Reis door mijn kledingkast in drie dagen

Als het voorjaar nadert, vrees ik het moment waarop ik mijn kledingkasten moet gaan tackelen. Ja, kast in meervoud. In een heuse kastenkamer. Hoezo? Omdat ik een nogal, euh, uitgebreide garderobe heb. Die dus niet helemaal in mijn deel van de kasten past. Bovendien slorpt de kleding van H. ook nog een aanzienlijk deel op. Vandaar dat mijn zomerkleren ’s winters verhuizen naar de zolder en andersom.

En het blijft niet bij gewone kleren zoals broeken, rokken, jurken en truien alleen. Wat te denken van schoenen, laarzen en tassen. Sjaal(tje)s, handschoenen en jassen. Mutsen, bikini’s en pareo’s. Om maar te zwijgen van de beenwarmers, maillots en leggings. Allemaal wachtend om omgeruild te worden. Dit kan niet in een verloren uurtje. Nee, hier is een heus driedaags event voor nodig.

Planning driedaags event:

Ik hou van een strakke planning. Toevallig ben ik daar ook nog heel goed in, dus die is zo gemaakt (zie beneden).

Planning Dag 1:

Ik begin met alle zomerkleren van zolder te halen. Die leg en hang ik vervolgens tijdelijk netjes op een andere plek bij elkaar in afwachting van de ruimte die in mijn kasten moet komen doordat ik alle winterkleren eruit haal.

Gelet op de schier eindeloze hoeveelheden kledingstukken dunkt mij dat dit al een dagvullende aangelegenheid is.

Planning Dag 2:

Keurig volgens schema zijn alle winterkleren er nu uit. Alles is in nette stapels afgevoerd naar de zolder, waar ik ze in de vrijgekomen dozen en kasten leg en hang. Vandaag is het verder alleen nog een kwestie van wat planken afsoppen en even de zomerkleren inruimen.

Planning Dag 3: 

Vandaag is laarzen/schoenen/accessoires dag. Dat wordt een eitje. Ik hoef alleen maar mijn laarzen om te ruilen met de zomerschoenen, een paar tassen en maillots om te wisselen en voilà, de missie is volbracht. Zuchtend van voldoening en nog steeds fris en fruitig bekijk ik het optimale resultaat. Ik ga een heel seizoen lang genieten van fijne, op kleur gerangschikte zomerkleren- en schoenen. Wat een feest!

Omdat de temperaturen stijgen moet ik sneller dan verwacht echt aan de bak. Ik werp een snelle blik op mijn planning en besluit dat ik morgen zal beginnen.

Dag 1.

Omdat ik alleen al bij de gedachte aan het werk dat me te wachten staat doodmoe word, breng ik dag 1 uiteindelijk door met louter dénken over de kledingmigratie. Niet echt conform mijn strakke planning, maar ik troost me met de gedachte dat er morgen weer een dag is en ga tijdens het denkwerk ook nog wat leuks doen. Ik ben per slot van rekening een vrouw en die kan minstens twee dingen tegelijk.

Dag 2.

Hoewel ik nog lang niet uitgedacht ben, moet ik vandaag toch echt een begin maken. Om moed te verzamelen adem ik eerst tien maal diep in door de neus en uit door de mond. Ik voel dat ik rustiger word. Dat geeft me de kracht om de kamer op te gaan. Ik kom zelfs zo ver dat ik één kastdeur echt opentrek. Bij het zien van al dat moois en vooral héél vééls op hangers, legplanken en bodemplaten, heb ik acuut een hartslag van 200. Om te voorkomen dat ik ter plekke bezwijk aan een hartaanval waardoor ik mijn strakke planning zéker niet meer zou halen, verlaat ik met gezwinde pas de kamer en smijt de deur dicht. Ik maak een mentale aantekening dat ik toch echt zelf de baas ben over mijn driedaags event en dat ik dus gerust zelf de regels mag veranderen. Nou, bij deze. Vandaag gaat het niet door.

Dag 3.

Oh oh. Ik word wakker met de onheilspellende gedachte dat ik zowel dag 1 als dag 2 zwaar verkloot heb. Niks heb ik nog gedaan volgens mijn strakke planning. Met als gevolg dat alle coltruien, kabeltruien, dikke vesten, wollen jurkjes, maillots, superwarme sjaals, winterjassen, handschoenen, nep bontmutsen- en kragen, gevoerde rokjes, colbertjes, body- en beenwarmers, laarzen, moonboots en dikke schoenen nog onaangeroerd op hun plek liggen, hangen en staan.

Werk aan de winkel! Ik veer om 6.30 u uit bed en besluit dat ik vandaag gewoon alles tegelijk aanpak. Het moet mogelijk zijn om drie dagen werk op één dag te doen. Ik begin met de stapels truien en hangers met jurken in een rotvaart uit de kasten te trekken. In no time ziet de kamer er uit als een slagveld. Omdat ik overwhelmed ben door de hoeveelheden weet ik niet waar ik ermee naar toe moet. Ik besluit ze lukraak her en der op de grond van de kastenkamer te dumpen. Al snel is één vloer niet meer genoeg en annexeer ik noodgedwongen ook nog de hele overloop en een deel van de trap. Even later ligt er een tapijt van allemaal losse kledingstukken omdat de nette stapels één voor één zijn omgevallen. Bijgevolg moet ik de gekste capriolen uithalen om nog überhaupt van A naar B te kunnen lopen en breek dus geregeld bijna mijn nek als ik in het koord van een of andere jas of het hengsel van een tas blijf haken.

Als ik zo ongeveer de vijftiende keer, inmiddels hijgend als een opgefokte telefoonstalker, de zoldertrap oploop met mijn armen vol met kledingstukken vraagt een benepen stemmetje in mij zich af of ik niet wel érg veel spullen heb. Té veel. Is dit eigenlijk nog wel normaal? Ben ik koopziek? Gek? Een combinatie van beide?

Welnee, sust mijn geweten onmiddellijk, je bent hartstikke normaal. Je bent toch een vrouw en die heeft gewoon récht op voldoende, gevarieerde en trendy kleding. Sterker nog, dit zou een onvervreemdbaar grondrecht moeten zijn. En je houdt gewoon van afwisseling. Bovendien ben je heel zuinig op je spullen en zijn er genoeg kledingstukken bij die je al járen hebt.

Ik kalmeer wat want, ja, dat is allemaal wáár! Gerustgesteld ruim ik de ravage die zich inmiddels ook tot aan de zolder heeft uitgebreid verder op. Hè hè, er begint licht te komen aan het einde van de tunnel.

Als ik uiteindelijk, het is inmiddels al een uur of 15.30 u, terugkeer op de kastenkamer is de Grote Omwisseling gereed. Althans wat kleren betreft dan. Hoewel ik nu al de uitputting nabij ben moet ik meteen door met de afdeling schoeisel. Alle Uggs, laklaarzen, leren laarzen, suède laarzen, laarzen met bontranden, moonboots en dikke schoenen moeten weg. In plaats daarvan komen dan de muiltjes, bootschoenen, schoenen met sleehakken, ballerina’s, peeptoes, slingbacks, sneakers en slippers.  Voorwaar een klus van formaat want alles aan zomerschoenen moet eerst uit de diverse dozen om vervolgens alle laarzen erin te stoppen. En dan ook nog liefst zodanig dat ik de deuren van de zolderkasten ook nog dicht krijg.

Het is al ruim na zessen als ik de laatste slipper neerzet op de daarvoor bestemde plaats. Ik realiseer me dat ik nog niks heb gegeten. Ik ben nu niet alleen kapot maar ook uitgehongerd. Alle spieren in mijn lichaam doen pijn van het vele bukken en in de meest onhandige standjes trekken aan en schuiven met dozen onder een schuin zolderdak. Ik heb er inmiddels ook nog een bult op mijn hoofd bij gekregen omdat ik me keihard tegen zo’n rotte balk heb gestoten op het moment dat ik de negende winterjas netjes weg wilde leggen.

Tegen de tijd dat ook de tassen, bikini’s en badpakken op hun plek liggen en ik als slotstuk van deze bovenmenselijke inspanning overal waar ik huisgehouden heb ook nog eens gestofzuigd heb, is het aardedonker buiten en kom ik niet meer vooruit. Even ben ik bang dat ik gedwongen zal zijn om de nacht met stofzuiger en al op de trap door te brengen. Met de laatste krachten die ik in mij heb, sleep ik me de resterende traptreden naar boven en zet de zuiger weg.

Ik ben zo doodop dat ik niet eens kan genieten van het fantastische resultaat. Maar het is af. Binnen drie dagen. Wát zeg ik? Binnen één dag.

Wat een mission impossible leek is toch nog een mission accomplished geworden. Het grote aftellen tot de volgende keer, maar dan in omgekeerde volgorde, is al begonnen. Nog maar 180 dagen, drie uur en zeventien minuten. Ik kan niet wachten.

© Pascale Bruinen

Ja, zó is het geworden. Ongeveer. Maar dan vijf van dit soort plaatjes naast mekaar. Enfin, het is achter de rug en dat is wat telt. Ik mag er nu een half jaartje van gaan genieten!

Advertenties

Family Matters

Wij hebben hele drukke achterburen. Nou ja, hun gedrag grenst nog net niet aan ADHD. Ze zijn weliswaar nogal klein behuisd maar wonen er toch al jarenlang met veel plezier. Althans, dat denk ik.

Het is ook een zeer kinderrijk gezin. Ze letten goed op elkaar en hebben een hechte familieband. Het is er vaak nogal vol. Opa’s en oma’s, vaders en moeders, kinderen en kleinkinderen, ja zelfs bezoek vliegt in en uit en af en aan.

De laatste tijd bereikt de toch al gebruikelijke hectiek achterom het kookpunt. Vader en moeder multitasken dat het een lieve lust is en roven de plaatselijke doe-het-zelf vestiging helemaal leeg. Want er wordt stevig verbouwd in verband met een op handen zijnde gezinsuitbreiding. Er wordt gefluisterd dat het een meerling is.

Vanaf mijn plek aan de eettafel in de woonkamer heb ik goed zicht op de bouwwerkzaamheden. Met intense belangstelling sla ik ze gade als ze terug komen van hun zoveelste spulletjesjacht. Nieuwsgierig naar wat mijn achterburen nu weer allemaal hebben gescoord aan bouwmateriaal. Ok, ok! Het lijkt natuurlijk op gluren maar ik kan het niet laten. Met stijgende verbazing kijk ik hoe eerst vader en even later zelfs moeder zich het licht uit hun ogen sjouwen. Volgens mij hebben ze me op een gegeven moment in de gaten want ze kijken telkens argwanend om zich heen alvorens naar binnen te gaan met de volgende lading.

Heb ik al gezegd dat ze ook zeer milieubewust zijn? Want zo’n beetje alles wat ze gebruiken is recycled materiaal. Maar mooi dat het wordt! Ze maken trouwens ook volop gebruik van de zon om hun nederig stulpje op te warmen. Helemaal zonder enige gemeentelijke subsidie. Knap hè? En, oh ja, ze hebben een privéwatervoorziening, recht voor hun deur. Praktischer kan bijna niet.

Nodeloos te zeggen dat wij er jaloers op zijn. Zeker als we zien hoe harmonieus vader en moeder samenwerken bij zo’n vervelend karwei. Je zou toch denken dat stellen voor minder uit elkaar gaan maar nee. Hún band wordt er alleen maar sterker door.

Nog even zijn ze druk bezig, zowel buiten als binnen, maar dan is het zover. De megaklus is geklaard. De nakomelingen kunnen vanaf nu gerust ter wereld komen. Het liefdesnestje is immers helemaal af.

Vader en moeder spreeuw zijn weer voor één seizoen onder de pannen.

© Pascale Bruinen

Hier is de doe-het-zelver, druk bezig met het afbouwen van het nest. Lief hè?

Female Parking

Is het iets hormonaals? Heeft die bloedhekel van vrouwen aan (in)parkeren te maken met het XX-chromosoom? Komt ruimtelijk inzicht inderdaad alleen maar voort uit dat lullige – excuseer de onbedoelde woordspeling – Y-chromosoom dat wij niet hebben?

Vrouwen en parkeren. Geen lekkere combi. Het liefst hebben we de hele parking voor ons alleen.

Ik kan het weten. Ik ben zelf namelijk een van die irritante rijders die liever langer rondcrossen om een ruime parkeerplek te vinden, dan dat ik de eerste de beste vrije plaats neem en moet pielen op de vierkante centimeter om mijn middenklasser tussen al het andere blik in te wringen.

Het ergst is het inparkeren. Het scenario dat zich ontrolt is als volgt. Ik ben aan de late kant voor een afspraak. Gevolg: stress-stress-stress. Na het vierde rondje ben ik inmiddels ook de wanhoop nabij omdat ik dat rotding maar niet neer kan zetten. In de wijde omtrek is maar één mogelijkheid en dat is: inparkeren. Eerste gedachte: hoe moet het ook alweer? Flarden van de rijlessen van honderd jaar geleden flitsen door mijn brein. Vaag herinner ik me dat ik eerst tot ongeveer halverwege de auto die ervóór staat, moet rijden. Als ik dan parallel sta, moet ‘ie in de achteruit. En dan indraaien maar. Het klinkt poepiesimpel.

Ik herinner me ineens de sticker, ergens op de achterruit van de lesauto, waarop ik me moest oriënteren om de auto goed uit te laten komen ten opzichte van de stoep. Dat was verrekte handig, reden waarom het me toen wél goed lukte soepeltjes in te parkeren. Maar ja, op mijn eigen achterruit zit helaas niet zo’n ding (mentale aantekening: thuis meteen sticker zoeken en plakken maar).

Bij mijn eerste poging zie ik meteen dat ik te vroeg en te scherp heb ingedraaid zodat de kont van mijn auto al over de stoep gaat. Tweede poging. Ik draai later in. Te laat want nu begint mijn parkeerhulp te piepen als een nest uitgehongerde pasgeboren vogeltjes. Omdat er zich achter mij inmiddels een rij begint te vormen besluit ik de derde poging over te slaan en snel verder te rijden. Einde verhaal is dat ik de auto noodgedwongen twintig straten verderop neer pleur en dan dat hele pokkenend terug moet lopen (mentale aantekening: misschien toch nog eens een enkele rijles nemen met als onderwerp bijzondere verrichtingen). Tegen de tijd dat ik eindelijk op mijn afspraak verschijn, inmiddels in een staat van opgefokte frustratie, ben ik deze goede voornemens alweer vergeten. Tot de volgende keer dat ik in dezelfde situatie beland.

Een tijdje geleden. Locatie: ondergrondse parkeergarage. Bijzondere omstandigheid: die is bijna helemaal vol. Gelukkige bijkomstigheid: ik zit dit keer eens achterin. Vrouwelijke bestuurder van personenauto zucht en steunt bij het zien van zo veel volle vakken en rijdt al bijna een kwartier rondjes. Het CO-gehalte is inmiddels tot alarmerende hoogtes gestegen. Ondanks dat kan ik een glimlach niet onderdrukken. Altijd fijn als het eens een ander treft. En vooral zo herkenbaar en dus troostrijk. Ik ben niet de enige!

Niet dat er her en der geen vrije plekken zijn. Die zijn haar alleen niet vrij genoeg want aan vier kanten omringd door ander staal en aluminium op vier wielen. “Waarom rijden er nu niet ineens een paar tegelijk weg?”, vraagt ze klagend aan niemand in het bijzonder.

Plotseling staat ze vol op de rem. “Ik ga deze proberen”, roept ze. Ze zet een eind achteruit alsof ze een enorme aanloop moet gaan nemen. Dan rijdt ze stapvoets richting parkeerplek en draait in. Remt. Zet in de achteruit. Ze vloekt binnensmonds. Weer vooruit, centimeter voor centimeter. Daarbij hangt ze helemaal naar voren over het stuur. Ze kijkt van links naar rechts alsof ze bij Wimbledon zit. In plaats van helemaal in te rijden zet ze de auto wéér achteruit. “Ik krijg dit kreng niet recht genoeg”, mompelt ze. Van opzij zie ik dat er nu enkele zweetdruppeltjes op haar voorhoofd parelen. Uiteindelijk, ik denk dat we nu in totaal toch zo’n kwartier verder zijn, staat de auto op de plek.

Een parkeerhulp zou hierbij ook al niet hebben geholpen want die waarschuwt alleen voor dreigende botsingen aan de achterzijde. Bovendien vertrouw ik dat vervelende mekkeraartje niet. Bij het eerste bliepje trap ik doorgaans al meteen op de rem en dan ben ik nog zeker vier stadia verwijderd van een echte botsing. Als ik dan toch voorzichtig verder achteruit zet begint ‘ie zó snel achter elkaar te jengelen dat ‘ie me verschrikkelijk op de zenuwen werkt. Wedden dat mannen daar helemaal geen last van hebben en gewoon doorgaan met parkeren tot en met het aller-, állerlaatste bliepje?

Voor ons vrouwen is het dus wachten op de ontwikkeling van een female parking assistant. Die geruststelt door ons met een zachte, begripvolle, vrouwenstem links, rechts, voor én achter te attenderen op obstakels. Of, nog beter, die ons rechtstreeks leidt naar de dichtstbijzijnde, liefst lege, parking.

Dus heren auto-ontwikkelaars, waar wachten jullie nog op?

© Pascale Bruinen

Benieuwd of ik veel reacties krijg van vrouwen die zich hier helemaal niet in herkennen. Er zijn namelijk ook cijfers te vinden waaruit zou blijken dat vrouwen overall veel beter zijn in parkeren dan mannen. Tja, in ieder geval is het voer voor discussie dus: wil jij laten weten dat je je niet aangesproken voelt of dat je juist blij bent dat je het ook eens van een ander hoort, reageer dan!

Glamp Vamp

Glamp Vamp

Wil je wel graag kamperen maar niet op een plek zo groot als een postzegel in zo’n aftandse caravan of bungalowtent? Lees dan verder want de redding is nabij. De nieuwste trend is glamping. Oftewel glamourous kamperen. Zo heb je “the best of both worlds”. Er is zelfs een heus tijdschrift aan gewijd. “Glamping Magazine”, de nieuwe ANWB kampeerglossy.

Glamping is hot. Dankzij glamping zal zelfs de meest verstokte anti-kampeeractivist nooit meer in een vijfsterrenhotel willen. Zoek de verschillen in onderstaand vergelijkend onderzoek:

Camping (1)
Bij het door de modder op de plek duwen van je sleurhut ga je door je rug.

Glamping
Jij hoeft alleen maar de deur van je superdeluxe chalet te
openen met een vergulde sleutel

Camping (2)
Bij je zoveelste poging om die stomme haringen in de knoerharde rotsgrond te slaan, hamer je vol op je duim.

Glamping
Jij zit al op je loungebank aan de rosé en geniet van je immens grote terras mét vuurkorf.

Camping (3)
Omdat jij alleen nog een plekje in de volle zon kon bemachtigen, drijf je ’s morgens om 7 uur al je sheltertje uit.

Glamping
Jij staat natuurlijk met je airconditioned villa op wielen in de koele schaduw van een prachtige cipres.

Camping (4)
Je moet nodig midden in de nacht naar de WC en verzwikt je enkel op dat aardedonkere weggetje.

Glamping
Je gaat in alle rust op je comfy toilet mét ingebouwde luchtverfrisser.

Camping (5)
Na de lunch begint al die paella op te spelen. Je pakt een rol wc-papier en gaat op weg. Ondertussen bedenk je dat je evengoed een bord om kunt hangen met de tekst: “Ik ga nu poepen” in drie talen.

Glamping
Je gaat weer in alle rust op je comfy toilet mét ingebouwde luchtverfrisser.

Camping (6)
Die gezellige barbecue is achter de rug. Nu alle vette troep nog effe afwassen. Na een halve kilometer sjouwen met teiltje, borstel, afwasmiddel en vieze vaat kom je eindelijk aan bij de wasplek, alleen maar om te ontdekken dat er enkel ijskoud water is. |

Glamping
Die gezellige barbecue is achter de rug. Ontspannen
nagenietend stop je glimlachend het hele zwikje in
je state of the art afwasmachine. Hè hè, nu lekker
zitten met dat fijne boek.

Camping (7)
Er barst een hevig noodweer los. Jij, je man en zelfs je twee kleuters moeten met al hun kracht aan de tentstokken hangen om het vege lijf te redden.

Glamping
Er barst een hevig noodweer los. Jullie kijken elkaar aan in de zalige beschutting van je ruime slaapkamer en zeggen zuchtend: “Wat romántisch”!

Camping (8)
Het is bedtijd. Je bent kapot en wilt niks liever dan slapen in je tweedehands caravan en wel meteen. Alleen zo jammer dat je eerst nog pakweg drie kwartier aan de slag moet om: de tafel – tevens het bed – leeg te maken, dat rot ding in te klappen, je hand tien minuten onder koud stromend water te houden nadat die klem is komen te zitten onder de tafel, de korte poot (die dient om het bed stevigheid te geven) overal te zoeken omdat die weer eens kwijt is, het bed met die ppot vast te zetten, te puzzelen totdat alle kussens zo liggen dat het lijkt op een matras en het hele zooitje vervolgens ook nog te gaan opmaken. En dat allemaal in de wetenschap dat je morgenvroeg deze hele reutemeteut opnieuw mag doen maar dan in omgekeerde volgorde. Nog maar dertien nachten te gaan.

Glamping.
Het is bedtijd. Je slaat vergenoegd je lakens van zwaar Egyptisch katoen open en nestelt je in je trendy boxspring.

Camping (9)
Het is bedtijd. Jullie hebben wel zin in een lucky night. In je eitje dat in de showroom nog “ruime gezinscaravan” werd genoemd liggen je voeten echter halverwege het kinderbed. Hoezo privacy?

Glamping
Het is bedtijd. Jullie hebben wel zin in een lucky night. De koters liggen ver weg in hun separate kindervleugel.
Jullie kijken elkaar schalks aan en verbeteren moeiteloos jullie jaargemiddelde in één lange hete nacht.

Camping (10)
Het is ochtend. Dankzij de niet ergonomisch verantwoorde spaanplaatbodem van je tafelbed word je wakker met het gevoel alsof je door een vrachtwagen bent overreden. Daarbij heb je over je hele lichaam vreselijke jeuk. Één blik
in de spiegel bevestigt dat de plaatselijke muggenkolonie zich de afgelopen nacht vol heeft gezogen met jouw
bloed, zodat je er nu uitziet alsof je een besmettelijke ziekte hebt.

Glamping
Het is ochtend. Je rekt je uit en hebt je nog nooit zo fit en uitgerust gevoeld. Dankzij de horren ziet jouw huidje er
nog even mooi en ongeschonden uit als toen je ging slapen.

Conclusie: na twee weken ontberingen op de camping lijk je nog het meest op een uitgewrongen dweil, terwijl na veertien dagen glamping zelfs de meest gestreste Ma Flodder is gemetamorfoseerd in een toonbeeld van mooie, fitte en relaxte verleidelijkheid.

Kortom, de conclusie moge duidelijk zijn.

Lang leve de Glamp Vamp!

© Pascale Bruinen

glamping2

De überverwende vakantiesnobbisten onder ons kunnen hun hartjes ophalen als ze lekker luxe gaan loungen in de vrije natuur. Tot welke categorie behoor jij? Spreekt jou dit plaatje wel aan of slaap jij voor het echte werk toch liever op je leeggelopen luchtbed? Laat hier een reactie achter.