Botox Boom

In onze achtertuin staat Boom, een Catalpa. Een prachtexemplaar. Talloze malen per jaar kijk ik naar hem. Boom heeft de goede eigenschap mij erg gelukkig te maken.

Ik verwonder me elke keer weer over zijn schoonheid door alle jaargetijden heen. Met zijn majestueuze kroon van takken en bladeren is hij het onbetwiste middelpunt van de tuin. Letterlijk en figuurlijk.

Boom is ook nuttig. Hij verschaft ruimhartig plek aan vogels om op zijn takken uit te rusten of zich in het dichte bladerdek te verstoppen. Geeft frisse schaduw als het ’s zomers te warm wordt. Zorgt voor een betere luchtkwaliteit.

In zijn winterse kaalheid biedt hij een indrukwekkende aanblik als hij zijn symmetrische takkenpatroon prijsgeeft. In het voorjaar is het een feest om Boom te zien ontwaken. Uit de slapende knopjes ontvouwen zich perfecte blaadjes. Hun frisgroene kleur een teken van een nieuwe levenscyclus. Een nieuw begin.

Iets verder in de lente staat Boom in bloei. Hij draagt dan, schijnbaar moeiteloos, een veelheid aan kleine witte bloemetjes in lange trossen. Boom lijkt zo wel een gigantisch bruidsboeket. Met de zomer in aantocht wordt het lichte groen in de bladeren allengs donkerder.

Tegen het einde van het seizoen hou ik Boom scherp in de gaten. En plotseling is het daar. Het is nog niet eens dat de bladeren een andere kleur krijgen. Nee, ik zou kunnen zweren dat ze er vermoeid uit zien. De bladeren, eerst fier, vol en sappig, gaan nu krullen door vochtverlies. Nu hangen ze echt. Dat luidt het begin van de gele verkleuring in. De opmaat voor het verlies van alle bladeren tegen het einde van de herfst.

Afgelopen najaar. Het moment dat ik al zo lang heb gevreesd is daar. Boom moet gesnoeid worden. Ik ga akkoord maar alleen onder de voorwaarde dat ik er persoonlijk bij aanwezig ben.

Ik bekijk de man die de klus komt doen met argusogen. Gelukkig weet hij precies wat ik bedoel als ik zeg dat Boom het model van zijn brede vorm moet behouden. Hij heeft het begrepen en gaat aan de slag.

Ik heb vertrouwen maar hou toch onwillekeurig mijn adem in als hij de eerste tak afknipt. Het is wel een erg groot stuk, denk ik als ik het geamputeerde deel van Boom op de grond zie vallen. Al snel volgen vele andere takken. In enkele seconden ruw afgedankt na jaren trouwe dienst. Voorgoed de band met Boom verbrekend.

Als het klaar is kijk ik eens goed naar Boom. Ik zie dat hij in de omtrek een flink stuk kleiner is geworden. Maar wat is hij mooi. Zo…strak. Zijn breed uitwaaierende kroon is nog steeds duidelijk zichtbaar. Maar er is nog iets waar ik niet meteen de vinger op kan leggen. Even later weet ik het. Het lijkt alsof Boom een verjongingskuur heeft ondergaan. Hij heeft weer zijn omvang en uitstraling van een jaar of vijf geleden.

Boom is de oude niet meer. Boom is beter dan de oude.

Hij is Botox Boom.

© Pascale Bruinen

Is ‘ie mooi of is ‘ie mooi? Misschien hebben jullie ook wel een speciale band met iets dat groeit en bloeit. Dan herken je vast wel een en ander uit deze column. Of heb je er net he-le-maal niks mee? Hier is de plek waar je het kunt laten weten.

Cruisen

Mijn taxi nadert de haven van Miami. Ik kijk letterlijk reikhalzend uit naar het moment dat ik voor de allereerste keer in mijn leven het enorme schip met eigen ogen zal zien.

Tuurlijk, de folders, afbeeldingen en filmpjes op internet heb ik allemaal al gezien. Ettelijke keren. Toch ben ik totaal onvoorbereid op het ontzag dat zich van me meester maakt als de chauffeur plots stopt op de kade en ik een allereerste blik werp op Haar. Ik kan alleen maar met open mond kijken. Omhoog, omhoog, nog hoger. Ondanks Haar gigantische afmetingen word ik onmiddellijk getroffen door Haar stralend witte en ranke schoonheid.

Het welhaast verblindende zonlicht weerkaatst in de saffierkleurige golven die op hun beurt weerspiegelen op Haar sierlijke boeg. Aan dek wapperen de vlaggetjes van talloze landen vrolijk in de zwoele bries als teken van warm welkom aan alle verschillende nationaliteiten die weldra aan boord zullen gaan. Het is te veel om te bevatten. Een soort van nautische “Shock and Awe”.

Eenmaal aan boord is het al niet anders. Als in een zoete droom loop ik rond, bijna zwevend van het gelukzalige gevoel dat ik krijg bij het zien van zoveel moois. Een prachtig pooldeck met twee zwembaden, jacuzzi’s en loungehoeken. Een gezellig terras op de achtersteven, waar ik mezelf al zie zitten aan het ontbijt. Een spa waar je je gelijk helemaal Zen voelt.

Ik loop door de winkelstraat, gluur in de bibliotheek en verbaas me over het enorme theater. Mijn honger kan gestild worden in vier restaurants en sportieve neigingen kan ik kwijt op het basketbalveld, aan de klimmuur of op de atletiekbaan. En in de fitnessruimte natuurlijk, die voorzien is van de allernieuwste apparaten.

Al snel voel ik me een nieuwerwetse ontdekkingsreiziger die dan weer hier, dan weer daar stuit op onverwachte hoekjes, gezellige zitjes of een intiem barretje. De adrenaline giert door mijn lichaam van opwinding bij het idee dat ik hier een volle week van mag gaan genieten. En hoewel er in totaal zo’n vierduizend passagiers en bemanningsleden aan boord zijn, is het schip zo groot dat je zonder al te veel inspanning een rustig plekje kunt vinden. Buiten of binnen. Maar de echte luxe van dit majestueuze schip is het onovertroffen zeezicht.

Na de verplichte dril compleet met reddingsvesten ben ik maar net terug aan dek of er klinkt opeens een oorverdovend geluid uit de reusachtige scheepshoorn. De bijbehorende trillingen golven door mijn lichaam alsof iemand in mijn maag een drumsolo ten beste geeft. Tegelijkertijd voel ik een wave van gespannen verwachting gaan door de menigte, die zich als één man haast naar de reling aan de kant van de kade. Ik dring me er tussen en kijk als betoverd toe hoe het enorme schip zich schijnbaar moeiteloos zijwaarts van de kant af beweegt, als ware het een reuzenkrab.

Ik zie meer dat Ze vaart dan dat ik het voel. De streep water tussen de kade en de zijkant van het schip wordt allengs groter. Vanaf mijn vijftiende verdieping zwaai ik, net als mijn medepassagiers, naar onbekende achterblijvers van het formaat Legopoppetje op de kade. Ik voel een zilte bries door mijn haren gaan. De scheepshoorn loeit nogmaals zijn vaarwel. Ondanks de hitte voel ik dat ik kippenvel krijg.

Al mijn zintuigen staan op scherp. Alsof mijn radar, net als die van het schip, helemaal open staat. Klaar om iedere indruk als een spons te absorberen. Ik kijk om me heen. Iedereen lacht, ontdekt en slaakt verrukte kreetjes bij elke nieuwe verrassing. Onder de laatste zonnestralen van de dag speelt de band van rastamannen Bob Marley reggae. De langzaam deinende vrolijkheid van het ritme werkt aanstekelijk. De glimlach om mijn mond is een blijvertje. Ik kan niet anders.

Ik richt mijn blik op de kleine, wendbare boot van de pilot, die Haar begeleidt bij een veilige uittocht uit de haven. Daarginds lonkt de havenmond. Nog even en we zijn buitengaats. De veelbelovende vrijheid van volle zee.

Terwijl de skyline van Miami in de warmroze gloed van de snel ondergaande zon steeds verder uit het zicht verdwijnt, wordt mijn verwachtingsvolle gevoel bijna tastbaar. De belofte van onbekende verten, tropische oorden en uitbundige Caribische vegetatie die pijn doet aan je ogen. Van nieuwe vrienden maken, zwemmen met dolfijnen en het witter dan witte zand tussen je tenen. Van kristalhelder warm water, snorkelen tussen veelkleurige vissen en zorgeloos relaxen in een hangmat.

Ik zucht. Een zucht die uit mijn allerdiepste binnenste lijkt te komen. Het is een zucht van puur geluk. Ik lééf. Ik geniet.

Ik cruise.

© Pascale Bruinen

En jullie? Zelf al eens een cruise gemaakt? Ben heel erg benieuwd naar jullie ervaringen. Het is in ieder geval een bekend misverstand te denken dat je op een cruiseboot alleen maar 90-plussers met paars haar en een zuurstofapparaat tegenkomt. Niets is minder waar. Zie daarvoor mijn andere blog, www.cruisecraver.com. Ik zou zo nog een aantal columns kunnen volschrijven over mijn cruiseverslaving (en wellicht doe ik dat nog wel) maar laat voor nu graag het woord aan jullie.

Horror Hair Day

Krullen wil ik. Een hele kop vol met grote, sexy krullen. We schrijven 1984 en mijn grote voorbeeld is de actrice Jessica Lange. Dus op naar de kapper met een uitgeknipte foto. Zó moet het worden en niet anders.

Kapster Karin gaat een heuse permanent erin zetten. “Het wordt toch wel precies zoals op de foto?”, informeer ik voor alle zekerheid nog maar eens. “Zeker weten”, zegt ze geruststellend, “en ik maak het zo dat het goed blijft zitten”.

Ik ontspan en laat Karin haar goddelijke gang gaan. In gedachten zie ik de reacties van iedereen al voor me. Groen en geel zullen ze zien van jaloezie als ze beseffen dat ik sprekend op Jessica lijk. Nou ja, alleen qua haren dan. Inwendig zit ik me te verkneukelen. Tot aan het moment dat Karin de krullen uitkamt.

IIEEUUWW! Wat is dát? In plaats van de weelderige, los vallende krullen van Jessica kijk ik naar iets dat nog het meest lijkt op de vacht van een bejaarde poedel. Allemaal pietepeuterige, heel strak zittende krulletjes. Zó strak dat mijn haren niet eens meer te berge kunnen rijzen. Zoals ik er nu uit zie zou ik onmiddellijk kunnen intrekken in elk willekeurig bejaardenhuis.

Ik begin acuut te zweten. Ik moet letterlijk naar lucht happen. Nietsvermoedende Karin biedt ondertussen jolig aan een spiegel te gaan halen. Een spiegel?? Ik heb hoegenaamd geen enkele behoefte dit gedrocht ook nog aan de achterkant te aanschouwen. Net op tijd slaag ik er in om “laat maar” uit te kramen. Het komt er piepend uit, alsof zelfs mijn stembanden in shock zijn.

Ik spoed me naar huis, onderwijl biddend dat ik geen bekenden tegen kom. En zoals het een echte masochist betaamt kan ik het onderweg niet laten om telkens een snelle blik in de spiegelende etalages te werpen. Ben ik dat? Oh. Mijn. God. Ik lijk wel een vreemde.

Eenmaal in de veilige beslotenheid van mijn badkamer ga ik woest mijn haren wassen, wel een half uur lang. In de vurige hoop dat de krullen hierdoor op miraculeuze wijze groter worden. Of nog beter: helemaal weg blijven. De hoop blijkt ijdel. Het heet niet voor niks permanent.

Zelfs mijn vader, die nog geen spier vertrekt als ik in een jutezak voor hem zou staan, kijkt nieuwsgierig naar mijn nieuwe kapsel. Nu word ik pas echt ongerust. Wat zeg ik? Dit is alarmfase rood.

“Wat valt er te zien?”, vraag ik kattig.

“Zo ben je net Connie Vandenbos”.

Dat doet de deur dicht. Denk je door een beurt bij de kapper eruit te kunnen zien als een sexy filmster, lijk je op een übertruttige en degelijke zangeres van middelbare leeftijd. Die overigens ook nog loenst.

Geen krullende haar op mijn hoofd die eraan denkt dit zo te laten. Morgenvroeg zit deze Connie bij Karin om het hele zwikje weer er uit te laten halen.

En dat is allemaal de schuld van Jessica.

© Pascale Bruinen

Oh oh, dat zal veel lezeressen misschien wel zéér bekend voorkomen. Een totaal mislukt experiment bij de kapper. Tja, we willen nu eenmaal altijd wat we niet hebben. De dames met prachtig steil haar willen krullen en andersom. Misschien voel jij ook de behoefte om je  wereldschokkende kapperservaringen te delen? Reageer dan hier!

Liefdesverklaring (herpublicatie)

Carnaval. Het feest van meedoen. Van aanstekelijke uitgelatenheid. Schateren van het lachen, ongegeneerd flauwekul maken, je weer voor even kind voelen, oude bekenden zien, helemaal uit je dak gaan, je onderdompelen in de vrolijke mensenmassa’s buiten en binnen. Café’s binnen gaan waar je anders nooit komt, met wildvreemden de grootste lol hebben, met iedereen overal een praatje aanknopen. De zon die het licht weerkaatst van duizenden pailletten, de kakelbonte mengeling van kleuren, de vaandels en de vlaggen. Je als een vogel zo vrij voelen, de zalige zorgeloosheid, even nergens aan hoeven denken.

De vertrouwde muffe geur van de carnavalskleren in de koffer, de nostalgische reuk van schmink, de optochten uitlopen of er al halverwege uitgaan omdat het café lonkt, spontaan meegaan met een voorbijkomende polonaise, dansen en springen, inhaken met degene die toevallig net naast je staat, de ongelooflijke saamhorigheid, de ongekende humor. Altijd een warm bad, ongeacht de buitentemperatuur.

Muziek maken. Achter de muziek aan gaan. Swingen op de hypnotiserende schelle en doffe dreunen van een sambaband, allemaal samen hetzelfde liedje woord voor woord meeblèren aan de bar. De blije opwinding voelen als je het geschal van de trompetten hoort echoën tegen de eeuwenoude muren van de smalle sfeervolle straatjes, de overgave waarmee zelfs de slechtste muzikant de laatste noot uit zijn instrument perst. De bastonen van de grote trom die tot in je buik trillen. Muziek beleven in elke vezel van je lijf maar vooral in je ziel.

Kindertjes die het met de paplepel ingegoten krijgen, baby’s die te midden van de kakofonie van geluiden slapen als een roos in een tot mini-kasteel omgebouwde bolderkar. De heerlijk ouderwetse geur van knakkers uit een speelgoedpistooltje, de onvoorstelbaar mooie zelfgemaakte creaties, de ingewikkelde en soms loodzware constructies die mensen al die dagen meesjouwen, barbecuen midden op straat, de giechelende gezelligheid als je met z’n allen in de rij staat voor de wc, de boel op stelten zetten bij de Chinees, goedwillende “Hollanders” en buitenlanders liefdevol inwijden in de geheimen van onze allermooiste traditie.

De grappen en de grollen, straattheater op iedere hoek, spontaan met zijn allen touwtje springen in een steeg. Publiek wordt entertainer, de entertainer wordt publiek.

Maar ook het feest van kapot moe zijn, niet meer vooruit kunnen, het ijskoud hebben, door en door nat zijn, je gebroken voelen, pijn aan je voeten van het vele lopen, last van je rug van het staan en het gewicht van je carnavalspak, een keel als schuurpapier hebben, de gloeiende hitte als je met al je kledinglagen ergens naar binnen gaat, de doffe ellende als je in een veel te klein wc hokje al die lagen één voor één moet zien uit te doen waarbij je tamboerijn en andere toebehoren in de weg hangen.

De vette happen aan de kraam, de onvoorstelbare hoeveelheden rotzooi op straat, toch nog veel te veel glazen die kapot gaan (per ongeluk of expres), mensen die het nog altijd niet begrepen hebben en menen dat het “leuk” is een hoedje van iemand af te trekken of in iemands billen te knijpen. Sommigen, jong of oud, die ten onrechte denken dat in recordtijd dronken worden hier ook maar iets mee van doen heeft.

De pruik die al na vijf minuten jeukt als de ziekte, je portemonnee verliezen, de rest van de groep kwijt zijn (en dat soms niet eens erg vinden), de schmink en glitters er ’s nachts niet meer af krijgen, je huis bezaaid met afgevallen pailletten, plakkerige veren van boa’s, stukjes glas die uit je schoenzolen zijn gevallen, natte confetti-stukjes, modderige sneeuw. Overal kleren die ruiken naar de bekende mengeling van rook, bier en zweet.

Het feest van beschouwen. Zelf toeschouwer zijn. Je verwonderen. Bewonderen. Relativeren, filosoferen, diepe en serieuze gesprekken hebben terwijl je een kanariekooi op je kop hebt staan. Een duivel die kust met een bisschop. Rangen en standen die wegvallen. De verlegene toont zich extravert, de poetshulp is koningin. Mannen worden vrouwen, vrouwen worden mannen. Ongestoord zijn wie of wat je maar wilt. Het belangrijke wordt onbelangrijk en andersom. De ontroering als je kijkt naar al die lachende gezichten, naar mensen die onbekommerd plezier hebben.

Het is het allemaal en tegelijk is het zo veel meer dan de som der delen.

Een sentiment van chauvinisme, van oneindige liefde voor je stad, voor waar je vandaan komt. Een heel sterk gevoel van verbondenheid. En van trots. Trots op dit prachtige feest. Het gevoel van: dit is van en voor ons, voor iedereen die wil meedoen, dit pakt niemand ons meer af. Het gevoel van extase dat zich puur natuur van je meester maakt als duizenden kelen tegelijk uitbarsten in samenzang op een sprookjesachtig verlicht plein, het overweldigende gevoel ergens echt bij te horen.

Het surrealistische van de stilzwijgende afspraak om deze dagen uit alle windstreken verkleed samen te komen op een paar vierkante kilometer heilige grond. Net een suikerspin: zo hap je er in en zo is het weer weg. De vurige hoop er volgend jaar weer bij te mogen zijn. Telkens een paar stapjes vóór proberen te blijven op je eigen onontkoombare vergankelijkheid. Een gevoel van urgentie want alles kan zomaar ineens voorbij zijn. De tranen die onwillekeurig komen als je weer voor een jaar afscheid moet nemen van dit “feest der feesten”. Moegestreden van de vijfdaagse uitputtingsslag die je samen met al die andere gelijkgestemden onder alle denkbare weersomstandigheden hebt volbracht. Het doet pijn tot in het diepst van je wezen maar in je hart weet je: het is goed geweest. Je hebt je accu opgeladen, je hebt weer intens mogen beleven hoe het is om hiervan deel te mogen uitmaken. Je bent er weer bij geweest.

Het is een voorrecht. Elk jaar opnieuw. Geniet ervan.

© Pascale Bruinen

Ik zal ongetwijfeld nog vele andere ervaringen niet genoemd hebben die jullie hebben opgedaan met carnaval. Het is eigenlijk sowieso bijna onmogelijk om de geest van carnaval in woorden te vatten. Het is een cliché maar je moet het inderdaad zelf beleven om het te kunnen voelen. Toch kunnen jullie ook een poging wagen om je persoonlijke carnavalservaring te beschrijven. Geïnspireerd geraakt? Laat hier dan je reactie achter!

Retro-tutten met Tupperware

Wie kent ze niet, die pastelkleurige duizend-en-een-dingen doosjes van vroeger, gemaakt van dat fijne, speciale plastic dat altijd een beetje meeveert en zo lekker buigzaam is? Die niet kapot te krijgen o zo handige kommen, vleesdozen, wasemmertjes en opbergboxen? En het beste van alles: die perfect passende deksels waardoor alles ook echt vers blijft en er niks uitloopt? Juist ja, Tupperware is de naam.

Oh, ik heb het wel geprobeerd. Ander goedkoper merk gekocht met het idee dat het “toch allemaal wel hetzelfde is”. Not so. Goed voorbeeld zijn de lunchdoosjes en drinkbekers die ik destijds voor mijn kleuters heb gekocht. In een paar maanden tijd hadden ze maar liefst drie sets versleten. Eén keer de schooltas op de grond gooien en het doosje bleek gescheurd. En nog erger: de dekseltjes van de bekers sloten nooit lekdicht af waardoor de melk telkens in hun rugzakjes liep. Ieuww! Toen vond ik het welletjes en heb ik op een heuse Tupperware party voor allebei een lunchbox en afsluitbare beker gekocht.

Jaar na jaar van trouwe dienst voor mijn opgroeiende kids hebben ze met glans doorstaan. En dat waren tropenjaren, mag ik wel stellen. Die doosjes en bekers hebben alles meegemaakt, van basisschool tot in de brugklas. Niet dat ze toen kapot gingen, ben je gek. Nee, het was gewoon niet langer “vet” of “chill” om de boterhammen nog in zo’n “stom” doosje te stoppen. Dus nemen mijn man en ik ze nu maar dagelijks mee naar het werk. Als levend voorbeeld van omgekeerd doorgeven van generatie op generatie.

Tupperware. Een instituut. Vaste prik in de keukenkastjes van onze moeders en oma’s, die er vaak tot en met de dag van vandaag nog gebruik van maken. Zo zweert de moeder van een goede vriendin na dik vijfendertig jaar (!) nog steeds bij haar zelfde wonderemmertje. Want, zo zegt zij stellig, zelfs de vieste vlekken verdwijnen als bij toverslag zodra het vuile kledingstuk enige tijd in het speciale plastic emmertje heeft doorgebracht. Een collega van mijn man heeft zijn twee boterhamdoosjes zelfs non-stop in gebruik sinds 1975, als een tijdloos baken van stabiliteit en houvast in deze roerige tijden van verandering. Een vleugje nostalgie.

Het ijzersterke merk, in 1944 begonnen in de Verenigde Staten, heeft de tand des tijds met vlag en wimpel doorstaan. De plasticfabrikant zit ook vandaag de dag nog rotsvast in het zadel en viert dit jaar in Nederland zelfs het 50-jarig jubileum. En wat je waarschijnlijk net als ik niet wist, is dat Tupperware in de loop der jaren diverse designprijzen heeft gewonnen en zelfs te bewonderen valt in belangrijke musea, waaronder het Metropolitan Museum of Art in New York.

Was het vroeger vooral een toonbeeld van degelijke en duurzame kwaliteit, anno 2012 is het ook nog hartstikke trendy geworden. Wat te denken van CheeSmart, Click N Shake of een Micropop?Of misschien toch liever een Sporty, Quickshaker of een Snack Pack? Tupperware blijft zichzelf voortdurend opnieuw uitvinden maar zonder daarbij concessies te doen aan die kenmerken die het merk gemaakt hebben tot wat het is.

Ook de bekende Tupperware parties en de nieuwe Tupperware Kookstudio passen helemaal in het “retro-tutten”. De nieuwe trend van huiselijkheid en gezelligheid, van lekker samen fröbelen. Die zie je momenteel overal terug maar dan zonder het oubollige imago dat daar vroeger nog wel eens aan kleefde.

Denk daarbij anno 2012 bijvoorbeeld maar aan de doorstart van breien als hobby, vergeten groenten telen of de workshops waar je rijkelijk versierde cupcakes leert maken. Het grote verschil met vroeger is dat nu ook hoog opgeleide vrouwen en zelfs mannen deze bezigheden met graagte inpassen in hun überdrukke schema’s en daaraan naar het schijnt een soort van therapeutisch welbevinden ontlenen. Het zou hetzelfde effect hebben als mediteren maar dan zonder de “uuuhhhhmmmmmmmm” klanken eindeloos te moeten uitstoten. Mediteren light, zeg maar. Minimale inspanning, maximaal effect.

Na al deze nieuw verworven inzichten kijk ik ineens heel anders aan tegen mijn onverwoestbare plastic kaasstolp, sapkan en magnetronbakje. En als ik in de nabije toekomst mijn stressniveau voel oplopen tot ongekende hoogten weet ik wat me doen staat. Dan meld ik me meteen aan voor de eerste de beste Tupperware party waarna ik dankzij een megaportie zien-kopen-doet-kopen endorfines de hele wereld weer aankan.

© Pascale Bruinen

En wie van jullie heeft ze ook in de kast staan, misschien zelfs ook al járen….??? Vermeld sinds wanneer jij hetzelfde Tupperware-doosje gebruikt en dan kijken we eens wie de absolute recordhoud(st)er is. Laat het me weten!

Paarse regenbui

Ik heb de gewoonte om luidkeels te zingen in de auto. Onlangs nog Purple Rain van Prince in de cd-speler en op volle sterkte meekwelen met His Royal Badness. Een moment helemaal voor mezelf. Volledige vrijheid om me vocaal uit te leven in de knusse privacy van mijn micro-wereld op wielen. Niemand die tegen me klaagt, niemand die me vraagt om het volume zachter te zetten. Alleen Prince en ik, samen in een intieme paarse regenbui.

Bij ieder gitaarakkoord en elke lyric waan ik me meer in de jaren tachtig. In mijn gedachten zie ik alle beelden van de videoclip, afkomstig uit de gelijknamige film, weer voorbij komen. Prince met zijn witte gitaar op het podium in die donkere en ietwat louche nachtclub, omgeven door sigarettenrook. Een klein en frêle mannetje in een potsierlijke prinselijke outfit op schoenen met plateauzolen. Ogen aangezet met eyeliner, vlassig snorretje, glitterspray in zijn krullenkapsel. Op enig moment tijdens het optreden geeft hij Wendy, vaste gitariste van zijn band The Revolution, een broederlijke kus op de wang. Ze blijft er onbewogen onder. Gek hoe je je dit soort details jaren later nog exact weet te herinneren.

Ik vind het pas echt leuk worden als deze geniale compositie bijna ten einde loopt. Eerst komt nog die magistrale elektrische gitaarsolo, dat klaaglijke maar tegelijk prachtige gejank. Hoewel het onnavolgbaar is, probeer ik tegen beter weten in zelfs dat mee te blèren.

Maar dan. Eindelijk, eindelijk komt het moment waarop ik 5 minuten en 19 seconden heb gewacht. Prince gaat nu over op hartverscheurende uithalen met zijn falsettostemmetje. Het klinkt bijna pijnlijk, alsof hij zojuist met zijn koninklijk klokkenspel klem is komen te zitten tussen de gitaarsnaren. Maar tegelijkertijd is het zó mooi dat ik er kippenvel van krijg. In mijn ontroering heb ik geen andere keus dan zo hard mogelijk met hem mee te janken.

Ik neem een enorme ademteug, sper mijn mond wagenwijd open en geef vanuit mijn middenrif ongenegeerd alles wat ik in me heb, als ware het voor de finale van The Voice of Holland. Mijn volume en toonhoogte zorgen er in mijn compacte middenklasser bijna voor dat ik acuut die engerd van Carglass moet bellen. Op exact hetzelfde moment gaat het stoplicht op rood.

Voor één keer kijk ik maar niet links of rechts naast me.

© Pascale Bruinen

Heb jij ook een favoriet liedje dat je graag luidkeels meezingt in de auto? Laat het mij en de lezers van deze blog dan weten!

Vakantieherinneringen (2)

“Weet je nog die keer dat M. haar eendenzwemband al omdeed in de auto toen we amper een kwartier aan het rijden waren”? vraagt mijn moeder aan pap zonder een antwoord te verwachten.

Het grijze winterse weer buiten nodigt binnen uit tot mijmeren over zonniger momenten. Mijn ouders putten moeiteloos uit hun rijke reishistorie en halen het ene na het andere grappige verhaal naar boven. Hun ogen lichten op als ze in gedachten terug gaan naar die allang vervlogen tijden. Toen ze nog jong en fit waren.

“Of toen jij de caravan aan het inladen was en M. had weggestuurd toen ze met al haar poppen aan kwam zetten? Omdat we al te veel bij ons hadden? Het arme kind was kapot van verdriet! Ik heb haar toen ingefluisterd gewoon alles in een kussensloop te stoppen en tegen jou te zeggen dat ik dat kussen mee wilde nemen. Daar ben jij toen mooi ingetrapt”! Mijn vader lacht, maar na al die jaren nog steeds een beetje als een boer met kiespijn.

“Jij had sowieso een nogal aparte manier om ervoor te zorgen dat de caravan aan iedere kant even zwaar was”, vervolgt mam terwijl ze voor ons allemaal een kopje thee inschenkt. “Met de jeu de boules ballen als contragewicht, totdat de caravan overal hetzelfde enorme overgewicht had”, beschuldigt ze pap goedmoedig. Hij bekent grif schuld maar voegt daar zelfgenoegzaam aan toe dat dit vooral op het conto kwam van háár tassen, sieraden en veel te veel kleding die persé mee moesten.

Ze beheersen het spel perfect. Na 63 jaar huwelijk wil je wel op elkaar ingespeeld zijn. Mam geeft de voorzet en pap kopt in. En dus moeten we allemaal lachen, ook al horen we het voor de zoveelste keer.

Ineens proest mam het uit als haar het verhaal van de zwempartij met haar beste vriendin W. te binnen schiet. Ze zijn in Spanje op vakantie en hebben allebei precies dezelfde badmuts gekocht. Felgekleurd met van die opgeplakte bloemen erop. Heel erg seventies. Een vreemde eigenschap is dat de badmuts zó langgerekt was dat zelfs Wiske’s eiervormig hoofd er met gemak twee keer in zou passen. Wel handig met dat hoog getoupeerde haar. “Ja”, zegt pap, “toen zij met hun tweeën met die torenhoge badmutsen te water gingen, weken schepen af van hun koers omdat ze dachten dat het boeien waren”! Hilariteit alom. We drinken nog een kopje thee.

In rap tempo volgt nog het verhaal van de afgeknipte pyamabroekspijp die pap in een noodgeval gebruikt had als sjaal; de sage over de opvouwbare brandladder van 9 meter lengte die van pap altijd mee moest op vakantie als we in een hotel gingen en die keer dat ze naarstig gezocht hadden naar een Italiaans restaurant. In Italië.

Zonovergoten herinneringen aan zorgeloze zomers aan zee. De typische geur van Ambre Solaire zonneolie; het hypnotiserende geluid van de branding; het feestelijke “kling-klang” als met nieuw gevonden vrienden bij de zoveelste barbecue getoost werd met een fris glas rosé. Definitief afgesloten, verzegeld in het verleden.

Mijn ogen dwalen naar het raam. Buiten regent het.

© Pascale Bruinen

Welke vakantieherinneringen komen bij jou naar boven nadat je dit gelezen hebt? Ik ben benieuwd naar andermans ervaringen, positief of negatief.

Voorjaar

Elk jaar blijft het toch een wonderlijke belevenis. Na maanden van duisternis, kilte, storm, sneeuw, regen, ijzel en een kou die je tot in je botten voelt, is dan ineens dat magistrale moment aangebroken.

Het gebeurt meestal plotseling. Op een dag kom je buiten en voel je meteen aan:  er is iets veranderd. Er zit iets in de lucht, in het licht. Het ruikt ook anders. Er hangt een verwachtingsvolle sfeer buiten, alsof er iets te gebeuren staat. En dat is ook zo.

De vogels hebben dat meestal als eersten in de gaten. Zo viel het mij halverwege maart op dat ik, na maanden van stilte, ineens al heel vroeg in de ochtend weer wakker werd van het gefluit en getsjilp van vogels. Saillant detail: het was nog aardedonker. Vogels voelen kennelijk gewoon aan dat het voorjaar wordt.

Terwijl ik dit schrijf zit ik buiten in de tuin. Het is 21 graden op een prachtige lentedag in april 2011. In de verte hoor ik het vertrouwde belletje van de ijsco-man. Daar kan ik zó blij van worden. Noem het jeugdsentiment maar in deze woelige tijden biedt het troost te weten dat sommige dingen nog net als vroeger zijn.

Als ik mijn ogen sluit hoor ik heldere kinderstemmen die opgetogen roepen, het geluid van een stuiterende bal, een buurman die iets aan het timmeren is, een blaffende hond. Mensen zijn weer buiten bezig en dat is heerlijk, zeker na zo’n lange periode van gedwongen binnen zitten. Ik durf zelfs te beweren dat het voorjaar zo’n extatisch gevoel oproept omdat we zo lang onder ons herfstig en winters kluizenaarschap hebben moeten lijden. Zeker weten dat we de seizoenen, ja zelfs de regen, zouden gaan missen als we altijd mooi weer zouden hebben. Afwisseling tussen warme en iets warmere dagen wordt namelijk al snel stomvervelend.

Het ontluikende groen in onze tuin doet pijn aan mijn ogen, de hosta’s groeien zienderogen en af en toe zorgt een zacht briesje ervoor dat de zoete bedwelmende geur van de sneeuwbalstruik mijn neusgaten bereikt en verwent.

De nucleaire ellende in Japan, de Nederlandse missie naar Afghanistan, het kabinet met gedoogsteun, het gesteggel over de pensioenen, ja zelfs de bemoeizucht van Cruijff bij Ajax. Alles maar dan ook alles lijkt ineens volstrekt onbelangrijk.

Het is voorjaar!

© Pascale Bruinen

Roept het voorjaar bij jou ook dit soort gevoelens op? Deel ze met mij en de lezers van deze blog door te reageren op deze column!

Tijd

Herken je dat, dat het lijkt alsof de dagen steeds korter worden? En dan bedoel ik niet dat het herfst wordt, maar dat de dag veel minder dan 24 uren lijkt te hebben? Dat uren eerder minuten lijken? Dat je denkt dat iets misschien een of twee jaar geleden is maar dan blijkt dat het in werkelijkheid veel verder achter je ligt?

Filosoferend over het waarom ben ik er na de nodige overpeinzingen uit. Volgens mij ligt het aan de leeftijd. Als tiener lijkt de tijd zich soms wel voort te slepen. Reikhalzend wordt lang van te voren uitgekeken naar feesten als Sinterklaas, Kerstmis en Carnaval. Tijd in overvloed om voorpret te hebben. Nu overkomt het me.

De meeste mensen hebben vanaf midden dertig alle mijlpalen in hun leven gehad: eerste echte liefde, eerste keer seks, studeren en op kamers gaan, eerste betaalde baan, die allereerste promotie, een eigen huis kopen, gaan samenwonen of trouwen; kinderen krijgen (en optioneel: scheiden).

Tegen de tijd dat je een jaar of veertig bent heb je dit allemaal al achter de rug. En dan is het eigenlijk alleen nog maar meer van hetzelfde. Je raakt in een bepaalde routine of misschien zelfs wel sleur.  Het is op dat moment dat de tijd wel op hol lijkt te slaan. Het is een beetje vergelijkbaar met twee weken vakantie. De eerste dagen is alles nog nieuw en gaat de tijd lekker langzaam, de tweede week is alles meer vertrouwd en vliegen de laatste dagen voorbij.

De oplossing voor dit probleem is simpel: zorg zelf gewoon voor nieuwe mijlpalen. Maak op je 45e nog snel een liefdesbaby met je twintig jaar jongere minnaar. Ga vulkaan boarden, treinsurfen, limbo skaten of, zoals de Aussies doen, bungeejumpen boven water met vraatzuchtige krokodillen. Verandering doet je goed en vertraagt de tijd.

Gooi het roer dus gerust nog eens om en probeer wat nieuws. Eender wat, als het je maar uitdaagt. Stilstand is achteruitgang. Beter een poging gewaagd en mislukt dan moeten leven met eeuwige spijt dat je niet in het diepe bent gesprongen. Dus spring erin, desnoods met zwembandjes aan, en creëer die nieuwe mijlpaal. En zet en passant de tijd even stil.

© Pascale Bruinen

En wat doe jij om die gestaag doortikkende klok wat af te remmen? Verklap hier jouw geheim en inspireer daarmee anderen om hetzelfde te doen!

Bore out

Tijdens een verplichte periode van fysieke rust door een onwillige, net geopereerde, knie denk ik eerst nog: nu kan ik eindelijk eens een boek uitlezen, mijn Spaans ophalen en lekker iedere dag Oprah kijken. Dit doe ik ook braaf. Wel drie héle dagen lang. Daarna verveel ik me al gek en zie ik de muren op me afkomen.

Van de niksigheid van een bestaan dat gedomineerd wordt door middag-tv en het boeken moeten lezen word ik geen gelukkiger mens. En het wordt er niet beter op nu ik vanaf mijn onvrijwillige positie op de bank al weken uitkijk op een satanisch glitterende kerstboom. In mijn verwrongen geest staart deze me provocerend aan met zijn tientallen flonkerende lichtjes. Al kan dit verschijnsel ook te maken hebben met een flinke portie pijnstiller.

Ik voel een bijna onbedwingbare neiging opkomen om met een van mijn krukken alle ballen één voor één uit dat grijnzende monster te slaan. Alleen de gedachte al bezorgt me een nogal verontrustend gevoel van bevrediging. Eerst lach ik het vermoeden van een beginnende decompensatie nog zenuwachtig weg. Nu begin ik echt aan mijn geestestoestand te twijfelen.

Maar net als ik denk dat ik gek word, ontdek ik dat voor mijn probleem gewoon een uitdrukking bestaat. Bore out heet het in goed Nederlands. Het is – hoe origineel – een variant op burn out.

Waar bij een burn out de stress en uitputting het gevolg zijn van een lange periode van te veel doen, is het bij bore out net de consequentie van langere tijd te weinig doen of te weinig geestelijke en/of fysieke uitdagingen. Het lijkt dan of het lichaam en de geest stilstaan. Je ontwikkelt een gevoel van eindeloze afgestomptheid en nutteloosheid. Je gaat dagelijks in een neerwaartse spiraal richting afvoerputje. De broodnodige prikkels die je anders ervaart blijven uit.

De bar slecht nagesynchroniseerde Tellsell-reclames werken helaas niet op de positiefste manier op mijn hersenen. Bij het zien van de zoveelste herhaling van die manisch glimlachende vrouw met haar vormeloze lelijker-dan-lelijke stretch-bh ben ik dan ook klaar om een baksteen door mijn tv te smijten. Maar dan is – praise the lord! – het moment aangebroken dat ik ein-de-lijk meer actieradius krijg dan strompelend van de bank naar het toilet en terug.

Als ik het gekund had, had ik hiervoor zelfs op mijn blote knieën God en/of mijn orthopedisch chirurg bedankt.

Volgens bepaalde exemplaren van laatstgenoemde beroepsgroep is daar immers niet eens zo gek veel verschil tussen.

© Pascale Bruinen

Zijn er onder mijn lezers nog meer onfortuinlijke mensen die noodgedwongen een tijdje thuis hebben moeten zitten en dit herkennen? Laat dan hier een reactie achter.

Samen op vakantie, ja gezellig?!

Ik hoor geregeld van vrienden en kennissen dat het samen-met-een-bevriend-koppel-gezellig-op-vakantie-gaan-gevoel in de praktijk nogal kan tegenvallen. Denk je elkaar van tevoren goed te kennen, think again want bepaalde karaktertrekjes lijken zienderogen te groeien in de Spaanse of Italiaanse zon.

Zo zijn er mensen die onder een gezellige vakantie verstaan: koste wat het koste alles, maar dan bedoel ik ook álles, samen doen met het andere koppel. Het liefst in een staat van manische opgewektheid. Ze zijn toch immers niet voor niks samen op vakantie gegaan?

Zorg dat je op je hoede bent voor deze types, die als ze in de “wij” vorm spreken (en dat doen ze voortdurend), automatisch iedereen bedoelen (ja, jij zelf dus ook). Enige tegenspraak is geen optie. De hele dagindeling is al voor je gemaak. Hoezo “vrijheid blijheid” op vakantie?

Dan zijn er de koppels waarvan de relatie kennelijk niet zo goed loopt als men van te voren had gedacht. Helaas worden de haarscheurtjes in de relatie onder invloed van de vakantiestress al gauw zo’n grote scheuren dat je er alleen nog maar als professioneel polsstokspringer overheen kunt komen.

En het fijne is dat je dit als reisgenoot allemaal van zéér nabij mag meemaken, of je nu wilt of niet. Privacy is namelijk doorgaans ver te zoeken op de gemiddelde camping of in het doorsnee vakantie-appartementje. in het eerste geval zit er pakweg slechts één meter tussen jouw flinterdun tentdoek en het hunne, in het tweede lijken de letterlijk met de Franse slag in elkaar geflanste muurtjes wel van peperkoek.

Je kunt dus alles letterlijk horen. En geloof me, daar zit je niet op te wachten. Of je hebt last van een plaatsvervangend gevoel van schaamte, óf je krijgt een “thank you for sharing that with us” maar-niet-heus-gevoel. En je moet nog tien dagen.

Een hilarisch voorbeeld doet zich jaren geleden voor als wij met een bevriend koppel samen een vakantievilla hebben gehuurd in Spanj. Als we na een gezellige lange zomeravond ons bed opzoeken, worden wij midden in de nacht plotseling ruw uit onze slaap gehaald. “Krik-krak-krik-krak-krik”. Mijn man en ik kijken elkaar aan. “Oh,  moet je horen hoe ze hiernaast tekeer gaan. Wat genant, zo dadelijk gaan ze nog door het bed!” Het geluid lijkt inderdaad nog het meest op een flink op en neer verende matras met een niet al te stabiele ondergrond.

Omdat het geluid wel erg lang aanhoudt, besluit ik van de gelegenheid gebruik te maken naar het toilet te gaan. Ik ben immers toch wakker. Op de gang krijg ik een onbedaarlijke lachbui. Want wat blijkt? Niks wilde vrijpartij!

De beweerdelijke seksgoden slapen de slaap der onschuldigen terwijl de houten deur van hun kamer op en neer klappert in de wind.

© Pascale Bruinen

En welke positieve of negatieve reiservaringen heb jij die je kwijt wilt? Laat het ons hier weten, we zijn benieuwd!

Pubers (2)

Het puberdom blijft immer inspirerend materiaal om dankbaar uit te putten voor het schrijven van o-zo-herkenbare columns.

Na ommekomst van een negen weken lange zomervakantie is de school weer begonnen. En dat wordt tijd ook. Zelfs mijn zoon vindt dat kennelijk. Want hij verrast mij aan tafel door pardoes, bijna letterlijk tussen de soep en de aardappels door, mede te delen dat hij “wel weer zin heeft om nieuwe dingen te leren” (let daarbij vooral op het woordje “weer”, dat volledig onterecht impliceert dat hij eerder ook al zin daarin had). Ik word acuut bevangen door de drang om hem ter plekke te omhelzen voor zoveel enthousiasme maar weet me nog net in te houden. Ik kondig aan dat de vlag uit moet, hij ziet het eindelijk in. Hallelujah!

Maar dat is natuurlijk een ontboezeming ingegeven door weken van relatieve ledigheid. Want nu de school is gestart, hoor ik hem niet meer over de nieuwe dingen die hij leert. Integendeel.

Gelukkig werken mijn beide pubers ook naast school. Het is begonnen als vakantiewerk maar ze mogen ook na de vakantie blijven. En dat werken in de vakantie is een echt godsgeschenk gebleken. Met het zogenaamde zomerweer van 2011 zouden ze zich doodverveeld hebben als ze geen werk hadden gehad. Om nog maar te zwijgen over het geld dat ze hebben verdiend met al hun gezwoeg in de supermarkt.

Het is aardig om te zien hoe verschillend ze met de zuurverdiende centen omspringen. Zo brandt het geld bij zoonlief zowat meteen de portemonnee uit, terwijl mijn dochter wikt en weegt alvorens iets met zorg uit te kiezen.

Als gevolg van de (digitale) kooplust van zoonlief komt tegenwoordig wel zéér geregeld de koeriersdienst aan de deur met diverse pakjes. Nu zijn we niet altijd thuis en dan hebben we gelukkig een lieve en behulpzame buurvrouw die ze voor ons aanneemt.

Zo heeft hij inmiddels zijn hele kamer vol staan met allerhande coole apparaten waarvan ik niet eens de functie kan doorgronden. Het heeft wel allemaal met het maken van chille beats van doen.  Het is een ware wirwar van kabels, stekkers, verlengsnoeren, cd’s, lp’s, microfoons, platenspelers, boxen en mixpanelen. Mijn suggestie om in deze chaos wat orde te scheppen door eindelijk eens zijn speciaal daarvoor aangeschafte lades en kasten te gaan gebruiken wordt weggehoond. Hij legt uit dat hij het niet kan opruimen want alles moet voortdurend gebruikt worden.

Datzelfde adagium geldt ook voor zijn kleren, die met de regelmaat van de klok overal opduiken behalve in de daarvoor bestemde kledingkast. Zo vind ik t-shirts en joggingbroek over de trapreling, sokken in schoenen midden in de kamer en de kleren gedragen in een hele week verfrommeld op een stoel. Alles met het idee dat hij die toch op enig moment weer aandoet. Ook zijn kamer eenmaal per week opruimen en poetsen vindt hij als rechtgeaarde man grote onzin omdat toch “alles weer vies wordt”. Laten we het er op houden dat zijn vuildrempel beduidend hoger is dan de mijne.

Het lijkt wel alsof de kortsluiting die (hopelijk tijdelijk) plaatsvindt in de puberhersenen er voor zorgt dat ze alles maar half doen. Als er pannen moeten worden afgewassen zijn die maar half schoon. Degene die moet drogen laat overal nog water achter. De wc-rol wordt leeggetrokken tot het voorlaatste (gescheurde) velletje maar een nieuwe ophangen, ho maar. Melkpakken en flessen frisdrank worden opgedronken tot er nog maar een paar druppels resten en dan schielijks weer in de ijskast terug gezet, totdat een ander gezinslid dit luid verontwaardigd opmerkt. Alles liever dan dat ze zelf een nieuw pak of andere fles moeten gaan halen.

Zo stapelen de kleine ergernisjes zich op dagelijkse basis op. Maar desondanks zijn en blijven het schatten op weg naar volwassenheid. En op die weg gaan ze, soms irritant maar vaak aandoenlijk, voort.

Met vallen en opstaan.

© Pascale Bruinen

Hier ligt je kans om je ongetwijfeld super-herkenbare puberervaringen met ons te delen. Als je het kwijt wilt of moet, reageer dan!

Pubers (1)

Of je haat ze of je houdt van ze, een tussenweg lijkt niet mogelijk. Je kunt immers onmogelijk onverschillig staan tegenover dit menstype. In het boek van David Bainbridge, van huis uit dierenarts, worden ze zelfs een “bijzondere diersoort” genoemd. Hij vindt de puberteit een “positieve en begrijpelijke ervaring” en komt daartoe na een beschouwing vanuit de “ontwikkelingsbiologie, de paleoantropologie, de neurologie, de fysiologie, de psychologie, de therapie en de politiek”(!) Zijn uiteindelijke conclusie: “De puber is geen plaag, maar een hoogtepunt van natuurlijk vernuft”.

Mag ik, als praktizerend moeder van twee hevig puberende “apen” (als je dan toch een diersoort moet kieze; ze zijn namelijk even lief en aandoenlijk maar ook ondeugend, koppig en eigengereid), daarover met de geachte schrijver enigszins van mening verschillen? Ik meen namelijk dat ik, als ervaringsdeskundige die inmiddels al jaren de geheimen van het puberdom met gevaar voor eigen welzijn en geestelijke gezondheid probeert te ontrafelen, enig recht van spreken heb in deze heikele kwestie.

Pubers zijn namelijk wel degelijk soms een plaag, althans in ieder geval de twee exemplaren die bij mij thuis rondlopen. Vooropgesteld: ik hou werkelijk zielsveel en geheel onvoorwaardelijk van ze allebei, zou ze nooit meer willen en kunnen missen en heb (vrijwel) alles voor ze over, maar dat betekent nog niet dat ik hun gedrag altijd zo fijn vind. En dat is dan nog een gigantisch understatement. Ik erger me met de regelmaat van de klok aan hun gedragingen of, beter gezegd, hun nalaten. Ze laten na zo goed mogelijk te leren (de een wat meer dan de ander), afspraken na te komen, hun rotzooi achter zich op te ruimen (de ander wat meer dan de een), op tijd op te staan (allebei even erg) en enige interesse te hebben in actualiteiten, cultuur, natuur en in hun opvoeders (allebei in het kwadraat).

Ze lijken te leven in een wereld die (in volgorde van belangrijkheid) bestaat uit: 1. Zichzelf 2. Zichzelf 3. Zichzelf 4. Medepubers (van het andere geslacht). 5.Computer/gsm.

Hou mij ten goede, het zou ook zomaar kunnen dat nummer 4 en 5 omgeruild zouden moeten worden danwel gezamenlijk een 4e plek innemen.

De consequenties van deze volgorde leveren een medemens op die weliswaar onder één dak leeft met zijn of haar opvoeder(s), maar die alleen maar naar beneden komt om gespijsd en gelaafd te worden. ’s Ochtends wordt al standaard de vraag gesteld wat we ’s avonds eten. En eten kunnen ze.

Net als “Rupsje Nooitgenoeg” eten ze giga-hoeveelheden in recordtijd. Als boodschappen gedaan zijn en de ((bescheiden) snoepdoos net gevuld is, lijkt het vijf minuten later alsof er een Bijbelse sprinkhanenplaag overheen is gegaan. Alleen de wikkels en papiertjes zijn de overgebleven stille getuigen van het schaamteloze gesnaai van mijn pubers.

Maar zelfs eten is een noodzakelijke maar daarom niet minder ergerlijke onderbreking van hun vrije tijd. Yep, mijn kinderen vinden dat ze primair recht hebben op vrije tijd en alles wat daaraan afbreuk doet is op zijn zachtst gezegd uitermate hinderlijk. En dat plaatst mij met stip op een zeer hoge notering in de lijst van hinderlijkheden.

Toch is het mijn taak om ze te begeleiden en te helpen om zelfstandige, verantwoordelijke en verstandige jong-volwassen mensen te worden. Maar dat neemt niet weg dat ik, als ze om 8.00 u met de fiets naar school zijn vertrokken, soms het gevoel heb dat ik al een hele dag achter de rug heb. En dan moet mijn werkdag nog beginnen.

De discussies over wel/niet het regenpak aandoen op de fiets en het meenemen van twee stuks fruit naar school zijn allang verstomd. Na ettelijke twisten over nut en noodzaak van beide heb ik het onderspit gedolven en laat ze nu gewoon natregenen. Fruit gooi ik er via smoothies in, dat telt ook.

Als ik het ergens in de brugklas waag voor te stellen dat ze hun brood in het onverwoestbare Tupperware trommeltje kunnen blijven meenemen, word ik meewarig aangekeken. Nee, dat kan écht niet, het moet en zal in zilverfolie ingepakt worden. Ze kijken me recht aan als ze tegen me zeggen: “Tupperware? Dat is meer iets….” (betekenisvolle stilte waarin ik van kop tot teen opgenomen word), “iets voor jou!”. Een goed verstaander begrijpt meteen dat dit de pubervertaling is van: “dat is meer iets voor ouden van dagen”. Ok, ik snap het.

Het is dan ook met een zucht van verlichting dat ik ’s morgens de deur achter beiden dichttrek en de broodnodige ontspanning op mijn werk mag gaan opzoeken. En raad eens waarin ik mijn lunch meeneem? Juist ja. In het verstoten Tupperwaredoosje.

© Pascale Bruinen

Zijn jullie ook ouders van dit (tijdelijk) egocentrische en permanent hongerige menstype? Dan vind je hier de plek om daar ongestraft over te kunnen klagen of misschien wel net de loftrompet over af te steken!

Proefwerkweek

Ik voel me vreemd. Licht in het hoofd, grenzend aan duizeligheid. Het is benauwd in de gymzaal. Er hangt een muffe geur van natte jassen vermengd met zurig angstzweet. Misschien wel het mijne.

De vellen worden zwijgend uitgedeeld door een nurks kijkende surveillant. Als ze op mijn lessenaar landen durf ik ze eerst niet te bekijken. In plaats daarvan loer ik om me heen. Mijn buurman kauwt op zijn potlood. Het meisje voor me is al als een bezetene aan het pennen. Anderen zijn geconcentreerd aan het lezen. Ik voel de bekende misselijkheid opkomen.

Ik kijk op de grote wandklok en zie dat al vijf hele minuten verstreken zijn. Mijn mond wordt kurkdroog. Ik kan het niet langer uitstellen. Ik adem diep in en kijk op het papier. De letters en cijfers dansen voor mijn ogen. Ze lijken wel van het blaadje te springen. De neuronen in mijn brein weigeren elke vorm van samenwerking.

Ik voel de pen uit mijn klamme hand glijden en kan alleen maar toezien hoe hij, als in slow motion, tergend langzaam over de rand van mijn tafeltje rolt en op de linoleumvloer valt.

Ik buk me en graai er blindelings naar. Ik kan hem niet meer vinden. Bij het omhoog komen valt me plots op hoe jong iedereen om me heen eigenlijk is. Wat moeten ze wel niet van mij denken. Dat ik zo’n jaar of dertig gedoubleerd heb? Ergens klopt er hier iets niet, denk ik. Op de een of andere manier heb ik dit al eens eerder meegemaakt. Is dit nu wat je een déjà vu noemt?

Ineens valt het kwartje. Een onbeschrijflijk grote opluchting maakt zich van me meester als ik in een split second de waarheid doorgrond. Gerustgesteld schuif ik mijn stoel achteruit en loop naar voren, gevolgd door 76 paar ogen. Ik hoef dit helemaal niet te doen want ik heb het allemaal al gedaan! Ik heb de hele middelbare school zelfs allang afgemaakt. Ik mag gewoon weglopen uit deze hel.

En net op het moment dat ik triomfantelijk de maagdelijke blaadjes op het bureau van de verbijsterde surveillant laat dwarrelen schiet ik wakker. De werkelijkheid dringt stukje bij beetje tot me door. Het eerste wat ik denk is: “God zij dank!”

Het tweede is: “Oh God nee hè!”. Mijn zoon en dochter zijn er net aan begonnen.

© Pascale Bruinen

Lijkt het er voor jou soms ook meer op dat jíj proefwerkweek hebt dan je pubers? Zodanig dat je er soms zelfs over droomt? Je bent niet alleen. Schrijf het hier veilig van je af tussen gelijkgestemden!

Nachtelijke magie

Tik-tak-tik. Ik hoor mijn wekker al uren. In het donker lijkt zijn feloranje kleur wel bruin. De wijzers zeggen me dat het pas tien voor vijf In de ochtend is. Vanaf zijn vaste plek aan de muur zie ik David Cassidy stralend naar mij lachen. Zijn hagelwitte tanden – en één gouden waar ik de punaise heb geduwd – lichten op als een baken in de nacht.

Ik til mijn hoofd omhoog en luister geconcentreerd naar de nachtelijke geluiden. Buiten raast de wind. Binnen giert de spanning door mijn keel. Ik hou het niet meer en trek laken en deken met een ruk van me af. Op mijn tenen loop ik de trap af. Mijn zesjarige rikketik bonst steeds harder. Nu weet ik ineens wat ze bedoelen met vol verwachting klopt ons hart. Ik hoop vurig dat ik ze niet stoor terwijl ze nog bezig zijn.

De laatste tree kraakt ondanks mijn vederlichte gewicht. Ik blijf stokstijf staan en luister. Niets of niemand roert zich in het verder doodstille huis. De kust is veilig. Ik loop nu in de hal. Ineens raken mijn blote ijskoude voeten verstrikt in iets. In het schemerdonker zie ik plukken hooi. Hooi! Mijn hart zit nu ongeveer in mijn keel of daarboven.

Niet in staat om me nog in te houden stort ik me op de deur en gooi die open. Ik sta moederziel alleen in de kille, schaars verlichte woonkamer. Mijn ogen gaan als vanzelf naar de grote open haard in het midden. En dan sperren ze zich wijd open, net als mijn mond. Ik voel een vreemde hitte opstijgen naar mijn wangen.

Mijn suikerklontjes en tekeningen zijn verdwenen. Iets wat groter is dan ik kan bevatten heeft ze omgetoverd in zachtjes goud, groen en roze glimmende chocoladekikkers.

Geluk proefde nog nooit zo zoet.

© Pascale Bruinen

Ik ben heel benieuwd naar jouw mooiste herinneringen aan het feest van Sinterklaas. Van vroeger, of misschien net heel recent, via je eigen kinderen.

Geluk

Geluk. Wat is dat precies? Waar is het te vinden? Wat maakt een mens gelukkig?  Op deze filosofische vragen is al vaak geprobeerd antwoord te geven.

Zo vond René Froger zijn geluk in een zingende merel, de geur van de zee, de zon die doorbreekt en een vers kopje thee. In Bhutan, een land met veel armoede, woont volgens metingen van de Verenigde Naties een van de gelukkigste volkeren ter wereld.  Daar hebben ze zelfs een Bruto Nationaal Geluk dat in de grondwet is vastgelegd. Deze mensen zijn het levende bewijs dat geluk kennelijk niks met geld te maken heeft.

Loterijen beweren juist het tegendeel. Die proberen je hun product immers te slijten door geld gelijk te stellen aan geluk. Hoe meer geld je wint hoe gelukkiger je wordt, is hun credo. Nogal een schril contrast met het aloude calvinistische adagium dat geld niet gelukkig maakt.

Ik denk dat geluk vooral iets heel persoonlijks is. Vaak schuilt geluk in het doen van alledaagse dingen, zoals lekker sporten of een moeilijke klus goed klaren. Of in kleine gebeurtenissen die in hun effect juist weer heel groot zijn. Onderzoek heeft uitgewezen dat mensen ook gelukkiger worden als ze iets belangeloos voor anderen doen. Met als gunstige bijwerking een positief effect op de geestelijke en lichamelijke gezondheid.

Voor mij zit geluk heel vaak in de natuur. Een frisgroen ontluikend blaadje na een barre winter; de geur van vers gemaaid gras; een volop in bloei staande oude magnoliaboom, scherp afgetekend tegen een felblauwe lucht; de manier waarop het zonlicht door een bos wordt gefilterd; lopen door knisperende herfstbladeren.

Maar ik kan ook genieten van muziek of juist van een diepe, oorverdovende stilte waarin ik helemaal tot mezelf kan komen. Tafelen met goede vrienden, reizen, nieuwe mensen ontmoeten, zorgeloos lachen, het zijn allemaal activiteiten waar ik erg gelukkig van word.

Zo zijn er iedere dag opnieuw vele potentiële geluksmomenten. Voor iedereen. Je moet ze alleen weten te herkennen. Leef daarom welbewust in het heden, in het moment. Mindfulness dus. Het moment dat je ophoudt met in gedachten al volop bezig te zijn met dingen die je nog moet gaan doen, is ook het moment dat je zelf de deur wagenwijd openzet voor geluk.

Probeer het en je zult het zien.

Pluk het geluk.

© Pascale Bruinen

Laat mij en de lezers eens weten wat jou gelukkig maakt…