Love Actually

In deze barre tijden die, zeker rond de Kerst, smeken om een beetje liefde en zorgzaamheid voor elkaar mag je hopen dat “Love is all around”  – Wet Wet Wet’s muzikale ode aan de liefde – nog steeds van toepassing is. Dit liedje is de rode draad in de film “Love Actually”. Als er nou één ultieme feel good kerstfilm bestaat, is het deze wel.

De afgelopen jaren heb ik hem zeker al een keer of vier rond Kerstmis gezien, maar op de een of andere manier raak ik er maar niet op uitgekeken. Iedere keer dat ik dit visuele meesterwerkje bekijk, vallen me weer andere verrukkelijke details op. De grappige momenten zie ik inmiddels al van mijlenver aankomen. Wat me er overigens niet van weerhoudt om wéér hardop te lachen als het zover is. En dan de kleffe fragmenten…Laat ik het er op houden dat de doos Kleenex onder handbereik moet blijven.

Maar wat is dan het geheim van deze heerlijk pretentieloze rolprent? Ik heb mijn gedachten er eens over laten gaan en het antwoord is dat er gewoon alles, maar dan ook álles in zit.

De pijnlijke liefde van een prachtige jongen voor een dito meid die net met zijn beste vriend is getrouwd (waarover later meer). Onmetelijk verdriet van de jonge weduwnaar die achterblijft met een schattige stiefzoon die net begint te puberen. Welke puber overigens op zijn beurt weer smacht naar een oogverblindend mooi leeftijdgenootje dat, als ze elkaar eindelijk leuk beginnen te vinden, terug naar de Verenigde Staten verhuist.

En wat te denken van de zeer onwaarschijnlijke liefde tussen de Britse premier (een rol op het lijf geschreven van glamourboy Hugh Grant) en een jong en ontwapenend staflid dat nogal grofgebekt is? Het moment dat hij zich onbespied waant en op muziek van “Jump” van de Pointer Sisters door de majestueuze zalen van Downing Street number 10 swingt (oh, dat kontje!) is alleen al de moeite van het bekijken waard. Of de glorieuze comeback van een al afgeserveerde oude rocker die met Kerstmis tegen alle verwachtingen in op nummer één van de hitlijst terecht komt met een “verkerste” versie van “Love is all around”? Of die doodgewone Britse jongen van het type ruwe bolster, blanke pit die zijn seksuele geluk met eclatant succes gaat proberen in de US of A?

Om dan nog maar te zwijgen over de mooie maar zeer verlegen roodharige kantoormeid Sarah die in stilte hunkert naar de hunk van de afdeling en op het moment suprème van een mooi samenzijn ruw wordt gestoord door telefoontjes van haar verstandelijk beperkte broer; de donkerharige femme fatale met felrood gestifte lippen die haar oudere en zeer getrouwde baas het hoofd op hol brengt met een pose à la Sharon Stone tijdens haar legendarische politieverhoor in Basic Instinct of die onvergetelijke scène met Rowan Atkinson als irritante verkoper die tergend langzaam het stiekem door de getrouwde baas gekochte kerstcadeau voor deze minnares inpakt terwijl diens echtgenote ieder moment kan opduiken.

Deze totaal verschillende verhaallijnen gaan vloeiend in elkaar over en kennen vrijwel allemaal een eigen, gelukkig einde. Maar voor het zover is, moet er door de hoofdpersonen uiteraard nog menig misverstand, probleem en tegenslag worden overwonnen.

Hoewel het moeilijk kiezen is, zijn er twee fragmenten in de film die me altijd zullen bijblijven. Het ene is het moment dat eerdergenoemde Sarah eindelijk de moed heeft verzameld om een date te hebben met haar knappe maar even verlegen collega Karl. Als hij haar na afloop tot aan de deur van haar woning brengt, komt het – oh zoet cliché! – tot een eerste innige zoen. Onvergetelijk is de scène die meteen daarna komt. Sarah nodigt hem uit binnen te komen, zegt droog “een momentje, alsjeblieft”, gaat achter de deur staan en trappelt dan geluidloos als een kind van blijdschap. Meesterlijk!

Maar de absolute winnaar kan er maar één zijn. Het gebeurt bijna op het einde van de film. Juliet, een frêle schoonheid (gespeeld door Keira Knightley) zit vlak voor Kerstmis thuis met haar nieuwbakken echtgenoot Peter op de bank. De deurbel gaat. Manlief blijft zitten in de veronderstelling dat het kinderen zijn die Christmas Carols komen zingen. De jongedame gaat naar de deur. Daar treft ze haar zeer smakelijke maar nogal stille aanbidder Mark aan, die toevallig ook de beste vriend is van haar man. Een totaal onmogelijke liefde dus. Als ze iets wil zeggen, beduidt hij haar stil te zijn. Als afleidingsmanoeuvre voor de nietsvermoedende Peter zet hij kerstmuziek aan.

De schat heeft een respectvolle liefdesverklaring op diverse kartonnen bordjes geschreven, die hij op uiterst aandoenlijke wijze één voor één voor Juliet omhoog houdt. Zijn boodschap is duidelijk: hij houdt van haar maar legt zich neer bij de situatie. Als hij klaar is, zet hij de muziek uit, draait zich om en loopt weg. En net als je denkt: Juliet, jij stommerik, ren er achter aan!, doet Juliet precies wat je hoopt en beloont ze Mark met een klinkende kus. Maar daar blijft het dan ook bij. Toch nog een beetje gerechtigheid voor die lieve Mark. Want om eerlijk te zijn, had ik veel liever gezien dat híj met haar getrouwd was in plaats van Peter.

Als de aftiteling loopt, bekruipt mij opnieuw het inmiddels bekende, warme en gloedvolle gevoel. Een diepe, contente zucht ontsnapt me.

Mijn romantische ziel kan er weer een jaartje tegen.

© Pascale Bruinen

Love Actually

Need I Say More? Dit doet toch ieder meidenhart smelten???

Advertenties

Bloem

Haar naam zegt alles.

Ze is als een mooie bloem. Een bloem die nog net niet helemaal open is. Een bloem die nog lang niet al haar geheimen heeft prijsgegeven. Zo’n bloem waar je altijd naar zou kunnen blijven kijken.

Haar beeltenis straalt me tegemoet vanaf het krantenpapier. Ik zie een jong, fris en open gezichtje. Ik moet even slikken.

Haar glimlach is beeldschoon. Welke poel van ellende heeft ze weten te verbergen met deze oogverblindende lach? Ik voel een steek in mijn hart.

Terwijl haar ogen lijken te twinkelen, worden de mijne vochtig.

Niemand die het zag aankomen.

Het lijkt een doodgewone dinsdag. ’s Ochtends drinkt ze zoals altijd thee met haar moeder en smeert ze haar boterhammen voor de lunch. Boterhammen die ze nooit meer zou opeten. Ze had immers een trein te halen.

Maar de trein haalde haar.

Een vrolijke meid, deels nog kind, deels al vrouw. Een slimme meid, die prachtige punten haalde op school. Een hartelijke meid, die nooit te beroerd was anderen te helpen als ze problemen hadden.

Maar wie hielp haar in haar donkerste uren?

Door mijn tranen heen dansen de letters van haar prachtige afscheidsgedicht voor mijn ogen. “Als het sneeuwt, ben ik het vlokje dat in jullie handen valt”. Deze zin snijdt me rauw door mijn moederhart.

Mijn gedachten tollen in het rond. Voor dit soort verlies bestaan geen woorden. Toch probeer ik ze te vinden. Ik moet wel.

Afschuw. Verdriet. Onrechtvaardigheid. Machteloosheid. Geen van alle bieden ze enige genoegdoening.

Ik voel nu iets anders zijn lelijke kop opsteken. Woede. Pure woede bij de gedachte dat een stel laffe pestkoppen dit drama op hun geweten hebben.

Haar schriften onthullen een gebroken jonge ziel. Gebroken door jarenlange pesterijen wilde en kon ze niet meer verder. De pijn was ondraaglijk. Die 11e december 2012 was het klaar. Ze zag geen andere uitweg meer dan een gewelddadige ontmoeting met dodelijk staal.

Haar naam zegt alles. Ze was als een mooie bloem. Een bloem die geknakt is nog voordat ze in volle bloei kon staan.

Fleur Bloemen. Bloem Bloemen. Mooie Bloem.

Sneeuwvlokjes zullen voor mij nooit meer hetzelfde zijn.

© Pascale Bruinen

sneeuwvlokje

Ploetermoeder Porno

Yep. Ik heb besloten om nog op de valreep van 2012 schaamteloos in te haken op de hype rondom Fifty shades of grey. In plaats van die 14.513 keer dat mijn schrijfsels inmiddels bekeken zijn, wil ik namelijk ook graag vijftig miljoen lezer(e)s(sen) hebben. Liefst gisteren.

Vandaar mijn poging om ook wat ploetermoeder-porno aan het papier toe te vertrouwen. Uiteraard bij voorkeur ook meteen een hele trilogie. Minimaal. Dat die dan eventueel op het niveau van – pak hem beet – die oude vertrouwde Bouquetreeks is, maakt geen ene moer uit. Want ik heb sinds het interview dat E.L. James onlangs in de TV-show van Ivo Niehe gaf eindelijk heel goed begrepen wat vrouwen willen. Een klassiek, romantisch liefdesverhaal, doorspekt met hete seks en aaneenhangend van clichés.

Nou, dat kunnen ze krijgen hoor, daar draai ik mijn hand niet voor om. Ik kopieer wat hier, leen wat daar en zorg ervoor dat minstens op iedere tweede bladzijde een seksscène zo expliciet mogelijk wordt beschreven. Makkie, toch? Daarom ben ik alvast begonnen aan mijn interpretatie, die – al zeg ik het zelf – een stuk briljanter is dan het origineel. Wat zeg ik, het is je reinste bestseller-materiaal!

Hier komt ‘ie dan, exclusief voor de lezers van mijn blog! Een prikkelende passage uit mijn luchtvaartvariant op Fifty shades…waarbij ik als titel heb gekozen voor: “Mile High Club”, oftewel de aanduiding voor al die schaamteloze lieden die (ooit) seks hebben (gehad) aan boord van een vliegtuig in volle vlucht, liefst op dat fijne, luxe en schone toilet. Voorwaar een mooie en originele omgeving voor mijn zorgvuldig gekozen personages. Dus: riemen vast, daar gaan we!

Mile High Club

“Ga door, ga door…, ja..ja..Oh God. Oh God, ja…!”.  

“This is your captain speaking. We are headed for some severe turbulence. Please return to your seats immediately and fasten your seat belts”

“Fuck. Fuck!”

“Verdomme, wat denk jij dan dat ik al een kwartier lang aan het doen ben? Ik doe mijn uiterste best in dit rottige stinktoilet van een halve vierkante meter, hoor!”.

“Nee sukkel, dat was de gezagvoerder! We moeten terug naar onze plaatsen. Komt wel goed uit ook, ik heb een slapende rechtervoet van dit standje hopeloos”.

“Dacht het niet, na al deze moeite nu zeker ophouden omdat er wat turbulentie aan komt. Vind je dit niet lekker? Misschien moet jij je been wat hoger tegen de deur aan klemmen, dan zet ik me schrap tegen de wc bril. Wacht effe, als je nou…”

“Auw! Dat doet pijn! Je staat bovenop mijn hand, idioot! “

“Wacht, als jij nu op de wasbak gaat zitten, dan kan ik…”

“Shit, aah…Ik word helemaal nat!”

“Ja schatje”, hijgt hij amechtig in haar oor, “dat is toch ook de bedoeling”.

Ze duwt hem met een ferme armbeweging van zich af. “Jij hebt ook het IQ van een fruitvlieg. Ik zat met mijn kont op de kraan, halve gare! Ik ga er uit en wel nu”.

Ze bukt zich om haar broek omhoog te trekken. Net als ze op komt, buigt de sexgod zijn hoofd naar beneden om zo zijn trui aan te trekken. Báááf!!! De twee hoofden raken elkaar. Een instant sterrenhemel ontvouwt zich voor allebei. Ze kreunen luid van de pijn.

Juist op dat moment horen ze een strenge, harde klop op de toiletdeur. “Open doen! U heeft gehoord wat de gezagvoerder heeft gezegd. U moet meteen naar uw plaats terug”. Roffel-de-roffel. “Heeft u het gehoord? Nu open doen anders máák ik de deur open”. De stewardess blijft voor de deur staan. Zij is ook niet van gisteren. Ze heeft het gekreun net wel gehoord en weet donders goed dat er twee personen op het toilet zitten. Ze herinnert zich haar eigen ervaring met die smakelijke co-piloot op weg naar Casablanca nog maar al te goed. 

Na wat een eeuwigheid lijkt, vouwt de deur open en ziet ze – dácht ze het niet! – twee personen naar buiten strompelen. Eerst de vrouw, die op één been hinkt, een oog heeft dat duidelijk steeds blauwer wordt en een enorme natte vlek in haar jeans heeft. Dan de man, die bloedt uit een gescheurde wenkbrauw, er verwilderd uitziet en maar één schoen aan heeft.

Nou, denkt de stewardess, die houden van wel héél ruige spelletjes. Zo erg heb ik het nog niet eerder gezien.

“Jij met je Mile High Club!”, bitst de vrouw als ze zich vastgespt in haar stoel. “Ik wist wel dat het een stom idee was”.

“Nu gaan we het krijgen. Jij wilde dit toch zelf zo graag? De hele tijd maar bitchen over hoe saai ons seksleven wel niet is”. Hij dept zijn gezicht met een servetje dat nog hoorde bij de smerige lunch. Met een giftige ruk opent hij de krant. Alles beter dan met háár praten. Zijn oog valt meteen op de kop van een artikel.

“Flamingo Air belooft paren hoogtepunt op grote hoogte”. Hij kreunt en smijt de krant het gangpad in.

Mile High Club?

Hij is net weer met een ferme bons terug op aarde”.

En, hoe vinden jullie hem? Is ‘ie mooi of is ‘ie mooi? Ik hou me natuurlijk aanbevolen voor redactionele commentaren maar ga in de tussentijd alvast ijverig op zoek naar een uitgever, als jullie het niet erg vinden. Want hier zal zeker een markt voor zijn. Dat kan niet anders met deze verrassende dialogen en doorwrochte scènes. Ik heb puur goud in handen.

Ik zeg jullie nu al dat ik van enige kritiek echt niet wakker zal liggen, net zo min als E.L. James ’s nachts schaapjes moet tellen. En waarom zou zij ook?

She’s laughing all the way to the bank!

Nu ik nog.

© Pascale Bruinen

mile high club

En nee, ik ben geen lid van die club en zal het ook nooit worden. Ik mag in dit verband volstaan met te verwijzen naar de columns “Vliegangst” 1, 2 en 3 en je weet waarom.

 

Italiaanse Toestanden

Ons cruiseschip komt aan in de imposante haven van Napels. Na een ontspannen ontbijtje op het achterdek maken we ons op voor een excursie naar het überromantische Capri. Aan de kade worden we opgewacht door de gids van de dag. Hij ziet er uit als het prototype van de Italiaanse fatterige gentiluomo. Niet al te groot, diepgebruind en gekleed in een wit linnen hemd met dito broek, compleet met bordeelsluipers, wandelstok en Borsalino-hoed.

“Maaie neeme ies Ro-ma-no”, stelt hij zich met veel gevoel voor drama en sterk Italiaans accent aan ons voor. Hij neemt er zelfs even zijn hoed bij af. Zijn voornaam spreekt hij in slow motion uit. En voor het geval we het nog niet begrepen hebben: “Ai emme jorre toergaaide for de deie”. Iets zegt me dat het wel eens een hele lange deie kan gaan worden, daar op Capri.

Terwijl ik hem eens goed bekijk, vraag ik me onwillekeurig af wat hij in de slappe tijd van het jaar in Napels zoal doet. Ik zou me zomaar kunnen voorstellen dat hij her en der wat bijklust voor de Camorra. Ik zie het meteen voor me: Romano, chic gesoigneerd en gezeten op een Vespa scooter, die vanuit de binnenvoering van zijn design colbertje in alle rust een geweer met afgezaagde loop en geluidsdemper produceert en zijn target zonder zelfs maar met de ogen te knipperen omlegt. Wel vanaf zo’n afstandje dat zijn strakke maatpak er niet onder heeft te lijden, natuurlijk. En daarna op naar la mamma, die nietsvermoedend op hem wacht met een bord dampende pasta.

Ondertussen begeleidt het onderwerp van mijn criminele dagdroom ons groepje ostentatief rokend tot een paar honderd meter verderop, waar we ons op zijn aanwijzing gehoorzaam posteren bij de Superjet boot die ons naar Capri zal brengen. Ter plekke wenkt hij met een sigaret in zijn hand dat we allemaal dicht om hem heen moeten komen staan. Vervolgens deelt hij met brede armgebaren audiosets uit, waarmee we ook op een afstandje in verbinding blijven staan met onze “gaaide” als die de bezienswaardigheden wil toelichten.

Romano smoest wat met iemand die door moet gaan voor de plaatselijke kapitein Schettino en zie! Even later begeleidt hij onze kudde behendig langs de lange rij wachtenden de boot op, wat ons op de nodige valse blikken komt te staan. Maar daardoor kunnen we wel de mooiste stoeltjes bemachtigen: die bovenop het dek, in de zon met prachtig uitzicht.

De overtocht duurt zo’n 40 minuten. Zodra de boot snelheid begint te maken, voel ik de  afkoelende zeebries door mijn haren gaan. De middellandse zee flonkert en glinstert als een saffier. Aan de einder is het heiig. Het belooft een hete dag te worden. Dromerig kijk ik over de reling. Ik zie kleine vissersboten, catamarans en zeilschepen met wapperende witte zeilen die scherp afsteken tegen de diepblauwe lucht. Het monotone gedreun van de motoren werkt slaapverwekkend zodat ik een paar keer flink moet knipperen om mijn ogen open te houden.

Na een tijdje alleen maar zee te hebben gezien, doemen nu ineens hoge, steile rotsen op uit de nevel. Ik ga aan de reling staan en ontwaar in de verte de contouren van Capri. Bij iedere zeemijl dat we dichterbij komen, geeft het eiland meer details van zichzelf prijs. Ik zie nu dat de rotsen deels groen zijn. Mijn ogen dwalen over de luxueuze villa’s die zich aaneenrijgen op de heuvels als parels aan een ketting.

De boot mindert vaart. We gaan de haven in. Het eerste dat in me opkomt is dat het lijkt op Saint Tropez in vroeger tijden. De jachthaven is mooi maar vooral gezellig. En hoewel er genoeg juweeltjes van schepen liggen die alleen voor de allerrijksten der aarde te betalen zijn, is het niet zo over the top als de Zuid-Franse badplaats met al die megajachten met helicopterdek.

Romano is ook weer onder de levenden, zo blijkt al snel als ik het geknerp hoor van zijn lijzige stem over de audioset. Hij dirigeert ons met strakke hand naar buiten. We gaan eerst met minibusjes naar boven, naar Anacapri. De busjes bieden plaats aan 8 personen en zijn – slik! – zonder airco. Al snel wordt duidelijk waarom de busjes mini zijn: de slingerende, bochtige weg naar boven is supersmal.

Dat levert spannende, soms zelfs James Bond-achtige taferelen op. Zo neemt onze chauffeur met ware doodsverachting een haarspeldbocht en wordt in de curve plots geconfronteerd met én iemand die doodleuk midden op de weg scootert én een tegenligger. Nodeloos op te merken dat de “oehs” en “aahs” in ons flink verhitte busje niet van de lucht zijn. En dat komt niet alleen door het oogverblindende panorama.

Boven aangekomen gebaart Romano een ieder de audiosets in te doen. Maar al na een paar minuten blijken die krengen ware ondingen. Het met zwaar Italiaans accent doorspekt Engels van Romano werkt eerst nog op mijn lachspieren maar in no time vooral op mijn zenuwen. Zijn bedoeling is namelijk dat je de oortjes te allen tijde inhoudt, het ontvangstkastje aan je kleding hangt en vooral ademloos luistert naar het inhoudsloze gewauwel dat hij volcontinu uitzendt.

Ik besluit daarom al snel stiekem burgerlijk ongehoorzaam te zijn en de schoonheid van Capri zonder die irritante oortjes te gaan ervaren. Maar Romano, die als een havik waakt over zijn volgelingen, heeft al gezien dat ik de oortjes uit heb getrokken en is “notte emjoesed”. Vanuit zijn positie vanaf een metertje of twintig sommeert hij zogenaamd iederéén de oortjes steeds te blijven dragen, maar richt daarbij zijn Ray Ban blik recht op mij waarbij er geen glimlachje af kan. Met mijn dagdroom nog vers in herinnering doe ik ze gauw weer in. Zij het met frisse tegenzin.

Anacapri is schilderachtig met smalle, kronkelende straatjes geplaveid met kasseien, overal geurende bougainville en veel palmen. Tot mijn verrukking zijn hier veel winkeltjes die authentieke spulletjes verkopen van plaatselijke kunstenaars in plaats van het gebruikelijke made in Taiwan spul.

Hoewel er hordes toeristen lopen, valt de oprechte vriendelijkheid van de Capresi me op. Als ik H. enthousiast wijs op een enorme basilicumplant die in een hofje staat, wenkt de eigenaar ons om dichterbij te komen kijken. Ik complimenteer de oudere man in het Italiaans met zijn prachtige kruidenplant. Het volgende moment roept hij zijn vrouw erbij en laten ze ons – glunderend van trots –  ook andere zelf gekweekte groenten zien. Ze hebben alle een grillige vorm maar de zongerijptheid straalt er van af. Er ontspint zich een geanimeerd gesprek over de smaak van Italiaanse courgettes, aubergines en reuze tomaten. Als we afscheid nemen van dit hartelijke koppel, duwt de man ons ieder een flinke tak basilicum in de handen en wenst hij ons nog een goede reis. Ze zwaaien ons na alsof we elkaar al heel lang kennen.

Precies dit soort momenten is de reden waarom ik reizen zo fantastisch vind.

Even later rijden we terug naar beneden, naar Capri. Dat heeft een mooi centrum van witgekalkte huizen, luxe hotels en dure winkels te midden van veel mooie begroeiing en citroenboompjes. Niet voor niks dat je hier op iedere straathoek de wereldberoemde limoncello kunt proeven én kopen. Ondanks dat Capri zelf vrij klein is, zijn in het pittoreske stadje alle wereldberoemde modemerken vertegenwoordigd. Ook zie ik buitenproportioneel veel banken en geldautomaten. Het is duidelijk: Capri is gericht op de rich and famous.

De toerist uithangen maakt moe en hongerig. Gelukkig krijgen we van Romano maar liefst een heel uur vrij om een echte Napolitaanse pizza te gaan nuttigen. Via mijn oordopjes hoor ik hem tot wel driemaal toe benadrukken dat we alléén onze tanden mogen zetten in eentje die gebakken is in een houtoven. Gelet op de tijd is onze flamboyante gids gelukkig zo goed om een restaurant aan te raden en – oh toeval – laten we daar nou net vlakbij zijn!

Aangespoord door onze rammelende magen besluiten H. en ik niet te dralen en gelijk  naar binnen te gaan. Het is een gezellig restaurant met prachtig uitzicht op de baai. Maar wat nog belangrijker is: het ruikt er goddelijk en er zitten ook Italiaanse gezinnen aan de dis. Altijd een goed teken. Nu we hier toch zijn, gaan we voor de plaatselijke specialiteiten: de klassieke insalata caprese en een pizza margherita. Als ik om me heen kijk, zie ik nog vier tafeltjes volstromen met mensen uit onze groep.

“Volgens mij heeft Romano een deal met dit restaurant”, zeg ik tegen H. terwijl ik in een sappige tomaat bijt en tegelijkertijd met mijn hoofd knik in de richting van een stel uit ons groepje twee tafels verderop. Ik heb de woorden nog niet uitgesproken of ons gespreksonderwerp komt de zaak binnen lopen. Ik zie dat hij zijn hoed en zonnebril afzet. Daarna gaat zijn spiedende blik door de ruimte en zelfs vanaf mijn plekje kan ik hem bijna zien hoofdrekenen wat zijn reclame hem dit keer gaat opleveren. Even later heeft hij een onderonsje met de eigenaar. Bella Italia, waar de ene mano de andere wast.

Die Romano.

Onze gaaide heeft zo zijn kostje weer bijeen gegraaide.

© Pascale Bruinen

Romano

Hier is hij dan, compleet met die verdraaide audioset. Ondanks dat heb ik genoten op Capri. Het eiland is echt de moeite waard om te bezoeken, alleen al voor het fabelachtige uitzicht van bovenaf op de schitterende baai beneden. En als je er een keer mocht komen: vraag dan naar de enige echte Romano!