TERUGBLIK OP 2016

Onderstaand een chronologische terugblik op het drukke, mooie en inspirerende jaar 2016 dat voor mij natuurlijk vooral in het teken stond van de start van mijn freelance-bestaan maar zeker ook van het schrijven en publiceren van mijn tweede boek, ‘Het jaar van de uil’. Dit keer kies ik eens niet voor een overzicht in woord maar in beeld. De seizoensfoto’s die ik er tussen heb gevoegd geven aan wanneer wat gebeurd is.

Ik wil al mijn lezers en lezeressen, toehoorders en belangstellenden ontzettend bedanken voor jullie aandacht en enthousiasme.

Veel kijkplezier en tot ziens in 2017!img_1472fullsizerenderimg_8696

schermafbeelding-2016-03-24-om-20-08-31

22afbeelding-1img_0372

img_0018afbeelding-65img_1101 img_0702

afbeelding-15img_8985

img_8943img_2200img_8950img_1468

img_3266

schermafbeelding-2016-11-24-om-15-18-58

img_2347schermafbeelding-2016-10-03-om-09-46-20

schermafbeelding-2016-10-07-om-12-21-39Pascale Bruinen

img_2758schermafbeelding-2016-11-24-om-15-14-57-14-56-46

img_2996img_1975

img_3013

img_3319

img_3044

schermafbeelding-2016-10-24-om-18-11-32img_3212

img_2690

img_3251

img_3265img_3358

 

img_3421

schermafbeelding-2016-12-28-om-16-00-08

2016: van Trump tot Tijn

2016. Wat voor jaar was dit eigenlijk? Puur afgaande op de breed uitgemeten nieuwsberichten over Syrië, Turkije, Rusland, de Brexit, schier eindeloze vluchtelingenstromen, extremistische aanslagen, de weinig verheffende manier van communiceren van sommige Nederlandse politici en de uitkomst van de (kennelijk gemanipuleerde) presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten lijkt het alsof het één doffe ellende was. Maar is dit ook echt zo?

De inkleuring van een jaar is volledig subjectief. Als je geneigd bent om snel ongerust te worden, hoef je maar naar de journaals te kijken om daarvan prompt de bevestiging te vinden. En was je onverhoopt nog níet bezorgd vanwege terrorisme of het in gevaar zijn van de wereldvrede, dan wordt je dat wel na het aanhoren van allerlei deskundigen die hun podium in Nieuwsuur en soortgelijke programma’s gretig gebruiken om hun waarschuwingen voor mogelijk onheil met het kijkerspubliek te delen. Vanaf een bepaald punt gaat al dat gepraat over dreigingsniveaus – oorspronkelijk bedoeld als informatieverstrekking – echter onbewust over in een iets dat bijna kan worden opgevat als een uitnodiging om toe te slaan, al was het maar om de eigen voorspelling te zien uitkomen c.q. andermans voorspelling waar te maken.

Zo wordt het steeds moeilijker om oorzaak en gevolg uit elkaar te houden en dus ook om duiding te geven aan gebeurtenissen.

Ik kies ervoor om mijn aandacht vooral te richten op positief nieuws. En dat was er ook genoeg in 2016, je moet er alleen harder naar op zoek tussen alle narigheid die je op een presenteerblaadje krijgt aangereikt. Zomaar een greep uit het opwekkende binnenlandse nieuws: de werkloosheid is gedaald, de economie trekt verder aan, het consumentenvertrouwen is op het hoogste punt in negen jaar, ‘ we’ behaalden negentien olympische en 62 (!) paralympische medailles en Max Verstappen stal de harten van alle F1 liefhebbers. Buitenlands goed nieuws: in tegenstelling tot wat ons gevoel ons ingeeft neemt het aantal oorlogen, moorden en terroristische daden al jaren af. Ter vergelijking: momenteel woeden er elf grote gewapende conflicten in de wereld, in 1990 waren er dat nog 26. En er is meer mooi nieuws: wereldwijd neemt het aantal in het wild levende tijgers weer toe, drones zorgen in Zuid-Afrika voor een sterke terugloop in het aantal gestroopte neushoorns, een Britse kapper geeft daklozen gratis knip- en scheerbeurten, Nigeria neemt verstrekkende maatregelen tegen corruptie en in Bahrein dansen Joodse mensen samen met moslims ter gelegenheid van de viering van Hannukah, een Joodse feestdag.

Maar het meest tot de verbeelding sprekende positieve nieuws vond ik dat van ‘onze’ zesjarige Tijn, het ongeneeslijk zieke jongetje dat het met zijn spontane nagellakactie voor elkaar kreeg om 2,6 miljoen euro op te halen voor Serious Request zodat longontsteking bij kinderen kan worden bestreden. Als je vanuit zo’n uitzichtloze situatie in staat bent om je op deze hartverwarmende manier voor andere kinderen in te zetten, ben je een hele grote meneer.

Time Magazine koos Trump tot ‘Person of the year’ 2016.

Voor mij kan dat er maar één zijn en die heet Tijn.

© Pascale Bruinen

images

 

 

 

Mind over matter

Al je gedachten – bewuste of onbewuste – plaveien de levensweg die je volgt en hebben je gebracht naar dit moment in het hier en nu. Zo werkt de universele natuurwet van de aantrekkingskracht nu eenmaal: ieder onderwerp waar je je op concentreert wordt groter en trekt iets soortgelijks aan. Als je je dit realiseert, is het dus zaak om uitsluitend te denken aan welkome dingen in je leven (perfecte gezondheid, die droombaan, een goed gevulde bankrekening) en niet aan dingen die je niet wilt of, erger nog, waar je bang voor bent (enge ziektes, ontslag, bittere armoede).

Nu hoor ik je denken: allemaal leuk en aardig, maar hoe krijg ik het dan voor elkaar om mijn verlangens te laten manifesteren in de realiteit van alledag? Het antwoord op deze vraag is simpel én moeilijk tegelijk: je moet eenvoudigweg écht geloven dat je diepe wens, al is die nog zo absurd groot(s), uitkomt. Simpel, want om ergens sterk in te geloven hoef je geen raketgeleerde te zijn, in principe kan iedereen dat. Moeilijk omdat heilig blijven geloven in jouw droom, ook in weerwil van negatieve opmerkingen of bewijzen van het tegendeel uit je omgeving, een immense focus vereist. Maar dát het werkt, wist men heel lang geleden al: ‘En Jezus zeide tot hem: Zo gij kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk degene, die gelooft.’ (Marcus 9:23).

Een goed voorbeeld hiervan is het placebo-effect. Talloze wetenschappelijke onderzoeken hebben uitgewezen dat een nepmedicament (bijvoorbeeld een suikerpilletje) of fake behandeling lichamelijke klachten aantoonbaar kan verminderen of zelfs genezen. Soms leidt het tot een boost van het afweersysteem, zodat je onder de microscoop een sterke vermeerdering van de killer T-cellen in het bloed ziet. Dit effect berust op een mix van factoren, onder andere de verwachtingen die de patiënt heeft (lees: rotsvast geloof in de werkzaamheid van het middel of de behandeling) en het vertrouwen in zijn of haar arts (lees: rotsvast geloof in diens deskundigheid).

De staat van je geest verandert dus de staat van je lichaam via de werking van je centraal zenuwstelsel, je hormoonstelsel en je afweersysteem. Geloof, hoop en een positief verwachtingspatroon zenden al je lichaamscellen de boodschap: ‘(Over)léven!’ en die gaan zich dan kennelijk hiernaar gedragen.

In het beroemde boek Love, Medicine and Miracles van Bernie Siegel, een Amerikaanse chirurg en schrijver, beschrijft hij een zaak van een man die leed aan een terminale vorm van kanker. Hij kon niet meer lopen, had voortdurend pijn en benodigde extra zuurstof. Als ultieme overlevingspoging kreeg hij een experimenteel maar veelbelovend medicijn toegediend. De verwachtingen van specialisten én patiënt waren hooggespannen. Kort nadat de man met het medicijn begon, ging zijn gezondheid met sprongen vooruit. Op een gegeven moment had hij zelfs geen zuurstof meer nodig, liep hij weer rond en bleken zijn tumoren enorm geslonken, tot verbijstering van zijn specialisten. Want zó’n dramatisch effect hadden ze nou ook weer niet verwacht.

Zijn genezing ging in rap tempo door totdat er na enige tijd berichten in de pers verschenen die meldden dat het medicijn helemaal niet werkte. De patiënt las– en geloofde – deze krantenartikelen helaas ook en overleed een paar weken later.

Dit laatste is een klassiek voorbeeld van het nocebo-effect: een diepgewortelde negatieve overtuiging kan je ziek(er) maken en in extreme gevallen zelfs leiden tot de dood. Zo geeft Siegel ook vele voorbeelden waarin de patiënt na een slechte prognose van zijn arts precies ‘op tijd’ sterft, een duivelse self-fulfilling prophecy.

Voor co-creatie van de realiteit zijn geloof, hoop en vertrouwen dus de toverwoorden. Niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk.

© Pascale Bruinen

Deze column is eerder als blog verschenen op http://www.chapeaumagazine.com

mening-over-kwestie-tekst-met-punten-17650706

Kledingstress

Terugblikken hoort bij deze tijd van het jaar. Mijn gedachten dwalen nu af naar december 2015, naar de uitreiking van de Woman of the Year 2015 Award van Harper’s Bazaar in Amsterdam. Het iconische modetijdschrift had mij eerder dat jaar vanwege mijn bijzondere carrièrepad voor deze eervolle prijs genomineerd. Want een officier van justitie die zich in een openhartig boek zo kwetsbaar durfde op te stellen was binnen de magistratuur nog niet eerder vertoond.

Met tien uitverkoren Women of the week ging Harper’s Bazaar een interview filmen dat vervolgens online zou worden gezet en ik was één van de gelukkigen. Ik liep rond met een glimlach van oor tot oor. Totdat ik hoorde dat niemand minder dan Cécile Narinx, de hoofdredacteur,  het interview zou gaan doen. Het vooruitzicht om pal naast zo’n levende modelegende op film te worden vereeuwigd leverde me een acute aanval van kledingstress op. Want wat moest ik hiervoor in godsnaam aantrekken? In paniek tikte ik op google ‘afbeeldingen Cécile Narinx kleding’ in. En daar was ze, uiteraard in elke foto fantastisch gekleed en gestyled. Ik probeerde zó niet aan de The Devil wears Prada te denken, maar desondanks brak het zweet me bijna uit. Niet omdat Cécile zo’n heks is, allesbehalve, maar ze ziet er altijd zo on-be-ris-pe-lijk uit (dit was overigens nog voordat ze mee zou doen aan Wie is de mol?, het avontuurlijke tv-programma waarbij ze voor heel de natie te zien was terwijl ze in de jungle van de Dominicaanse Republiek rondstruinde met bezweet hoofd in een gekreukte zijden jurk vol transpiratievocht).

Na een aantal vrij dramatisch verlopen passessies (‘Niet goed genoeg voor Cécile!’, ‘Maakt te dik op tv!’, ‘Gevalletje hopeloos!’) besloot ik uiteindelijk voor veilig te gaan en werd het een mooie Michael Kors jurk met zwarte pumps. Op een zonnige dag was het zover en mocht ik – nadat er nog wat aan mijn haar en gezicht was gefrunnikt – plaatsnemen op de achterbank van een fijne Mercedes. De bedoeling was om te filmen op locaties die voor mij belangrijk waren. Dus koos ik de rechtbank als symbool voor mijn juridische loopbaan en het centrum voor amateurkunstbeoefening als zinnebeeld voor mijn schrijfcarrière.

We begonnen bij het gerechtsgebouw. Pal daarvoor ligt een drukke rotonde. De regisseur van de filmcrew gaf mij aanwijzingen die behelsden dat ik ter hoogte van de rechtbank op de stoep moest gaan staan. De Mercedes zou over de rotonde komen aanrijden en zodra deze voor mijn gepoederde neusje zou stoppen, hoefde ik alleen maar in te stappen. Dan zou de bolide wegrijden en voilà, it’s a wrap!

Is het dat?, dacht ik lichtelijk teleurgesteld. Omdat ik toch helemaal opgedoft op dat trottoir stond, had ik wel meer acties willen laten zien, maar nee, dat hoefde helaas niet. Nou, dat leek me appeltje eitje. Vijf takes, nieuwsgierig en soms ook ongelovig gestaar van af en aan lopende advocaten (die mij helaas allemaal herkenden) en een aantal mini-verkeersinfarcten later ontdekte ik dat die opdracht een stuk moeilijker was dan gedacht. De ene keer hield ik mijn hoofd te schuin, de andere keer bleef mijn voet haken achter de rand van de auto en de volgende trok ik de deur niet goed dicht. Met iedere mislukte poging voelde ik mijn pas verworven status als Woman of the Week wat verder ineen schrompelen. Instappen in een auto kan iedereen, maar in een strak jurkje elegant en vloeiend instappen is andere koek. In gedachten nam ik mijn petje af voor die arme Máxima, die in- en uitstappen in de lastigste creaties inmiddels tot kunst heeft verheven. Maar uiteindelijk was de regisseur tevreden en was het shot Harper’s Bazaar proof. Het interview verliep vervolgens, mede dankzij Cécile Narinx’ prettige manier van vragen stellen, in een zeer ontspannen sfeer. Jammer genoeg was het voorbij voordat ik er erg in had.

De Award ging later helaas aan mijn neus voorbij omdat Sophie Hilbrand met die eer ging strijken.

Toch had ik dit geweldige Harper’s Bazaar avontuur nooit willen missen. Zelfs zónder gewonnen prijs was het alle kledingstress dubbel en dwars waard.

© Pascale Bruinen

schermafbeelding-2016-12-17-om-09-44-17schermafbeelding-2016-12-17-om-09-44-20schermafbeelding-2016-12-17-om-09-44-47

img_0972

 

Gedachtenkracht

Van alle krachten die bestaan is die van onze geest wellicht de meest onderschatte. Daar bevindt zich je verbeeldingskracht, een unieke capaciteit waarmee we onszelf door tijd en ruimte kunnen verplaatsen zonder dat we fysiek ook maar één stap hoeven te zetten. Je zit bijvoorbeeld op het werk in een saaie vergadering en je gedachten dwalen al snel af naar die heerlijke strandvakantie. In een fractie van een seconde voel je weer de warmte van de zon op je gezicht en proef je opnieuw dat verkoelende roseetje. Je lijf zit dan wel op kantoor, maar je geest vertoeft lekker ver weg in het zonnetje.

Iedereen heeft dagelijks minimaal 50.000 gedachten. Het overgrote deel daarvan vergeten we weer onmiddellijk. Van alle gedachten die we bewust registreren is maar liefst 75% negatief van aard. Dat kan variëren van piekeren over een vervelende opmerking van je schoonmoeder tot bezorgd zijn over die grote presentatie van overmorgen. Wat we denken houdt verband met onze conditionering. Ieder mens wordt beïnvloed door opvoeding, scholing, opinies van vrienden en dergelijke. Als je de pech hebt dat je een leraar had die je steeds vertelde dat je nooit iets zou bereiken of een moeder die altijd zeurde dat je te dik was, doet dat iets met je zelfbeeld. Op den duur gaat je geest dit echt geloven met als gevolg dat je je er ook naar gaat gedragen. Henry Ford, de oprichter van het gelijknamige automerk, sloeg daarom de spijker op zijn kop toen hij zei: ‘Of je nu denkt dat je iets kunt of dat je iets niet kunt, in beide gevallen heb je gelijk’.

Gelukkig kun je hier zelf iets aan doen! De meeste mensen leven in alle hectiek van de dag op de automatische piloot en worden dus geleefd. Maar je kunt het stuur weer zelf overnemen door welbewust naar je opkomende gedachten te kijken. Is het een positieve of een negatieve gedachte? Sta jij op met ‘Als het maar niet gaat regenen’, ‘Ik hoop niet dat de baas een slechte bui heeft’ of ‘Ik ben bang dat ik te laat kom’? Zeg dan ‘STOP!!!’ tegen jezelf en draai de gedachten om zodat ze positief van aard worden: ‘Het blijft lekker droog vandaag!’, ‘De baas is vast in opperbeste stemming’ en ‘Fijn dat ik ruim op tijd ben’. Wat ook helpt, is lief zijn voor jezelf. Vergeef jezelf als je iets fout doet en lach erom in plaats van jezelf eindeloos te blijven pijnigen. Toegegeven, positief denken en jezelf behandelen als je beste vriend(in) vergen beide enige oefening (been there, done that) én volharding maar je leven wordt er echt beter, mooier en relaxter door.

Dat komt door de wet van de aantrekkingskracht. Deze universele natuurwet is zo echt als de wet van de zwaartekracht en houdt – simpel gezegd – in dat je aantrekt wat je denkt (positief of negatief). Wat begint als een gedachte in je geest verwezenlijkt zich zo in de zintuiglijk waarneembare wereld. Het woordje ‘niet’ maakt echter geen deel uit van de vocabulaire van deze wet. Als je dus voortdurend denkt ‘Ik wil niet ziek worden’, zal dit juist in tegenovergestelde vorm worden opgevat.

Het Chinese spreekwoord ‘Pas op met wat je wenst, want je wens zou nog wel eens uit kunnen komen’ vat de kern van de wet van de aantrekkingskracht prachtig samen.

Neem dus verantwoordelijkheid voor al je gedachten door ze bewust te bekijken en de negatieve denktrant stelselmatig om te draaien.

Want je gedachten van nu vormen je werkelijkheid van morgen.

© Pascale Bruinen

Deze column is eerder verschenen als blog in de serie ‘Goeroe op gympen’ op Chapeau Magazine.com

unknown

Het S-woord

In onze westerse wereld lijkt tegenwoordig geen enkel taboe meer te bestaan. Grof geweld, kinky seks, we zijn er inmiddels immuun voor. Maar laat het woord ‘spiritualiteit’ vallen en veel mensen schieten spontaan in een kramp. Ze weten zich er eenvoudigweg geen raad mee. Want ondanks dat er steeds meer belangstelling bestaat voor zingeving – denk maar aan mindfulness, yoga en meditatie -ligt het S-woord velen zwaar op de maag.

Tot een paar jaar geleden kreeg ik zelf ook spontaan rode vlekken in de hals als ik alleen al het woord hoorde. Ik kon er niets mee, omdat het voor mij symbool stond voor alles waar ik wars van was: zweverigheid, verschijnselen die niet rationeel verklaard konden worden en vage figuren (om niet te zeggen oplichters) die over de rug van verdrietige mensen grof geld verdienden door te beweren dat ze ‘contact’ maakten met gene zijde. Ik associeerde spiritualiteit met mensen die in rozerode gewaden de hele dag door ‘Ommmmmmm’ aan het chanten waren en 24/7 op klankschalen sloegen, totaal onbewust van wat er zich in de ‘echte’ wereld van alledag afspeelde. Mannen en vrouwen die op een naïeve manier in het goede van de mens geloofden in weerwil van alle bewijzen van het tegendeel. Dwaze dagdromers die via collectieve meditatie de wereld probeerden te redden van de ondergang.

Hoezo vooroordelen?

Mijn vertekende beeld van spiritualiteit werd destijds grotendeels gekleurd door mijn toenmalige werk als officier van justitie. In die baan werd ik immers al jarenlang geconfronteerd met de verschrikkelijke dingen die mensen elkaar aandoen. Deze beroepsdeformatie leed er stapsgewijs toe dat mijn vertrouwen in de medemens steeds minder werd.

Iemand wiens core business het is om mensen strafrechtelijk te vervolgen zodat ze voor straf moeten gaan werken, geldboetes dienen te betalen, niet langer hun auto mogen besturen, (langdurig) naar de gevangenis moeten of zelfs in de TBS met dwangverpleging terecht komen, maakt niet veel vrienden. Vanwege de veiligheidsrisico’s bleef ik daarom low profile, was ik heel voorzichtig in het aangaan van nieuwe contacten en hield ik me verre van sociale media. Zo werd ik langzaam maar zeker steeds geslotener, totdat ik uiteindelijk zo potdicht zat als een oester met watervrees. Dit zorgde voor een enorm gemis aan verbondenheid met alles en iedereen.

Tenslotte moest ik altijd op zoek naar keiharde bewijzen dat een verdachte het tenlastegelegde strafbare feit had gepleegd. Zo niet, zou de zaak immers resulteren in een vrijspraak. Vandaar dat ik als nuchtere jurist nooit iets geloofde totdat ik dat onomstotelijk met objectieve argumenten kon staven.

Maar dan overlijdt mijn vader. Na een intens rouwproces gebeurt er iets in mijn leven dat zó bijzonder is, dat het mijn wereld totaal op zijn kop zet en mij voorgoed verandert. Dit magische voorval leidt er uiteindelijk zelfs toe dat ik mijn baan als officier opgeef om mijn droom, een bestaan als schrijver, te kunnen waarmaken. Sindsdien omarm ik spiritualiteit en geloof ik op voorhand alles totdat het tegendeel blijkt.

Dit transformatieproces heb ik beschreven in mijn tweede boek, ‘Het jaar van de uil’, dat onlangs is uitgekomen. Als motto voor mijn boek heb ik een citaat gekozen van de Belgische arts en psycholoog Gerbert Bakx:

‘Spiritualiteit is niets anders dan ontvankelijkheid voor schoonheid die we niet kunnen verklaren.’

Mooier had ik het S-woord zelf niet kunnen omschrijven.

© Pascale Bruinen

Deze column is eerder verschenen als blog op Chapeaumagazine.com

de-wolk-van-word-spiritualiteit-16078749

Deze column is op 6 oktober 2016 als blog verschenen op www,chapeaumagazine.com.

Twee dromen komen uit

Een paar maanden voordat mijn vader sterft, doe ik hem een plechtige belofte: als ik ooit een boek schrijf, draag ik dit aan hem op. Aan de schittering in zijn ogen zie ik dat hij hierdoor geraakt is. Als echt papa’s kindje doet dit me deugd. Anderhalf jaar later teken ik, nota bene op mijn vaders verjaardag, mijn eerste boekcontract. Toeval of toch niet? Zo komt mijn eerste droom uit, al maakt mijn vader dit helaas niet meer mee. Zoals beloofd draag ik mijn debuut Mijn eerste lijk is gelukkig vers – een heel persoonlijk inkijkje in mijn werk als officier van justitie – aan hem op.

Sindsdien ben ik officieel auteur. Auteur. Het woord alleen al maakt me belachelijk gelukkig. Maar tegelijkertijd begint er iets te knagen. Met een wekelijkse column in het Algemeen Dagblad en een heus boek zit ik in deze drukke baan echt aan mijn taks. Maar inmiddels ben ik besmet geraakt met het schrijfvirus waardoor ik alleen maar meer wil. Een moeilijke tijd breekt aan. Want hoe nu verder? Het liefst zou ik mijn toga aan de wilgen hangen, maar bij de gedachte om mijn vaste baan op te zeggen in ruil voor een onzeker bestaan als schrijver breekt het zweet me uit. Wat als ik niet goed genoeg ben, geen geld ermee kan verdienen? Wat zullen anderen hiervan vinden? Het angstspook waart rond en zorgt voor veel innerlijke onrust.

Totdat ik me op een dag die éne vraag stel. Hoe voelt het als ik niet wegga maar zou blijven? Als ik wacht op het fysieke antwoord merk ik dat mijn hele lijf zich aanspant. Dit valt samen met de realisatie dat als ik nu niet vertrek, ik tot aan mijn pensioen officier van justitie zal blijven. En hoewel dit een prachtige en betekenisvolle baan is, voel ik een enorme weerstand opkomen tegen dit idee. Want dat zou immers ook betekenen dat ik het schrijven op zou moeten geven.

En ineens weet ik het zeker: liever nu de sprong in het diepe wagen, dan eeuwig spijt hebben het niet eens geprobeerd te hebben.

Mijn hart wijst me zo dus de weg. Een weg, die ik nooit had kunnen vinden zonder het heftige rouwproces dat ik heb doorgemaakt na de dood van mijn vader en dat is uitgemond in een magische gebeurtenis die mij voorgoed heeft veranderd. Dankzij dit betoverende voorval met een uil in de hoofdrol – mijn tweede droom die uitkwam – weet ik dat ik kan vertrouwen op mijn gevoel en dat wonderen bestaan.

Was mijn motto vroeger ‘Eerst zien, dan geloven’, sindsdien luidt het ‘Eerst geloven, dan zien”.

Want als je diep van binnen écht gelooft dat een verlangen werkelijkheid kan worden, zul je vroeg of laat de manifestatie ervan ook in jouw leven zien.

© Pascale Bruinen

unknown-3

Deze column is op 24 oktober 2016 als blog verschenen op http://www.inspirerendleven.nl