Het sprookje dat Nederland heet

In een van de artikelen over de MH17 valt mijn oog op een interview van een Nederlandse journalist met een plaatselijke bewoner van het rampgebied. De man betuigt zijn diepe medeleven met de omgekomen passagiers uit Nederland. Zelf kent hij ons land niet. Maar een kennis van hem is wel eens in Nederland geweest, zo vertrouwt hij de interviewer toe. Die had hem verteld dat het leven er goed was. Alles was er netjes en schoon, het was er heel mooi en alles was er goed geregeld. Het was, aldus die kennis, niet zozeer een land maar meer een sprookje.

Op de een of andere manier is deze zin me bijgebleven. Ons land een sprookje? Zo had ik het nog nooit bekeken. Maar hoe meer ik erover nadenk en hoe meer ik om me heen kijk, des te meer ik me realiseer dat deze Oekraïense man/Russische separatist wel eens gelijk zou kunnen hebben. Ik bedoel, kijk een keertje naar het journaal, klik op een internet nieuwssite of werp eens een blik in de krant. Als het over een buitenlandkwestie gaat, wil ik tien tegen één wedden dat men het elders slechter heeft dan hier. En dan druk ik me mild uit.

Het bloedvergieten in Irak. De aanslagen in Afghanistan, de bombardementen in de Gazastrook en de burgeroorlog in Syrië. En, stukken dichter bij huis, de brandhaard in de Oekraïne. Helaas is dit bepaald geen limitatieve opsomming.

Als het al geen oorlogsgeweld is dat een land teistert, dan zijn het wel uitbraken van een dodelijk virus (denk aan Ebola dat momenteel huis houdt in West-Afrika), onderdrukking (Iran, China, Noord-Korea, om maar wat te noemen), natuurrampen (een tyfoon op de Filippijnen) of verschrikkelijke, mensonterende armoede (in zoveel landen dat ik die hier niet kan beginnen op te noemen). In het ergste geval zelfs een combinatie van alledrie.

Zeker, in Nederland zijn helaas ook genoeg voorbeelden van geweld op straat te vinden. Inderdaad, ook wij hadden onze Mexicaanse griep en een watersnoodramp. En ja, ook hier leven mensen die de eindjes niet of alleen heel moeilijk aan elkaar kunnen knopen. En ik ben de eerste om toe te geven dat ik zelf ook vaak genoeg geklaagd heb over ditjes en datjes. Maar ondertussen leven wij wel in een beschaafd en democratisch land. En het beste bewijs voor die beschaving mocht ik onlangs zien in de respectvolle en waardige wijze waarop met onze doden werd omgegaan. Een groter contrast met de barbaarse toestanden die hieraan voorafgingen is nauwelijks denkbaar.

Hoe vaker ik word geconfronteerd met gruwelijke beelden uit verre en minder verre buitenlanden, hoe groter mijn waardering wordt voor ons eigen kikkerlandje. Het cliché dat je iets niet meer ziet als het te dichtbij is, is maar al te waar. Natuurlijk kunnen we blijven klagen over alles wat hier niet goed gaat of beter kan c.q. moet. Maar in plaats van te kijken naar wat we (nog) niet hebben, zouden we eens stil moeten staan bij en dankbaar moeten zijn voor alles wat we in dit kleine landje wél hebben en voor ons zo vanzelfsprekend is, maar waar ze elders alleen over kunnen dromen.

Vrede. Vrijheid. Onderwijs en gezondheidszorg voor iedereen. Rust. Schoon water in overvloed. Duizelingwekkende keuzes in etenswaren. Stemrecht. Onafhankelijke rechtspraak. Wetten en regels. Een goed wegennet en (best wel) betrouwbaar openbaar vervoer. Een fatsoenlijk en goed opgeleid politiekorps. Keurig onderhouden steden en dorpen. Genoeg vertier voor iedereen. Natuurparken, bossen en stranden. Prachtige musea. Goede voetballers. Gezelligheid. Vrolijkheid. Zorgeloosheid. Daarom kan ik de emotionele hartenkreet van onze minister van buitenlandse zaken, Frans Timmermans, dat wij “toch een ongelooflijk goed land zijn” alleen maar volmondig beamen.

Soms is ook wat je niet hebt ontzettend belangrijk. Zo hebben wij op ons gezegende stukje aarde geen losgeslagen zwaarbewapende idioten rondlopen, geen mijnenvelden, geen lawaai van inslaande granaten of mortieren, geen rokende puinhopen van wat eens een mooie woonwijk was en godzijdank ook geen kinderen, vrouwen of mannen die dodelijk getroffen worden door vijandelijk vuur. Wij hoeven niet iedere dag in angst te leven en ons af te vragen of we de volgende morgen nog halen. Wij hoeven ons niet met gevaar voor eigen leven op de weg te wagen om in een winkel van sinkel misschien wel de laatste snee brood te halen voor onze kinderen. Wij hoeven niet de stank van de dood te ruiken en de haat overal om ons heen te voelen.

Want wij leven in het sprookje dat Nederland heet.

© Pascale Bruinen

 

het sprookje dat Nederland heet

Het sprookje dat Nederland heet2