De Kerstmarktmythe

Onlangs ben ik er weer ingetrapt. In de kerstmarktmythe.

Na eerdere hevige teleurstellingen tijdens het slenteren over een van de “sfeervolle kerstmarkten”, was ik dit jaar vastbesloten geen voet erop te zetten. Totdat er, een paar dagen terug,  diep binnenin me een stemmetje is dat vilein fluistert dat het nu misschien wél meevalt.

Omdat we toch al in de stad zijn, betreed ik met manlief het grote plein dat speciaal voor die gelegenheid is omgetoverd in iets dat door moet gaan voor “magisch”. Wellicht dat het probleem zit in het enorme verwachtingspatroon dat dit woord in mij oproept. Magisch associeer ik in dit verband met Anton Pieck-achtige kersttafereeltjes waar mij de mond van open valt.

Fout dus, he-le-maal fout. Want al na een paar meter schuifelen tussen andere hoopvollen zie ik de overbekende houten hutten al weer opdoemen met daarin doodgewone handtassen, riemen en – o horror – hoesjes voor mobiele telefoons. Het moeten bekijken van deze spuuglelijke commerciële uitingen is het aller-, allerlaatste dat ik in verband breng met het ultieme Kerstgevoel.

Dat het nog daglicht is en het dus opvalt dat her en der kabels lopen en er grote lelijke afvalcontainers staan draagt ook niet bij aan de verhoging van de sfeer. Daar heb je toch minimaal twinkelende lichtjes voor nodig (mental note: ga dus sowieso nóóit overdag).

Omdat ik Kerstmis rotsvast associeer met ijselijke kou en besneeuwde straten en huizen (met dank aan de filmklassieker White Christmas), helpt het lente-achtige weer ook al niet mee om het magische kerstgevoel te ervaren. Want hoewel her en der dapper wordt getracht de kerstschijn op te houden door het serveren van braadworsten, geurige Glühwein en dampende chocolademelk bij temperaturen die inmiddels zijn opgelopen tot zo’n 13 graden, daalt bij mij de kerstsfeer tot ver onder het vriespunt. Als het aan mij ligt, wordt het verpesten van mijn mooie winterse droom nog snel met stip op één als bespreekpunt op de Klimaattop geplaatst.

De gezichten van de stelletjes die in een zielloze witte plastic tent aan van die sta-tafeltjes hun drankjes nuttigen, spreken boekdelen. Het verschil met het après-ski gevoel van die gezellige berghut in een wintersportoord is onoverbrugbaar, dus lijkt dit meer op een verplicht nummer.

Het enige dat mij in de verte doet denken aan een winters schouwspel, is de schaatsbaan. Maar waar ik denk aan ouderwets schaatsplezier, blijkt al snel dat zelfs hier de digitale gekte heeft toegeslagen. Want op het ijs zie ik alleen maar jongeren die al schaatsend selfies maken en aan het whatsappen zijn.

Kijkend naar al die verveelde blikken van jongeren, oudere mensen en koppels met kinderwagens die doelloos tussen de kraampjes doorlopen, bekruipt me het idee dat iedereen die zich nu op dit plein bevindt op zoek is naar dat ultieme gevoel van …, ja van wat eigenlijk? Na enig nadenken geloof ik dat mensen, ik incluis, naar een kerstmarkt trekken in een hunkering naar wat ouderwetse gezelligheid, nostalgie en geborgenheid omdat we allemaal graag die ultieme kerstdroom van de reclames, uit oude films of videoclips en boeken in het echt willen beléven. Maar tegen zo’n oersterke beelden die zich diep in ons hebben geworteld is een kerstmarkt als deze niet opgewassen. Dat is en blijft een ongelijke strijd.

Nog geen vijf minuten later zijn manlief en ik alweer van het plein afgevlucht. Beiden opnieuw een illusie armer.

© Pascale Bruinen

Kerstmarktmythe

Catalonië

Catalonië. Hele kaaskopse volksstammen kiezen ’s zomers deze bestemming om er coma te zuipen of tweedegraads brandwonden op te lopen bij het uitslapen van hun roes op het strand (de jeugd) of lekker op de camping te staan (al de rest).

Veel verder dan Blanes, Rosas en Lloret de Mar komen ze meestal niet. Vooruit, misschien nog even een dagtochtje met de bus naar Barcelona, waarbij ze dan ook nog de meeste tijd  doorbrengen in het stadion van Barça. Dan heb je het ook wel gehad. Maar wat weet de gemiddelde Nederlander nu eigenlijk van dit misschien wel bekendste onbekende deel van Spanje?

Als je de volksaard van de Catalanen wilt doorgronden is het goed je te realiseren dat ze zich niet Spaans voelen. Of zoals een sticker op de deur van een kinderkamer bij dierbare vrienden daar al verraadt: “Catalonia is not Spain”.

De Catalanen zijn in hun onafhankelijkheidsdrift dan wel niet zo fanatiek als de Basken en al helemaal niet gewelddadig, ze beschouwen hun Catalonië wel degelijk als een eigen entiteit. Met hun eigen geschiedenis, taal, tradities en gewoontes. Catalonië is de moeite waard om eens op andere manieren te ontdekken.

Waar in de rest van Spanje de corrida (stierengevecht) en de grote zwarte stier de trotse machoziel van de Iberiërs verbeelden, vind je deze kenmerken in Catalonië nergens terug. De Catalanen hebben er zelf gewoon niks mee. Het werd hen opgedrongen. Het is dan ook geen toeval dat Barcelona een van de eerste steden is waar het stierenvechten werd verboden.

De scherpte en het machismo van de Spanjaarden komt ook letterlijk tot uiting in hun taal. Die klinkt hard en weinig melodieus. Daarmee vergeleken is het Catalaans, internationaal erkend als aparte taal, veel gemoedelijker en zachter. Al zal de rest van Spanje daar wellicht de kwalificatie “boers” aan toevoegen.

Als je je nader verdiept in de Catalaanse mentaliteit vind je, gek genoeg, ook opvallende overeenkomsten met die van ons. Zo staan de Catalanen in eigen land bekend als harde werkers, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Andalusiërs. Het is niet voor niets dat laatstgenoemden graag en veel de spot drijven met de Catalanen door ze weg te zetten als mensen die leven om te werken en niet weten te genieten van de goede dingen des levens.

Ze hebben ook lak aan schone schijn of veel uiterlijk vertoon. Vinden het eenvoudigweg niet belangrijk. Ze vallen niet graag op. Zijn geen schreeuwers maar juist heel bescheiden. Net als in Nederland zijn ze hier aanhangers van het adagium: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.

Wat ook erg Nederlands aan de Catalanen is: de reputatie om gierig te zijn. In Catalonië is het daarom niet de gewoonte om een fooi achter te laten. Alleen als je echt exceptionele service hebt gekregen of out of this world hebt gegeten, wijken ze hier wel eens van af. Maar liever niet.

Ze houden van eerlijke, simpele dingen. Als die dan ook nog mooi of lekker zijn, is dat meegenomen. Dat wordt ook weerspiegeld in de Catalaanse keuken. Je kunt een Catalaan dan ook niet harder treffen dan hem zijn dagelijkse pa amb tomàquet te onthouden. Een stuk vers afgesneden brood, een ultrasappige tomaat eroverheen wrijven zodat de tomaat als het ware over het brood wordt uitgesmeerd, afgemaakt met een scheut geurige olijfolie. Heerlijk, gezond en zonder poespas.

Catalanen zijn verzot op het sportieve buitenleven en hebben een nogal apart gevoel voor humor. Rondom Kerst, tijdens de feesten van de Fires de Santa Llúçia verkopen ze overal de caganers, letterlijk kakfiguurtjes. Dat zijn beeldjes in een poephouding en dan nog liefst met het hoofd van een beroemd iemand er op. De Catalanen kopen ze massaal en zetten ze vervolgens onder de kerstboom. Niet in plaats van de kerststal, maar ernaast.

Op die kerststallen oftewel pesebres zijn ze ook dol. Op een kerstmarkt zag ik ze in alle soorten en maten, vaak ongelooflijk gedetailleerd uitgewerkt. Grappig weetje is overigens dat in Catalonië – in tegenstelling tot de rest van Spanje – net als in Nederland Tweede Kerstdag wordt gevierd.

Ze zijn ook het enige volk dat het klaarspeelt om de catastrofale dag waarop ze hun onafhankelijkheid hebben verloren tot nationale feestdag uit te roepen. Zo kunnen ze dit pijnlijke gegeven ieder jaar opnieuw beleven. Misschien welbewust, in een masochistisch verlangen om de nationalistische smart van weleer ook nu nog tot in de diepste vezels van hun ziel te kunnen voelen?

Catalanen zijn niet een-twee-drie te doorgronden. Beschouwen iemand niet snel als vriend en laten iemand niet gauw toe in hun privésfeer. Maar als je volhardt, met oprechte interesse en open blik kijkt en een beetje je best doet ze te begrijpen, breek je door die barrières heen. Dan zie je wat er nog meer is behalve de mooie kuststreken, prachtige steden en een fabelachtige voetbalclub. Hoor je hun echte verhalen. Voel je de warme hartslag van een eeuwenoud volk dat op een ingetogen manier trots is.

Onvergetelijke ervaringen, hondstrouwe vriendschap en ongekende gastvrijheid zullen je ten deel vallen. Want uit eigen ervaring weet ik dat áls je eenmaal de status van vriend hebt bereikt, je ook écht bij ze binnen bent. Niet alleen in hun huis, maar bovenal in hun hart.

Voor altijd.

© Pascale Bruinen

Hier zie je de caganers die ik op een kerstmarkt tegenkwam. Is weer eens wat anders voor onder de kerstboom, toch?