Scharrelmoeder (2)

In al die jaren dat mijn zoon en dochter naar de basisschool gaan is het me als scharrelmoeder, mijn benaming voor een moeder die in deeltijd werkt, maar een enkele keer gelukt om mijn naam op tijd neer te pennen op de beruchte intekenlijstjes. Want hoezeer ik mijn best ook doe om op de hoogte te blijven van de schoolkalender, de Enige Echte Mama’s (EEM’s of vrouwen die voltijds moederen) zijn me altijd voor. Mijn zwaar bevochten vrije dagen die ik zoveel mogelijk probeer af te stemmen op de kids ten spijt.

Nodeloos te zeggen dat dit leidt tot veel gefrustreerd tandengeknars mijnerzijds. Dus bezin ik me op een tegenaanval.

Want hoewel een klein stemmetje mij influistert dat de EEM’s toch ook altijd klaar staan voor de vervelendste werkjes op school – zoals opruimen na feestjes en luizeninspectie, om maar wat te noemen – erger ik me na verloop van tijd groen en geel aan altijd weer diezelfde vrouwen die de lijst continu bezet houden. Zo vis ik telkens achter het net en word ik gedwongen pijnlijke vragen van mijn spruiten te beantwoorden (“De moeder van Jesse gaat wel altijd mee. Jij bijna nooit. Waarom eigenlijk niet, mama?”). Je zou je voor minder een ontaarde moeder gaan voelen.

Ik besluit tot een charmeoffensief. ’s Middags bij het ophalen van mijn kroost probeer ik aansluiting te zoeken bij de vaste groepjes EEM’s die altijd geanimeerd met elkaar staan te keuvelen. Natuurlijk is dit tot mislukken gedoemd want laatstgenoemden zijn meestal allang op het schoolplein, terwijl ik te elfder ure met rood hoofd en wapperende jas kom aangeracet.

Niet dat ik het niet probeer. Ik ga in de buurt van een van de vaste kliekjes staan, probeer oogcontact te krijgen en vervolgens een vriendelijk praatje aan te knopen.

Bij het zien van mijn naderende gestalte vallen de gesprekken echter abrupt stil waardoor ik mij – nog voordat ik ook maar iets heb kunnen zeggen – al ongemakkelijk voel. Vervolgens bega ik de blunder om dan zelf maar de conversatie met een kwinkslag te beginnen. Een grappige tegenopmerking uit het groepje blijft evenwel uit. Na nog wat beleefde vragen waarop ik enkel eenlettergrepige antwoorden terug krijg (mental note: stel alleen open vragen!!!) geef ik mijn pogingen tot integratie op. Voortaan sta ik wel weer lekker veilig tussen de andere PWM’s.

In reactie op dit fiasco merk ik dat ik me – waarschijnlijk door opgestapelde wrevel – steeds vaker verheven begin te voelen boven het groepje roddelende en talmende dames van het schoolplein die zo te zien alle tijd van de wereld hebben. Getuige onvrijwillig afgeluisterde conversaties hebben ze niks beters te doen dan eindeloos te praten over kinderkwaaltjes, bij elkaar koffie te gaan leuten en de ramen weer eens te gaan zemen.

Nee, dan ik! Ik ging Iets Heel Belangrijks doen, ik probeer per slot van rekening iedere dag de wereld een stukje veiliger te maken. Daar kunnen die luizenmoeders het mee doen.

Denk ik.

Totdat ik er per toeval achter kom dat de werkelijkheid veel weerbarstiger én genuanceerder is dan mijn clichébeelden. Want tijdens één van mijn zeer moeizaam verschalkte ouderactiviteiten (ok, ik heb de juffrouw nog net niet gechanteerd maar onder zachte dwang ontfutseld wanneer het eerstvolgende uitje op het programma stond zodat ik mijn naam – als eerste! – op die vermaledijde lijst kon neerpennen)

Driewerf hoera! Ik mag ook eens een middagje mee naar de kinderboerderij! Daar raak ik warempel echt aan de praat met de andere moeders. Kennelijk is er niks zo goed om in versneld tempo een band met elkaar op te bouwen als gezamenlijk vertederd je kroost gadeslaan terwijl ze geitjes aaien en achter de kippen aanrennen.

Met iedere vieze kinderneus die we gezamenlijk schoon poetsen en ieder geschaafd knietje waarop we liefdevol een pleister plakken, ontdooien de EEM’s een beetje meer. Om nu te zeggen dat het vergelijkbaar is met het neerhalen van de Berlijnse Muur is overdreven, maar het voelt voor mij wel als het wegvallen van een onzichtbare barrière. De EEM’s blijken niet zozeer arrogant als wel verlegen. En niet humorloos maar juist grappig. Maar het is voor mij vooral een eyeopener te ontdekken dat zij zich juist vaker schuldig voelen omdat ze niet ook een baan buitenshuis hebben.

En de dames die ik op voorhand ervan verdenk alleen maar in staat te zijn tot gebrabbel op kinderniveau of hoogstens een op schrille toon uitgesproken “Koekje erbij?” blijken – asjemenou! – volwaardige gesprekspartners. En niet alleen dat. Sommigen doen vrijwilligerswerk, anderen zijn mantelzorger en enkelen combineren zelfs beide nobele taken met het fulltime moederen. Ik heb nog net niet het schaamrood op de kaken staan als ik daar achter kom.

Pijnlijk. Maar ook een belangrijk leermoment en dus zeer waardevol.

Vaste patronen. Vooroordelen. Anderen buitensluiten omdat die op de een of andere manier anders zijn. Maken we ons er niet allemaal schuldig aan af en toe?

Ik dus wel. Maar sindsdien heb ik mijn leven gebeterd. Ik zal niet snel meer zo’n vooringenomenheid koesteren.

Hoop ik.

© Pascale Bruinen

scharrelmoeder (2)

scharrelmoeder (2) 2e

En wat zijn jouw ervaringen als EEM’er, PWM’er of volledig werkende moeder op het schoolplein of daar buiten? Laat hier je stem horen!