De oester opent zich

Vanaf het moment dat ik het schrijven heb ontdekt, besteed ik het grootste deel van mijn spaarzame vrije tijd aan een wekelijkse column voor mijn blog. Langzaam maar zeker durf ik dankzij het schrijven steeds iets meer van mezelf te laten zien. Beetje bij beetje wordt de oester opengewrikt.

Hoe persoonlijker mijn columns, hoe meer herkenning ontstaat bij mijn lezers. Het verhaal van de één, blijkt vaak ook het verhaal van de ander. Dat vind ik een mooie gedachte.

Schrijven maakt me gelukkig en voorziet in een sterke persoonlijke behoefte, zoveel is duidelijk. Na een tijdje wil ik ook over mijn werk gaan schrijven. Ik vind het namelijk hoog tijd om eens het menselijke gezicht achter die strenge zwarte toga te laten zien. In de juridische wereld is het tonen van emoties not done. Ik vind het echter juist belangrijk om te laten zien dat een openbaar aanklager ook worstelt met twijfels, gevoelens en dilemma’s.

Mijn idee leidt er uiteindelijk toe dat ik een wekelijkse column krijg in het Algemeen Dagblad. Daarin laat ik zien wat het werk voor impact heeft op mij maar ook op mijn gezinsleden. Ik stel me zo heel kwetsbaar op, iets dat geen teken is van zwakte maar juist van moed, durf en kracht. Zo word ik dus een schrijvende officier/aanklagende columnist.

Kort hierna, eind 2012, sterft mijn vader, waarna ik – een echt papa’s kindje – in een intensief rouwproces terecht kom dat me laag voor laag afpelt, totdat van mij alleen nog mijn pure kern resteert. In deze periode kom ik terecht op de bodem van een hele diepe put. Door het verdriet in volle omvang toe te laten, kom ik er uiteindelijk sterker uit dan dat ik erin ging. Tijdens deze trieste periode vinden verschillende opmerkelijke gebeurtenissen plaats, die uitmonden in een intense spirituele gebeurtenis waarin een uil een magische rol speelt.

Deze ervaring heeft mij voorgoed veranderd. Vanaf dat moment kan ik niet meer tegen geweld. Het lijkt wel alsof ik extra gevoelig ben geworden voor alles wat ver af staat van vrede, liefde en harmonie. Zodoende heb ik nu wel een probleem want mijn professionele wereld van de misdaadbestrijding is daarvan immers lichtjaren verwijderd. Andere gevolgen van dat betoverende moment zijn dat ik sindsdien meer ontzag heb gekregen voor de natuur, een grote verbondenheid ervaar met anderen en volledig vertrouw op mijn gevoel en intuïtie. Ik heb mezelf gevonden.

Mijn nieuwe ik volgt voortaan het liefst alleen nog haar hart. En dat heeft me onlangs weer op een nieuw spoor gezet.

Als ik vijftig ben, wil ik een boek hebben geschreven.

© Pascale Bruinen

 

Deze column is op 10 oktober 2016 als blog verschenen op http://www.inspirerendleven.nl.

open-oester-op-ijs-6144007-2

 

Een drang naar connectie

Op 1 januari 2016 heb ik mijn toga definitief aan de wilgen gehangen zodat ik mijn droom, een bestaan als schrijver, kon najagen. Deze beslissing heb ik natuurlijk niet van de ene op de andere dag genomen. Ik had immers een goede, vaste (!) baan met veel verantwoordelijkheid en een heel aardig inkomen. Daarnaast was ik lid van de rechterlijke macht en genoot ik als magistraat een zekere status. Ik had er gemakkelijk tot aan mijn pensioen kunnen blijven. Maar jaren eerder was er al – haast ongemerkt – een proces in gang gezet dat later onomkeerbaar bleek.

Het begon allemaal met het onbestemde gevoel dat ik, ondanks mijn drukke bestaan als hardwerkende officier/liefdevolle moeder, partner en dochter die de meest uiteenlopende bordjes tegelijkertijd hoog kon houden, desondanks iets miste in mijn leven. Ik wist alleen niet wat. Dat gevoel werd steeds vervelender en uiteindelijk zelfs ronduit frustrerend. Het was om gek van te worden.

Totdat ik op een dag in de krant een hele mooie column las die me erg raakte en door me heen flitste: dát wil ik ook! Met mijn pennenvruchten wil ik mensen recht in hun hart treffen door ze te ontroeren, aan het lachen te maken of tot andere inzichten te brengen. Eindelijk had ik het ontbrekende stukje van de puzzel gevonden. Ik had behoefte aan een creatieve uitlaatklep als tegenwicht tegen alle ellende die ik beroepshalve meemaakte. Want mijn vak als openbaar aanklager – leiding geven aan het opsporingsonderzoek van de politie en verdachten van strafbare feiten voor de rechter brengen – was niet alleen betekenisvol maar ook zwaar omdat het mij de duistere kant van de maatschappij liet zien. Heftige zaken zoals gewapende overvallen, dodelijke verkeersongevallen, inbraken, stalking, huiselijk geweld, afpersing, zedenzaken, doodslag en moord behoorden tot mijn core business. Na zoveel jaar was ik toe aan luchtigere onderwerpen.

Maar bovenal ontdekte ik dat ik schrijven dringend nodig had als instrument om connectie te maken met anderen. Want mijn baan creëerde een enorme afstand. Vanwege de veiligheidsrisico’s was ik extreem voorzichtig in het aangaan van contacten en hield ik me verre van alle social media, totdat ik uiteindelijk zo gesloten was geworden als een oester. Omdat ik van nature juist heel open ben, ging dat steeds meer schuren.

Toen ben ik dus columns gaan schrijven. Eerst alleen voor mezelf, maar na een tijdje won mijn drang om gelezen te worden het van mijn angst om mijn diepste zielenroerselen te delen met een onbekend publiek en ben ik, zelfbenoemde miss low profile, mijn coolcolumns blog begonnen.

Een passie was geboren.

© Pascale Bruinen

stock-photo-59533554-neural-computer-network-with-connections

Deze column is op 26 september 2016 als blog verschenen op http://www.inspirerendleven.nl

 

Boekpresentatie 30 oktober 2016 in Boekhandel Dominicanen te Maastricht

Het was een onvergetelijke middag met al mijn dierbare familieleden, vrienden en kennissen om me heen, sommigen zelfs helemaal uit Catalonië! Er was heel veel belangstelling, echt hartverwarmend om te zien.

Iets na vieren, na een warm woord van welkom door Ton Harmes – eigenaar van Boekhandel Dominicanen – neemt de acquirerend redacteur van Kosmos Uitgevers, Annelies Nijboer, het woord. Haar speech is weliswaar kort, maar raakt me zeer door de mooie woorden die ze spreekt over onze fijne samenwerking en het prachtige eindresultaat daarvan, namelijk mijn boek.

Daarna krijg ik zelf het woord. Ik vertel een heel persoonlijk verhaal over hoe ik de tijd na het overlijden van mijn vader destijds heb beleefd, en welke prachtige dingen op mijn pad zijn gekomen na deze verdrietige gebeurtenis. Tijdens mijn speech word ik onverwacht zelf ineens erg emotioneel als ik ben aanbeland bij het moment waarop de wet van de aantrekkingskracht zich op volle sterkte aan mij heeft getoond. Her en der zie ik hoe mijn toehoorders hun ogen met een zakdoekje moeten betten…

Na mijn speech is het moment daar om het allereerste exemplaar van mijn boek uit te reiken aan Egbert Brons, trainer/coach/procesbegeleider maar ook onderzoeker van de kunst der creatie. Met name vanwege dat laatste is hij de geknipte persoon om het eerste boek, dat immers ook gaat over de magie van manifestatie, in ontvangst te nemen. Egbert verbaast alle aanwezigen, inclusief ondergetekende, door te vertellen over de dertien maanden kalender; in deze telling blijkt het nu de maand te zijn van de …uil! Hij benoemt nog meer ‘toevallige’ gebeurtenissen die natuurlijk geen van alle toevallig zijn en bevestigt daarmee opnieuw het bestaan van de wet van de aantrekkingskracht. Nadat Egbert klaar is, zou Annelies volgens het draaiboek weer het woord krijgen ter afsluiting, waarna het dan de bedoeling is dat ik ga signeren. Voor die gelegenheid heb ik zelfs een speciaal uilen-tafelkleed meegenomen dat ik over de sta-tafel heb gedrapeerd waaraan ik de boeken van mijn handtekening en een opdracht zal voorzien. Maar het loopt even anders…

Want tot mijn verbijstering pakt mijn man Han ineens de microfoon en neemt het woord. Hij begint te praten over wat we samen hebben meegemaakt in die enerverende tijd na de dood van mijn vader. Hij spreekt heel mooi en rustig, maar ondertussen vraag ik me nieuwsgierig af waar dit heen gaat. Op een gegeven moment heeft hij het over mijn fascinatie voor uilen en vraagt hij me om naar voren te komen. Opeens tovert hij een grote wildhandschoen tevoorschijn en verzoekt me die aan te trekken. Op dat moment sla ik een hand voor mijn mond als het tot me doordringt dat hij een echte uil heeft geregeld! Alleen niet eentje, zoals ik eerst nog denk, maar drie! Een grote oehoe, een steenuiltje en een spierwitte sneeuwuil. Bij het zien van de dieren word ik erg emotioneel. Door de zaal gaan de ‘Oeh’s’ en ‘Ah’s’. Het volgende moment zet Ad, de aardige meneer van de Stichting Dierenambulance Limburg Zuid, de oehoe op mijn linkerarm. Ik kijk naar het prachtige dier en kan het niet geloven. Hij draait zijn kop en kijkt me aan met zijn grote oranje-gele kijkers. Helemaal gelukkig ben ik als blijkt dat ik hem gerust mag aaien. En zo geschiedt. Ik aai en aai en kijk en kijk. Overal om me heen zijn mensen aan het fotograferen en filmen. Even later krijg ik ook het steenuiltje op mijn arm. Het is zó ontzettend schattig…

De oehoe, Bébé genaamd, gaat ook nog vliegen. Ad maakt de lijn los en Bébé vliegt in een sierlijke boog naar het uiteinde van de kerk, over de hoofden van alle aanwezigen heen. Het is prachtig en zeer indrukwekkend om te zien. De bedoeling is dat Bébé vervolgens, bij een klop op zijn kist door Ad, terugvliegt naar de kist. Maar Bébé heeft duidelijk andere plannen, want ze (het is een vrouwtje) vliegt een hele andere kant op en landt in eerste instantie in een hoekje van de kerk, bovenop een dik boek over het taoïsme. Als ze iemand ontwaart die haar wil komen ophalen, vliegt ze naar boven en gaat parmantig op een richel zitten voor een kerkraam. En, toeval of niet (?), nu zit ze in de hoek van de kinderboeken, boven die van Harry Potter…Uiteindelijk moet er een ladder aan te pas komen om haar weer naar beneden te krijgen, tot hilariteit van de aanwezigen.

Bébé, dit keer veilig aan de lijn, en Sjengske het steenuiltje zitten vervolgens naast elkaar op de signeertafel en dan moet ik toch echt aan de slag om te doen wat schrijvers bij boekpresentaties nu eenmaal moeten doen: handtekeningen zetten…Ik ben nog steeds helemaal van slag maar ga – professioneel als ik ben 🙂 – druk aan de slag.

Er worden veel boeken verkocht, iedereen vond het fantastisch en het zou nog lang onrustig blijven in Maastricht…

Voor mij was het een onvergetelijke belevenis, een emotionele rollercoaster…Een heel groot woord van dank voor alle vrijwilligers van de Stichting Dierenambulance Limburg Zuid die mij de middag van mijn leven hebben bezorgd! Jullie zijn kanjers!!!

20161030_152229 img_3153 img_3175 img_3171 img_3234 img_9131 img_9086 img_9267 img_9071 img_9032 img_3061 img_3230 img_3108 img_9113 img_9096 20161030_161658

En wat wachtte op mij in de badkamer bij thuiskomst? Kijk eens naar de schaduw die de handdoek maakt op de grond en draai dan het beeld ondersteboven. Juist ja… de contouren van een uilenkop.

img_3074

Een 180 graden draai

In mijn boek Het jaar van de uil omschrijf ik hoe ik na de dood van mijn vader in een diepe put beland. Kort hierna vinden er allerlei bijzondere gebeurtenissen plaats die uiteindelijk uitmonden in een intense spirituele ervaring. Deze heeft mijn hele leven op de kop gezet en er zelfs toe geleid dat ik per 1 januari 2016 mijn vaste baan als openbaar aanklager heb opgegeven om mijn schrijvershart te kunnen volgen.

Iedereen die mij eerder zou hebben voorspeld dat ik – ultranuchtere officier van justitie – ooit iets met spiritualiteit zou krijgen, had ik voor gek verklaard. Ik had er niks mee en geloofde eenvoudigweg niet in ‘wonderen’ of anderszins onverklaarbare verhalen, vooral niet als die te maken hadden met ‘tekens van gene zijde’. Daar was ik zelfs wars van, overtuigd als ik was dat mensen die een groot verdriet moesten trotseren zichzelf wellicht (uit zelfbescherming en dus met de beste bedoelingen) van alles wijsmaakten om zich getroost te kunnen voelen.

Ik was er juist trots op dat ik daar ‘niet in trapte’ vanwege mijn realistische en zakelijke houding. Mijn motto? Eerst zien, dan geloven. En dus geloofde ik niets totdat ik er onomstotelijk bewijs voor had.

Tot dat gedenkwaardige moment had ik mijn hele werkzame leven in een juridische omgeving verkeerd, eerst als advocaat en daarna als officier van justitie. Een heel interessant en betekenisvol milieu waarin ik, met mijn logisch en analytisch denkvermogen, prima tot mijn recht kwam.

Als advocaat van de eisende partij was ik er altijd op uit om het gestelde te staven. Niet voor niets zegt de gevleugelde uitdrukking: ‘Wie eist, bewijst!’ Na mijn overstap naar het Openbaar Ministerie werd deze professionele neiging om alles te moeten bewijzen zo mogelijk nog verder aangewakkerd. Want als officier van justitie was het immers mijn core business om het wettige én het overtuigende bewijs te leveren voor de strafbare feiten die ik aan een verdachte verweet. Er mocht geen greintje twijfel zijn, anders resulteerde de strafzaak immers in een vrijspraak.

Zodoende was ik beroepshalve dag in, dag uit, al meer dan een kwart eeuw lang, op zoek naar keiharde en onweerlegbare aanwijzingen dat iets absoluut klopte. Vind je het dan gek als ik verklap dat ik niets voor waar aannam totdat ik er sluitende objectieve argumenten voor had?

Maar dan gebeurt er in mijn privéleven iets dat zó bijzonder is, dat het mijn vertrouwde en overzichtelijke wereld op zijn grondvesten doet schudden en mij voorgoed verandert.

Sindsdien geloof ik op voorhand alles totdat het tegendeel is gebleken.

© Pascale Bruinen

Deze column is op 12 september 2016 verschenen als blog op http://www.inspirerendleven.nl.

unknown-1

Goed en kwaad

Dat het nog bestaat! In de krant lees ik over een ontsnapping van criminelen uit een Duitse cel. Dit keer geen over de luchtplaats klapwiekende helikopter die een touwladder heeft uitgegooid voor de gedetineerden of ander machtsvertoon. Nee, dit is een ouderwetse ontsnapping compleet met doorgezaagde tralies en aan elkaar geknoopte handdoeken en lakens.

In Nederland is geweldloos ontsnappen uit de gevangenis niet apart strafbaar gesteld. Kennelijk heeft de wetgever op de menselijke oerdrang naar vrijheid geen sanctie willen zetten, al kun je als je wordt gepakt wel disciplinaire maatregelen en uitstel of achterwege laten van voorwaardelijke invrijheidstelling tegemoet zien.

In films ontsnappen vaak gevangenen die onschuldig onder de erbarmelijkste omstandigheden vastzitten. Denk aan sadistische bewaarders, moordzuchtige medegedetineerden en samenzweerderige directeuren. Met ieder theelepeltje aarde waarmee ze hun tunnel naar de vrijheid een vierkante centimeter dieper uitgraven, hoop ik vuriger dat hun ontvluchting lukt. Begrijpelijk, toch?

Minder logisch is dat ik bij sommige rolprenten zelfs op de hand van een crimineel ben die, guilty as hell, op de vlucht is voor de politie. Lang leve de underdog! Als ik enigszins schuldbewust hiervoor een verklaring zoek (ik was per slot van rekening officier van justitie), lijkt het te komen omdat veel boeven in (Amerikaanse) films en tv-series bewust erg sympathiek worden voorgesteld. Ze zijn onbegrepen, hebben een hard leven achter de rug en/of hebben ook goede, zelfs zachtaardige kanten. Om maar te zwijgen van hoe goed die schurken er uit zien. De misdadiger wordt zo, ook voor mij, gebombardeerd tot held van de film. Daarentegen worden de politiemensen die hem opjagen juist vaak gedegradeerd tot corrupte en niet al te snuggere pennenlikkers die ook nog eens voortdurend ruziën over wie bevoegd is (denk aan de eeuwige strijd als de FBI zijn opwachting maakt en de zaak met veel arrogantie overneemt van de plaatselijke politie).

Dankzij deze zwaar aangezette clichés beland ik in de omgedraaide wereld: criminelen worden de good guys die ik als kijker wil steunen, terwijl de gezagsdragers gevoelsmatig de bad guys zijn.

In mijn werk had ik hier gelukkig geen enkele last van. Zo heb ik in al die jaren nog geen enkele verdachte meegemaakt die een held was dan wel op Brad Pitt leek of een politieman ontmoet die door en door slecht was. Wel andersom (nou ja, behalve misschien dat Brad Pitt gedeelte dan, hoewel Han wel heel dichtbij komt en ik hem nooit voor die soon to be ex-husband van Angelina Jolie zou willen inruilen).

Maar het zal altijd moeilijk blijven om precies de grens te trekken tussen waar het goede ophoudt en het kwade begint.

© Pascale Bruinen

Deze column is eerder in iets gewijzigde vorm verschenen in het Algemeen Dagblad.

d41d8cd98f_1363254181_ik-mag-maar-een-laken-om-mijn-matras__list-noup

 

 

 

 

 

Meditatie voor politieagenten

In de Huffington Post stond een mooi artikel over Canadese politieagenten die les kregen in mindfulness en meditatie. Maar ook in de Verenigde Staten zijn er al verschillende initiatieven op dit vlak, zoals het bericht van vorig jaar over de politie in Madison die in reactie op het toenemende politiegeweld een programma met mediteren en mindfulness gaat volgen. Helaas laten de actuele gebeurtenissen zien dat het anno 2016 meer dan ooit noodzakelijk is om zo snel mogelijk betekenisvolle stappen te zetten om het geweld in te dammen.

Mijns inziens is dit een veel betere weg naar een intrinsiek veiligere samenleving dan de zoveelste aanpassing van protocollen, het aanschaffen of inzetten van nog zwaarder wapentuig of het ophangen van nog meer camera’s. Meditatie zorgt immers voor innerlijke rust en een vreedzaam gevoel, brengt je weer in contact met jezelf (welk contact in de hectiek van alledag nogal eens verloren kan gaan) en leidt tot grotere geestelijke evenwichtigheid. Iets wat geen enkele andere maatregel die doorgaans na een gewelddadig incident wordt genomen kan bewerkstelligen.

Zoals de Integrale Beroepsvaardigheids Training (IBT) voor de politie een noodzakelijke  exercitie is om lichamelijk optimaal voorbereid te zijn op de uitdagingen van het dagelijkse werk, zou meditatietraining het mentale equivalent daarvan moeten zijn. Lichaam en geest zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Daarom lijkt me dit ook een uitstekend idee voor onze Nederlandse dienders. Zij staan dagelijks met de poten in de modder voor onze veiligheid. Ga maar na waar zij in dit mooie en boeiende maar ook zware vak dagelijks mee te maken krijgen: enorme werkdruk, spanningen door het voortdurend moeten functioneren onder het vergrootglas van de samenleving en stress van het omgaan met gevaarlijke en verwarde mensen.

Dus Nationale Politie: waar wacht je nog op?

© Pascale Bruinen

o-PEEL-POLICE-MEDITATION-570

Wordt dit ook bij ons binnenkort een vertrouwd beeld?

Dag des niet oordeels (2)

Als we heel eerlijk zijn, kennen we het verschijnsel allemaal wel; we zien iemand die naar onze (razendsnelle) overtuiging niet past binnen ons eigen groepje en hup, we hebben onze mening meteen klaar. Vaak is de drang om anderen te bekritiseren afkomstig van de diep gewortelde behoefte om onze eigen capaciteiten, overtuigingen en waarden te toetsen.

De Amerikaanse professor en bestseller auteur Brené Brown stelt dat schaamte, angst en bezorgdheid de ideale voedingsbodem zijn om anderen te veroordelen. Als we zelf door anderen veroordeeld worden, voelen we ons gekrenkt en beschaamd dus veroordelen wij op onze beurt weer anderen om onszelf beter te voelen.

Nog verder gaat de Amerikaanse schrijfster Byron Katie, die ons in haar boek “Loving what is” helemaal met de neus op de minder fijne feiten drukt. Zij gaat zelfs zo ver dat ze stelt dat datgene waaraan we ons bij anderen het meeste ergeren, juist ook datgene is waar we onszelf aan schuldig maken. Zij komt tot dit onrustbarende inzicht door toepassing van de “turnaround“, het omdraaien van jouw oordeel. De kern hiervan is dat je de naam van de persoon over wie je klaagt of oordeelt, vervangt door “ik”. Een hele confronterende exercitie, kan ik je vertellen.

Voorbeeld 1:

Klacht: “Mijn moeder is zó dominant. Ik erger me groen en geel aan haar!”

Turnaround: “Ik ben zó dominant. Ik erger me groen en geel aan mezelf!”

Voorbeeld 2:

Klacht: “Ik kan mevrouw X niet uitstaan! Ze luistert nooit als ik haar iets vertel.”

Turnaround: “Ik kan mezelf niet uitstaan! Ik luister nooit als anderen iets vertellen.”

Voorbeeld 3:

Klacht: “Ik ben boos op en teleurgesteld in meneer Y omdat hij me niet waardeert.”

Turnaround: “Ik ben boos op en teleurgesteld in mezelf omdat ik mezelf niet waardeer.”

Get the point?

Als je van deze mentale dreun bekomen bent, kun je aan de slag om te werken aan jezelf zodat je hiervan af komt.

Wij mensen lijken meer op elkaar dan dat we van elkaar verschillen. Het is uiteindelijk altijd ons ego dat ons aanzet om ons “gelijk” te willen halen door anderen te veroordelen. Het probleem met gelijk hebben is echter dat een ander dan per se ongelijk heeft. Hierdoor leidt veroordeling tot verwijdering in plaats van tot verbinding.

Een mogelijke oplossing voor dit probleem is om bewust aan dankbaarheid te doen. Probeer maar eens oprecht dankbaar te zijn en tegelijkertijd anderen te veroordelen. Dat gaat je niet lukken. Deepak Chopra adviseert om je ten opzichte van mensen die anders zijn dan jij zelf als “ouders” te gedragen; zelfs de grootste ergernissen of tekortkomingen worden dan iets waarmee je ze zult willen helpen in plaats van ze ervoor te verketteren. Bijkomend voordeel is dat als je stopt met anderen te veroordelen, je tegelijkertijd ook je zelfkastijding beëindigt (denk aan de voorbeelden van Byron Katie).

Daarom daag ik je bij deze uit om ook eens een dag lang op te letten of je mensen taxeert en alvast een etiket opplakt of in een hokje stopt. Ben je echt tolerant of alleen deels? Ben  je verdraagzaam uit jezelf of alleen als het sociaal wenselijk is?

Sinds ik me bewust ben geworden van mijn (ver)oordelend gedrag, doe ik mijn uiterste best om niet meer in die val te trappen. Om een open mind te houden, om niemand buiten te sluiten. En hoewel ik gelukkig veel verbetering zie, lukt het me helaas nog lang niet honderd procent van de tijd.

Het belangrijkste is dat je je eerst realiseert wat je aan het doen bent, dan is er al veel gewonnen. De scheidslijn tussen “wij” en “die anderen” is flinterdun. Sterker nog, wij zijn zelf “die anderen”. Zoals de Amerikaanse schrijfster Brené Brown het zo mooi zegt in haar boek “I thought it was just me (but it isn’t)”: “We zijn slechts één loonstrookje, één echtscheiding, één drugsverslaafd kind, één ernstige ziekte, één aanranding, één woest drinkgelag, één nacht onbeschermde seks of één buitenechtelijke affaire verwijderd van ‘die anderen’ – degenen die we niet vertrouwen, met wie we medelijden hebben, met wie we onze kinderen niet laten spelen, degenen die alle slechte dingen meemaken, degenen naast wie we niet willen wonen.”

Dat is de pijnlijke en ongemakkelijke waarheid.

© Pascale Bruinen

IMG_0146

Reageren? Laat dan hier jouw ervaringen met je proefdag achter!