Een schwalbe, een paal en een teen

Ik wou dat ik kon zeggen dat ik deze pakkende titel zelf had bedacht, maar helaas. Deze woorden, die refereren aan de respectievelijke redenen voor de drie verloren WK-finales, komen uit de mond van Bert van Oostveen, directeur betaald voetbal bij de KNVB.

Drie WK-finales, driemaal tweede. Een triest record. En wat een eventuele vierde finale had opgeleverd, zullen we nu nooit weten. Met dank aan het geboorteland van onze Koningin.

Mijn gevoel, altijd befaamd om zijn gelijk, heeft me dit keer faliekant in de steek gelaten. Ik was namelijk heilig ervan overtuigd dat we niet alleen de finale zouden halen, maar het dit keer écht zouden gaan flikken.

Waarom? Omdat het kon. Omdat dit elftal een hecht team was dat voor elkaar tot het uiterste wilde gaan. Omdat ik dit elftal met iedere wedstrijd zag groeien, hetgeen onmisbaar is voor toernooivoetbal zoals een WK dat nou eenmaal is. Omdat deze 23 man het geluk, dat ook nodig is, met z’n allen – zowel op het veld als op de bank – keer op keer afdwongen. Omdat we een bondscoach hebben die niet bang is om onorthodoxe ingrepen te doen. Omdat het allengs tijd was om die Coupe Jules Rimet mee naar huis te nemen. En omdat soms, heel soms, ook het meest onwaarschijnlijke scenario werkelijkheid wordt.

Het heeft niet zo mogen zijn. Lag het aan het niet inbrengen van Tim Krul waardoor de Argentijnen, nu de geniale keeperswisseltruc dit maal uitbleef, psychologisch gezien al op voorsprong stonden terwijl er nog geen strafschop was genomen? Kwam het door de onmacht van RVP die zich als een gedrogeerde zombie over het veld voortsleepte in slow motion? Of was het toch misschien wel de verdienste van een Argentijns team dat steeds wel met 20 veldspelers leek te spelen in plaats van met 10?

Het eindeloos op en neer gaande schaakspel – balletje breed, voorzichtig passje naar voren, niet doorkomen, tikkie terug – dreef me af en toe tot wanhoop. Zelfs Arjen Robben was bijna niet zichtbaar, op een paar dribbelacties in de tweede helft na waarbij hij wéér de wedstrijd tijdens de laatste speelminuten had kunnen beslissen, ware het niet dat de voet van Mascherano nét wat te ver werd uitgestoken.

 

Geen titel dus. Maar wat wel blijft, zijn de mooie herinneringen. Zeker, het voetbal was eerder nagelbijtend spannend dan wonderschoon (op de tweede helft tegen Spanje na dan). Maar het plezier dat dit verrassende Nederlands elftal ons de voorbije weken heeft gebracht, mag ook wel wat waard zijn.

Op voorhand gaf immers niemand – ondergetekende incluis – ook maar een stuiver voor dit veredelde eredivisie-elftal vol onervaren jonkies met een keeper die vorig seizoen nog in de eerste divisie voetbalde. “We” konden niet verdedigen. De bondscoach werd met de grond gelijk gemaakt of zelfs – door sommigen, al dan niet op nationale televisie  – ver de grond in getrapt. De vedettes hadden veel te grote ego’s. “We” hadden daar in Brazilië niks te zoeken.

Eerst afzeiken, dan de hemel in prijzen. Typisch Nederlands trekje dat wellicht voortkomt uit de wonden van ons roerige WK-verleden. In 1974 leidde de veronderstelde, breed in de (Duitse!) pers uitgemeten, schwalbe van Bernd Hölzenbein tot een benutte penalty waardoor West-Duitsland op 1-1 kwam en ons uiteindelijk het wereldkampioenschap kostte. Al moet daar eerlijkheidshalve bij gezegd worden dat Hölzenbein later door de rechter in het gelijk werd gesteld toen hij hiervan een rectificatie eiste én dat het Nederlands elftal ook zelf schuld had aan deze nederlaag door na die vroege voorsprong al te denken de titel op zak te hebben.

De paal was nog de enige hindernis op weg naar eeuwige roem voor Rob Rensenbrink en het Nederlands elftal in de heksenketel van de WK-finale in Buenos Aires. Die paal heeft nog menig Nederlands tv-toestel op gewelddadige wijze het leven gekost.

En dan, vier jaar geleden, die vermaledijde teen van de Spaanse keeper Iker Casillas. Arjen zal er menig nachtje niet van hebben kunnen slapen.

Weer geen wereldkampioen. Maar na een paar dagen van bezinning waarin ik de teleurstelling een plek heb kunnen geven, ben ik tot de conclusie gekomen dat dit niet eens zo erg is. Want dit keer waren er geen schandalen over spelers die tot in de vroege uurtjes gingen stappen, met stoeipoezen in het zwembad zaten, per se hun eigen merk wilden dragen in plaats van dat van de sponsor, een kabel vormden, niet met de pers wilden praten, karatetrappen uitdeelden, anderen kaarten wilden aannaaien of alles tot meerdere eer en glorie van zichzelf altijd maar alleen wilden doen. Nee, deze 23 deden het sámen en gaven zo het stralende sportieve voorbeeld voor al die kleine spelertjes en spelers die straks weer onze Nederlandse voetbalvelden bevolken (en waar het gras nog écht groen is en niet het resultaat van een verfbeurt). Daarom sierde het Arjen Robben ook zeer toen hij op tv publiekelijk zijn excuses aanbood voor een schwalbe. Arjen heeft – als papa – nu ook begrepen hoe het in de praktijk zit met zijn voorbeeldfunctie.

Morgen mogen ze nog eens aantreden tegen het gastland, dat na die vernedering tegen Duitsland gebrand zal zijn op een eclatante overwinning. Maar wat de uitkomst van deze troostfinale ook mogen zijn, voor mij heeft Nederland al gewonnen sinds het moment dat Arjen bij Jack van Gelder bijna de tranen in zijn ogen kreeg toen hij geëmotioneerd sprak over hoe trots hij was op alle spelers van deze selectie. Waarmee gelukkig maar weer eens bewezen is dat voetbal meer emotie is dan oorlog.

Nee, die Coupe Jules Rimet komt ook in 2014 niet naar Nederland. Maar onze jongens zijn de beste ploeg van dit WK op een veel belangrijker vlak.

Want wij zijn de onbetwiste wereldkampioen teamspirit. 

© Pascale Bruinen

Een schwalbe, een paal en een teen