Kleur bekennen

Trouwe lezers van mijn blog weten het al lang: mijn logo is de roze tulp en dat is niet voor niets. Om te zeggen dat ik een speciaal plekje in mijn hart heb voor de kleur roze is namelijk een understatement. I loooove pink. Niet alleen de pastelkleuren, maar ook en vooral fuchsia. Ik kan er niets aan doen maar roze maakt me gelukkig.

Desalniettemin heb ik de drang om toe te geven aan de roep van 50 tinten rood gemengd met wit (of andersom) lang kunnen weerstaan. Misschien omdat ik word verondersteld een volwassen vrouw te zijn en roze meestal wordt geassocieerd met een kinderachtige smaak in, wel, alles.

In de mode zag ik dit probleem al snel opdoemen. Zo heb ik een leuke rok in zachte pasteltinten en was ik naarstig op zoek naar een bijpassende lichtroze maillot. Nou, vergeet het maar. In een vrouwenmaat scheen een dergelijke beenbekleding niet te bestaan. Maar omdat ik van nature een nogal vasthoudend typetje kan zijn, heb ik zo’n maillot – juist op het moment dat ik de totale uitputting nabij was – uiteindelijk gevonden…op de kinderafdeling van de H & M (mentale reminder aan mezelf: volgende keer daar eerst beginnen met mijn zoektocht omdat ze meisjeskleren hebben die slanke vrouwen ook goed passen).

Sinds ik vijfitg ben geworden, ben ik op verschillende manieren boven mezelf uitgestegen. Een ervan is dat ik nu niet langer wil doen alsof ik niet van roze houd. Nou én als anderen daardoor denken dat ik mijn tienertijd nooit ben ontgroeid. Ik schaam me er niet (meer) voor.

Als ik op internet zoek naar de betekenis van de kleur roze, kom ik uit bij de site Perron 11. Jennifer van der Meer omschrijft het daar als volgt: “Roze is de kleur van passie, liefde, vriendelijkheid, vrouwelijkheid, waarheid, vrede, zorg, zoetheid, vertrouwen, pragmatisme, initiatief, rationele en kalme kracht, humor, meegaandheid, zelfrespect en waardering voor de ander, trouw, onafhankelijkheid en tolerantie.” Mwah, daar doe ik het wel voor, hoor. En zou het toeval zijn dat daarbij dit symbool van een schattig roze uiltje staat?

roze uiltje

Gelet op mijn bijzondere ervaring met mijn “eigen” uil in de boom van mijn achtertuin ben ik geneigd te denken van niet (lezers die niet weten waar ik het over heb, raad ik aan om op deze blog de column “Het jaar van de uil” (1) en (2), in die volgorde, te bekijken en dan begrijpen jullie wel waarom).

Enfin, gelet op mijn respectabele leeftijd gooi ik me nu dus in de bocht om al die verloren jaren in te halen en heb ik onlangs besloten dat ik recht heb op een studeer/werkkamer die ruimhartig is gedecoreerd met allerlei tinten roze. Het is immers mijn werkkamer dus kan ik daarmee doen en laten wat ik wil (OK, H. zit er ook af en toe achter de computer maar dat telt niet).

Om te beginnen heb ik een vloerkleed gekocht in een heldere en vrolijke kleur roze dat ik wham bam! midden in de kamer heb neergelegd. Daar kan niemand meer omheen. De rest van de kamer is heerlijk licht dus dat kan deze ruimte echt wel hebben. De muren, gordijnen en meubels zijn allemaal wit. De open planken staan vol met boeken en ingelijste foto’s. En ja, sommige daarvan zijn fuchsia (de lijstjes, niet de foto’s).

Op mijn bureau staat een fuchsia laptophouder die er onmiddellijk voor zorgt dat ik goede zin krijg. Het hele bureau fleurt ervan op. De roze theelichtjes op de vensterbank en roze kartonnen dozen op de planken zorgen voor een warme maar tegelijk vrolijke omgeving die me in de armen sluit zodra ik binnen kom. De positieve energie die er van uitgaat is onmiskenbaar en draagt bij aan een groot gevoel van tevredenheid.

Ik heb zelfs de nodige roze tinten in onze huiskamer geïntroduceerd (bijvoorbeeld op kussens, schilderijen en bloempotten), al heb ik ze daar gecombineerd met limoengroene accessoires omdat H. zich daar ook nog prettig moet kunnen voelen (en dat doet hij, écht, vraag het hem anders maar). Maar sowieso is dit slechts de zomerkamer, want als straks in oktober de klok weer een uur wordt teruggezet verandert ook de totale inrichting en schakel ik over op warme en donkerdere kleuren (maar daar kom ik nog wel een ander keertje op terug).

Roze doemt ook op buitenshuis. Zo zul je in de tuin tevergeefs zoeken naar gele, oranje of rode bloemen. Daarentegen zul je wel witte, rose en paarse bloeiers in vol ornaat kunnen bewonderen.

Tot dusverre ben ik van mening dat vijftig worden fantastisch is.

Al is het alleen maar vanwege het voorrecht om eindelijk kleur te durven bekennen.

© Pascale Bruinen

Think pink!2

Diva’s in de Dop

“Ik heb een supergoed idee!”, roept dochterlief opeens triomfantelijk uit. Ik zit op dat moment rustig in de woonkamer te lezen en schrik me kapot bij deze plotselinge doorbreking van de zalige stilte.

Ik ben meteen op mijn hoede. Als zij een goed idee heeft, kost het mij altijd geld. Of minimaal meerdere taxiritten van en naar vriendin X ,Y of Z of de stad. Als ik zie dat ze zelfs haar heilige Blackberry heeft neergelegd, word ik ronduit achterdochtig. Met dat ding is ze zo’n beetje als een Siamees vergroeid.

“En wat mag dat supergoede idee dan wel niet zijn?”, vraag ik. De voorzichtigheid druipt er van af.

“Jij hebt straks toch afgesproken met de moeder van G? Om samen koffie te gaan drinken? Nou, als jullie in plaats daarvan nou eens met G. en mij zouden gaan shoppen?”, stelt ze poeslief voor. G. is haar goede vriendin. Ze kijkt me daarbij overdreven indringend aan, haar hoofd een tikje schuin. Ik ken die blik maar al te goed. Die hoort bij het ingezette charme-offensief. “Dan kunnen jullie tóch koffie gaan drinken, alleen nóg gezelliger!”, maakt ze het af.

Tegen zoveel logica kan ik niet op en na een kort telefonisch overleg met J., de moeder van G., is alles geregeld. Een uurtje later zitten we met zijn vieren in de auto: twee giechelende, non-stop kletsende en what’s appende puberdochters op de achterbank en wij, de twee softies, voorin.

We gaan op weg naar een mega winkelcentrum waar er in ieder geval één winkel is die (vrouwelijke) pubers doet watertanden: heel groot, erg goedkoop en propvol lelijke en iets minder lelijke kleren, schoenen en prullaria die ze helemaal niet nodig hebben. En juist dáár moeten we kennelijk met spoed naar binnen, getuige het feit dat de twee dames – die zich normaliter tergend langzaam voortbewegen – nu ineens voor ons uit snellen.

Ze zien er allebei hetzelfde uit: donkere jegging, mooi topje met kek jasje erover, ballerina’s en een enorme handtas die ze elegant over hun gebogen arm laten bengelen. En niet te vergeten het ultieme mode-accessoire: de Blackberry, inclusief bling bling hoesje en daarom dus volop on display. Diva’s in de dop.

Ik wil net een opmerking maken tegen J. over hoezeer ze op elkaar lijken, als de dames vanaf een afstandje in koor naar ons roepen dat wij “net zusters zijn”. J. en ik kijken elkaar aan en schieten in de lach. Want inderdaad, ook wij lijken verdacht veel op elkaar met onze donkere jeans met nauwe pijpen, witte blouse en …ballerina’s.

Even later moeten we er aan geloven en betreden we het aardse puberparadijs. Binnen is het nog redelijk rustig maar dat zal niet lang meer duren. Zelden zo veel kleding zo dicht op elkaar gezien. De H&M is er niks tegen. Overal staan, liggen en hangen t-shirts, topjes, jeans, jasjes, truien en wat dies meer zij. In alle kleuren, prints en maten. Het duizelt me voor de ogen.

De dames zijn in no time nergens meer te bekennen. Wel horen we ze nog af en toe verrukte kreetjes uitstoten bij het een of andere rek. J. en ik lopen systematisch de rijen langs, snel scannend of er iets tussen hangt dat voor ons de moeite waard is. De meeste spullen zou ik nog niet voor niks willen. Ik ben benieuwd waar onze dochters zo meteen mee komen aanzetten.

Lang hoef ik daarop niet te wachten want als bij toverslag staan ze voor ons, ieder met een oversized winkeltas die nog het meest lijkt op een groot visnet. En dat zit overvol. In de gauwigheid zie ik dat mijn dochter een goudkleurige bikini, een kaftan, twee paar slippers, een zonnebril, een spijkerbroek die zo smal is dat het lijkt alsof die maar uit één pijp bestaat, twee precies dezelfde zwarte leggings, een topje, zeker drie t-shirts, twee shorts, een colbertje, een pyama, een badjas en een massa lange kettingen heeft binnen gehengeld.

Ik ben met stomheid geslagen want ze is nog geen kwartier weggeweest. Bovendien heeft ze me bezworen dat ze maximaal 50 euro zou uitgeven. Ja, dank je de koekoek, méér heeft ze ook niet op haar rekening staan. En nou is het hier weliswaar niet duur, maar deze hele oogst bij elkaar gaat ver over dit bedrag heen.

Bij een nadere inspectie zie ik tot mijn verbazing en hun hilariteit dat de verzamelde spullen in hun twee visnetten nagenoeg identiek zijn. En dan maar klagen over hoe individualistisch de jeugd is.

Inmiddels is het veel later én drukker geworden, maar het fijnste van deze shopping expeditie moet dan nog komen. De dames moeten nog effe gaan passen. Dat lijkt mij nu hét moment om lekker met J. te gaan koffieleuten, maar helaas. De dames hebben meer dan het toegestane aantal stuks dus moeten J. en ik verplicht in de ellenlange rij aanschuiven, bedolven onder minuscule leggings en topjes. Die cappuccino zal nog even moeten wachten.

Het pascircus kan beginnen. J. en ik doen de ren-je-rot-show van en naar de paskamers om uiteindelijk bijna alles om te ruilen voor toch maar een maatje meer of nog minder. Waarna alsnog zeker de helft door de dametjes wordt afgekeurd.

Op naar de kassa dan, waar wij respectievelijk nummer 15 en 16 zijn van de menselijke slang die zich naar het betaalpunt kronkelt. Onderweg is dochterlief nog hard aan het hoofdrekenen, maar hoe ze ook optelt, het komt altijd ruim boven de 50 euro uit. Met iedere stap richting kassa gooit ze weer iets anders uit haar visnet. Hup, daar gaan de kettingen (“ik vind ze eigenlijk iets té”), de badjas (“doe ik toch nooit aan”), de pyama (“veel te kinderachtig”), de goudkleurige bikini (“je hebt gelijk, mam, die was wat aan de kleine kant”), de kaftan (“is niks zonder die bikini”), een t-shirt (“dat rood staat me afschuwelijk”) en een paar slippers (“G. vindt ze ook niks”).

Per saldo zijn we ongeveer tweeëneenhalf uur binnen geweest, heeft zij inderdaad precies 50 euro uitgegeven (waarbij ik gemakshalve die 19,50 euro niet meetel die zij te kort kwam en ik toch maar heb meegesponsord) en hebben J. en ik nog steeds geen druppel koffie gehad.

Op de terugweg is het stil achterin. De divaatjes zijn uitgeshopt, uitgekletst en uitgewhat’s apped. Ze zijn moe maar voldaan. De buit is binnen.

Wij daarentegen zijn alleen maar moe. Moegesjokt, moegesjouwd en moegesjeesd.

Cappuccino? Doe mij maar een dubbele espresso.

© Pascale Bruinen

En, hebben jullie ook zo’n divaatje thuis? Deel jouw verhaal hier met anderen!