Auto’s zijn net vrouwen

Mijn goede vriendin N. vertelt me tijdens onze maandelijkse meidenavond dat haar man zo gehecht is aan zijn auto dat hij – voordat hij die ooit inruilt – van plan is een afscheidsrit ermee te gaan maken. We kijken elkaar aan en proesten het dan uit. Een afscheidsrit? Jeetje, dat zou niet in ons opkomen.

Als het over auto’s gaat, lijkt het wel of de meeste mannen en vrouwen op verschillende planeten zitten. Want even later zegt ze dat hij ook zeer geïnteresseerd is in wat er onder de motorkap van zo’n vierwielig motorrijtuig schuil gaat.

“Wat er onder die motorkap zit, kan mij geen bal schelen. Als ik maar lekker zit en het ding van A naar B rijdt”, zegt vriendin M.  Zij krijgt luide bijval van N. en mij. Al snel zijn we het er over eens dat wij niet zo’n speciale band voelen met onze wagentjes.

“Hoewel”, zeg ik na hier nog even over nagedacht te hebben, “ik herinner me wel dat ik er vroeger best wel moeite mee had als mijn vader een nieuwe auto ging kopen. Dan voelde ik toch wel iets dat leek op weemoed omdat de auto als het ware werd gedumpt als dank voor zijn trouwe bewezen diensten”. N. en M. kijken me aan. Zie ik daar nou iets van meewarigheid in hun blikken?

“En als ik terugkom van een vliegreis ben ik ook altijd erg blij om onze auto weer te zien. Trouwens”, doe ik er nog een schepje bovenop, “ik vind soms ook dat het net lijkt alsof een auto lacht.” Als ik de ongelovige blik van mijn vriendinnen zie, voel ik dat ik in de verdediging moet schieten. “Dat ligt aan de grill en de stand van de koplampen”. M. en N. gillen op een manier die Geer en Goor naar de kroon steekt.

“Ik heb soms wel eens het idee dat mijn man meer geeft om onze auto dan om mij”, gooit N. de spreekwoordelijke knuppel in ons hoenderhokgroepje als ze weer wat gekalmeerd is.

“Hmmm. Misschien is dat omdat hij jullie auto als een vrouw koestert. Dus eigenlijk heb je concurrentie”, zeg ik tegen haar.

“Nou, zolang hij dan maar niet onder de motorkap kijkt van mijn concurrente”, zegt N. droog. We gieren het uit. “Ja, en als ze maar niet te veel kilometers op de teller heeft”, voeg ik er aan toe. We komen niet meer bij. “Of”, brengt N. tussen de lachbuien door uit, “als ze maar niet te veel beurten heeft gehad!”. Nu liggen we allemaal half van de bank af.

Zo’n sessie vrij associëren is best leuk.

Zelfs als het over zoiets geestdodends als auto’s gaat.

© Pascale Bruinen

Auto's zijn net vrouwen