Meditatie voor politieagenten

In de Huffington Post stond een mooi artikel over Canadese politieagenten die les kregen in mindfulness en meditatie. Maar ook in de Verenigde Staten zijn er al verschillende initiatieven op dit vlak, zoals het bericht van vorig jaar over de politie in Madison die in reactie op het toenemende politiegeweld een programma met mediteren en mindfulness gaat volgen. Helaas laten de actuele gebeurtenissen zien dat het anno 2016 meer dan ooit noodzakelijk is om zo snel mogelijk betekenisvolle stappen te zetten om het geweld in te dammen.

Mijns inziens is dit een veel betere weg naar een intrinsiek veiligere samenleving dan de zoveelste aanpassing van protocollen, het aanschaffen of inzetten van nog zwaarder wapentuig of het ophangen van nog meer camera’s. Meditatie zorgt immers voor innerlijke rust en een vreedzaam gevoel, brengt je weer in contact met jezelf (welk contact in de hectiek van alledag nogal eens verloren kan gaan) en leidt tot grotere geestelijke evenwichtigheid. Iets wat geen enkele andere maatregel die doorgaans na een gewelddadig incident wordt genomen kan bewerkstelligen.

Zoals de Integrale Beroepsvaardigheids Training (IBT) voor de politie een noodzakelijke  exercitie is om lichamelijk optimaal voorbereid te zijn op de uitdagingen van het dagelijkse werk, zou meditatietraining het mentale equivalent daarvan moeten zijn. Lichaam en geest zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Daarom lijkt me dit ook een uitstekend idee voor onze Nederlandse dienders. Zij staan dagelijks met de poten in de modder voor onze veiligheid. Ga maar na waar zij in dit mooie en boeiende maar ook zware vak dagelijks mee te maken krijgen: enorme werkdruk, spanningen door het voortdurend moeten functioneren onder het vergrootglas van de samenleving en stress van het omgaan met gevaarlijke en verwarde mensen.

Dus Nationale Politie: waar wacht je nog op?

© Pascale Bruinen

o-PEEL-POLICE-MEDITATION-570

Wordt dit ook bij ons binnenkort een vertrouwd beeld?

Advertenties

De “tig” categorie

Dochterlief zit op de praatstoel. Ze is op bezoek gekomen om gezellig samen te gaan shoppen.

“Nog even en dan ben ik jarig”, merkt ze fijntjes op terwijl ze in de badkamer snel en vakkundig haar haren bewerkt met mijn stijltang.

“Weet je al wat voor cadeau je zou willen krijgen?”, vraag ik haar spiegelbeeld.

“Nou, ik word twintig. Dat is een heel bijzondere leeftijd…”, antwoordt ze.

Ik hoor vooral wat ze niet zegt.

Mijn ogen zoeken de hare. “Niet specialer dan 18 toch?”

Ze houdt de tang even stil en zegt: “Zéker wel! Want vanaf dan zit ik in de “tig” categorie. En daar kom ik niet meer vanaf. Ga maar na: twin-tig, der-tig, veer-tig, vijf-tig, zes…”

“Ja, ja, stop maar, ik snap je punt”, onderbreek ik haar opsomming.  “Dan zit er dus niks anders op dan honderd te worden, toch?” Een grote grijns straalt me vanuit de spiegel tegemoet.

“Inderdaad. Maar die twintigste verjaardag is dus, nou ja, ánders”.

“En daar hoort ook een ander cadeau bij”, vul ik aan voordat zij het kan doen. Nu is het mijn beurt om van oor tot oor te glimlachen. “Ik zal er eens over nadenken”, beloof ik haar.

Haar woorden brengen me terug naar mijn eigen jeugd. Weet ik eigenlijk nog wel hoe het was om twintig te worden? Dat was in 1984. Het jaar waarin in Nederland abortus wordt gelegaliseerd, de Nederlandse afdeling van Artsen zonder Grenzen wordt opgericht en Doe Maar stopt met optreden. Belangrijk buitenlands nieuws is dat voormalig filmacteur Ronald Reagan wordt herkozen als president van de Verenigde Staten, bisschop Desmond Tutu de Nobelprijs voor de Vrede ontvangt en gastland Frankrijk het Europees Kampioenschap voetbal wint. 1984. Het lijkt lichtjaren geleden.

Bij mijn weten vond ik het destijds niet echt iets bijzonders om twintig te worden. Ja, de gedachte dat ik niet langer officieel een tiener zou zijn is wel even in me opgekomen, maar lang heb ik daar niet bij stilgestaan. Zoals ik me eigenlijk sowieso niet echt bewust was van het gegeven dat ik op dat moment mijn jeugdjaren beleefde.

Veeleer was ik bezig met de eerstvolgende tentamens (ik studeerde Nederlands Recht) of wanneer ik wat gezelligs met vrienden en vriendinnen kon gaan doen. Het zou nog jaren duren voordat het begrip “mindfulness” op ieders lippen zou liggen.

In die tijd kon ik ook lang van tevoren al bezig zijn met naderende feestdagen, zoals Sinterklaas, Kerstmis of Carnaval. Ik telde eerst de maanden, daarna de weken en tenslotte de dagen af tot het grote moment daar was. Als ik nu terugkijk, leek het toen wel alsof de tijd veel stroperiger was dan nu. Alles duurde op de een of andere manier langer.

“Oh, oh, je kijkt zo dromerig. Je gaat er toch geen column over schrijven, hè?”, vraagt de bijna jarige plagerig.

“Zéker wel!”, zeg ik haar na.

Dit keer grijnzen we allebei.

© Pascale Bruinen

images images

 

Geluk

Geluk. Wat is dat precies? Waar is het te vinden? Wat maakt een mens gelukkig?  Op deze filosofische vragen is al vaak geprobeerd antwoord te geven.

Zo vond René Froger zijn geluk in een zingende merel, de geur van de zee, de zon die doorbreekt en een vers kopje thee. In Bhutan, een land met veel armoede, woont volgens metingen van de Verenigde Naties een van de gelukkigste volkeren ter wereld.  Daar hebben ze zelfs een Bruto Nationaal Geluk dat in de grondwet is vastgelegd. Deze mensen zijn het levende bewijs dat geluk kennelijk niks met geld te maken heeft.

Loterijen beweren juist het tegendeel. Die proberen je hun product immers te slijten door geld gelijk te stellen aan geluk. Hoe meer geld je wint hoe gelukkiger je wordt, is hun credo. Nogal een schril contrast met het aloude calvinistische adagium dat geld niet gelukkig maakt.

Ik denk dat geluk vooral iets heel persoonlijks is. Vaak schuilt geluk in het doen van alledaagse dingen, zoals lekker sporten of een moeilijke klus goed klaren. Of in kleine gebeurtenissen die in hun effect juist weer heel groot zijn. Onderzoek heeft uitgewezen dat mensen ook gelukkiger worden als ze iets belangeloos voor anderen doen. Met als gunstige bijwerking een positief effect op de geestelijke en lichamelijke gezondheid.

Voor mij zit geluk heel vaak in de natuur. Een frisgroen ontluikend blaadje na een barre winter; de geur van vers gemaaid gras; een volop in bloei staande oude magnoliaboom, scherp afgetekend tegen een felblauwe lucht; de manier waarop het zonlicht door een bos wordt gefilterd; lopen door knisperende herfstbladeren.

Maar ik kan ook genieten van muziek of juist van een diepe, oorverdovende stilte waarin ik helemaal tot mezelf kan komen. Tafelen met goede vrienden, reizen, nieuwe mensen ontmoeten, zorgeloos lachen, het zijn allemaal activiteiten waar ik erg gelukkig van word.

Zo zijn er iedere dag opnieuw vele potentiële geluksmomenten. Voor iedereen. Je moet ze alleen weten te herkennen. Leef daarom welbewust in het heden, in het moment. Mindfulness dus. Het moment dat je ophoudt met in gedachten al volop bezig te zijn met dingen die je nog moet gaan doen, is ook het moment dat je zelf de deur wagenwijd openzet voor geluk.

Probeer het en je zult het zien.

Pluk het geluk.

© Pascale Bruinen

Laat mij en de lezers eens weten wat jou gelukkig maakt…