Vakantieherinneringen (2)

“Weet je nog die keer dat M. haar eendenzwemband al omdeed in de auto toen we amper een kwartier aan het rijden waren”? vraagt mijn moeder aan pap zonder een antwoord te verwachten.

Het grijze winterse weer buiten nodigt binnen uit tot mijmeren over zonniger momenten. Mijn ouders putten moeiteloos uit hun rijke reishistorie en halen het ene na het andere grappige verhaal naar boven. Hun ogen lichten op als ze in gedachten terug gaan naar die allang vervlogen tijden. Toen ze nog jong en fit waren.

“Of toen jij de caravan aan het inladen was en M. had weggestuurd toen ze met al haar poppen aan kwam zetten? Omdat we al te veel bij ons hadden? Het arme kind was kapot van verdriet! Ik heb haar toen ingefluisterd gewoon alles in een kussensloop te stoppen en tegen jou te zeggen dat ik dat kussen mee wilde nemen. Daar ben jij toen mooi ingetrapt”! Mijn vader lacht, maar na al die jaren nog steeds een beetje als een boer met kiespijn.

“Jij had sowieso een nogal aparte manier om ervoor te zorgen dat de caravan aan iedere kant even zwaar was”, vervolgt mam terwijl ze voor ons allemaal een kopje thee inschenkt. “Met de jeu de boules ballen als contragewicht, totdat de caravan overal hetzelfde enorme overgewicht had”, beschuldigt ze pap goedmoedig. Hij bekent grif schuld maar voegt daar zelfgenoegzaam aan toe dat dit vooral op het conto kwam van háár tassen, sieraden en veel te veel kleding die persé mee moesten.

Ze beheersen het spel perfect. Na 63 jaar huwelijk wil je wel op elkaar ingespeeld zijn. Mam geeft de voorzet en pap kopt in. En dus moeten we allemaal lachen, ook al horen we het voor de zoveelste keer.

Ineens proest mam het uit als haar het verhaal van de zwempartij met haar beste vriendin W. te binnen schiet. Ze zijn in Spanje op vakantie en hebben allebei precies dezelfde badmuts gekocht. Felgekleurd met van die opgeplakte bloemen erop. Heel erg seventies. Een vreemde eigenschap is dat de badmuts zó langgerekt was dat zelfs Wiske’s eiervormig hoofd er met gemak twee keer in zou passen. Wel handig met dat hoog getoupeerde haar. “Ja”, zegt pap, “toen zij met hun tweeën met die torenhoge badmutsen te water gingen, weken schepen af van hun koers omdat ze dachten dat het boeien waren”! Hilariteit alom. We drinken nog een kopje thee.

In rap tempo volgt nog het verhaal van de afgeknipte pyamabroekspijp die pap in een noodgeval gebruikt had als sjaal; de sage over de opvouwbare brandladder van 9 meter lengte die van pap altijd mee moest op vakantie als we in een hotel gingen en die keer dat ze naarstig gezocht hadden naar een Italiaans restaurant. In Italië.

Zonovergoten herinneringen aan zorgeloze zomers aan zee. De typische geur van Ambre Solaire zonneolie; het hypnotiserende geluid van de branding; het feestelijke “kling-klang” als met nieuw gevonden vrienden bij de zoveelste barbecue getoost werd met een fris glas rosé. Definitief afgesloten, verzegeld in het verleden.

Mijn ogen dwalen naar het raam. Buiten regent het.

© Pascale Bruinen

Welke vakantieherinneringen komen bij jou naar boven nadat je dit gelezen hebt? Ik ben benieuwd naar andermans ervaringen, positief of negatief.

Advertenties

Het geheim van Victoria

Heb jij je ook, happend naar adem van afgunst en frustratie, zitten vergapen aan de Victoria’s Secret Fashion Show 2011? Aan de afgetrainde, ingeoliede, perfecte en nagenoeg naakte lijven van de uitverkoren supermodels? Ik wel. Ik heb nog nooit van mijn leven zoveel jonge, ultraslanke en megastrakke lijven met zeer vrouwelijke sixpacks bij elkaar gezien. Voeg daar nog de engelachtige gezichtjes met die geprononceerde jukbeenderen, jaloersmakende kuiltjes in wangen, überzwoele lippen en lang glanzend haar aan toe en het is duidelijk. Als je je hiermee wilt meten als afgematte veertig-plus ploetermoeder ben je bij voorbaat kansloos verloren, al zie je er naar verhouding nog zo patent uit.

Dat zou je dus niet moeten doen maar zoveel verstandig inzicht is aan mij niet besteed. En dus besluit ik in een vlaag van masochisme dat ik er ab-so-luut ook zo uit wil zien.

Om het geheim van Victoria te ontrafelen zoek ik op internet naar haar beroemdste en wellicht ook mooiste boegboeld, Doutzen Kroes. Na het lezen van diverse interviews heb ik al een fraaie en voor ons zelfbeeld zeer opwekkende oneliner gevonden. Zo zegt onze Doutzen over haar figuurtje en ik citeer: “Vroeger vond ik dat ik fors was maar nu niet meer”. Tja, dank je wel Doutzen voor deze oppepper, dat doet vrouwelijk Nederland met een gemiddeld confectiemaatje 42 erg goed.

In een recent tv-interview vertelt ze hoe ze zich voorbereidt op de Victoria’s Secret show. Ik hang aan haar volle lippen. Het geheim is dat ze sowieso altijd “met mate” eet (yes, dat doe ik ook!), veel groenten en fruit consumeert (check!), sloten water drinkt (helemaal goed!), vrijwel niet snoept en de laatste paar weken voor de show helemaal géén vet of zoet meer tot zich neemt (hmmm, dat doe ik niet) en zich onder de bezielende leiding van haar personal trainer 24/7 helemaal suf sport.

Bij dat laatste ben ik meteen alert, want ja, sporten doe ik óók!!! Misschien alleen niet in die mate en helaas ook moederziel alleen, maar een kniesoor die daar op let. Eigenlijk, zo denk ik overmoedig, heb ik nú al zo goed als hetzelfde fitness- en schoonheidsregime als Doutzen. Ienie mienie detailtje is alleen dat ik er niet ook zo uit zie.

Dus worstel ik me door de obligate fitnessvideo heen waar te zien is wat Doutzen zoal doet om, nou ja, Doutzen te blijven. Eerste scene: Doutzen in nauwsluitende zwarte legging en kek lichtblauw (geen-toeval-want-matcht-zo-leuk-met-haar-ogen-) topje dat haar absurd platte buikje onthult. Tweede scene: Doutzen die beeldig en transpiratieloos 120 keer per minuut touwtje springt. Derde scene: Doutzen die als een volleerde bokser in een rottempo rechtse en linkse directe uitdeelt aan haar welwillende sparringpartner en daarna – zucht – niet eens buiten adem is, laat staan dat ze ook maar één gestylede lok verkeerd heeft zitten.

Ik heb genoeg gezien en ga meteen als een gek met een springtouw van de kids, dat al sinds de pré-puberjaren ligt te verstoffen in de garage, aan de slag. Verdorie, dat valt nog niet mee. De bedoeling is dat je er in gelijkmatig hoog tempo soepeltjes overheen springt, maar ik raak om de haverklap verstrikt in het touw. Bovendien zweet ik ondanks mijn deodorant wél als een otter en heb ik ineens een acute bad hair day. Ja, zo wordt het natuurlijk nooit wat met mijn Doutzen look-a-like projectje.

Gedesillusioneerd smijt ik het springtouw terug de vergetelheid in en graai meteen naar een extra grote chocoladereep (mét pralinévulling). En terwijl ik in een halve minuut het calorie-equivalent van een half jaar eten én drinken van Doutzen verorber troost ik me met de gedachte dat dit toch een onbereikbaar ideaalbeeld is.

Het geheim van Victoria? Griezelig goede genen. Maar ook één langgerekt chocoladeloos bestaan in combinatie met – pak hem beet – 12 uur sporten per dag. En bijna, bijna, voel ik zowaar iets van medelijden voor haar. Want bij nader inzien vind ik dit toch niet zo aanlokkelijk als het lijkt.

© Pascale Bruinen

En hier is het dan, het vermaledijde springtouw. Kom op, laat me alsjeblieft weten dat ik er niet alleen voor sta met mijn goedbedoelde maar weinig succesvolle pogingen ons aller Doutzen te evenaren…Ik weet zeker dat jullie stiekem ook wel eens een soortgelijke actie hebben geprobeerd. Schrijf het eens aan mij zodat alle lezers hieruit troost kunnen putten!

Zo slank als je dochter

Een beetje nostalgie is het wel, deze slogan van een reclamecampagne voor margarine uit lang vervlogen tijden. Zo lang dat het merk in kwestie niet eens meer bestaat.

In mijn geval is het ook nog waar. En dat kan erg leuk en egostrelend zijn. Maar het heeft ook beduidend mindere kanten. Daar ben ik de laatste tijd wel achter gekomen met een puberdochter in huis.

Het toeval wil namelijk dat ik niet alleen een slanke maar ook een moderne, euh pardon: chille, moeder ben met dito kleren. En een aardige verzameling tassen, schoenen, laarzen en accessoires.  En dat is niet bepaald onopgemerkt gebleven.

Zo is het me geregeld gebeurd dat ik ’s ochtends hele stapels t-shirts tot twee-, driemaal toe doorworstel, op zoek naar dat ene waar ik mijn zinnen op heb gezet.

Inwendig vloekend en zuchtend ga ik na een tijdje aan mezelf twijfelen. Ik meende toch zeker te weten dat het net uit de was kwam. Vertwijfeld besluit ik dan maar mijn hele kledingkeuze om te gooien, om vervolgens stokstijf te blijven staan als ik mijn dochter in de badkamer ontwaar. Juist.  Met míjn t-shirt aan.

Op mijn giftige uitroep waarom ze mij niks heeft gevraagd, antwoordt ze doodleuk dat ze wel aannam dat het mocht. Ze is zich hoegenaamd van geen kwaad bewust. Gelet op de tijd laat ik het erbij, onderwijl wel nog dreigend dat ze me de volgende keer toch echt van tevoren moet vragen of het ok is iets van mij te lenen. Een plichtmatig, onverstaanbaar gemompel valt mij ten deel.

Op de een of andere manier stelt het me niet gerust.

© Pascale Bruinen

Wie oh wie heeft ook zo’n puberdochter in huis??? Schrijf je ellende en stress van je af in een reactie zodat het hele lezerspubliek kan delen in je smart, zodat die gehalveerd wordt!

Vliegangst (2)

Hoewel vliegen beweerdelijk nog steeds de veiligste manier van reizen is, ben ik er niet bepaald fan van. En dan druk ik me nog zacht uit.

Zo kan zelfs de aanwezigheid van de diverse, zeer nadrukkelijk onder de aandacht gebrachte, exits mijn latente ongerustheid in een vliegtuig niet wegnemen. Het woord wekt namelijk de (onterechte) indruk dat je op zo’n 11 kilometer hoogte nog even uit zou kunnen stappen als je daaraan de behoefte zou voelen of de nood aan de man of vrouw zou komen.

Meestal is mijn stressniveau door het gedoe bij check-in en het wachten bij de gate al tot ongekende hoogte gestegen en dan is er nog geen meter gevlogen.

Ingesnoerd in mijn stoel wacht ik angstvallig  op de dreigend klinkende woorden uit de cockpit dat we cleared for take-off zijn. Vanaf het moment dat het enorme gevaarte – met alle bemanning, passagiers, bagage en ongeveer 70.000 liter hoogst brandbare kerosine – daadwerkelijk de lucht in gaat begint het eindeloze luisteren naar alle mogelijke (op gevaar duidende?) geluiden die het vliegtuig produceert.

En dat zijn er nogal wat, zoals de bekende “boink” van het inklappen van het landingsgestel, de steeds wisselende geluidssterkte van de brullende motoren en nog een hele reeks geluiden die een leek als ik helemaal niet thuis kan brengen. Mijn oren zijn dan ook voortdurend op ieder geluid gespitst, hetgeen nogal lastig is nu gedurende de hele vlucht voortdurend “ding-dong’s” weerklinken. Telkens kijk ik dan verschrikt op of het niet een of ander alarm is dat afgaat. De nogal banale werkelijkheid is dat het passagiers zijn die op de knop duwen om een stewardess te lokken.

Op het moment dat de cruising altitude of kruishoogte eindelijk is bereikt en het bordje fasten seatbelts uit gaat, breekt er een periode van semi-ontspanning aan. Hierin houd ik mij verstandig voor dat er over de hele wereld ontelbare vluchten per dag heelhuids aankomen, dat de piloot goed getraind is in allerhande noodsituaties en zelf ook graag weer thuiskomt bij moeder de vrouw en kids.

Uit deze mij milder stemmende overpeinzingen word ik vervolgens wreed weggerukt als een dwingende “ping” door de cabine schalt en streng aankondigt dat wegens turbulentie iedereen meteen moet gaan zitten en de veiligheidsgordels moeten worden vastgemaakt. Nu heb ik de mijne uiteraard nooit los gehad maar voor alle zekerheid trek ik hem dan nog maar wat strakker aan.

De stress is weer in alle hevigheid terug en het soms eindeloos durende heen en weer geschud, getril, geschok en gebonk maken dat ik mij koortsachtig afvraag hoeveel turbulentie een vliegtuig eigenlijk aan kan.  Flashes van tv-programma’s als “Seconds to Disaster” en “Air Crash Investigation” (waar ik met een morbide vorm van zelfkastijding  telkens toch weer naar kijk) schieten door mijn hoofd en maken mijn mentale toestand er niet bepaald beter op.

Ondertussen houd ik de stewardessen nauwlettend in de gaten. Kijken ze ontspannen en glimlachen ze nog naar passagiers, of rennen ze met een bedrukt en zowaar bezorgd gezicht door de aisles, onderwijl druk met hun collega’s fluisterend zodat de passagiers niks mee krijgen van hetgeen werkelijk aan de hand is? Al met al is het een doodvermoeiende situatie om alles continu in de gaten te houden. Dus voor mij allesbehalve het welgemeende sit back, relax and enjoy the flight-verhaal dat bij het begin van iedere vlucht zo enthousiast wordt omgeroepen.

Als je als lezer nu denkt dat ik het ergste wel gehad heb, moet ik je teleurstellen. De echt állervreselijkste periode van een vliegreis vind ik namelijk het stuk vanaf dat de daling wordt ingezet totdat het vliegtuig is uitgeremd en rustig naar de gate taxiet. Het schokken, draaien, rollen, omhoog en weer omlaag gaan, het afremmen, de gierende geluiden van de flaps die uit gaan, het met een hoop lawaai uitkomende landingsgestel en de toenemende turbulentie als het vliegtuig door de wolken gaat. Alles is één brok ellende.

Het moment dat het fasten seatbelts bordje eindelijk uit gaat en je veilig het vliegtuig verlaat is altijd weer het hoogtepunt van de reis. De geluks- en dankbaarheidsgevoelens om wéér een vliegreis te hebben overleefd zijn gigantisch. Een onbeschrijflijke opluchting maakt zich van me meester, al zie ik tegen die tijd dan wel uit als een uitgewrongen dweil.

Een opluchting die zal duren totdat de volgende vliegreis weer is geboekt en alles weer van voren af aan begint.

© Pascale Bruinen

Nou, gelukkig hoef je niet zó te vliegen maar zelfs in je comfortabele stoel is het niet altijd even leuk…Kom op lezers, wie deelt mijn op zijn zachtst gezegd nogal ambivalente gevoelens over vliegen?

Weggoois(ch)e Vrouwen

De alom aanwezige crisis heeft ook positieve bijwerkingen. Door het chronische geldgebrek bij de gemeentelijke overheden worden alle voorzieningen op een laag pitje gezet. Hoogste tijd om dus zelf in actie te komen, indachtig het steeds vaker uitgedragen principe van de zelfredzaamheid. Of, om het met de historische woorden van John F. Kennedy te zeggen: vraag niet wat uw gemeente voor u kan doen, maar wat u voor uw gemeente kunt doen.

Het antwoord op deze retorische vraag dringt zich al meteen op als ik een voet buiten de deur zet. Al joggend en fietsend door onze mooie landelijke wijk valt mijn blik steeds vaker op chipszakken, plastic flessen en zakdoekjes. Schijnbaar achteloos weggeworpen in de berm of  – waarom ook niet? – gewoon midden op het prachtige speelveldje. Als puisten op een wondermooi gezicht. Ze springen in het oog, of je het wilt of niet.

Met ieder hardlooprondje en ritje op mijn stalen ros groeit mijn irritatie. De hele route is vol met de tastbare uitwassen van onze op hol geslagen consumptie-maatschappij. Het wordt niet minder, alleen maar meer. De verhuftering van de samenleving op micro-niveau.

Gesterkt door het Chinese spreekwoord dat zelfs de langste reis begint met de eerste stap besluit ik – inmiddels tot het uiterste getergd – het heft zelf maar in handen te nemen. Of liever de vuilniszak. En gewapend met een paar stevige handschoenen trek ik er op uit. Het idee erachter is verbluffend in zijn eenvoud. Ik wandel toch al vaker door de buurt, dan is het een kleine moeite om de rotzooi van anderen gewoon op te rapen.

De eerste keer dat ik er zo op uit ga ben ik nog optimistisch gestemd. Ik denk dat ik aan een normale plastic zak wel voldoende heb, ik woon toch in een nette wijk? Niets blijkt minder waar. Ja, het is een van de beste woonwijken maar nee, net zou ik het niet willen noemen. Wij zijn een vies volkje. In een mum van tijd is mijn plastic zak overvol met blikjes, glazen flesjes, snoeppapiertjes, sigarettendoosjes, stukken plastic, McDonalds bakjes en kartonnen drinkpakken (de anderhalve liter variant). Ik ben verbijsterd want ik ben pas op een derde van één lange straat. Snel begeef ik me naar het milieuperron waar ik de zooi op verantwoorde wijze gescheiden in de daarvoor bestemde bakken dump.

Ik trek nogal de aandacht. Een fietser kijkt om als hij me tussen de struiken plastic frietbakjes ziet plukken. Er zijn automobilisten die remmen als ze mij met gehandschoende handen zien zeulen met een zware vuilniszak. Zelfs kinderen staren me aan. Maar ik ga onverstoorbaar door.

Mensen die ik tegenkom reageren uiterst positief. Een jong koppel met kindertjes prijst mijn onbezoldigde arbeid en zegt dat ze dit zelf ook moeten gaan doen in hun wijk. Een mevrouw die ik tref bij het milieupark schrikt zichtbaar van de hoeveelheid afval die ik op een kort stukje heb ingezameld en zegt dat mijn voorbeeld navolging verdient.

Dat vind ik zelf eigenlijk ook en dus besluit ik op de eerste de beste meidenavond mijn “pick ’n walk” principe te delen met mijn vriendinnen. Nadat ze bekomen zijn van hun eerste verbazing vinden ze het een geweldig idee en besluiten ook mee te gaan doen.

En dus trekken we, inmiddels vier man sterk (nou ja: drie vrouwen en een puber van 12), op een herfstige zondagochtend om 9.00 u de wijk in en rapen ons in anderhalf uur helemaal suf. Bij het aantreffen van een midden op een veldje weggegooide megafles champagne vraagt onze adolescent zich hardop af waarom iemand dat doet. Goeie vraag, te meer nu de vuilnisbak op nog geen tien meter afstand staat.

Moe maar voldaan gooien we de laatste rotzooi in de bakken. Volgende week weer? Jazeker. Het zaadje is geplant. Mijn vriendin heeft inmiddels ook een mooie naam voor ons meiden bedacht: Weggoois(ch)e Vrouwen. Het zou zomaar de nieuwste real life soap kunnen zijn.

© Pascale Bruinen

Het is zo’n simpele maar effectieve methode! Bovendien is het leuk, goed voor de gemeenschapszin, het kost niks en het is nog gezond ook (lekker buiten bewegen). Inmiddels heeft de gemeente zelfs prikstokken, handschoenen en vuilniszakken geleverd en is er ook een Weggoois(ch)e Man bij gekomen, die met zijn kindertjes meedoet.

Heb jij ook plannen voor een leuk burgerinitiatief? Laat het me weten en reageer!

Vrije dag

De race tegen de klok is begonnen. Het is mijn vrije dag.

Ik ben het prototype van een duizendpoot. Schijnbaar moeiteloos combineer ik de lange werkdagen en bijbehorende stress met de huishoudelijke, relationele en opvoedkundige beslommeringen.

Op de dagen dat ik zogenaamd vrij heb werk ik nog langer en harder dan op mijn reguliere werkdagen. En dat terwijl ik telkens van plan ben eens te relaxen en onder het genot van een kop thee een flink stuk te gaan lezen in dat mooie, dikke boek. Per slot van rekening heb ik vrij. Toch?

In werkelijkheid raas ik zo’n dag aan één stuk door. Wat ik dan zoal doe? Heb je even?

Om 6.30 uur opstaan, bed opmaken, wassen, kammen, make-uppen, aankleden, half uur hardlopen, krant uit brievenbus halen (geen tijd om te lezen), planten water geven, alle vuilnisbakken legen, afwasmachine leegruimen (verdorie, was die nu al weer schoon?), fornuis schoonboenen, eten, brood alvast uit diepvries leggen, rotzooi opruimen die ik her en der tegenkom, alles afstoffen, afsoppen en weer afdrogen, chloor in twee wc’s donderen, badkamer afsponzen, twee trappen en alle kamers stofzuigen (behalve die van de kids, die moeten ze zelf doen. Yeah right!), dweilen, rekeningen betalen, mails beantwoorden, sms-berichten terugsturen, papieren in juiste klappers stoppen, Oprah toch maar weer opnemen, even naar de supermarkt, spullen thuis weer uitladen, formulieren van schoolreisje invullen, Duitse grammatica doornemen met zoon, alvast beginnen met koken en tussendoor nog voor- en achtertuin schoffelen en aanvegen.

En dit alles prop ik vóór een uur of vijf ’s middags als mijn man thuiskomt. Niet omdat ik bang ben dat hij boos wordt omdat ik niet alles op tijd af zou hebben, welnee! Ik ben juist bang dat hij merkt dat ik wéér niks voor mezelf gedaan heb. Vandaar dat ik vlak voor 17.00 uur, als ik een paar minuten eerder (ja, met dat dikke boek!) op de bank ben geploft, uit alle macht de schijn probeer op te houden dat ik daar al úren heb doorgebracht. Helaas hoeft hij maar één onderzoekende blik op mijn uitgeputte gezicht te werpen om de naakte waarheid meteen te doorgronden. “Het is weer zover want je zit net, is het niet?” Het valt niet te ontkennen want ik kom bijna niet meer op.

Kun je je dan voorstellen dat ik werkelijk niet wist wat ik hoorde toen mijn dochter zich onlangs beklaagde over het corvee-regime. “Wij moeten de tafel dekken en afruimen en onze eigen kamers poetsen. En wat doe jíj dan eigenlijk nog?”

© Pascale Bruinen

Wie ervaart zijn (spaarzame) vrije dag(en) op dezelfde manier? Laat wat van je horen via een reactie op deze column!

Voorjaar

Elk jaar blijft het toch een wonderlijke belevenis. Na maanden van duisternis, kilte, storm, sneeuw, regen, ijzel en een kou die je tot in je botten voelt, is dan ineens dat magistrale moment aangebroken.

Het gebeurt meestal plotseling. Op een dag kom je buiten en voel je meteen aan:  er is iets veranderd. Er zit iets in de lucht, in het licht. Het ruikt ook anders. Er hangt een verwachtingsvolle sfeer buiten, alsof er iets te gebeuren staat. En dat is ook zo.

De vogels hebben dat meestal als eersten in de gaten. Zo viel het mij halverwege maart op dat ik, na maanden van stilte, ineens al heel vroeg in de ochtend weer wakker werd van het gefluit en getsjilp van vogels. Saillant detail: het was nog aardedonker. Vogels voelen kennelijk gewoon aan dat het voorjaar wordt.

Terwijl ik dit schrijf zit ik buiten in de tuin. Het is 21 graden op een prachtige lentedag in april 2011. In de verte hoor ik het vertrouwde belletje van de ijsco-man. Daar kan ik zó blij van worden. Noem het jeugdsentiment maar in deze woelige tijden biedt het troost te weten dat sommige dingen nog net als vroeger zijn.

Als ik mijn ogen sluit hoor ik heldere kinderstemmen die opgetogen roepen, het geluid van een stuiterende bal, een buurman die iets aan het timmeren is, een blaffende hond. Mensen zijn weer buiten bezig en dat is heerlijk, zeker na zo’n lange periode van gedwongen binnen zitten. Ik durf zelfs te beweren dat het voorjaar zo’n extatisch gevoel oproept omdat we zo lang onder ons herfstig en winters kluizenaarschap hebben moeten lijden. Zeker weten dat we de seizoenen, ja zelfs de regen, zouden gaan missen als we altijd mooi weer zouden hebben. Afwisseling tussen warme en iets warmere dagen wordt namelijk al snel stomvervelend.

Het ontluikende groen in onze tuin doet pijn aan mijn ogen, de hosta’s groeien zienderogen en af en toe zorgt een zacht briesje ervoor dat de zoete bedwelmende geur van de sneeuwbalstruik mijn neusgaten bereikt en verwent.

De nucleaire ellende in Japan, de Nederlandse missie naar Afghanistan, het kabinet met gedoogsteun, het gesteggel over de pensioenen, ja zelfs de bemoeizucht van Cruijff bij Ajax. Alles maar dan ook alles lijkt ineens volstrekt onbelangrijk.

Het is voorjaar!

© Pascale Bruinen

Roept het voorjaar bij jou ook dit soort gevoelens op? Deel ze met mij en de lezers van deze blog door te reageren op deze column!