfeld op had. Het moment waarop hij met een bontmuts over zijn weelderige blonde lokken met gebronsd gelaat en verdacht roze lippen peinzend staat te kijken naar zijn in de sneeuw spelende vrienden (oh, wat zielig, zo helemaal alléé-héén!) vind ik dat hij zelfs meer op een vrouw dan op een man lijkt. Dit noemen ze ook wel voortschrijdend inzicht.

Mijn toenmalige vriendje, die dit uiteraard wel meteen door had, vond mijn fascinatie voor George dus allerminst bedreigend maar juist amusant. Wat hem ertoe bracht om tijdens menig videoclipmoment  expres te roepen dat ik toch geen schijn van kans maakte omdat ik nu eenmaal geen jongen was. Ik was daarvan niet gecharmeerd. Hoe kón hij nou zoiets zeggen? Terugkijkend verkeerde ik toen misschien – net als mijn idool zelf – in een hevige ontkenningsfase.

Toch blijft de clip leuk. Het is een icoon uit de eighties. Die haarcoupes. Die super oversized kleren. De herinneringen die hij oproept aan mijn eigen twentysomething jaren.

Het liedje heeft de tand des tijds glansrijk doorstaan. Het is en blijft een heerlijke kerstplaat die nog vele jaren mee kan. Dus de komende weken zal ik dit nummer tot vervelends toe opzetten om met gesloten ogen te genieten van zijn warme stem doorspekt met jinglebells en kerstklokken.

En als George, lichtjes hijgend en met precies de juiste dosis heesheid, de passage bereikt waar hij happy christmas fluistert, is het kerstgevoel compleet.

Mijn Kerst kan niet meer stuk.

© Pascale Bruinen

Last Christmas

 

Oordeel zelf…

Last Christmas2

Love Actually

In deze barre tijden die, zeker rond de Kerst, smeken om een beetje liefde en zorgzaamheid voor elkaar mag je hopen dat “Love is all around”  – Wet Wet Wet’s muzikale ode aan de liefde – nog steeds van toepassing is. Dit liedje is de rode draad in de film “Love Actually”. Als er nou één ultieme feel good kerstfilm bestaat, is het deze wel.

De afgelopen jaren heb ik hem zeker al een keer of vier rond Kerstmis gezien, maar op de een of andere manier raak ik er maar niet op uitgekeken. Iedere keer dat ik dit visuele meesterwerkje bekijk, vallen me weer andere verrukkelijke details op. De grappige momenten zie ik inmiddels al van mijlenver aankomen. Wat me er overigens niet van weerhoudt om wéér hardop te lachen als het zover is. En dan de kleffe fragmenten…Laat ik het er op houden dat de doos Kleenex onder handbereik moet blijven.

Maar wat is dan het geheim van deze heerlijk pretentieloze rolprent? Ik heb mijn gedachten er eens over laten gaan en het antwoord is dat er gewoon alles, maar dan ook álles in zit.

De pijnlijke liefde van een prachtige jongen voor een dito meid die net met zijn beste vriend is getrouwd (waarover later meer). Onmetelijk verdriet van de jonge weduwnaar die achterblijft met een schattige stiefzoon die net begint te puberen. Welke puber overigens op zijn beurt weer smacht naar een oogverblindend mooi leeftijdgenootje dat, als ze elkaar eindelijk leuk beginnen te vinden, terug naar de Verenigde Staten verhuist.

En wat te denken van de zeer onwaarschijnlijke liefde tussen de Britse premier (een rol op het lijf geschreven van glamourboy Hugh Grant) en een jong en ontwapenend staflid dat nogal grofgebekt is? Het moment dat hij zich onbespied waant en op muziek van “Jump” van de Pointer Sisters door de majestueuze zalen van Downing Street number 10 swingt (oh, dat kontje!) is alleen al de moeite van het bekijken waard. Of de glorieuze comeback van een al afgeserveerde oude rocker die met Kerstmis tegen alle verwachtingen in op nummer één van de hitlijst terecht komt met een “verkerste” versie van “Love is all around”? Of die doodgewone Britse jongen van het type ruwe bolster, blanke pit die zijn seksuele geluk met eclatant succes gaat proberen in de US of A?

Om dan nog maar te zwijgen over de mooie maar zeer verlegen roodharige kantoormeid Sarah die in stilte hunkert naar de hunk van de afdeling en op het moment suprème van een mooi samenzijn ruw wordt gestoord door telefoontjes van haar verstandelijk beperkte broer; de donkerharige femme fatale met felrood gestifte lippen die haar oudere en zeer getrouwde baas het hoofd op hol brengt met een pose à la Sharon Stone tijdens haar legendarische politieverhoor in Basic Instinct of die onvergetelijke scène met Rowan Atkinson als irritante verkoper die tergend langzaam het stiekem door de getrouwde baas gekochte kerstcadeau voor deze minnares inpakt terwijl diens echtgenote ieder moment kan opduiken.

Deze totaal verschillende verhaallijnen gaan vloeiend in elkaar over en kennen vrijwel allemaal een eigen, gelukkig einde. Maar voor het zover is, moet er door de hoofdpersonen uiteraard nog menig misverstand, probleem en tegenslag worden overwonnen.

Hoewel het moeilijk kiezen is, zijn er twee fragmenten in de film die me altijd zullen bijblijven. Het ene is het moment dat eerdergenoemde Sarah eindelijk de moed heeft verzameld om een date te hebben met haar knappe maar even verlegen collega Karl. Als hij haar na afloop tot aan de deur van haar woning brengt, komt het – oh zoet cliché! – tot een eerste innige zoen. Onvergetelijk is de scène die meteen daarna komt. Sarah nodigt hem uit binnen te komen, zegt droog “een momentje, alsjeblieft”, gaat achter de deur staan en trappelt dan geluidloos als een kind van blijdschap. Meesterlijk!

Maar de absolute winnaar kan er maar één zijn. Het gebeurt bijna op het einde van de film. Juliet, een frêle schoonheid (gespeeld door Keira Knightley) zit vlak voor Kerstmis thuis met haar nieuwbakken echtgenoot Peter op de bank. De deurbel gaat. Manlief blijft zitten in de veronderstelling dat het kinderen zijn die Christmas Carols komen zingen. De jongedame gaat naar de deur. Daar treft ze haar zeer smakelijke maar nogal stille aanbidder Mark aan, die toevallig ook de beste vriend is van haar man. Een totaal onmogelijke liefde dus. Als ze iets wil zeggen, beduidt hij haar stil te zijn. Als afleidingsmanoeuvre voor de nietsvermoedende Peter zet hij kerstmuziek aan.

De schat heeft een respectvolle liefdesverklaring op diverse kartonnen bordjes geschreven, die hij op uiterst aandoenlijke wijze één voor één voor Juliet omhoog houdt. Zijn boodschap is duidelijk: hij houdt van haar maar legt zich neer bij de situatie. Als hij klaar is, zet hij de muziek uit, draait zich om en loopt weg. En net als je denkt: Juliet, jij stommerik, ren er achter aan!, doet Juliet precies wat je hoopt en beloont ze Mark met een klinkende kus. Maar daar blijft het dan ook bij. Toch nog een beetje gerechtigheid voor die lieve Mark. Want om eerlijk te zijn, had ik veel liever gezien dat híj met haar getrouwd was in plaats van Peter.

Als de aftiteling loopt, bekruipt mij opnieuw het inmiddels bekende, warme en gloedvolle gevoel. Een diepe, contente zucht ontsnapt me.

Mijn romantische ziel kan er weer een jaartje tegen.

© Pascale Bruinen

Love Actually

Need I Say More? Dit doet toch ieder meidenhart smelten???