Tijd

Herken je dat, dat het lijkt alsof de dagen steeds korter worden? En dan bedoel ik niet dat het herfst wordt, maar dat de dag veel minder dan 24 uren lijkt te hebben? Dat uren eerder minuten lijken? Dat je denkt dat iets misschien een of twee jaar geleden is maar dan blijkt dat het in werkelijkheid veel verder achter je ligt?

Filosoferend over het waarom ben ik er na de nodige overpeinzingen uit. Volgens mij ligt het aan de leeftijd. Als tiener lijkt de tijd zich soms wel voort te slepen. Reikhalzend wordt lang van te voren uitgekeken naar feesten als Sinterklaas, Kerstmis en Carnaval. Tijd in overvloed om voorpret te hebben. Nu overkomt het me.

De meeste mensen hebben vanaf midden dertig alle mijlpalen in hun leven gehad: eerste echte liefde, eerste keer seks, studeren en op kamers gaan, eerste betaalde baan, die allereerste promotie, een eigen huis kopen, gaan samenwonen of trouwen; kinderen krijgen (en optioneel: scheiden).

Tegen de tijd dat je een jaar of veertig bent heb je dit allemaal al achter de rug. En dan is het eigenlijk alleen nog maar meer van hetzelfde. Je raakt in een bepaalde routine of misschien zelfs wel sleur.  Het is op dat moment dat de tijd wel op hol lijkt te slaan. Het is een beetje vergelijkbaar met twee weken vakantie. De eerste dagen is alles nog nieuw en gaat de tijd lekker langzaam, de tweede week is alles meer vertrouwd en vliegen de laatste dagen voorbij.

De oplossing voor dit probleem is simpel: zorg zelf gewoon voor nieuwe mijlpalen. Maak op je 45e nog snel een liefdesbaby met je twintig jaar jongere minnaar. Ga vulkaan boarden, treinsurfen, limbo skaten of, zoals de Aussies doen, bungeejumpen boven water met vraatzuchtige krokodillen. Verandering doet je goed en vertraagt de tijd.

Gooi het roer dus gerust nog eens om en probeer wat nieuws. Eender wat, als het je maar uitdaagt. Stilstand is achteruitgang. Beter een poging gewaagd en mislukt dan moeten leven met eeuwige spijt dat je niet in het diepe bent gesprongen. Dus spring erin, desnoods met zwembandjes aan, en creëer die nieuwe mijlpaal. En zet en passant de tijd even stil.

© Pascale Bruinen

En wat doe jij om die gestaag doortikkende klok wat af te remmen? Verklap hier jouw geheim en inspireer daarmee anderen om hetzelfde te doen!

Shopping 2.0

Mijn zus ademt scherp in en slaakt een kreet. Hoofden draaien gealarmeerd in haar richting. Mensen stoppen abrupt hun bezigheden. “Oooohhhhh”, gilt ze, niet gehinderd door starende blikken en openvallende monden, “moet je dít zien!”. Ze trekt het kledingstuk zo wild uit het rek dat de hangers door de lucht vliegen. Met een ruk draai ik me om. Over de hoofden van het winkelend publiek ontwaar ik De Perfecte Blouse.

Ik stoot een geluid uit. Als van een vogel die op een lokroep van een soortgenoot reageert. Begeerte? Instinct? Ik kan me nog net beheersen om niet iedereen die tussen mij en De Perfecte Blouse komt, aan de kant te duwen. Ik baan me verrukt en met versnelde pas een weg door de mensenmassa.

“Aahh, wat scháttig, precies de goede kleur. Is het wel mijn maat?” Koortsachtig gaan we nu allebei tegelijk door de rekken heen. Kling-klang-klabaatsj doen de hangers tegen de stang als ze op niet bepaald zachtzinnige wijze door ons tweeën uit elkaar gerukt worden om het label beter te kunnen zien.

Welkom bij shopping 2.0. Wie ons gezamenlijk in actie ziet in een kleding- of schoenenzaak zal geneigd zijn om spoorslags 112 te bellen. Of te denken dat we rijp zijn om afgevoerd te worden door mannen in witte pakken. Wij zouden het voor elkaar krijgen om zelfs op het moment dat we in een dwangbuis de ambulance in zouden worden geschoven nog luidkeels te klagen over de lelijke harde stof en nikszeggende kleur van het tuigje.

Zelfs toepassing van de roemruchte Zweedse band zou bij ons niet helpen, vrees ik. Mijn zus kan, net als ik, nogal druk en enthousiast worden bij het aanschouwen van zoveel mode-moois. Een combinatie van ons tweeën versterkt deze karaktertrekken tot in het kwadraat. Bij het zien van de ultieme laarzen of dat kekke jurkje gaan we dan ook gedrag vertonen dat nog het meest overeenkomt met een ritalinloze ADHD-er on speed. En net als bij de schaal van Richter is de reactie op ieder volgend übercool kledingstuk exponentieel heviger.

Bij onze shoppingtrips ontzien we niks en niemand. Ook onszelf niet. Tijdens de queeste naar the holy must have item van het seizoen razen we als tornado’s van H&M naar Zara, van Esprit naar Mexx, van V&D naar Bijenkorf.

Je zou het misschien niet zeggen maar we weten wel degelijk precies wat we willen. Met de ogen van een getrainde havik scannen we in no time alle rekken. De kledingstukken worden vakkundig ontleed. Juiste kleur? Goede maat? Redelijke prijs? Correcte pasvorm? Bij vier keer ja spoeden we ons naar de dichtstbijzijnde kassa.

Een enkele keer stellen we ons, met de creditcard al in de hand, de retorische vraag of we het eigenlijk wel nodig hebben. Per slot van rekening moeten we soms de schijn van enige schuldbewustheid ophouden. Gelukkig hoeft die vraag uit de aard van het beestje niet beantwoord te worden. Bovendien is het crisis en moet het geld dus net rollen, houden we ons voor. Dat is beter voor iedereen. Niet in de laatste plaats voor onszelf. En dus halen we onze plastic fantastic met een gelukzalige glimlach geroutineerd door de gleuf.

Money makes the world go round.

Toch?

© Pascale Bruinen

Ben reuze benieuwd naar jullie “shop till you drop” avonturen….

 

Kamikaze piloten

Nu het nieuwe jaar net begonnen is heb ik wel een idee voor enkele goede voornemens voor, pak hem beet, ruim drie kwart van fietsend Nederland. Doe je licht aan, fiets in de goede rijrichting en steek en passant ook nog eens je hand uit als je afslaat.

Dit lijkt natuurlijk een enorme open deur intrappen maar als je de fietsende medemens op de keper beschouwt zie je al snel dat het geen overbodige luxe is. Ik zou ze de kost niet willen geven, de fietsers – jong én oud – die in het pikkedonker (meestal ook nog dito gekleed) tegen het verkeer in komen aansuizen als waren ze kamikaze piloten. Hierdoor schrik je je kapot omdat je er niet op bedacht bent en ze dus pas op het allerlaatste moment opmerkt.

Dat is niet alleen vervelend en gevaarlijk voor andere fietsers of voor voetgangers, maar vooral voor automobilisten. Hun snelheid is immers een veelvoud van die van de fietser, zodat er soms slechts een (fractie van een) seconde verschil zit tussen leven en dood. Het zou een goed idee zijn om  fietsers vanuit het perspectief van de automobilist te laten zien hoe onzichtbaar ze zijn in het donker. Een effect dat nog versterkt wordt bij regenweer.

Ik slaag er maar niet in te doorgronden wáárom iemand in de duisternis niet gezien wil worden. Dit in schril contrast met ondergetekende. In een toonbeeld van keurigheid ga ik in het donker niet op pad zonder een in werking zijnd voor- én achterlicht, reflecterende cirkels in de wielen en, last but not least, reflecterende banden om mijn arm en rugzak. Ik wil namelijk wél erg graag heelhuids thuis komen, maar het lijkt alsof ik de laatste der Mohikanen ben.

Dus, fietsend Nederland, verlos me uit mijn lijden als uitstervende soort en doe met mij mee. En breng, samen met mij, in 2012 massaal licht in de duisternis.

© Pascale Bruinen

Misschien een goed voornemen voor 2012?

Bore out

Tijdens een verplichte periode van fysieke rust door een onwillige, net geopereerde, knie denk ik eerst nog: nu kan ik eindelijk eens een boek uitlezen, mijn Spaans ophalen en lekker iedere dag Oprah kijken. Dit doe ik ook braaf. Wel drie héle dagen lang. Daarna verveel ik me al gek en zie ik de muren op me afkomen.

Van de niksigheid van een bestaan dat gedomineerd wordt door middag-tv en het boeken moeten lezen word ik geen gelukkiger mens. En het wordt er niet beter op nu ik vanaf mijn onvrijwillige positie op de bank al weken uitkijk op een satanisch glitterende kerstboom. In mijn verwrongen geest staart deze me provocerend aan met zijn tientallen flonkerende lichtjes. Al kan dit verschijnsel ook te maken hebben met een flinke portie pijnstiller.

Ik voel een bijna onbedwingbare neiging opkomen om met een van mijn krukken alle ballen één voor één uit dat grijnzende monster te slaan. Alleen de gedachte al bezorgt me een nogal verontrustend gevoel van bevrediging. Eerst lach ik het vermoeden van een beginnende decompensatie nog zenuwachtig weg. Nu begin ik echt aan mijn geestestoestand te twijfelen.

Maar net als ik denk dat ik gek word, ontdek ik dat voor mijn probleem gewoon een uitdrukking bestaat. Bore out heet het in goed Nederlands. Het is – hoe origineel – een variant op burn out.

Waar bij een burn out de stress en uitputting het gevolg zijn van een lange periode van te veel doen, is het bij bore out net de consequentie van langere tijd te weinig doen of te weinig geestelijke en/of fysieke uitdagingen. Het lijkt dan of het lichaam en de geest stilstaan. Je ontwikkelt een gevoel van eindeloze afgestomptheid en nutteloosheid. Je gaat dagelijks in een neerwaartse spiraal richting afvoerputje. De broodnodige prikkels die je anders ervaart blijven uit.

De bar slecht nagesynchroniseerde Tellsell-reclames werken helaas niet op de positiefste manier op mijn hersenen. Bij het zien van de zoveelste herhaling van die manisch glimlachende vrouw met haar vormeloze lelijker-dan-lelijke stretch-bh ben ik dan ook klaar om een baksteen door mijn tv te smijten. Maar dan is – praise the lord! – het moment aangebroken dat ik ein-de-lijk meer actieradius krijg dan strompelend van de bank naar het toilet en terug.

Als ik het gekund had, had ik hiervoor zelfs op mijn blote knieën God en/of mijn orthopedisch chirurg bedankt.

Volgens bepaalde exemplaren van laatstgenoemde beroepsgroep is daar immers niet eens zo gek veel verschil tussen.

© Pascale Bruinen

Zijn er onder mijn lezers nog meer onfortuinlijke mensen die noodgedwongen een tijdje thuis hebben moeten zitten en dit herkennen? Laat dan hier een reactie achter.

Samen op vakantie, ja gezellig?!

Ik hoor geregeld van vrienden en kennissen dat het samen-met-een-bevriend-koppel-gezellig-op-vakantie-gaan-gevoel in de praktijk nogal kan tegenvallen. Denk je elkaar van tevoren goed te kennen, think again want bepaalde karaktertrekjes lijken zienderogen te groeien in de Spaanse of Italiaanse zon.

Zo zijn er mensen die onder een gezellige vakantie verstaan: koste wat het koste alles, maar dan bedoel ik ook álles, samen doen met het andere koppel. Het liefst in een staat van manische opgewektheid. Ze zijn toch immers niet voor niks samen op vakantie gegaan?

Zorg dat je op je hoede bent voor deze types, die als ze in de “wij” vorm spreken (en dat doen ze voortdurend), automatisch iedereen bedoelen (ja, jij zelf dus ook). Enige tegenspraak is geen optie. De hele dagindeling is al voor je gemaak. Hoezo “vrijheid blijheid” op vakantie?

Dan zijn er de koppels waarvan de relatie kennelijk niet zo goed loopt als men van te voren had gedacht. Helaas worden de haarscheurtjes in de relatie onder invloed van de vakantiestress al gauw zo’n grote scheuren dat je er alleen nog maar als professioneel polsstokspringer overheen kunt komen.

En het fijne is dat je dit als reisgenoot allemaal van zéér nabij mag meemaken, of je nu wilt of niet. Privacy is namelijk doorgaans ver te zoeken op de gemiddelde camping of in het doorsnee vakantie-appartementje. in het eerste geval zit er pakweg slechts één meter tussen jouw flinterdun tentdoek en het hunne, in het tweede lijken de letterlijk met de Franse slag in elkaar geflanste muurtjes wel van peperkoek.

Je kunt dus alles letterlijk horen. En geloof me, daar zit je niet op te wachten. Of je hebt last van een plaatsvervangend gevoel van schaamte, óf je krijgt een “thank you for sharing that with us” maar-niet-heus-gevoel. En je moet nog tien dagen.

Een hilarisch voorbeeld doet zich jaren geleden voor als wij met een bevriend koppel samen een vakantievilla hebben gehuurd in Spanj. Als we na een gezellige lange zomeravond ons bed opzoeken, worden wij midden in de nacht plotseling ruw uit onze slaap gehaald. “Krik-krak-krik-krak-krik”. Mijn man en ik kijken elkaar aan. “Oh,  moet je horen hoe ze hiernaast tekeer gaan. Wat genant, zo dadelijk gaan ze nog door het bed!” Het geluid lijkt inderdaad nog het meest op een flink op en neer verende matras met een niet al te stabiele ondergrond.

Omdat het geluid wel erg lang aanhoudt, besluit ik van de gelegenheid gebruik te maken naar het toilet te gaan. Ik ben immers toch wakker. Op de gang krijg ik een onbedaarlijke lachbui. Want wat blijkt? Niks wilde vrijpartij!

De beweerdelijke seksgoden slapen de slaap der onschuldigen terwijl de houten deur van hun kamer op en neer klappert in de wind.

© Pascale Bruinen

En welke positieve of negatieve reiservaringen heb jij die je kwijt wilt? Laat het ons hier weten, we zijn benieuwd!

Pubers (2)

Het puberdom blijft immer inspirerend materiaal om dankbaar uit te putten voor het schrijven van o-zo-herkenbare columns.

Na ommekomst van een negen weken lange zomervakantie is de school weer begonnen. En dat wordt tijd ook. Zelfs mijn zoon vindt dat kennelijk. Want hij verrast mij aan tafel door pardoes, bijna letterlijk tussen de soep en de aardappels door, mede te delen dat hij “wel weer zin heeft om nieuwe dingen te leren” (let daarbij vooral op het woordje “weer”, dat volledig onterecht impliceert dat hij eerder ook al zin daarin had). Ik word acuut bevangen door de drang om hem ter plekke te omhelzen voor zoveel enthousiasme maar weet me nog net in te houden. Ik kondig aan dat de vlag uit moet, hij ziet het eindelijk in. Hallelujah!

Maar dat is natuurlijk een ontboezeming ingegeven door weken van relatieve ledigheid. Want nu de school is gestart, hoor ik hem niet meer over de nieuwe dingen die hij leert. Integendeel.

Gelukkig werken mijn beide pubers ook naast school. Het is begonnen als vakantiewerk maar ze mogen ook na de vakantie blijven. En dat werken in de vakantie is een echt godsgeschenk gebleken. Met het zogenaamde zomerweer van 2011 zouden ze zich doodverveeld hebben als ze geen werk hadden gehad. Om nog maar te zwijgen over het geld dat ze hebben verdiend met al hun gezwoeg in de supermarkt.

Het is aardig om te zien hoe verschillend ze met de zuurverdiende centen omspringen. Zo brandt het geld bij zoonlief zowat meteen de portemonnee uit, terwijl mijn dochter wikt en weegt alvorens iets met zorg uit te kiezen.

Als gevolg van de (digitale) kooplust van zoonlief komt tegenwoordig wel zéér geregeld de koeriersdienst aan de deur met diverse pakjes. Nu zijn we niet altijd thuis en dan hebben we gelukkig een lieve en behulpzame buurvrouw die ze voor ons aanneemt.

Zo heeft hij inmiddels zijn hele kamer vol staan met allerhande coole apparaten waarvan ik niet eens de functie kan doorgronden. Het heeft wel allemaal met het maken van chille beats van doen.  Het is een ware wirwar van kabels, stekkers, verlengsnoeren, cd’s, lp’s, microfoons, platenspelers, boxen en mixpanelen. Mijn suggestie om in deze chaos wat orde te scheppen door eindelijk eens zijn speciaal daarvoor aangeschafte lades en kasten te gaan gebruiken wordt weggehoond. Hij legt uit dat hij het niet kan opruimen want alles moet voortdurend gebruikt worden.

Datzelfde adagium geldt ook voor zijn kleren, die met de regelmaat van de klok overal opduiken behalve in de daarvoor bestemde kledingkast. Zo vind ik t-shirts en joggingbroek over de trapreling, sokken in schoenen midden in de kamer en de kleren gedragen in een hele week verfrommeld op een stoel. Alles met het idee dat hij die toch op enig moment weer aandoet. Ook zijn kamer eenmaal per week opruimen en poetsen vindt hij als rechtgeaarde man grote onzin omdat toch “alles weer vies wordt”. Laten we het er op houden dat zijn vuildrempel beduidend hoger is dan de mijne.

Het lijkt wel alsof de kortsluiting die (hopelijk tijdelijk) plaatsvindt in de puberhersenen er voor zorgt dat ze alles maar half doen. Als er pannen moeten worden afgewassen zijn die maar half schoon. Degene die moet drogen laat overal nog water achter. De wc-rol wordt leeggetrokken tot het voorlaatste (gescheurde) velletje maar een nieuwe ophangen, ho maar. Melkpakken en flessen frisdrank worden opgedronken tot er nog maar een paar druppels resten en dan schielijks weer in de ijskast terug gezet, totdat een ander gezinslid dit luid verontwaardigd opmerkt. Alles liever dan dat ze zelf een nieuw pak of andere fles moeten gaan halen.

Zo stapelen de kleine ergernisjes zich op dagelijkse basis op. Maar desondanks zijn en blijven het schatten op weg naar volwassenheid. En op die weg gaan ze, soms irritant maar vaak aandoenlijk, voort.

Met vallen en opstaan.

© Pascale Bruinen

Hier ligt je kans om je ongetwijfeld super-herkenbare puberervaringen met ons te delen. Als je het kwijt wilt of moet, reageer dan!

Pubers (1)

Of je haat ze of je houdt van ze, een tussenweg lijkt niet mogelijk. Je kunt immers onmogelijk onverschillig staan tegenover dit menstype. In het boek van David Bainbridge, van huis uit dierenarts, worden ze zelfs een “bijzondere diersoort” genoemd. Hij vindt de puberteit een “positieve en begrijpelijke ervaring” en komt daartoe na een beschouwing vanuit de “ontwikkelingsbiologie, de paleoantropologie, de neurologie, de fysiologie, de psychologie, de therapie en de politiek”(!) Zijn uiteindelijke conclusie: “De puber is geen plaag, maar een hoogtepunt van natuurlijk vernuft”.

Mag ik, als praktizerend moeder van twee hevig puberende “apen” (als je dan toch een diersoort moet kieze; ze zijn namelijk even lief en aandoenlijk maar ook ondeugend, koppig en eigengereid), daarover met de geachte schrijver enigszins van mening verschillen? Ik meen namelijk dat ik, als ervaringsdeskundige die inmiddels al jaren de geheimen van het puberdom met gevaar voor eigen welzijn en geestelijke gezondheid probeert te ontrafelen, enig recht van spreken heb in deze heikele kwestie.

Pubers zijn namelijk wel degelijk soms een plaag, althans in ieder geval de twee exemplaren die bij mij thuis rondlopen. Vooropgesteld: ik hou werkelijk zielsveel en geheel onvoorwaardelijk van ze allebei, zou ze nooit meer willen en kunnen missen en heb (vrijwel) alles voor ze over, maar dat betekent nog niet dat ik hun gedrag altijd zo fijn vind. En dat is dan nog een gigantisch understatement. Ik erger me met de regelmaat van de klok aan hun gedragingen of, beter gezegd, hun nalaten. Ze laten na zo goed mogelijk te leren (de een wat meer dan de ander), afspraken na te komen, hun rotzooi achter zich op te ruimen (de ander wat meer dan de een), op tijd op te staan (allebei even erg) en enige interesse te hebben in actualiteiten, cultuur, natuur en in hun opvoeders (allebei in het kwadraat).

Ze lijken te leven in een wereld die (in volgorde van belangrijkheid) bestaat uit: 1. Zichzelf 2. Zichzelf 3. Zichzelf 4. Medepubers (van het andere geslacht). 5.Computer/gsm.

Hou mij ten goede, het zou ook zomaar kunnen dat nummer 4 en 5 omgeruild zouden moeten worden danwel gezamenlijk een 4e plek innemen.

De consequenties van deze volgorde leveren een medemens op die weliswaar onder één dak leeft met zijn of haar opvoeder(s), maar die alleen maar naar beneden komt om gespijsd en gelaafd te worden. ’s Ochtends wordt al standaard de vraag gesteld wat we ’s avonds eten. En eten kunnen ze.

Net als “Rupsje Nooitgenoeg” eten ze giga-hoeveelheden in recordtijd. Als boodschappen gedaan zijn en de ((bescheiden) snoepdoos net gevuld is, lijkt het vijf minuten later alsof er een Bijbelse sprinkhanenplaag overheen is gegaan. Alleen de wikkels en papiertjes zijn de overgebleven stille getuigen van het schaamteloze gesnaai van mijn pubers.

Maar zelfs eten is een noodzakelijke maar daarom niet minder ergerlijke onderbreking van hun vrije tijd. Yep, mijn kinderen vinden dat ze primair recht hebben op vrije tijd en alles wat daaraan afbreuk doet is op zijn zachtst gezegd uitermate hinderlijk. En dat plaatst mij met stip op een zeer hoge notering in de lijst van hinderlijkheden.

Toch is het mijn taak om ze te begeleiden en te helpen om zelfstandige, verantwoordelijke en verstandige jong-volwassen mensen te worden. Maar dat neemt niet weg dat ik, als ze om 8.00 u met de fiets naar school zijn vertrokken, soms het gevoel heb dat ik al een hele dag achter de rug heb. En dan moet mijn werkdag nog beginnen.

De discussies over wel/niet het regenpak aandoen op de fiets en het meenemen van twee stuks fruit naar school zijn allang verstomd. Na ettelijke twisten over nut en noodzaak van beide heb ik het onderspit gedolven en laat ze nu gewoon natregenen. Fruit gooi ik er via smoothies in, dat telt ook.

Als ik het ergens in de brugklas waag voor te stellen dat ze hun brood in het onverwoestbare Tupperware trommeltje kunnen blijven meenemen, word ik meewarig aangekeken. Nee, dat kan écht niet, het moet en zal in zilverfolie ingepakt worden. Ze kijken me recht aan als ze tegen me zeggen: “Tupperware? Dat is meer iets….” (betekenisvolle stilte waarin ik van kop tot teen opgenomen word), “iets voor jou!”. Een goed verstaander begrijpt meteen dat dit de pubervertaling is van: “dat is meer iets voor ouden van dagen”. Ok, ik snap het.

Het is dan ook met een zucht van verlichting dat ik ’s morgens de deur achter beiden dichttrek en de broodnodige ontspanning op mijn werk mag gaan opzoeken. En raad eens waarin ik mijn lunch meeneem? Juist ja. In het verstoten Tupperwaredoosje.

© Pascale Bruinen

Zijn jullie ook ouders van dit (tijdelijk) egocentrische en permanent hongerige menstype? Dan vind je hier de plek om daar ongestraft over te kunnen klagen of misschien wel net de loftrompet over af te steken!

Proefwerkweek

Ik voel me vreemd. Licht in het hoofd, grenzend aan duizeligheid. Het is benauwd in de gymzaal. Er hangt een muffe geur van natte jassen vermengd met zurig angstzweet. Misschien wel het mijne.

De vellen worden zwijgend uitgedeeld door een nurks kijkende surveillant. Als ze op mijn lessenaar landen durf ik ze eerst niet te bekijken. In plaats daarvan loer ik om me heen. Mijn buurman kauwt op zijn potlood. Het meisje voor me is al als een bezetene aan het pennen. Anderen zijn geconcentreerd aan het lezen. Ik voel de bekende misselijkheid opkomen.

Ik kijk op de grote wandklok en zie dat al vijf hele minuten verstreken zijn. Mijn mond wordt kurkdroog. Ik kan het niet langer uitstellen. Ik adem diep in en kijk op het papier. De letters en cijfers dansen voor mijn ogen. Ze lijken wel van het blaadje te springen. De neuronen in mijn brein weigeren elke vorm van samenwerking.

Ik voel de pen uit mijn klamme hand glijden en kan alleen maar toezien hoe hij, als in slow motion, tergend langzaam over de rand van mijn tafeltje rolt en op de linoleumvloer valt.

Ik buk me en graai er blindelings naar. Ik kan hem niet meer vinden. Bij het omhoog komen valt me plots op hoe jong iedereen om me heen eigenlijk is. Wat moeten ze wel niet van mij denken. Dat ik zo’n jaar of dertig gedoubleerd heb? Ergens klopt er hier iets niet, denk ik. Op de een of andere manier heb ik dit al eens eerder meegemaakt. Is dit nu wat je een déjà vu noemt?

Ineens valt het kwartje. Een onbeschrijflijk grote opluchting maakt zich van me meester als ik in een split second de waarheid doorgrond. Gerustgesteld schuif ik mijn stoel achteruit en loop naar voren, gevolgd door 76 paar ogen. Ik hoef dit helemaal niet te doen want ik heb het allemaal al gedaan! Ik heb de hele middelbare school zelfs allang afgemaakt. Ik mag gewoon weglopen uit deze hel.

En net op het moment dat ik triomfantelijk de maagdelijke blaadjes op het bureau van de verbijsterde surveillant laat dwarrelen schiet ik wakker. De werkelijkheid dringt stukje bij beetje tot me door. Het eerste wat ik denk is: “God zij dank!”

Het tweede is: “Oh God nee hè!”. Mijn zoon en dochter zijn er net aan begonnen.

© Pascale Bruinen

Lijkt het er voor jou soms ook meer op dat jíj proefwerkweek hebt dan je pubers? Zodanig dat je er soms zelfs over droomt? Je bent niet alleen. Schrijf het hier veilig van je af tussen gelijkgestemden!

Bange Momenten Met Ryanair

Na een heerlijk lang weekend Barcelona zitten mijn man en ik klaar voor de start in het Ryanair-vliegtuig dat ons huiswaarts moet brengen. We hebben geluk want we zijn er voor het eerst in geslaagd om de felbegeerde stoelen bij de exit te bemachtigen, recht boven de vleugel. Daarbij had ik altijd het beeld voor ogen dat je, gezeten aan de exit, ook als eerste het vlieguig zou kunnen verlaten bij onraad. Dat wil zeggen, totdat de stewardess ons aanspreekt dat wij – als de nood aan de man zou komen – geacht worden haar te helpen om iedereen te evacueren. Dat betekent, zo verduidelijkt ze terwijl ze ons streng aankijkt, dat wij samen met de crew de allerlaatsten (!!!) zijn die het vliegtuig mogen verlaten.

Wij moeten deze mededeling even verwerken, maar we zijn daarin niet de enige. “Shit”, horen we luid en duidelijk achter ons, komend van drie jonge knullen die bij de andere exit zItten. Er wordt wat zenuwachtig gelachen. Dan roept eentje dat hij in geval van nood wel een baby van iemand afpakt om toch als eerste de glijbaan af te kunnen zoeven. Ook een idee.

Inmiddels is het tijd voor vertrek. Het vliegtuig start de motoren en wordt  achteruit geduwd. Veel verder dan een meter of dertig op het tarmac komt het echter niet want daar is de stem van de captain. Wat hij zegt, doet het bloed in mijn aderen stollen. Er komt namelijk een signaal binnen dat de rechtermotor brandstof lekt. Laat dit even tot je doordringen. Hete motor – lekkende leiding – hoog brandbare kerosine. En laat het toeval nu willen dat ik van iedereen aan boord zo ongeveer het allerdichtst op die rechtermotor zit!

De gezagvoerder legt uit dat er een technicus aan te pas moet komen en dat er geen safety issues zijn omdat de motoren zijn uitgezet. Geen safety issues? Ik ben daar op mijn plekje op de eerste rang niet zo zeker van.

Dus volg ik alles van zeer nabij met argusogen. En ja hoor, daar komen de technici aanrijden in een klein autootje. Zonnebril, kekke overall, jong. Bij nader inzien wel heel erg jong, in ieder geval toch voor technici die een potentieel levensgevaarlijk probleem moeten gaan verhelpen. Ze zijn met zijn vieren en lopen om de motor heen. Veel gezwaai met armen, zonnebril af en weer op, de panelen van de motor worden omhoog gedaan en ontbloten naar mijn smaak veel te veel draden, leidingen en kabels.

Omdat ze onder de openstaande kleppen van de motor aan het werk zijn, kan de controlfreak in mij helaas niet zien wat ze wel of niet doen. Na wat een eeuwigheid lijkt, komt de captain over de intercom en deelt doodleuk mee dat volgens protocol de motoren vijf minuten moeten gaan proefdraaien. Proefdraaien, met alle passagiers erin. Ik vraag me acuut af welke randdebiel dit soort protocollen bedenkt. Als het lek niet verholpen is, kan ik me  voorstellen dat de motor ontploft of in ieder geval in brand vliegt.

Ik doe voor de zekerheid mijn veiligheidsriem af, klaar om het vliegtuig uit te stormen bij het minste of geringste (steek)vlammetje. Hoewel, alle deuren zijn dicht en mijn exit gebruiken zou sowieso geen goed idee zijn. Die vijf minuten lijken eindeloos te duren. Ik let geconcentreerd op de monteurs die vanaf een veilig afstandje toekijken en realiseer me then and there dat mijn leven en dat van alle anderen aan boord in handen ligt van deze onbekende mensen.

Ik fluister mezelf in vertrouwen te hebben, maar veel helpt dat niet. Eén inschattingsfout (al dan niet door een kater van het stapavondje ervoor) en het kan helemaal fout gaan. Ik voel me overgeleverd.

Waarschijnlijk denken meer mensen dat want het is doodstil aan boord. Maar al snel klinkt de mededeling dat de motor normaal heeft gedraaid en dat we dus gewoon met dit vliegtuig kunnen terugvliegen. Dat is niet wat ik wil horen. Ik had graag een ander, lekloos, toestel gekregen. Immers, vijf minuten draaien zonder problemen hoeft nog niet te betekenen dat de motor het ook ruim anderhalf uur volhoudt zonder te lekken.

Het moment dat de motoren op volle sterkte brullen voor de start is erg beangstigend. Maar de motor houdt stand, lekt niks en wij bereiken onze bestemming verder probleemloos.

Een onvergetelijk einde van een onvergetelijk weekend.

© Pascale Bruinen

Wie heeft nog meer van dit soort horrorstories voor ons in petto? Deel ze hier, dan kunnen we samen huiveren!

Jaloers

“Waarom moet jij zo lang met je zus de stad in om te shoppen?” vraagt mijn dochter nogal kribbig.  Eén blik op haar gezicht en het is me duidelijk. Ze is jaloers. Jalóérs. Op mij. Haar moeder. Omdat ik op mijn vrije dag ook eens een paar uurtjes de stad in ga.

En dat terwijl zij het juist is die een luizenleventje heeft vol met plezierige dingen. Die als het even kan zelf iedere gelegenheid te baat neemt om de stad in te gaan met haar vriendinnen. Zoveel lesuitval heeft dat ze tussen de vrije uren door ook nog even naar school moet. Die nu eens een schoolreisje en dan weer een museumbezoek op het programma heeft staan. En om de haverklap vakantie heeft, in de zomer zelfs ein-de-loos lang.

Zij ook die nog nergens verantwoordelijkheid voor hoeft te dragen, geen zorgen heeft over hypotheekrente-aftrek, eigen bijdrages voor ziektekosten of de hoogte van het pensioen om maar wat dwarsstraten te noemen. Niks van dat al.

Achteraf vallen de puzzelstukjes op hun plaats want ik realiseer me dat ze al vaker dit soort opmerkingen heeft gemaakt. Ze kan het kennelijk ergens gewoon niet uitstaan dat ik inmiddels – door schade en schande wijs geworden – niet meer altijd lijdzaam thuis op haar zit te wachten met thee en koekjes.

Dat is ook meteen het dubbele aan de situatie. Aan de ene kant zet zij zich, zoals het schijnt te horen, steeds meer tegen mij af. Ik bemoei me te veel met haar, zij mag ook nooit wat enzovoort. Ook vertrouwde gewoontes kennen in haar ogen plots geen genade meer omdat ze die, zoals ze zelf zegt, kinderachtig vindt. “Jij denkt dat ik nog steeds 10 ben”, kreeg ik te horen als ik inderdaad – zoals in de goede oude tijd – warme chocomel met een plakje cake aanbood bij thuiskomst. Of samen met haar kleren wou gaan uitzoeken.

Aan de andere kant: o wee als ik het niet meer doe. Dan zet ze evengoed haar stekeltjes op en wil ze ineens weer een beetje kind zijn. Het bekende “tussen tafellaken en servet” verhaal. Dan klaagt ze plots dat ik haar te weinig aandacht schenk en nooit wat met haar onderneem.

Tja, het is moeilijk zo niet onmogelijk om het goed te doen. Toon ik interesse en geef ik haar alle aandacht ben ik een bemoeizuchtige zeurpiet. Laat ik haar meer met rust en haar eigen ding doen, ben ik een ontaarde egotripper.

Gelukkig ben ik na heel wat oefening langzamerhand gevoelloos voor dit soort emotionele chantage.  Dat is maar goed ook want als rechtgeaarde egotripper heb ik mijn reputatie hoog te houden.

En bovendien houd ik niet alleen veel van mijn dochter maar ook van shoppen.

© Pascale Bruinen

Sound familiar? Hoewel al boekenkasten vol zijn geschreven over de vaak complexe moeder-dochter relatie kan daar altijd nog wel wat aan toegevoegd worden. Voel jij de neiging om je hart te luchten, laat dan hier een reactie achter.

Bananenrepubliek

Sinds schrijfster dezes de schone kunst van het columns schrijven met wisselend succes beoefent, hebben mijn kinderen een zesde zintuig ontwikkeld. Namelijk dat van exact en feilloos aan te voelen wanneer ze iets gezegd of gedaan hebben dat wel eens in een van mijn pennenvruchten kan opduiken.

“Opgepast! Elk ding dat je vanaf nu nog zegt kan in een column belanden”, waarschuwt zoonlief zijn zus vanuit een tot dusverre onvermoede beschermingsdrang. Omdat hij (terecht) verre van gerustgesteld is door mijn zo onverstaanbaar mogelijk gemompeld antwoord vraagt hij mij op de man af: “Sta ik daar soms ook met mijn echte naam in?” Ik schiet in de lach en ontken hevig, conform de waarheid.

Dan komt hij opeens met een welgemeend advies aan mijn adres over een heel ander onderwerp. Het wordt ingeluid op een wijze die geënt is op de bekende reclamespot. “Weet je wat jij eens zou moeten doen? Jij zou een boek moeten schrijven over je opvoedtheorieën. Ik weet ook al een mooie, pakkende titel ervoor”.

“Oh ja? Nou, dan ben ik benieuwd”.

“Noem het “Het Regime”. Net als in een bananenrepubliek waar absolute dictatuur heerst. Zo doe jij het hier ook”. Hij kijkt mij doodernstig aan.

Oef, dat is even slikken. Meent hij dat nou? Mijn manier van opvoeden is zeker niet overdreven streng en altijd heel rechtvaardig. In mijn ogen in ieder geval. Zéker niet dictatoriaal. Net als ik hem er verontwaardigd op wil wijzen dat in ons huis wel degelijk democratische vrijheden gelden, zie ik dat hij het uitproest. “Je had je gezicht eens moeten zien, echt te gek!” Als hij enigszins bekomen is, krijg ik een dikke knuffel van hem die voelt als een warm bad.

“Nee hoor, mam”, zegt hij terwijl hij de keuken uitloopt, “het is hier echt geen bananenrepubliek. Denk eerder aan België, compleet stuurloos en met geen idee hoe het verder moet”.

En voordat ik de (vuile) vaatdoek in zijn grijnzende gezicht kan duwen, trekt hij de glazen deur snel achter zich dicht en kan ik alleen maar toezien hoe hij door het raam zijn tong uitsteekt en zich rap uit de voeten maakt.

Ach, ik hou van België en beschouw het dus maar als een compliment. Bovendien is er nog een lichtpuntje.

Mijn geliefde zoon houdt in ieder geval de politieke actualiteit goed bij.

Pascale Bruinen

Heb jij ook zo’n moment meegemaakt waarin je kind of puber je eventjes een spiegel voorhoudt? Vertel hier jouw persoonlijke ervaringen. Schroom niet, we komen vroeg of laat allemaal aan de beurt…

Opdringerige landgenoten op vakantie

Dit is een waar gebeurd verhaal. Zij het gelukkig niet bij mij, maar bij argeloze landgenoten die de pech hebben op een onbewaakt ogenblik oogcontact te maken met iemand die niet kan wachten ein-de-lijk een andere Nederlander tegen te komen in het boze buitenland.

Locatie: zwembad op camping in Zuid-Frankrijk.

Dader: Nederlandse vrouw van middelbare leeftijd die geen vijf minuten haar mond kan houden.

Slachtoffers: Nederlands koppel dat toevallig de pech heeft naast haar te liggen.

Aangezien ik mij – helaas –  ruim binnen gehoorsafstand bevind, volg ik ongelovig hoe zij binnen tien minuten door een spervuur van vragen er al achter is gekomen dat:

–       dit al zijn tweede vrouw is;

–       ze erg verliefd zijn;;

–       beiden nog goede contacten onderhouden met de wederzijdse exen;

–       haar prille zwangerschap naar wens verloopt;

–       zij ook vaker op wintersport gaan;

–       zij aan hardlopen, fitness en volleybal doet.

Intussen probeer ik op alle mogelijke manieren te voorkomen dat zij in de gaten krijgt dat wij ook uit Nederland komen. Aangezien ik een Nederlands boek lees, draai ik me met mijn rug naar haar toe en praat zo min mogelijk met de rest van mijn gezin. Helaas kijkt ze meteen gretig op als de kinderen uit het zwembad komen en nietsvermoedend al van afstand naar ons beginnen te roepen. Mijn wilde “kappen nou”-gebaren worden daarbij vrolijk genegeerd.

Bijna dreigen wij zo ook slachtoffer te worden van haar niet aflatende opdringerigheid, maar we weten ten koste van alles te voorkomen dat ze oogcontact met ons krijgt en dat helpt.

De dader heeft dus noodgedwongen al haar pijlen op het arme kansloze koppel gericht en rust niet voor ze hen heeft gedwongen om al dezelfde avond “gezellig” samen te barbecuen.

© Pascale Bruinen

Mijn ervaringen met landgenoten in den vreemde zijn helaas niet onverdeeld positief. Misschien hebben jullie wel bewijzen van het tegendeel? Zou ik leuk vinden om te horen en zo het beeld wat bij te stellen.

Nachtelijke magie

Tik-tak-tik. Ik hoor mijn wekker al uren. In het donker lijkt zijn feloranje kleur wel bruin. De wijzers zeggen me dat het pas tien voor vijf In de ochtend is. Vanaf zijn vaste plek aan de muur zie ik David Cassidy stralend naar mij lachen. Zijn hagelwitte tanden – en één gouden waar ik de punaise heb geduwd – lichten op als een baken in de nacht.

Ik til mijn hoofd omhoog en luister geconcentreerd naar de nachtelijke geluiden. Buiten raast de wind. Binnen giert de spanning door mijn keel. Ik hou het niet meer en trek laken en deken met een ruk van me af. Op mijn tenen loop ik de trap af. Mijn zesjarige rikketik bonst steeds harder. Nu weet ik ineens wat ze bedoelen met vol verwachting klopt ons hart. Ik hoop vurig dat ik ze niet stoor terwijl ze nog bezig zijn.

De laatste tree kraakt ondanks mijn vederlichte gewicht. Ik blijf stokstijf staan en luister. Niets of niemand roert zich in het verder doodstille huis. De kust is veilig. Ik loop nu in de hal. Ineens raken mijn blote ijskoude voeten verstrikt in iets. In het schemerdonker zie ik plukken hooi. Hooi! Mijn hart zit nu ongeveer in mijn keel of daarboven.

Niet in staat om me nog in te houden stort ik me op de deur en gooi die open. Ik sta moederziel alleen in de kille, schaars verlichte woonkamer. Mijn ogen gaan als vanzelf naar de grote open haard in het midden. En dan sperren ze zich wijd open, net als mijn mond. Ik voel een vreemde hitte opstijgen naar mijn wangen.

Mijn suikerklontjes en tekeningen zijn verdwenen. Iets wat groter is dan ik kan bevatten heeft ze omgetoverd in zachtjes goud, groen en roze glimmende chocoladekikkers.

Geluk proefde nog nooit zo zoet.

© Pascale Bruinen

Ik ben heel benieuwd naar jouw mooiste herinneringen aan het feest van Sinterklaas. Van vroeger, of misschien net heel recent, via je eigen kinderen.

Kinderen geen bezwaar?

Dit is een bloemlezing over het ouderpaar dat iedereen wel in zijn vrienden- of kennissenkring heeft.  Namelijk het stel dat onze aarde heeft verrijkt met de beste, liefste en intelligentste kinderen van de hele wereld en dat op alle mogelijke manieren aan je wil laten merken.

Bijvoorbeeld door eindeloze toegeeflijkheid. Zelfs de onnozelste opvoeder weet inmiddels dat dit resulteert in kinderen die erger zijn dan, pakweg, Chuckie (je weet wel, die kwaadaardige pop die tot leven kwam en iedereen uitmoordde). Niettemin gebeurt het en vaak heb je de pech dat je er zelf ongewild met je neus bovenop staat. Het grootste horrorscenario is als je zelf (bewust en misschien wel vanwége deze lichtende voorbeelden) géén kinderen hebt en om duistere redenen besloten hebt om met zo’n kinderrijk stel op vakantie te gaan.

In de praktijk is het een ware hel om deze “vakantie” tot een goed einde te brengen.  Want wie wordt er nu niet gillend gek als het kind:

–       voor de 121e keer die dag (met succes!) jengelt voor een ijsje;

–       hierna uitgerekend overgeeft op jouw “little black Armani dress”;

–       expres hard en vlak langs je rent op het strand als je je net hebt ingesmeerd;

–       luidkeels “ik ben zo moe-oe-oe” schreeuwt, weigert te eten als je eindelijk die felbegeerde tafel hebt gereserveerd in dat supercoole restaurant maar erna vrolijk en kwiek rondhupst als er souvenirs kunnen worden gekocht;

–       (speciaal voor de mannen onder ons) bij het voetballen “per ongeluk express” doelgericht schiet op de edele delen;

–       het heel normaal vindt om jouw net aangeschafte Gucci-zonnebril af te pakken om te onderzoeken hoe buigbaar het montuur nu eigenlijk precies is, onderwijl enthousiast toegejuicht door zijn trotse ouders die met stemverheffing aangeven dat het zo goed is dat hij zelf zoveel wil ontdekken?

Zelfs good old dr. Spock zou voor minder van de brug willen springen, toch? Natuurlijk zouden de ouders het boetekleed moeten aantrekken, maar daar denken ze zelf diametraal anders over. In plaats van deze monstertjes op een consequente manier fatsoen, gehoorzaamheid en Rust/Reinheid/Regelmaat bij te brengen, moedigen ze verkeerd gedrag net aan. Ze kijken immers vertederd glimlachend toe als het kind expres boert aan tafel, je-en jij’t tegen iedere volwassene die het tegenkomt en om 01.00 u ’s nachts de boel helemaal afbreekt, compleet doorgedraaid van het in rap tempo opgebouwde slaaptekort.

Eén voordeel heeft het wel. Als maar genoeg koppels samen met zo’n ouders en kinderen op vakantie gaan zal het in Nederland de komende jaren een stuk minder dichtbevolkt zijn.

© Pascale Bruinen

Jahaa, kom maar op met de verhalen want die zijn er. Zeker weten! Een advies: doe het geanonimiseerd als de relatie met de ouders in kwestie je nog wat waard is. En juist met naam en toenaam als je ze toch echt nóóit meer wilt zien.

Het Grote Moment

“Denk maar niet dat ik het zelf ga betalen als ik ergens tegenop rijd. Dan kan ik net zo goed geen bijbaantje meer hebben”. Puberzoon is ongerust want hij heeft vanmiddag zijn allereerste rijles. Het Grote Moment is daar.

Hoewel ik het uit alle macht probeer te onderdrukken, barst ik toch in lachen uit. “Welnee, maak je niet druk, de instructeur wordt beschouwd als de echte bestuurder. Jij bent zelf niet aansprakelijk als er iets gebeurt”.

Er ontsnapt een zucht van verlichting. “Oh. Nou, ik wil dan wel eerst naar een parkeerterrein of zo. Ik kan toch niet meteen de weg op?”

“Tuurlijk wel. Ik zal zekerheidshalve aan de verkeersdienst in Driebergen vragen een waarschuwing uit te laten gaan rond een uur of 16.00 u vanmiddag”. Tegen wil en dank moet hij nu zelf ook lachen. Ik kijk eens goed naar zijn lange, nog wat slungelige gestalte, die ineens heel kwetsbaar oogt. Mijn moederhart smelt. De anders zo stoere, onverschillige houding is van hem afgevallen. Even zie ik een glimp van wat daar onder zit. Een goede, ietwat onzekere, aandoenlijke jongeman die nog veel moet leren op weg naar volwassenheid.

Ik besluit hem nog gauw een hart onder de riem te steken door een genante anekdote te vertellen over mijn eigen rij-examen. “Ik ging kapot van de zenuwen maar viel nog liever dood neer dan dat ik dit liet blijken. Dus ging ik zwierig achter het stuur zitten en reed soepeltjes weg. Helaas kwam ik niet ver want de examinator stond meteen vol op de rem. Ik vloog zowat met mijn hoofd door de voorruit en keek hem verbijsterd aan. “Zijn wij niet iets vergeten?”, vroeg hij op die typisch pedante examinatortoon. Ik wist het bij God niet, totdat hij op de veiligheidsgordel wees. Ik werd vuurrood. Uitgerekend ik, die anderen altijd attent maakte op de noodzaak de gordel te dragen, had hem zelf niet aan bij het examen! Ik stamelde iets in de trant van dat ik dit anders altijd wel deed. Zijn pokerface verried niet dat hij waarschijnlijk dacht dat het een rotsmoes was. Erg hè?”

Puberzoon grinnikt en zegt dat hij dát wel eens had willen zien. En zorgeloos fluitend loopt hij naar boven. Straks zijn eerste rijles.

Een mijlpaal in zijn jonge leven.

© Pascale Bruinen

De eerste rijles. Of, nog erger, het rij-examen…Het woord alleen al is zelfs voor veel volwassenen die al lang en breed het roze papiertje/plastic kaartje hebben voldoende om weer acuut in angstzweet uit te breken. Wil jij je eigen ervaringen delen en lotgenoten vinden? Laat dan hier een reactie achter.

Gesprek bij de bushalte

Tsskkk…, moet je dít lezen”, zegt het meisje bij de bushalte terwijl ze luidruchtig op haar kauwgom kauwt. “’Minister Opstelten reikt certificaten uit aan eerste dierenpolitieagenten.’ Wat een belachelijk gedoe! Alsof de politie niks beters te doen heeft dan met loeiende sirenes zo’n stinkend konijn met een verstuikt pootje op te halen.” Het meisje scrollt hevig op haar smartphone en blaast een kauwgombel die qua diameter niet onderdoet voor haar oversized oorringen.

Haar vriendje grinnikt. “Die beestenwouten zijn echt gestoord man. Voor je het weet moeten ze nog goudvissen gaan reanimeren om ze te redden van de verdrinkingsdood!” Hij lacht zo hard om zijn eigen grap dat hij zich verslikt in de ferme teug redbull die hij achterover slaat.

“Weet je wat ik nog het mooiste vind? Als er echt iets ergs gebeurt dan komen ze nooit. Verdomme, waar blijft die klote bus nou?” Het meisje kijkt geërgerd op haar horloge.

“Jullie weten niet waar jullie het over hebben”, zegt een wat oudere vrouw plots met zachte stem. Twee hoofden draaien zich perfect tegelijk naar haar om. “Dierenmishandeling is in veel gevallen een signaal dat er ook sprake is van huiselijk geweld. En daders van dierenmishandeling gebruiken huisdieren vaak als intimidatie- of chantagemiddel ten opzichte van hun slachtoffers. Het is dus belangrijk dat de politie op tijd ingrijpt”, legt ze aan het ongelovig kijkende tweetal uit.

“Wat een bullshit, hoe kom je daar in godsnaam bij?”, tutoyeert de jongen haar brutaal. “Ja, inderdaad”, doet bellenblaaster nog een duit in het zakje, “waar haalt u die wijsheden vandaan?”

“Ik heb het zelf meegemaakt. Mijn ex-man heeft me jarenlang gekleineerd en mishandeld. Het heeft zo lang kunnen duren omdat hij dreigde mijn hond van de flat te gooien als ik bij hem weg zou gaan. Ik heb geen kinderen, mijn hond was mijn kind.”

“Hoezo… was?” vraagt het meisje aarzelend, hoewel ze diep in haar hart het antwoord al weet. “Op een dag heeft hij de daad bij het woord gevoegd”, zegt de vrouw kalm. “Daar is mijn bus. Denk er maar eens over na. Dierenpolitie is zo gek nog niet”.

“Kut man, wat een verhaal“ zegt het vriendje, duidelijk onder de indruk. “Zo heb ik het nooit bekeken. Misschien is het toch niet zo’n stom idee.” Het meisje knikt instemmend. Ze gruwelt bij de gedachte dat het haar kat zou zijn waar ze zo gek op is.

En beiden kijken de bus na totdat hij allang uit hun gezichtsveld verdwenen is.

© Pascale Bruinen

En wat vinden jullie van de dierenpolitie? Is het zinnig of onzinnig? Discussieer hier met anderen door een reactie achter te laten.

Geluk

Geluk. Wat is dat precies? Waar is het te vinden? Wat maakt een mens gelukkig?  Op deze filosofische vragen is al vaak geprobeerd antwoord te geven.

Zo vond René Froger zijn geluk in een zingende merel, de geur van de zee, de zon die doorbreekt en een vers kopje thee. In Bhutan, een land met veel armoede, woont volgens metingen van de Verenigde Naties een van de gelukkigste volkeren ter wereld.  Daar hebben ze zelfs een Bruto Nationaal Geluk dat in de grondwet is vastgelegd. Deze mensen zijn het levende bewijs dat geluk kennelijk niks met geld te maken heeft.

Loterijen beweren juist het tegendeel. Die proberen je hun product immers te slijten door geld gelijk te stellen aan geluk. Hoe meer geld je wint hoe gelukkiger je wordt, is hun credo. Nogal een schril contrast met het aloude calvinistische adagium dat geld niet gelukkig maakt.

Ik denk dat geluk vooral iets heel persoonlijks is. Vaak schuilt geluk in het doen van alledaagse dingen, zoals lekker sporten of een moeilijke klus goed klaren. Of in kleine gebeurtenissen die in hun effect juist weer heel groot zijn. Onderzoek heeft uitgewezen dat mensen ook gelukkiger worden als ze iets belangeloos voor anderen doen. Met als gunstige bijwerking een positief effect op de geestelijke en lichamelijke gezondheid.

Voor mij zit geluk heel vaak in de natuur. Een frisgroen ontluikend blaadje na een barre winter; de geur van vers gemaaid gras; een volop in bloei staande oude magnoliaboom, scherp afgetekend tegen een felblauwe lucht; de manier waarop het zonlicht door een bos wordt gefilterd; lopen door knisperende herfstbladeren.

Maar ik kan ook genieten van muziek of juist van een diepe, oorverdovende stilte waarin ik helemaal tot mezelf kan komen. Tafelen met goede vrienden, reizen, nieuwe mensen ontmoeten, zorgeloos lachen, het zijn allemaal activiteiten waar ik erg gelukkig van word.

Zo zijn er iedere dag opnieuw vele potentiële geluksmomenten. Voor iedereen. Je moet ze alleen weten te herkennen. Leef daarom welbewust in het heden, in het moment. Mindfulness dus. Het moment dat je ophoudt met in gedachten al volop bezig te zijn met dingen die je nog moet gaan doen, is ook het moment dat je zelf de deur wagenwijd openzet voor geluk.

Probeer het en je zult het zien.

Pluk het geluk.

© Pascale Bruinen

Laat mij en de lezers eens weten wat jou gelukkig maakt…

Gehavende fietsen

Met twee pubers in huis is het lot van de fietsen die hen moeten vervoeren zo goed als bezegeld. Het stramien is als volgt: óf ze worden gestolen, óf er is om de haverklap iets kapot óf de banden zijn lek. En als het dat een keer niet is, zijn ze wel de sleutels ervan kwijt.

Mijn zoon heeft het gepresteerd om tot twee maal toe zijn fiets gestolen te laten worden bij Appie de grootgrutter. Daar had hij een bijbaantje voor het lieve sommetje van bijna 4 euro per uur. Je begrijpt dat Appie ons nog veel moet nabetalen want op deze manier schiet het natuurlijk niet op. Een van de eerste keren dat hij daar ging werken is zijn fiets meteen gestolen. Wij vonden dit heel vervelend, mijn puber kon het daarentegen ogenschijnlijk weinig schelen.

Gelukkig hadden we nog een extra fiets maar helaas niet voor lang. Een paar weken later werd deze fiets, nota bene op precies dezelfde plaats, ook gejat. Saillant detail was dat zoonlief dit keer over een heavy duty kettingslot beschikte en het dringende advies had gekregen de fiets hiermee vast te maken.

Toen we hem dit keer ophaalden zagen we dat het hem wel nogal aangreep. “Meer dan afsluiten en vastleggen met je ketting kon je toch niet doen”, zeiden we troostend. Dit hielp niet echt want hij begon ongemakkelijk om zich heen te kijken en op en neer te wiebelen. Één blik op zijn schuldbewuste gezicht en ik wist het: hij had de fiets helemaal niet met het kettingsslot vastgemaakt. Reden: hij had er geen tijd voor gehad. Tja, het kost ook tien hele seconden extra om die ketting om een lantaarnpaal te leggen.

Als de fietsen al niet gestolen worden zijn ze met de nodige regelmaat kapot. Zoon en dochter wisselen zich daarin keurig af. Nu eens is er een trapper vanaf, dan weer is er een stuk van de dynamo afgebroken. Als het dat niet is loopt de ketting wel uit de kast, valt de bel er van af, zijn de remkabels half gesloopt of staat de lamp helemaal scheef. Als wij ongelovig vragen hoe dit heeft kunnen gebeuren krijg je alleen het standaard puber-antwoord: “Weet ik ook niet, kan ik toch niks aan doen?”, vergezeld van het totaal ongeïnteresseerd ophalen van de schouders en gevolgd door het zo snel mogelijk verlaten van de plek der ondervraging.

Een ander steeds terugkerend chapiter is de continuing story van de lekke band(en). Bij voorkeur wordt dit feest der herkenning zo’n twee minuten voor vertrek naar school/werk/sportclub schijnbaar achteloos gemeld. Waarop H. zich weer zuchtend en inwendig vloekend naar het schuurtje begeeft om ze te plakken. En ja, er is diverse malen geprobeerd het ze zelf bij te brengen maar tot dusverre houden ze zich nog met enige mate van succes van de domme.

Tenslotte wil ik je niet de logica van mijn puberdochter onthouden toen zij onlangs, voor de zoveelste keer, haar fietsensleutel kwijt was. Toen ik haar vroeg of ze bij gevonden voorwerpen op school had gekeken zei ze (ongelogen): ”Nee, zéker niet!”. De verbijstering moet op mijn gezicht te lezen zijn geweest want ze voegde er als nadere uitleg aan toe dat “toch niemand zo’n sleutel opraapt, laat staan naar gevonden voorwerpen brengt!”. Ik vroeg me onwillekeurig af waar het toch heen moest met onze jeugd, want zoveel onverschilligheid is te veel van het goede voor mijn generatie.

Terwijl ik al dreigde dat ze de reservesleutel zelf van haar zakgeld zou moeten gaan betalen, sms-te ze me de volgende dag dat ze hem gevonden had. Ik sms-te meteen terug: “Waar???”.

Antwoord: ”Bij gevonden voorwerpen”. Inclusief een breed grijnzende smiley.

© Pascale Bruinen

Tja, hier kun je wel een boom over opzetten…Laten we dat dan ook doen op deze blog zodat we elkaars leed kunnen verzachten. Reactie, anyone?

Erre-t-elle-kwaatroe

Kom op, geef het maar toe. Dit komt je geheid bekend voor. Bij het boeken van de vakantie in dat lekkere warme maar helaas anderstalige land wordt al gekeken of er RTL 4 kan worden ontvangen. God verhoede immers dat je je niet zou kunnen verkneukelen als je – bruinverbrand aan een glaasje rosé nippend – Helga van Leur het miserabele weer in Nederland ziet voorspellen. “En helaas, beste kijkerrrs, het weerrr worrrdt niet wat je errrvan zou mogen verrrwachten in deze zomerrrtijd want het gaat de komende vijf dagen alleen maarrr rrregenen”.

Deze vorm van leedvermaak is wijdverbreid en ook ik maak me er wel eens schuldig aan. Maar het omgekeerde komt natuurlijk ook voor, zoals ik zelf helaas aan den lijve heb ondervonden.

We zijn in Andalusië op vakantie, waar het plaatselijke toeristenbureau er prat op gaat dat daar 360 dagen per jaar de zon schijnt. Helaas blijkt onze voorjaarsvakantie eenmaal ter plaatse geheel samen te vallen met die vijf andere dagen van het jaar want het regent niet alleen, het is nog bar koud ook. Nodeloos op te merken dat we ons enigszins bekocht voelen.

En om nog wat meer zout in die open wonde te strooien: volgens het weerbericht van RTL4, door ons alleen maar opgezet met de troostrijke gedachte dat het thuis vast ook zo’n snertweer is, is het in Nederland echter juist “zomers warm met veel te hoge temperaturen voor de tijd van het jaar”. Tja, daar zit je dan bijna 2.500 kilometer zuidelijker met al je t-shirts over elkaar aangetrokken voor de tv te koukleumen terwijl ze in Nederland zuchten onder een hittegolf.

Inmiddels is me duidelijk geworden dat bij goed weer in Nederland, de Spaanse (zuid)kust bijna altijd slecht weer heeft en andersom. Het betreft namelijk een meteorologisch verschijnsel want als er boven Nederland een hogedrukgebied ligt, buigen de lage drukgebieden met die fijne depressies vol met regen en wind af naar het zuiden en komen dan boven Spanje terecht. Dus het is verklaarbaar, al is het een schrale troost.

Sindsdien voor mij geen RTL 4 meer op vakantie. Voor een inschatting van het weer op mijn vakantiebestemming beperk ik me nu tot een zeer ouderwetse maar daarom niet minder prettige én betrouwbare methode: ik kijk gewoon naar de lucht!

© Pascale Bruinen

Dit is Andalusië zoals het bedoeld is, met zon. Hebben jullie ook nog behoefte aan een online-ontboezeming over het weer op jullie vakantiebestemming, reageer dan hier.

De slangenleren tas

Zuid-Frankrijk, jaren tachtig van de vorige eeuw. Ik ben op vakantie met mijn ouders. Mijn moeder vindt het énig om al die Afrikaanse mensen te bekijken die op het strand en door de winkelstraten lopen, de meest uiteenlopende prullaria met zich meeslepend. Zoals daar zijn: design-zonnebrillen (yeah right!), kleurige kaftans, fabrieksmatig geproduceerd ivoor, rinkelende armbanden, kettinkjes en….tassen, tassen en nog eens tassen. Tassen van stof, van gewoon leer en van slangenleer.

Nu heeft mijn vader een enorme hekel aan die rotzooi dus zegt hij telkens, ernstig waarschuwend: “Níet naar ze kijken, anders komen ze naar jullie toe en dan zitten we met de gebakken peren”. Maar mijn moeder is daar hoegenaamd niet gevoelig voor en kijkt natuurlijk toch, mét het voorspelde gevolg.

Nu is het de hele vakantie eigenlijk best wel goed gegaan, tot de allerlaatste dag. Op de dag van vertrek ziet mijn moeder, als we nota bene al startklaar in de snikhete auto zitten, een verkoper die haar een prachtige slangenleren tas laat zien. Volgens mijn moeder is het de mooiste tas die ze ooit gezien heeft. Ze moet en zal hem hebben. Terwijl mijn vader al bijna het gaspedaal intrapt, steekt de verkoper (die een gemakkelijk slachtoffer zo geschoten heeft) zijn hand al door het autoraampje om haar de tas te laten voelen. Mijn moeder gaat – ondanks waarschuwende blikken van mijn vader – helemaal uit haar dak en na stevig onderhandelen en afdingen wordt ze toch maar de trotse eigenaresse van een echte slangenleren tas.

Na thuiskomst blijkt dat een paar weken vochtig Hollands weer de slang niet echt goed gedaan hebben. Zoals het een echte slang betaamt, begint het vel namelijk langzaam los te laten waardoor de echte bordkartonnen ondergrond wordt onthuld. Nodeloos te zeggen dat mijn vader het niet kan laten om triomfantelijk te roepen dat hij het nog zó gezegd heeft.

Mijn moeder doet er voor één keer maar het zwijgen toe.

© Pascale Bruinen

Wie durft ons digitaal deelgenoot te maken van een soortgelijk verhaal? Ik wacht op de eerste reactie…